web analytics
dinsdag, mei 28

Tag: luchtweefster

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 6
Actueel, Vertellingen

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 6

Een verhaal van Isabelle Plomteux in zeven delen. De Aïshi zijn er als eerste. Hun donkere ogen branden van woede. Ze vormen geen cirkel deze keer, maar stellen zich in een lange rij achter me op. Ik moet er haast om glimlachen. Ik ga nergens meer naar toe, jongens. Toch niet in deze wereld. Hijgend houden de uitgeputte stormpanters van de bestjerka voor me halt. Hun pels is nu zo goed als doorschijnend. ‘Dwaas!’ De luchtweefster veert overeind en rukt haar bontkap af. Sneeuwwitte ogen in een sneeuwwit gezicht, omlijst door sneeuwwitte haren, boren zich in de mijne. Het rijmpje dat mijn moeder me als kind leerde, flitst door mijn ontzette hoofd. Wit als ijs, wit als sneeuw, ren ren of de ijskoningin gaat met je heen. Wit als ijs, wit als sneeuw, ren ren of de gevallene ...
Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 5
Actueel, Vertellingen

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 5

Een verhaal van Isabelle Plomteux in zeven delen. De koningsgriffioen laat zijn gespleten slangentong naar buiten glijden en ademt mijn geur in, voor hij zachtjes ronkend op mijn borst neerzakt. Ik knipper met mijn ogen. Alsof het niets is, knippert hij terug. Voorzichtig maar vastberaden neem ik hem in mijn armen en krabbel ik recht. De Aïsho die hij met zijn gif bewerkte, ligt jammerend aan onze voeten. Vanop hun rijdieren staren de overige Aïshi verstomd naar de kleine griffioen die zich spinnend aan mijn romp vastklampt. In de slee strekt de bestjerka haar arm. Haar hand. Nee. ‘Vlieg,’ zeg ik tegen het dier op mijn borst, ‘vlieg naar huis.’ Ik ruk hem los en werp hem de lucht in. Hoog boven ons, tussen de sneeuwwolken, glinstert de poort. Glinstert de vrijheid. De griffioen kijkt...
Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 3
Actueel, Vertellingen

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 3

Een verhaal van Isabelle Plomteux in zeven delen. Als ik wakker word, lig ik met gespreide benen en armen vastgebonden op een ijskoude, stenen tafel. Ik ben zo goed als naakt. Mijn lange haar hangt los over mijn borstdoek en om mijn linkeronderbeen, daar waar het werd geschampt door mijn eigen pijl, zit een vuil verband. Mijn pas genezen rechterbeen hebben ze gelukkig met rust gelaten. Het grillige litteken steekt als een vuurslang af tegen mijn bleke huid, maar ziet er verder ongeschonden uit. Voor zover je natuurlijk van ongeschonden kan spreken in een situatie als deze. Elke spier, elke vezel van mijn gehavende lijf schreeuwt het uit. Van de kou, van de pijn. Het kan me niet schelen. Ik verdien niet beter. In mijn hoofd krijst Schim nog steeds. Mijn fout, denk ik steeds maar weer. M...

You cannot copy content of this page