web analytics
zaterdag, april 20

Vertelling: Noblesse Oblige – Benne van der Velde

Door Benne van der Velde

© Marcel Ozymantra

‘Nee, jij trekt volle zalen, nou goed?’ Schatkist was goed kwaad nu. Zo kwaad was ie nog nooit geweest. Nou ja, nooit. Hij wist niet hoe lang dat was, want hij was een antieke zeemanskist en stond al kist te zijn zo lang als ie zich kon herinneren, maar kwaad was ie!
Maar Skelet was zo mogelijk nog kwaaier.
‘Oh. Wow. Dat is zo gemeen. Je weet dat ik niets liever wil. Je weet dat ik toen ik nog een levende nobelman was, dat ik gek was op theater. Dat heb ik je allemaal verteld. En ook wel meer dan eens! Nee, dit is laag, zelfs voor jou!’
Schatkist was niet onder de indruk.
‘Nobel, nobel. Zo ken ik er nog wel een paar. Van adel, eens, ooit, okay. Maar waarom denk je dat je hier bent? Dat je hier nog steeds bent, bedoel ik. Echt niet omdat je zo nobel was, hoor, meneer de verheven theaterconnaseur. Jij, knokelkop die je bent, jij was een piraat.’
‘Niet! Ik was een prins!’
Schatkist klepperde een diepe zucht.
‘Even serieus? Ga je dat nou staan te ontkennen hier? Weer?’
‘Niet!’
‘Je ontkent het niet? Nu ben ik in de war. Je moet niet zo verwarrend doen, hoor, daar ga ik van doorrotten.’
Skelet stampte met zijn ene verweerde piratenlaars op de grond. Als ie nog rood had kunnen worden, had ie makkelijk voor een kist tomaten kunnen doorgaan.
‘Niet, niet, niet! Het was een vergissing! Ik ben onschuldig! Onschuldig, zeg ik je!’
Schatkist gaf het op. ‘Krijgen we dat weer. Goed joh. Wat jij wil. Ik ben er klaar mee. Vertel me dan alleen dit, kaalgevreten, onbegrepen genie, hoe kan het dan dat je me überhaupt hebt gevonden? Hè? Hier in deze grot?’
‘Per ongeluk.’
‘Per. Ongeluk.’
‘Jazeker! Dat gebeurt. En het gebeurde mij.’
‘Dat is het belachelijkste wat ik je in al die tijd dat ik hier met je zit opgescheept, heb horen verkondigen. Dat spant de kroon. En dan heb ik het niet over degene die ik in me meedraag. Een ongeluk. En dan is de schatkaart die je nodig had om me op het spoor te komen zeker ook volledig toevallig in de je schoot geworpen? Beledig me niet nog verder met een antwoord. Hoe lang val me je nou al lastig met je geklaag en gejank?’
Skelet was ondanks zichzelf toch best een beetje onder de indruk van al dat verbale geweld en werd er stil en zowaar wat timide van. Dat hij natuurlijk ook wel wist dat Schatkist gelijk had, hielp mee.
‘Nou! Hoe lang?’
Skelet dacht na. ‘Eh, ja, eh, ongeveer twee eeuw-’
‘Veel te lang! Langer dan ik wil weten! En dat komt door de vloek die over me is uitgesproken. Dezelfde vloek die jou hier houdt. Die piráten vervloekt. Piraten die het op de schat gemunt hebben en het gevecht met mijn schatbewaarder winnen. Pi-ra-ten die daarna als schatbewaarder moeten dienen tot de volgende piraat komt opdagen.’
‘Ja, ja, ja.’
‘Ja! En wie krijg ik over de vloer? Hè? Ik? Schatkist van de legendarische zeeschuimer Groenbaard? De gesel van de zeven wereldzeeën? Jou. De enige, overigens slecht acterende, jankende, klagende, zeurende blaatpiraat ter wereld. Dank je wel, hoor! En dan kan het nog zwaardvechten ook! Dank je dat je het ooit in je verwaande, verwijfde harsens hebt gekregen dat je zonodig op avontuur moest!’
Het klepperen hield op. Tocht trok een zacht fluitend spoor door de donkere grot. De grote kaarsen die Skelet op aanwijzing van Schatkist kort daarvoor aangestoken had, waren bijna op. Ook de stapels dubloenen die hoog rond kist stonden opgestapeld, blonken zoals ze alleen konden blinken wanneer Skelet zich voldoende gewaardeerd voelde. Het wachtte even, draaide zich toen om en legde bijna liefdevol een knokige hand op het donkere, metalen beslag van Schatkist. Deze kraakte zachtjes.
‘Ben je het kwijt?’
‘Ja. Dank je. Dat luchtte op.’
Skelet glimlachte flauwtjes. Nou ja, glimlachen…
‘Weet ik toch. Dat weet ik al een eeuwigheid. Jij en ik, Schatkist. Ik en jij.’
‘Schiet nou maar op, die kaarsen staan er niet voor niets. Als ik het goed heb gehoord van Drijfhout daar, zijn er zowaar gasten op komst! Blinkt je zwaard?’
‘Blinkt!’
‘Is ie scherp?’
‘Zo scherp als jij.’
‘Ik hoor voetstappen! Daar ga je.’
Skelet zakte in elkaar, vlak bij Schatkist, voor een maximaal dramatisch effect straks, als de onoplettende piraten te dichtbij zouden komen. Niemand kon zich zo mooi bot voor bot opbouwen als hij. Toevallig.
Toen werd het andermaal stil. Het schijnsel van naderende, brandende toortsen speelde een luguber spel op het verhemelte van de grot. Hun grot.
Schatkist klepperde nog een keertje, heel zacht: ‘Win maar weer, hè? Dat ben je aan je stand verplicht, jij. En aan jou ben ik gewend.’
Er klonk een zucht.
‘Dank je. Ik ook van jou.’

Over de auteur:
Benne van der Velde (1974) schrijft de laatste tijd het liefst sci-fi en fantasy, met als gevolg publicaties in SFterra, Fantastische vertellingen, The Flying Dutch, de Ganymedesbloemlezing editie 2016 en hier op Fantasize.nl. In 2020 was hij jurylid van de EdgeZero schrijfwedstrijd. Een heus ridderspektakelstuk (i.s.m. Hiekelien van den Herik) met gechoreografeerde zwaardgevechten in echte harnassen door enactment/theatergroep Ridderspoor werd in 2004 en 2005 o.a. in Het Archeon, tijdens De Kasteeldagen en op een Elfia-fantasyfair opgevoerd.

Over de illustrator:
Moz (1970) illustrator & vormgever. Doet de vormgeving van cultureel tijdschrift Sintel. Illustreert voor Fantastische Vertellingen, Parmentier, Fantasize e.a. Doet ook de vormgeving en webdesign voor buurt-tv IBTV. In andere hoedanigheid ook schilder & schrijver.

 

© 2020 – 2024 Fantasize, Benne van der Velde & Marcel Ozymantra

You cannot copy content of this page