web analytics
maandag, mei 16

Vertellingen: 1897 – deel 1

Een verhaal van Terrence Lauerhohn in vier delen.

1

Vlerken slaan klappend open, jagen de nevel op. Waar de jager over de Laguna Veneta scheert, rimpelt het water, kleurt het zwart. De volle maan gidst de dood naar het leven.

***

Bedachtzaam verschoof Giacomo de drie velletjes met schematisch getekende menselijke vormen tot ze in een boog op zijn bureau lagen. Elk blaadje toonde de afbeelding vanuit een ander gezichtspunt. De gerechtsarts had met een rood potlood de plaatsen gemerkt waar verwondingen waren aangetroffen, niet door vissen of ratten veroorzaakt. Een groot stuk van de hals was op elk blaadje vet gearceerd. Daar ontbrak het weefsel, net als bij de zestien andere jonge slachtoffers. Prooi waren ze, voor de monsters die het liefst in de nachtelijke uren hun verderfelijke daden pleegden: verkrachters en moordenaars. Het was hun schuld dat hij aan dit bureau vastgeroest zat. Hij klemde zijn kaken op elkaar, vloekte door zijn tanden heen.
Alle slachtoffers waren vermoord in een tijdsbestek van drie maanden. Drie achtereenvolgende nachten per maand meerdere doden. Hij huiverde bij de herinnering aan de staat waarin de lijken waren gevonden. Eén gek had alle moorden gepleegd, volgens de arts. Deze gek moest dan wel de meest beestachtige krankzinnige zijn die er bestond, of hij was de meester van een monsterlijke hond met vlijmscherpe snijtanden.

Giacomo stopte de nieuwe tekeningen samen met de stapel oudere in een la en knalde die dicht. Zijn carrière, er zat geen schot in. Deze zaak bewees het. In drie maanden tijd had niemand van zijn meerderen gevraagd waarom het onderzoek zo traag vorderde. Hij was slechts een hypocriet signaal naar de bevolking toe, dat de overheid zich ook om de minder fortuinlijke burgers van Venetië bekommerde. Men had hem echter wel streng opgedragen de obscure regelmaat waarmee de moorden plaatsvonden en de opvallende overeenkomsten tussen de slachtoffers stil te houden. Paniek onder het plebs zien te voorkomen, dus.
Enkele kloppen op de deur van zijn kantoor haalden hem uit zijn overpeinzingen. De iele Di Pietro stak zijn hoofd naar binnen. ‘Ispettore, excuseer. Signorina Ottoboni wenst u te spreken.’
Bij het horen van de naam Ottoboni vloog Giacomo uit zijn stoel, alsof er een veer uit de zitting losschoot en hem katapulteerde. ‘Laat haar meteen binnenkomen, Di Pietro.’
Voor het kereltje de kans kreeg zich om te draaien, stapte de edele dame vanachter hem tevoorschijn. ‘Ispettore.’ Haar stem was zwoel als een Venetiaanse zomer. Ze ontblootte haar rechterhand en bood die aan.
Giacomo boog het hoofd. ‘Aangenaam, signorina.’ Haar sierlijke vingers hulden zijn palm een moment in haar vrouwelijke warmte. Hij wees uitnodigend naar de stoel tegenover hem. Zij, gekleed volgens de laatste Parijse mode die de Italiaanse welgestelden tegenwoordig droegen, nam elegant plaats op de zitting.

© Gert-Jan van den Bemd

Nu pas vond Giacomo het gepast om zijn bezoekster aandachtiger aan te kijken. Het puntje van haar fijngevormde neus raakte de voile die van haar opzichtige hoofddeksel neerhing, waardoor de donkere sluier iets opbolde. De omtrek van haar gezicht schemerde erdoorheen. Het was een slank gelaat, niet dun. Met een kaaklijn die getrokken leek te zijn door Da Vinci zelf. Haar volle lippen weken een vingerbreedte van elkaar, haar half neergeslagen ogen veroorzaakten melancholie.
De signorina bracht een hand tussen haar gelaat en het felle gaslicht. Hij draaide direct de lamp op zijn bureau in een lagere stand. ‘Wat brengt u hier, op dit late tijdstip, signorina?’
De edele jongedame drapeerde de voile over de rand van de hoed. ‘Ispettore, ik…’ Ze sloeg haar wimpers neer. ‘Ik kom u om bijstand vragen.’ Ze klonk stellig, met een bijna niet te bespeuren vleugje verontrusting.
Hij keek langs haar heen, naar de deur. ‘Bent u alleen gekomen? De straten van Venetië zijn niet veilig, signorina.’
Ze lachte minzaam. ‘U kunt gerust zijn. Mijn bediende wacht buiten. Bij mijn koetsier, en bij mijn vader. Ik ben hier omdat hij zich zorgen maakt.’
‘Waarom vergezelt uw vader u niet naar mijn kantoor?’ vroeg hij voorzichtig.
‘Mijn vader is te zwak. Zijn benen dragen hem niet verder dan van onze voordeur naar het rijtuig.’
‘Het spijt me zeer dat te vernemen, Signorina. Op welke wijze kan ik uw familie van dienst zijn?’
Ze begon aarzelend: ‘Mijn zus heeft ons ouderlijk huis verlaten, na een verhitte discussie met mijn vader. De ruzie vond drie en een halve maand geleden plaats. Sindsdien hebben we niets meer van haar vernomen. Ze heeft geen adres achtergelaten. Mijn vader en ik maken ons grote zorgen.’ Ze slikte. ‘Haar vermissing is de oorzaak van mijn vaders ziekte, ispettore.’
Vanaf halverwege luisterde Giacomo met een half oor, zonder het te laten merken. Een dochter die haar biezen had gepakt, haar eigen leven was gaan leiden. Zo besloten na een ordinaire ruzie met haar vader. Geen vermissing, slechts een tijdrovende affaire, indien hij meehielp met zoeken. Dat zijn meerderen de signorina naar hem hadden verwezen, bewees opnieuw dat het vinden van de dader hen niet werkelijk interesseerde.
‘We vermoeden dat ze zich ergens in de stad bevindt. Venetië is onze laatste hoop,’ fluisterde de signorina. Ze greep zijn rechterhand weer vast. Haar vingers trilden.
‘Ik zal zien wat ik voor u kan doen.’ Het was eruit voordat hij zijn oorspronkelijk bedoelde antwoord uitsprak. De emotie in haar aanraking, haar lieflijk uitgesproken smeekbede, vermurwden hem. ‘Komt het u en uw vader gelegen dat ik u beiden morgenmiddag bezoek, zodat we de kwestie verder kunnen bespreken?’
De signorina pakte zijn hand weer vast. Ditmaal was er geen nervositeit in haar vingers te bespeuren. ‘Dank u, ispettore. Dank u.’ Ze klonk opgelucht. ‘Uw betrokkenheid zal mijn vader geruststellen en zijn gezondheid weldoen. U maakt mij erg gelukkig.’
Giacomo liep met haar mee naar de uitgang en sprak een tijdstip voor de visite af.

Buitengekomen wenkte hij de begeleiders, die direct gehoor gaven aan het gebaar. Hij knikte naar haar vader, een ineengezakte schim achter het venster in het portier. Het schijnsel van de straatlantaarns verlichtte enkel het afgeleefde gezicht. De oude man staarde recht voor zich uit.
Zijn dochter keek met een door verdriet geplaagd gezicht naar het rijtuig. ‘Ik heb hem afgeraden mee te komen.’
‘Ik zie dat de man lijdt, signorina. Ik beloof u nogmaals dat ik alles doe wat in mijn vermogen ligt, om uw zuster snel te vinden.’
Ze bedankte hem met een hemels glimlachje. Ondertussen had haar broos uitziende bediende het koetstrapje neergelaten. Ze liet zich door de voerman in het rijtuig helpen.
Hobbelend en ratelend sloeg de koets een zijstraat in. Giacomo keek in gedachten verzonken een tijdje naar de plaats waar het rijtuig verdwenen was. Hij moest er maar het beste van zien te maken. En wie weet, een patriciërsfamilie tevreden stellen zou zijn stagnerende loopbaan misschien op gang kunnen laten komen. Hoeveel moeite kostte het eigenlijk om een weggelopen signorina van oude adel terug te vinden? In welke kringen zou ze verkeren? Ze zou zich niet afzijdig houden van haar eigen soort. Daar waren er niet zo heel veel van in Venetië. Met dat als stimulans liep hij weer naar binnen.

Deel 2 verschijnt volgende week.

Over de auteur:
Terrence Lauerhohn is geboren op 31 mei 1960 in een Brabantse wieg te ’s Hertogenbosch. Pas op 51 jarige leeftijd schreef hij zijn eerste roman, ‘Noptula’ (science-fiction), die goede reviews ontving. Sindsdien zijn en worden een flink aantal kortverhalen van hem in genre-magazines en verhalenbundels gepubliceerd, waarvan verschillende zelfs in de USA. Terrence houdt zich het liefst niet aan een bepaald genre binnen de verbeeldingsliteratuur, zodat zijn grenzeloze fantasie alle richtingen van het onwerkelijke kan inslaan. Het auteurschap blijkt zijn passie te zijn, ontdekte hij. Zijn Dark-Fantasyroman, ‘De Negen Cirkels’ (2014-Zilverbron), was een van zes genomineerde titels voor de Hebban Awards 2015, categorie Fantasy. In 2015 publiceerde hij ‘Wegversperring’ (thriller-debuut), bij aquaZZ, i.s.m. Ambilicious. ‘Nirwana’ (2016/Ambilicious) is zijn derde boek en tweede thriller. ‘Nirwana’ is een kafkaësk verhaal met een dystopisch tintje. Op 5 november 2018 verscheen zijn vierde boek, ‘Zielenmenners’ (fantasy/spanning, met horrorelementen), bij Ambilicious. In het najaar van 2019 debuteerde hij met zijn misdaadroman ‘Blauwe bonen’ (Ambilicious).

Over de illustrator:
Gert-Jan van den Bemd (Breda, 1964) is schrijver, kunstenaar en wetenschapsjournalist. Hij publiceerde twee romans (De Verkeerde Vriend, 2018 en Na De Val, 2019) en verhalen en gedichten in onder andere Tirade, Extaze, Op Ruwe Planken en Ganymedes. Met zijn beeldend werk exposeerde hij in Nederland, België, Marokko, Hongarije, Litouwen, de Verenigde Staten van Amerika en Zuid-Afrika.

 

© 2020-2022 Fantasize & Terrence Lauerhohn & Gert-Jan van den Bemd