web analytics
zondag, mei 15

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 4

Een verhaal van Isabelle Plomteux in zeven delen.

Ik hink rond de ondergesneeuwde resten van Schims rechtervleugel en ga op zoek naar mijn zadeltas. Met mijn in bont gehulde hand veeg ik mijn gestorven kameraad voorzichtig schoon. De Aïshi hebben blijkbaar alleen de voorkant van zijn reusachtige lijf geplunderd. Hier, voorbij de vleugels, is zijn bevroren lijf nog nagenoeg intact. Mijn maag draait zich om als ik eraan denk dat ze met hun botte bijlen op Schim hebben staan inhakken. Ik dwing het beeld uit mijn hoofd. Moeizaam laat ik me op mijn knieën zakken. Met beide handen graaf ik de sneeuw weg. Even later stuit ik op mijn zadeltas, stijf bevroren, maar heel. Ik dwing het stugge leer open. De tas is leeg, de deken weg.

© Stephanie Maeve

Op de bodem blinkt iets. Een laatste restant van het grote ei. Met de scherf in mijn hand sluit ik mijn ogen. Waar ik al bang voor was, is dus gebeurd. In zijn val heeft Schim het ei verpletterd. Niet één maar twee kostbare levens zijn hier verloren gegaan. Dadelijk zal er nog een derde leven volgen, al is dat lang niet zo… een zacht gekras maakt dat ik mijn ogen open en omhoog kijk. De lucht is grijs, maar de wolken drijven hoog boven ons. Er is niets te zien. En toch is er dat gekras. Daar, daar is het weer. Fronsend kijk ik nogmaals in het rond. Niets te zien. Het geluid resoneert door mijn hoofd. Door mijn hart. Het lijkt wel alsof het uit Schim komt. Ik verstijf. Bij de volgende, zachte kras, weet ik het zeker.
O, Goden.
Met een klap dringt het tot me door wat er aan de hand is. Ik hijs me recht, de scherf vergeten in mijn hand. De Aïshi hebben Schim helemaal niet kaalgeplukt, dat heeft het jong gedaan! Het ei moet veel dichter bij uitkomen geweest zijn dan ik dacht. In twee pijnlijke passen klim ik over Schims bevroren vleugel. Met de twee volgende werk ik me zijn met sneeuw bedekte flank op. Ervoor zorgend dat ik op mijn goede been land, spring ik zijn grote, lege borstholte in. Met ingehouden adem draai ik me om, naar het half weggegeten vlees van Schims onderrug en achterbenen.

Achter me roepen de Aïshi. Voor me, veilig verscholen in het beschutte nest dat hij voor zichzelf gebouwd heeft, kijken twee grote, gele vogelogen me aan. Mijn hart springt op. Schims dood heeft dan toch nog iets goeds voortgebracht. Moeizaam kniel ik in de krappe ruimte. Met mijn tanden trek ik mijn rechterhandschoen uit. Nadat ik met de scherpe scherf haastig wat vlees van Schims flank heb geschraapt, sla ik mijn bontkap terug en steek ik mijn gevoelloze vingers naar het jonge adelaarshoofd uit.
‘Kom maar.’ Het vlees ligt uitnodigend op mijn uitgestoken handpalm. ‘Kom maar.’
Het griffioenjong krast zacht en zet een stuntelige stap vooruit. Voorzichtig buigt het zijn scherpe snavel naar het vlees toe.
‘Ja, zo is het goed,’ zeg ik als hij met het reepje aan de haal gaat. Gulzig schrokt hij het weg.
‘Je bent een heel eind van huis. Maak je maar niet ongerust, ik breng je veilig terug.’ Pas als ik de woorden uitspreek, besef ik hoezeer ik het meen. De vrouw in de slee zal hem niet in haar klauwen krijgen. Niet als het aan mij ligt. Nog een ding, voor ik ga. Een laatste ding.
Ik bestudeer het dier voor me. Ook al is hij geboren in de meest onherbergzame omstandigheden, hij ziet er goed uit. Sterker nog, voor een pas geboren griffioen is hij ronduit reusachtig. Knerpende sneeuw waarschuwt me dat er iemand aankomt. Geen tijd meer voor de voorzichtige aanpak.

Net op het moment dat ik mezelf Schims holle achterlijf in wil gooien om het jong te vangen, duiken er twee Aïshi op. Ze springen in Schims lege ribbenkast en grijpen naar mijn benen. Ik rol op mijn rug, trek mijn goede knie hoog op en verkoop een van hen een harde trap. Hij stuitert tegen Schims voorste ribben aan en blijft verdoofd liggen. Brullend stort de andere zich op me. Ik vecht met alles wat ik in me heb, maar de beperkte ruimte en mijn belabberde toestand maakt dat de kleine, naar aas stinkende Aïsho in het voordeel is. Er komen er nog meer aan. Ze roepen naar elkaar in hun onverstaanbare taal. De Aïsho bij me gromt triomfantelijk. Ik vloek. En vecht. Met alles wat ik nog in me heb. Voor het jong achter me, dat oorverdovend in mijn oren krast. Voor Schim, die zijn leven en zijn vlees gaf om het te redden. Net als ik het onderspit dreig te delven, springt het kleine, gevleugelde wezen tot mijn verrassing op mijn borst. Met zijn dikke leeuwenachterpoten stevig in mijn bontpak verankerd, spert het zijn bek wijd open en spuit het… gif? Mijn ogen glijden over de twee zwarte strepen in de verder bruine nekveren. O Goden, het is een koningsgriffioen. Dat ik dat niet eerder gezien heb. De Aïsho, die het gif recht in zijn gezicht heeft gekregen, gilt het uit. Met zijn handen voor zijn als kaarsvet wegsmeltende rechterwang, stommelt hij blind van de pijn achteruit. Het jong draait zich om en staart me met zijn gele arendsogen aan. Met ingehouden adem staar ik terug, niet goed wetend of de volgende lading gif voor mij bestemd is.

Deel 5 verschijnt volgende week. Lees ook deel 1, deel 2 en deel 3.

Over de auteur:
Op een lentedag ergens in 2016 werd ik, Isabelle Plomteux (1969, Leuven), ongevraagd met een personage in mijn hoofd wakker. Ook al legde ik mijn kraakster zo beleefd mogelijk uit dat ze het noorden kwijt was, dat ze veel beter af zou zijn met iemand die ervaring had in schrijven, ze wilde van geen wijken weten.
In mijn hoofd woonde ze, mijn hersens en handen moesten aan de slag. Haar verhaal vertellen. En wel nu meteen. Ik zou dat er wel even bijnemen, dacht ik, tussen het werk op onze boerderij door. How hard could it be? Nou, dat heb ik geweten. J
De verhalen die jullie hier op Fantasize terugvinden, zijn de adempauzes die we beiden af en toe nodig hebben om het grote verhaal nog beter te maken. Veel leesplezier en laat ons vooral weten wat je ervan vindt. Dat kan via isabelleplomteux@outlook.com.

Over de illustrator:
Mijn naam is Stephanie Maeve, 32 jaar jong en woon in Tilburg. Zodra ik een potlood kon optillen kan ik mezelf herinneren dat ik getekend heb. Als mensen aan mij vragen wat mijn beste kwaliteit is, dan is dat ‘chronisch creatief’ zijn.
Ik heb gestudeerd aan de Hoge school voor de Kunsten te Utrecht (HKU) richting Theaterdesign & Ruimtelijke vormgeving en daarnaast ben ik afgestudeerd fotografe.
Op dit moment ben ik beeldend kunstenares en werkzaam onder de naam Stephanie Maeve Art. Ik ben gespecialiseerd in muurschilderingen, canvassen, illustraties e.a. designs.
www.facebook.com/stephaniemaeve
www.instagram.com/stephanie.maeve.art

 

© 2020-2022 Fantasize & Isabelle Plomteux & Stephanie Maeve