web analytics
zondag, april 21

Vertelling: Czirok – Germain Droogenbroodt

Door Germain Droogenbroodt

“Es ist heut´ zu Tage kein leichtes, beim Gehen den Boden nicht zu berühren”
Vrij naar de titel van een verzamelbundel van Herbert Achternbusch (1938 – 2022)

Buiten mijzelf en enkele ouderlingen, die slechts bij vergissing nog in leven zijn, zal er zich wel niemand de dag herinneren waarop Czirok, zingend én vioolspelend, hemelwaarts vloog.

Toen ik hem voor het eerst zag, voelde ik het meteen: hij was een bovenaards wezen. Zijn geblesseerde kop was blauw en gezwollen en zijn rechterwenkbrauw eerder onhandig dichtgenaaid, maar uit zijn ogen straalde een rust die de ziel tot op het bot beroerde. Zo moet er een gevallen engel uitzien, heb ik toen gedacht. Hij musiceerde niet op een harp, maar op een oude viool. Deze discrepantie ten spijt werd ik door de hemelse muziek dermate geboeid, dat ik geen stap meer kon verzetten. Ook andere voorbijgangers raakten door de wondere verschijning gefascineerd. Als er geapplaudisseerd werd, boog hij diep en bloosde een beetje. Een van de toehoorders beweerde, dat de violist vroeger in een filharmonisch orkest had gespeeld, dat hij ziek geworden was en dat hij vroegtijdig op pensioen was gesteld. Maar ik geloofde die toehoorder niet. Hij is een gezant van de hemel, dacht ik, ook al is hij in lompen gehuld.

Alhoewel er steeds meer mensen bleven luisteren, waren er ook heel wat die naar de andere kant keken, een verveeld of hooghartig gezicht opzetten of bitter boos scholden omdat hij de toegang tot de ondergrondse belemmerde. Hun ogen verzachtten niet. Maar zij, die langer naar de wondere melodieën luisterden, raakten in een vreemde, bovenaardse sfeer en kregen diezelfde zachte glans in hun ogen. Er kwamen nog altijd toehoorders bij, zodat de toegang tot de ondergrondse dreigde te verstoppen, wat uiteraard niet mocht. De geüniformeerden grepen dus in, floten en schreeuwden. Ze sloegen de zachtmoedigen met de wapenstok uiteen, ze sloegen op Cziroks geblesseerde kop, trapten zijn instrument in de prak.

De daaropvolgende nacht droomde ik van een wereld waaruit men de muziek verbannen had, waar men in plaats van koren of rijst opium en injectiespuiten verbouwde, waar papaverplanten woekerden, vraatzuchtiger dan zeeanemonen. Een wereld, waar mensen met harde, dierlijke ogen heersten en met regelmaat moordende klopjachten organiseerden op hun soortgenoten met verkeerder blik.

© Laura Jebbink

Jaren later ontmoette ik hem weer, spelend, zoals nooit voorheen. Er waren wel honderdduizend mensen van verre einders toegestroomd. Jongeren en ouderen, verlichte en verwarde geesten. Maar als hij speelde werden ze allemaal stil en verdween de grauwte uit hun blik. Toen hij samen met zijn wonderbaar vioolspel ook nog ging zingen, werd het menigeen te veel. Zijn stem was als des hemels, zo ontroerend en zacht, dat zelfs Orpheus uit zijn graf tevoorschijn kwam om Czirok en zijn viool te horen zingen. Hij zong zo hartverscheurend over de liefde, over de vrede en over andere wondere dingen, dat zij die het aanhoorden elkander als broeders in de armen vielen, al spraken ze niet dezelfde taal, al hadden zij niet dezelfde kleur. Ze zwoeren vrede tot aan het einde der tijden en god weet wat alles nog meer.

Maar terwijl Czirok musiceerde en zong, lette er niemand op de vreemde lieden, die zich onopgemerkt tussen de menigte zachtmoedigen mengden. Hun gezicht hielden zij achter hun kraag verborgen, waarop tekens waren aangebracht, die verblindend schitterden in de zon. Maar terwijl de zachtmoedige man zo indringend speelde en zong, zodat menigeen dacht dat hij droomde, schoof als een duister voorteken een grauwe wolk voor de zon, hielden de bomen hun adem in en zwegen de vogels als de dood. Czirok zong en speelde verder, alsof hij niets had gezien, niets had gehoord. Maar in zijn ogen welden tranen op. Had de weemoed hem plots overmand? Zijn ogen staarden, alsof hij vreemde visioenen had. Toen ontbrandde er een schot, één enkele doffe knal. Czirok stortte neer als een getroffen duif. Bitterheid, afschuw en vertwijfeling lag in aller mond, maar Czirok verroerde zich niet meer.

De zevende dag na zijn dood is hij verrezen. Op zijn schouders waren er vleugels gegroeid van het soort dat men enkel bij engelen treft. Als hij ze eenmaal op een neer bewoog was hij al huizenhoog. Maar voor hij uit het zicht verdween nam hij nog eenmaal zijn viool, zette er met zachte hand zijn strijkstok op en zong nog een allerlaatste keer: voor mensen met zachte, dromerige ogen.

 

Over de auteur:
Germain Droogenbroodt is Belg, maar woont reeds 36 jaar in Spanje. Hij schreef een dozijn kortverhalen en essays, maar is vooral een internationaal bekend dichter. Zijn poëziebundels werden in 31 landen gepubliceerd, zelfs in China en Japan waar zijn filosofische poëzie als Taoïstisch en ZEN wordt beschouwd. Zijn gedichten werden met meer dan een dozijn internationale poëzieprijzen bekroond. Hij werd in 2017 zelfs aanbevolen voor de Nobelprijs literatuur. Jaarlijks wordt hij op de belangrijkste internationale poëziefestivals geïnviteerd. Hij is ook vertaler, uitgever en promotor van moderne internationale poëzie, onder andere van het internationaal gewaardeerd project Poëzie zonder Grenzen, moderne poëzie uit alle werelddelen, gepubliceerd in meer dan 30 talen.

Over de illustrator:
Mijn naam is Laura Jebbink. In 2016 ben ik afgestudeerd aan de Wageningen Universiteit en ben ik opgeleid tot ecoloog. Tekenen en schilderen is altijd een groot onderdeel geweest van mijn leven en sinds 2021 ben ik dan ook als illustrator aan de slag gegaan. Het fantasygenre heeft altijd een grote aantrekkingskracht op me gehad door de vrijheid die het me geeft en laat voelen. Van jongs af aan zijn draken dan ook een van mijn favoriete onderwerpen. Ook maak ik graag natuurillustraties waarbij ik mijn studie en mijn passie kan combineren. Voor een indruk van wat ik zoal teken en schilder: https://www.instagram.com/laurajebbink

 

© 2020 – 2024 Fantasize, Germain Droogenbroodt & Laura Jebbink

You cannot copy content of this page