web analytics
dinsdag, mei 28

Tag: poorten

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 6
Actueel, Vertellingen

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 6

Een verhaal van Isabelle Plomteux in zeven delen. De Aïshi zijn er als eerste. Hun donkere ogen branden van woede. Ze vormen geen cirkel deze keer, maar stellen zich in een lange rij achter me op. Ik moet er haast om glimlachen. Ik ga nergens meer naar toe, jongens. Toch niet in deze wereld. Hijgend houden de uitgeputte stormpanters van de bestjerka voor me halt. Hun pels is nu zo goed als doorschijnend. ‘Dwaas!’ De luchtweefster veert overeind en rukt haar bontkap af. Sneeuwwitte ogen in een sneeuwwit gezicht, omlijst door sneeuwwitte haren, boren zich in de mijne. Het rijmpje dat mijn moeder me als kind leerde, flitst door mijn ontzette hoofd. Wit als ijs, wit als sneeuw, ren ren of de ijskoningin gaat met je heen. Wit als ijs, wit als sneeuw, ren ren of de gevallene ...
Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 2
Actueel, Vertellingen

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 2

Een verhaal van Isabelle Plomteux in zeven delen. Bij de eerste wachter! Er is hier iets helemaal mis. De grote, soepele dieren met hun van kleur veranderende vacht horen hier al evenmin thuis als het ei. Ze komen van Bar-Marvoon, twee poorten verderop. Op dit moment is hun dikke pels even wit als de wereld die hen heeft ingepalmd, een teken dat ze behoorlijk uitgeput zijn. In de met botten opgesierde ijsslee van de Aïshi staat een slanke, in sneeuwvossenbont gehulde gestalte. Ik ben te veraf om te zien of het een man of een vrouw is. Een grote kap hult het gezicht van de onbekende in diepe schaduwen. Wel zie ik de arm die wordt geheven, de hand die door de lucht priemt. Recht op Schim en mij af, vingers gestrekt, handpalm naar boven. Nee. Goden, nee. Dit kan niet waar zijn. Een bestje...
Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 1
Actueel, Vertellingen

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 1

Een verhaal van Isabelle Plomteux in zeven delen. Schims donderende hoeven werpen glinsterende banen de lucht in. De stuivende sneeuwkristallen raken ons niet, daarvoor gaan we te snel. De Daruviaanse ijsvlakte flitst onder ons voorbij. De manen van mijn hengst wapperen als aanvalsbanieren. Net als mijn eigen haar. Goden, wat heb ik dit gemist. Ik slinger een triomfantelijke kreet de messcherpe lucht in. Nu de wereld een witte waas is, er niets anders is dan snelheid en mijn hartslag één is met die van het voortrazende paard onder me, voel ik me voor het eerst sinds lange tijd weer leven. De zwaardwond aan mijn rechterbeen, de wond die me maar liefst twee roodmaancycli aan mijn bed in de ziekenzaal van de poortwachtersorde gekluisterd hield, steekt niet of nauwelijks. De ordeheelmeester...

You cannot copy content of this page