web analytics
woensdag, mei 18

Inzendvoorwaarden voor verhalen

Je bent van plan om een verhaal naar Fantasize in te sturen. Hieronder vind je een beknopt overzicht van de eisen die Fantasize stelt aan ingestuurde verhalen.

© pexels

OPMAAK
Hoe lever je je document aan?
Bij Fantasize maken we gebruik van een huisstijl. We hanteren daarbij de volgende opmaakeisen:

– Lettertype Times New Roman, lettergrootte 12.
– Regelafstand 1,5.
– Spring NIET in, vooral niet met tabs.
– Bij dialogen maak je gebruik van de ELDA-regel (eerst leesteken, dan aanhalingsteken).
Voorbeeld van het gebruik van ELDA:
‘Dat is,’ zo sprak hij, ‘wel een gekke regel.’
– Nieuwe spreker, nieuwe regel.
– Gedachten worden zonder aanhalingstekens weergegeven, niet cursief.
– Titels van liedjes, boektitels, namen van kranten, filmtitels zijn in het hele verhaal cursief, ook als het om fictieve werken gaat binnen de verhaalwereld.
– Je verhaal heeft een titel (niet cursief).
– Voorzie je document van paginanummers.

WANNEER IS EEN VERHAAL GESCHIKT VOOR FANTASIZE?
Fantasize ziet jouw verhaal graag tegemoet. Om de kwaliteit en het speculatieve gehalte in de verhalen te waarborgen, hebben we de volgende aandachtspunten opgesteld:

– Het verhaal bevat sciencefiction-, fantasy- en/of horrorelementen. Dit is bovendien een onlosmakelijk onderdeel van het verhaal. Bij twijfel besluit de redactie over wel of niet plaatsen.
– Verhalen zijn opgesteld in het Nederlands met zo min mogelijk taal- en spelfouten.
– Een goed SFF-verhaal heeft een sterk plot, een duidelijk uitgewerkte verhaallijn (met een begin, midden en eind) en een goede spanningsboog. De redactie moet het kunnen herkennen als SFF-verhaal.

Wat plaatsen we niet:

– Pornografie/extreem geweld.
– Haatzaaiende of opruiende teksten.
– Teksten waarvan het auteursrecht niet bij de auteur ligt.

PERSONAGES
Aandachtspunten voor de personages in jouw verhaal:

– Zorg dat het gedrag van je personage logisch is. Iemand die magie haat, zal geen tovenaar willen worden. Doet hij dit toch, dan moet er een reden voor zijn en die reden moet duidelijk zijn/worden in het verhaal.
– Stop zo min mogelijk infodumps in dialogen. Niets zo vervelend als de ene expert die aan de andere expert gaat uitleggen hoe hun werk in elkaar steekt, puur om dat aan de lezer duidelijk te maken.
– Bij dialogen geldt: nieuwe spreker, nieuwe regel. Bijvoorbeeld:
‘Ik kan dat zeggen,’ zei Jan.
‘Jazeker,’ zei Piet, ‘jij wel.’
– Zorg dat je personage en je verhaalwereld bij elkaar passen. Een sneeuwpop loopt niet rond in de hel, tenzij de hel ijskoud is.

WERELDBOUW/SETTING
Aandachtspunten voor de setting van jouw verhaal:

– Een lezer leest jouw verhaal maar moet geloven dat er een hele wereld achter schuilgaat. Houd dat tijdens het schrijven in je achterhoofd.
– Gebruik details, zoals lokale gerechten, huisdieren, gewoontes, normen en waarden, om je wereld meer diepte te geven. Denk ook aan wetgeving, munteenheden, feesten, volksverhalen, etc. Uiteraard hoef je niet álles in een verhaal te proppen. Pik die details eruit die je kunt gebruiken en die voor jouw verhaal logisch en van belang zijn.
– Hoe werkt de natuur in jouw wereld? Het kan zijn dat je verhaal op een andere planeet of in een andere wereld speelt. Denk na over de gevolgen die dat heeft. Werkt de zwaartekracht hetzelfde als op onze aarde? Leven er dezelfde dieren en planten?
Stel jezelf vragen en verwerk de antwoorden in je verhaal.
– Gebruik de ‘echte’ wereld om af te kijken. Wil jij een wet in je verhaal verwerken, zoek dan of een soortgelijke wet in het echt bestaat of bestond en pas die aan zodat die in jouw wereld klopt. Wil je het opzettelijk anders doen? Dan kun je kijken wat er al is en dat expres helemaal anders doen. Denk ook aan economische systemen, filosofieën, de manier waarop een ziekenhuis werkt of hoe een schoolsysteem in elkaar steekt; allerlei verschillende onderwerpen kun je in jouw verhaal verwerken en vaak kun je heel goed beginnen bij ‘hoe gaat/ging dat eigenlijk in het echt’ en vanaf daar verder bouwen.
– Als je een beest hebt dat loopt als een paard, hinnikt als een paard of eruitziet als een paard, noem hem dan ‘paard’ en niet ‘zwerk’ of ‘qowena’.
– Pas op met bekende elementen. Een elf roept associaties op met de elfen van Tolkien. Als jouw elfen anders zijn, is het zaak dat je dat laat blijken. Bekende elementen zijn prima bruikbaar, maar houd dus rekening met de associaties die ze oproepen bij je lezers.

Daarnaast kun je artikelen, columns en essays insturen. Ook hiervoor gelden de opmaakregels.

Er is geen woordlimiet: bij langere verhalen of artikelen plaatsen we de bijdrage in delen. Bij verhalen zoeken we een illustrator/kunstenaar die je verhaal voorziet van een of meerdere tekeningen/illustaties. Bij overige bijdrages plaatsen we rechtenvrije foto’s of gebruiken we door jou aangeleverde foto’s/plaatjes. Zorg wel dat we deze mogen publiceren, in verband met de copyrights.

Je werk wordt geredigeerd door de redactie en we promoten de bijdrages online via de socialmediakanalen van Fantasize (Facebook, Instagram, Twitter en LinkedIn).

Illustratoren zijn van harte uitgenodigd om hun strips, illustraties, bestiariums of logo-aanpassingen te sturen.

Liever offline lezen? Dat kan. Open of download het pdf-bestand Fantasize Inzendvoorwaarden voor verhalen.

Je kunt insturen/aanmelden via redactie@fantasize.nl.