web analytics
maandag, november 28

Column: Exotisch en onaards

Door Terrence Lauerhohn

What’s in a name… Hij die Bilbo heet, met elke andere naam, zou ook een hobbit zijn geweest. Blader eens door enkele willekeurige fantasy- en sciencefictionboeken, zoals In de ban van de ring van John Ronald Reuel Tolkien of Tschai, een fictieve planeet uit de gelijknamige romanreeks van Jack Vance. Oer-Hollandse namen als Pietersen, Jansen, Klaassen zul je weinig of niet in dit soort boeken tegenkomen.
Maar waarom heet Bilbo Baggins (Balings in het Nederlands) bijvoorbeeld niet gewoon Frits Jansen? En was het echt nodig om Tschai zo’n moeilijke naam te geven? Zouden de bewoners ervan echt niet op een eenvoudiger uit te spreken naam kunnen zijn gekomen? Iets als Terra of aarde, of Mercurius, Venus, Mars, Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus… of zelfs Pluto. Alle planeten – en eentje die het niet meer mag zijn – in ons zonnestelsel, en geen enkele van deze namen legt onze tong in de knoop.

© Heiner via Pexels

Fantasyschrijvers willen met vreemd klinkende namen natuurlijk benadrukken dat hun verhalen in een andere, niet-menselijke cultuur, plaatsvinden (en die door hen verzonnen is). Onwerkelijk aandoende namen zijn ook belangrijke elementen bij de wereldbouw, een techniek die nogal karakteristiek is voor sciencefiction- en fantasyverhalen en waarbij het erom gaat om tot in de kleinste details een geloofwaardige samenleving te creëren, met zelfs eigen talen. Neem het Klingon in Star Trek, waarin zelfs cursussen gegeven worden.

In veel boeken in de verbeeldende genres komen zowel makkelijk uit te spreken als vrijwel onmogelijk uit te spreken exotische namen voor, net als in onze werkelijkheid. Toch ben ik geen voorstander van al te ingewikkelde namen in sciencefiction- en fantasyverhalen, omdat die ook de groove van het lezen kunnen verstoren. Bij zulke namen worden mijn gedachten namelijk nogal eens afgeleid, naar de vraag hoe ze precies worden uitgesproken. Tschai is hier een mooi voorbeeld van, maar ook Cthulhu, een buitenaardse godheid uit de verhalen van H. P. Lovecraft. Daar had ik in het begin ook wat problemen mee, en ik wende er pas aan nadat ik heel wat verhalen van hem had gelezen.

Ook Lovecrafts collega’s hadden aanmerkingen op de naam Cthulhu, maar hij kwam met een prachtverklaring op de proppen (die alle andere schrijvers met een voorliefde voor ingewikkelde namen als excuus kunnen gebruiken). Volgens Lovecraft is een naam als Cthulhu juist vanzelfsprekend, omdat het de naam van een buitenaards wezen is, waarvan de anatomie heel erg verschilt met die van de mens. Dus ook Cthulhu’s stembanden… als het gedrocht al stembanden en een gekanteld strottenhoofd heeft en niet met andere soorten organen spreekt. Voor zo’n wezen zouden onze oer-Hollandse namen waarschijnlijk niet uit te spreken zijn, en wie weet… wellicht komen die daarom wel in de sciencefictionboeken van zíjn soortgenoten voor.

Deze column verscheen eerder op Trillzone.

 

© 2020 – 2022 Fantasize & Terrence Lauerhohn

You cannot copy content of this page