web analytics
woensdag, februari 1

Vertelling: Deadline – Danitsja Kors

Door Danitsja Kors

‘Wakker worden!’
In het duister naast me stond een oude man in een witte nachtjapon. In zijn hand schommelde een ouderwetse lantaarn. Het kaarsje voorzag zijn rimpels en lange, groezelige dreadlocks van een interessant schaduwspel.
Kreunend wilde ik me omdraaien, maar mijn handen vonden geen kussen, geen dekens, geen bed. Zelfs niet het kleedje dat normaliter voor mijn bed lag. Waar was ik?
‘Niets is wat je denkt, Bram,’ zei de man. ‘Kom’. Met de kracht van een worstelaar greep hij mijn pols en trok me overeind.
Ik kreeg de kans niet om tegen te spartelen, mijn hersenen waren nog bezig met registreren dat hij mijn naam wist.
‘Kun je staan?’
Natuurlijk kon ik staan. Zodra hij me losliet, zakte ik als een zoutzak op de grond.
De ouwe grijnsde zijn rotte tanden bloot. ‘Overmoed komt voor de val, Bram. Dat zou je inmiddels moeten weten.’
In een flits zag ik mezelf de trap in het winkelcentrum oplopen. Daar was ik zojuist nog… Nee, dat kon niet…
‘Je ging naar Piet Elders om je nieuwe bril op te halen,’ zei de ouwe.
Verbaasd keek ik hem aan. Ik herinnerde me dat ik in de lunchpauze mijn bril zou ophalen, zelfs dat ik over die trap liep.
‘Je herinnert je niet dat je de bril hebt gehaald,’ zei de ouwe.
Ik dacht na. Kon me het niet herinneren.
‘Je liep de trap op. Dat weet je toch nog?’
Ik knikte.
‘Ondertussen liep Jozef Hinkstap van de dierenwinkel met een rolcontainer vol hondenvoer op de eerste etage. Zijn rolcontainer kantelde. Denderde over de trap naar beneden. Op de trap liep Sarah de Vries met haar zoontje Storm. Vier jaar.’
In een flits zag ik ze lopen. Sarah moest de blonde dame in de sexy minirok zijn, Storm het dreinende kind dat zeurde over dino’s.
‘Je sprong. Duwde Sarah en Storm uit het pad van de container. Voor jou kwam hulp te laat. Daarom ben je hier.’
Met open mond staarde ik de grijsaard aan. Hield hij me voor de gek?
‘Het was niet eerlijk. Je krijgt een herkansing. De belangrijkste vraag is: zou je je eigen leven weer opofferen om het kind te redden?’
‘Ik…’ Ik herinnerde me niets. Ik liep de trap op. Zag dat sexy minirokje en het on-sexy kind dat mee de trap op werd gesleurd. En nu was ik hier.
De ouwe grinnikte. ‘Weinigen krijgen een herkansing. Red het kind niet en je zult leven.’
Dit moest een nachtmerrie zijn.
‘Het enige wat je moet weten, is dat Storm een moeilijk kind is. Hij wordt beroepscrimineel en doet op zijn veertigste een staatsgreep, en zal dood en ellende zaaien. Ik zou het kind dood laten gaan.’
Hij knipte in zijn vingers.

© Marcel van der Sleen

Het was druk in het winkelcentrum. Voor me op de trap liepen enkele bejaarden, zodat ik tijd had om naar de mooie benen van een tegemoetkomende jongedame te kijken. Jammer dat ze een kind had.
Ineens klonk een afschuwelijk geraas. Er was geen tijd om na te denken. Een rolcontainer met minstens honderd kilo hondenvoer kantelde boven aan de trap, denderde op de vrouw en haar kind af.
Een man achter me dook op de vrouw en het kind af. Hij had eenzelfde kale plek op zijn achterhoofd als ik. Ik weet niet waarom ik dat dacht en of dat de reden was dat ik een allesverzengende drang voelde om hem niet in gehakt te zien veranderen.
Ik handelde in een impuls. Gooide mijn gewicht tegen de container om hem uit zijn baan te brengen. En in een vlaag van verstandsverbijstering greep ik het kind en trok het met mij onder de container.

‘Wakker worden!’
In een aureool van licht schuifelde een stokoude rastaman in een spierwitte jurk op me af. Zijn gezicht kwam me bekend voor en toen hij glimlachte, wist ik het zeker: dit was Bob Marley. Als tachtigjarige. Wat niet kon, want hij was dood. Dit moest dus een droom zijn. Of een nachtmerrie. Het ouderwetse lantaarntje waarmee hij zwaaide, gaf me de rillingen.
‘Niets is wat je denkt, Bram,’ zei hij. ‘Je hebt het enige juiste gedaan. Ik ben onder de indruk. Als je hier een kruisje wilt zetten, dan kun je terug.’
Zoals in iedere slechte droom, veranderden de letters op het papier in krioelende wormen. De punt van de ganzenveer brak toen ik een kruisje zette.

Ik werd wakker met koppijn. Dat kwam natuurlijk door die deadline voor die stomme Sssoepsap Sssoepzak-commercial. Ik moest niet vergeten in de pauze mijn nieuwe bril op te halen. Wat een rotdag!
In het winkelcentrum was het druk. Achter een paar bejaarden liep ik de trap op.
‘Hé, Bram,’ riep een blonde dame in een minirokje.
Voor ik wist wat me overkwam, omhelsde ze me. Alleen door de bejaarde voor me beet te grijpen, lukte het me om te blijven staan. Net op dat moment zag ik boven aan de trap een hoge toren zakken hondenvoer heen en weer schommelen.
‘Houd die container tegen!’ riep ik.
Als een wonder schoten mensen op de wiebelende toren af. Alles leek zich in slowmotion af te spelen. De brokkentoren wankelde. Handen reikten naar de zakken, vonden houvast. Iemand lachte.
Een afschuwelijk moment dacht ik de dood in de ogen te hebben gekeken, tot iemand mijn naam zei.
Naast me stond nog steeds de dame in de minirok. Ze kwam me bekend voor, maar ik wist niet waarvan.
‘Ik ben het, Sarah.’ Ze had parelwitte tanden en een schattig sproetje naast haar bovenlip.
Er begon me iets te dagen. Iets met een dreinend kind. Paniekerig keek ik om me heen. De toren hondenvoer was al verdwenen en mensen liepen de trap op en af alsof er niets was gebeurd. Ik zag geen kind. Ik slikte. ‘Waar is… Storm?’
Ze fronste. ‘Ik ken geen Storm. Jij bent toch Bram Vink?’
‘Ik, ehm… Bram Vogelaar. Sorry.’
Ze glimlachte. ‘Sorry, ik dacht even dat…’
Ik haalde mijn schouders op. ‘Helaas.’
Ze glimlachte nog steeds. ‘Zeg, volgens mij heb je zojuist een vreselijk ongeluk voorkomen. Ik… ehm…’
De blosjes op haar wangen kriebelden in mijn buik.
‘Sorry,’ zei ze. ‘Normaal ben ik niet zo brutaal, maar een held als jij zou ik graag beter leren kennen. Koffietje doen?’
Koffietje doen klonk vreselijk burgerlijk, knus en verleidelijk. ‘Ik, ehm… Ik heb een deadline. Straks. Vandaag.’
Haar mondhoeken gingen naar beneden.
Was dit het moment dat ik haar nummer moest vragen voor ze uit mijn leven zou lopen? Maar dat kon toch niet, zomaar een wildvreemde dame…
‘Misschien kom ik je nog wel eens tegen,’ zei ze. En ze liep verder.
Plots kreeg ik het gevoel dat dit moment, dit nu, hier op deze trap de plek was waar mijn leven gedoemd was om voorgoed te veranderen. Een ijzig moment stond ik als bevroren op de treden, onmachtig om te bewegen.
Als ik nu niets deed, was ik haar kwijt, dat wist ik zeker. Net als dat ik ontslagen zou worden als ik de deadline voor de Sssoepsap-Sssoepzak-commercial niet haalde. Elke seconde dat mijn hersenen alle voors en tegens afwogen, was Sarah een stap dichter bij de uitgang, waarna ze, misschien voor altijd, in de menigte zou oplossen.
Ik weet niet wat me bezielde. Misschien wilde ik geen Sssoepsap-Sssoepzak-Sssukkel zijn, en besefte ik daardoor dat Sarah een veel belangrijkere deadline was. ‘Sarah!’ riep ik, voor ik achter haar aan snelde.

 

Over de auteur:
Danitsja Kors (1975) woont in Leeuwarden met haar man en een hond. Al vanaf haar eerste schooldag wilde ze schrijfster worden, maar na twee jaar oefenen, besefte ze dat ze nog steeds niet zo goed was als Roald Dahl of Piet Prins (van
Snuf de hond). Ze besloot dat in een circus werken een meer zekere vorm van inkomsten bood.
Na jarenlang dagdromen, belandde ze uiteindelijk op de secretaresseschool, waar ze sneller dan haar schaduw leerde typen.
Het liefst schrijft ze griezelverhalen en fantasy voor jeugd en YA, met af en toe een uitstapje naar korte verhalen voor volwassenen, waarin ze, naar eigen zeggen, haar bloeddorst helemaal kwijt kan.
Een aantal van haar verhalen won een prijs of werd gepubliceerd. Enkele daarvan zijn te lezen in haar digitale atelier.

Over de illustrator:
Marcel van der Sleen (1984)  is opgeleid tot grafisch vormgever, maar de drang om te tekenen bleef. Daarom is hij ook als illustrator aan de slag gegaan. Zijn hart ligt bij fantasy & sciencefiction, omdat hij daarin zijn fantasie en beeldend vermogen helemaal vrij kan laten.

 

© 2020- 2023 Fantasize, Danitsja Kors & Marcel van der Sleen

You cannot copy content of this page