web analytics
zondag, mei 19

Interview met Vamba Sherif en Martijn Lindeboom over De komeet – deel 1

Door Isabelle Plomteux

Met als ondertitel ‘speculatieve verhalen voor een nieuw Nederland’ bracht uitgeverij De Geus onlangs de verhalenbundel De komeet uit. De bundel bevat bijdragen van Chris Polanen, Rashid Novaire, Rochita Loenen-Ruiz, Dido Michielsen, Mira Feticu, Roderick Leeuwenhart, Clarice Gargard, Sholeh Rezazadeh, De Chrononauten, Shantie Singh, Khadija al Mourabit, weegbree, Liang de Beer en Vamba Sherif en Martijn Lindeboom. Alle auteurs vertrokken van hetzelfde bronmateriaal: het verhaal De komeet van de Amerikaanse auteur en mensenrechtenactivist W.E.B. Du Bois. Ter gelegenheid van het verschijnen van de verhalenbundel met de gelijknamige titel werd dit in 1920 geschreven verhaal door Adiëlle Westercappel nu voor het eerst naar het Nederlands vertaald. Stof genoeg dus voor een goed gesprek met de samenstellers van de bundel, Martijn Lindeboom en Vamba Sherif, en met deelnemende auteurs Khadija al Mourabit, Liang de Beer, Rochita Loenen-Ruiz, Roderick Leeuwenhart en weegbree. Deze week vertellen Martijn Lindeboom en Vamba Sherif hoe de bundel tot stand kwam en waarom ze het verhaal van W.E.B. Du Bois als uitgangspunt namen, volgende week lichten de auteurs hun bijdrage toe en delen ze hun visie op speculatieve fictie.

Dag Vamba en Martijn, kunnen jullie jezelf even voorstellen?
Vamba Sherif: Ik ben schrijver, journalist, essayist, docent Afrikaanse literatuur op Leiden Universiteit. Mijn romans en verhalen zijn in verschillende talen verschenen, waaronder Nederlands, Engels, Frans, Duits.
Martijn Lindeboom: Ik ben schrijver, redacteur, schrijfwedstrijdencoördinator, schrijfdocent, Taekwon-Do master en jurist-in-ruste. Mijn debuut verscheen in 2005: De legende van de zwarte wolven, een fantasynovelle. Sindsdien heb ik nog een tiental boeken gepubliceerd; historisch, sciencefiction, fantasy, horror en non-fictie.

Hoe kregen jullie het idee om samen een verhalenbundel met speculatieve fictie te maken?
Martijn: Het viel me in de ruim tien jaar dat ik bij de organisatie van de Harland Awards betrokken ben, steeds meer op dat de deelnemers van die schrijfwedstrijd vrijwel allemaal witte mensen zijn op een paar uitzonderingen na. Ook is de boekenvak in het algemeen en de speculatieve schrijvershoek daarvan vrijwel uitsluitend wit. Dat vond ik gek. Ik weet zeker dat sciencefiction en fantasy niet een exclusief witte aangelegenheid is. En als het dat wel zou zijn, dan vind ik dat enorm stom en zonde. Daarom nam ik contact op met Vamba, die ik kende van het festival Other Futures uit 2018, dat in het teken stond van Afrofuturisme en SFF uit de Afrikaanse diaspora.
Vamba: Toen Martijn mij benaderde om een persbericht te sturen met een oproep voor meer diversiteit, stelde ik meteen voor om samen te werken aan bundel met schrijvers met verschillende achtergrond.

cover van De komeet

Wisten jullie meteen welke invalshoek de bundel zou hebben?
Martijn: Vamba had net The Comet van W.E.B. Du Bois herlezen en hij vertelde daar enthousiast over in het kader van ons plan. Dat klonk mij als een geweldig startpunt in de oren: een ‘wat als?’-verhaal ten voeten uit, geschreven door een zwarte man in de nog hevig gesegregeerde samenleving van de VS in 1920.
Vamba: Ik wilde weten hoe schrijvers van nu dachten over de zwart-witverhouding. Hoe zouden ze daarop reageren vanuit hun eigen perspectieven in een sciencefiction- of fantasyvorm, net als Du Bois dat honderd jaar geleden deed. De komeet is het resultaat.

Was De komeet al eerder naar het Nederlands vertaald of is dat ter gelegenheid van de bundel gebeurd?
Martijn: Nee, The Comet was nog niet vertaald en de uitgever heeft echt even moeten puzzelen qua rechten of we het mochten gebruiken. Maar dat bleek goed te komen en dus heeft Adiëlle Westercappel de vertaling gemaakt.

Hoe kozen jullie de auteurs die meewerkten aan de bundel? Het viel me op dat de meesten een eerder literaire achtergrond hebben. Was dit een bewuste keuze? Of zijn er momenteel gewoon heel weinig Nederlandse auteurs met een diverse culturele achtergrond die speculatieve fictie schrijven? Zo ja, waar ligt dit aan, naar jullie mening?
Martijn: We zijn gaan brainstormen over wie we wilden vragen. De basisconstatering dat we te weinig SFF van niet-witte auteurs zien in Nederland, zorgde er al voor dat we breder moesten kijken dan de normale SFF-scene. Chris Polanen heeft met Waterjager natuurlijk een dystopische toekomstroman geschreven, passend ook in het CliFi-subgenre. En Rochita Loenen-Ruiz is wel een bekende naam in de Nederlandse én de internationale SFF-wereld.
Verder hebben we ons net heel breed uitgeworpen. Naar auteurs die we kennen of waarvan we gehoord hebben dat ze van speculatieve fictie houden. Soms vingen we bot, maar velen waren ook erg enthousiast om mee te doen.

Alle auteurs vertrokken dus van hetzelfde bronmateriaal. Leverde dat verhalen op die qua thematiek nauw bij elkaar leunen? Of zijn de verhalen op dat vlak net heel verschillend?
Martijn: We hebben een inspiratiezoom gehouden met het merendeel van de auteurs en daarbij hebben we ze op het hart gedrukt: lees The Comet en denk er over na, maar schrijf je eigen verhaal. Het verhaal is een inspiratiebron, een moment van verwondering, maar het is niet de bedoeling om een tiental varianten op dat verhaal te schrijven. Uiteindelijk is de bundel een uiting van diversiteit: geen enkel verhaal lijkt op de andere verhalen en alleen het verhaal van Vamba en mij, De gloed van de wederhelften is echt een reactie op De komeet.
Vamba: We wilden de schrijvers niet beperken in hun reactie tot het verhaal van Du Bois. Bovendien was het idee om sciencefiction en fantasy diverser te maken.

In de introductie op de website van De Geus las ik het volgende: “Sciencefiction, fantasy en soortgelijke genres hebben de potentie om inclusief te zijn, om allerlei gezichtspunten over het voetlicht te brengen. In Nederland zijn de schrijvers van dit soort werk overwegend wit, en hun thematiek en personages vaak weinig divers.” Zijn jullie het met dit laatste eens? Hoe komt dit, naar jullie mening? En hoe kan daar verandering in gebracht worden?
Martijn: Sowieso is het een feit dat de auteurs overwegend wit zijn. Vrijwel uitsluitend zelfs. Daarom zijn we aan dit project begonnen. Of de thema’s en personages weinig divers zijn, weet ik niet precies, maar een feit is dat – en ik spreek uit ervaring als witte schrijver – je altijd uit je eigen ervaringskader schrijft. Fantasy kan heel veel nieuwe thema’s en personages creëren, maar als je uit een andere achtergrond, cultuur of traditie komt, dan zijn jouw verhalen ook anders, met andere thema’s en personages. Dat kunnen enorme verrijkingen van het Nederlandstalige schrijverspalet zijn.

Een verhalenbundel met Nederlandstalige speculatieve fictie samenstellen is een ding, de bundel uitgegeven krijgen een tweede. Hoe hebben jullie dat aangepakt?
Martijn: We vonden dit een goed idee, hebben al ons enthousiasme en onze plannen in een boekvoorstel gegoten en opgestuurd naar uitgevers. En tot onze blije verrassing wilden twee uitgeverijen de bundel uitgeven, nog voor er een woord op papier stond. We hebben voor De Geus gekozen en moesten toen twee jaar keihard aan de slag om de bundel te realiseren.

Hebben jullie nog gezamenlijke plannen?
Vamba: Ja, we gaan werken aan andere projecten! We blijven Nederland verrassen!
Martijn: Tot en met augustus hebben we elke maand wel een De komeet-gerelateerd optreden, dus we gaan samen gezellig voort. Heel voorzichtig hebben we al een paar keer geroepen dat we wellicht nog een project samen gaan oppakken, maar wat en hoe, dat weet ik nog niet.

Presentatie van De komeet, eigen foto

Nog even kort over jullie verhaal. Waar gaat het over?
Martijn: Ik schreef mijn verhaal samen met Vamba en we wilden nadrukkelijk reageren en voortborduren op het verhaal van Du Bois. In ons verhaal is de komeet niet overgescheerd, maar daadwerkelijk ingeslagen (o.a. door een onbezonnen actie van de Amerikaanse Space Force). Het Noordelijk Halfrond en dus ook Nederland zijn zo goed als onbewoonbaar geworden en miljoenen zijn opgevangen in Afrikaanse vluchtelingenkampen. Een jonge Groningse vluchtelinge, uitgerust met geavanceerde Afrotech, keert terug naar haar geboortestad en ontmoet daar een van de overlevenden… het personage dat Vamba tot leven heeft gebracht. Het gaat – net als Du Bois’ verhaal – over een extreme situatie waarin mensen van verschillende achtergronden elkaar ontmoeten. Bij ons is de wereld wél echt anders geworden na de komeet, om te laten zien dat we wel wat opgeschoten zijn de afgelopen honderd jaar. Maar we zijn er nog niet!

Waarom kozen jullie voor dit onderwerp?
Martijn: Als samenstellers van de bundel leek het ons een goed idee om – na dertien volkomen diverse verhalen – weer terug te keren bij het uitgangspunt van het titelverhaal. Grappig is dat ons verhaal pas echt goed op gang kwam nadat we de cover hadden gekozen. De oversized bril heb ik aan mijn hoofdpersoon Daphne gegeven, compleet met haar AI-hulpvogel Bayodé, die in de augmented reality van de bril woont.

Vragen speculatieve verhalen volgens jou om een andere manier van schrijven? En daaruit voortvloeiend, om een andere manier van lezen?
Martijn: Om speculatief te kunnen zijn moet een verhaal bepaalde kenmerken hebben. Het moet een gevoel van verwondering oproepen, of het moet de ‘wat als?’-vraag stellen én het moet zo uitgewerkt worden dat de lezer zijn ongeloof opzij zet voor de duur van het verhaal. Dat is direct ook de andere manier van lezen die nodig is: als je als lezer met een grote dosis scepsis begint aan een verhaal, dan struikel je en vergal je je eigen plezier. Dus ja: een lezer van speculatieve fictie moet zich overgeven aan het verhaal en graag verwonderd willen worden.

Wat is volgens jullie de kracht van speculatieve fictie?
Martijn: Speculatieve fictie kan de lezer een andere blik op de werkelijkheid geven, nieuwe inzichten en overdenkingen, naast mooie avonturen, spanning, sensatie en verwondering natuurlijk. Niet elk verhaal hoeft een filosofische, maatschappelijke of emotionele boodschap te hebben, maar speculatieve fictie leent zich daar wel erg goed voor. Daarnaast is speculatieve fictie vaak een reactie op het heden, de huidige cultuur en mores, waardoor het interessante spiegelbeelden van onszelf kan neerzetten in verleden, toekomst en alternatieve werelden.

 

Volgende week komt deel twee van dit interview online.

 

© 2020 – 2024 Fantasize & Isabelle Plomteux

You cannot copy content of this page