web analytics
dinsdag, mei 28

Tag: griffioen

8 x Fantastische luchtwezens
Actueel, Informatief, Rubrieken, Verdiepingen

8 x Fantastische luchtwezens

Door Anna Faneyte Er zijn een hoop vliegende fabeldieren, die de wereld van bovenaf kunnen bewonderen. Gevaarlijke en vriendelijke. Hier staan acht fantastische luchtwezens.   Amphiptere De amphiptere is een serpent bedekt met schubben of groengele veren, heeft een draakachtige kop, geen poten, kleine, vleermuisachtige vleugels, grote ogen en twee tongen. Zijn staart heeft de vorm van een pijl, waarmee hij zijn prooien doorboort. De amphiptere is drie meter lang en erg schuw, maar giftig. Op het wapen van Saint-Lyphard, een gemeente in Frankrijk, staat een amphiptere. Het wezen komt voor in de Dragonology-boekenreeks. (Europese heraldiek)       Dondervogel Een dondervogel is een enorme vogel en kan donder veroorzaken met zijn vleugels. U...
Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 7
Actueel, Vertellingen

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 7

Een verhaal van Isabelle Plomteux in zeven delen. Moeizaam kom ik bij, plat op mijn rug. Ik verstrak, tot mijn handen verse lakens en strakke verbanden met een helende geur vinden. Thuis, ik ben thuis. Op Wachterseiland, in de grote ordeburcht. Buiten, in de tarikbomen op het binnenplein, houden mintavogels hun kwetterende theekransjes. Nu ja, thuis. Dat zal het vast niet lang meer zijn. Welke wachtershengst zal er nog met me willen vliegen nu ik Schim zo roekeloos… Met tegenzin sla ik mijn ogen op. Ik ben er niet klaar voor om de toekomst het hoofd te bieden. Ze hebben me helemaal aan het eind van de ziekenzaal gelegd, onder het grote, in ruitjes verdeelde boograam dat op het binnenplein uitkijkt. Uit de weg. Een stap verwijderd van mijn definitieve vertrek. Aan de andere kant van de ...
Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 6
Actueel, Vertellingen

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 6

Een verhaal van Isabelle Plomteux in zeven delen. De Aïshi zijn er als eerste. Hun donkere ogen branden van woede. Ze vormen geen cirkel deze keer, maar stellen zich in een lange rij achter me op. Ik moet er haast om glimlachen. Ik ga nergens meer naar toe, jongens. Toch niet in deze wereld. Hijgend houden de uitgeputte stormpanters van de bestjerka voor me halt. Hun pels is nu zo goed als doorschijnend. ‘Dwaas!’ De luchtweefster veert overeind en rukt haar bontkap af. Sneeuwwitte ogen in een sneeuwwit gezicht, omlijst door sneeuwwitte haren, boren zich in de mijne. Het rijmpje dat mijn moeder me als kind leerde, flitst door mijn ontzette hoofd. Wit als ijs, wit als sneeuw, ren ren of de ijskoningin gaat met je heen. Wit als ijs, wit als sneeuw, ren ren of de gevallene ...
Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 5
Actueel, Vertellingen

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 5

Een verhaal van Isabelle Plomteux in zeven delen. De koningsgriffioen laat zijn gespleten slangentong naar buiten glijden en ademt mijn geur in, voor hij zachtjes ronkend op mijn borst neerzakt. Ik knipper met mijn ogen. Alsof het niets is, knippert hij terug. Voorzichtig maar vastberaden neem ik hem in mijn armen en krabbel ik recht. De Aïsho die hij met zijn gif bewerkte, ligt jammerend aan onze voeten. Vanop hun rijdieren staren de overige Aïshi verstomd naar de kleine griffioen die zich spinnend aan mijn romp vastklampt. In de slee strekt de bestjerka haar arm. Haar hand. Nee. ‘Vlieg,’ zeg ik tegen het dier op mijn borst, ‘vlieg naar huis.’ Ik ruk hem los en werp hem de lucht in. Hoog boven ons, tussen de sneeuwwolken, glinstert de poort. Glinstert de vrijheid. De griffioen kijkt...
Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 4
Actueel, Vertellingen

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 4

Een verhaal van Isabelle Plomteux in zeven delen. Ik hink rond de ondergesneeuwde resten van Schims rechtervleugel en ga op zoek naar mijn zadeltas. Met mijn in bont gehulde hand veeg ik mijn gestorven kameraad voorzichtig schoon. De Aïshi hebben blijkbaar alleen de voorkant van zijn reusachtige lijf geplunderd. Hier, voorbij de vleugels, is zijn bevroren lijf nog nagenoeg intact. Mijn maag draait zich om als ik eraan denk dat ze met hun botte bijlen op Schim hebben staan inhakken. Ik dwing het beeld uit mijn hoofd. Moeizaam laat ik me op mijn knieën zakken. Met beide handen graaf ik de sneeuw weg. Even later stuit ik op mijn zadeltas, stijf bevroren, maar heel. Ik dwing het stugge leer open. De tas is leeg, de deken weg. Op de bodem blinkt iets. Een laatste restant van het grote...

You cannot copy content of this page