web analytics
woensdag, februari 1

Vertelling: De geluksbonbons – Germain Droogenbroodt

Door Germain Droogenbroodt

Het kon er bij Felice gewoon niet in. Hoe kon de mateloze kwelling die het leven voor zoveel mensen toch was, de Schepper tot meerdere eer en glorie strekken? Ofwel was de Almachtige, ofwel was de mens abuis, maar het zielige schouwspel van armoede, terreur en oorlogen op aarde kon toch geen God behagen?
De oorzaak zou wel bij de eigenwijze mensen liggen die, naar hemelse normen, wel aartsdom moesten zijn. Ook in het land van Felice was het geluk zeldzaam geworden. De mensen lachten niet meer, ze hadden het allemaal te druk met het verzamelen van materiële waarden of met het zoeken van wijsheid, die ze tevergeefs in hun smartphone probeerden te vinden.
Op een zonovergoten zondag, kwam voor Felice de Grote Openbaring. Had de Almachtige Guiseppe Maria Clara Felice uitverkoren om de mensheid van haar droefgeestigheid te verlossen? Toen hij van de hoogmis terug naar huis ging, vond hij onderweg een vergeeld papier met daarop in elegant maar klein schrift een tekst. Het bleek geen gewoon papier te zijn maar een soort perkament. De ietwat bijziende Felice kon het niet meteen lezen, maar thuisgekomen kon hij met de hulp van een vergrootglas de tekst ontcijferen. Het bleek een recept te zijn. Geluksbonbons, stond er boven het recept. Felice hield nogal van snoep en iets met chocolade, hazelnoten, hoeveboter en cognac klonk wel verleidelijk. Zeer gecompliceerd bleek de bereiding ook niet te zijn, al vond hij de naam van het recept nogal vreemd. Eronder stond een tekst in het Latijn, maar wat het betekende kon hij niet ontcijferen.

De volgende dag ging hij naar de supermarkt en kocht er de nodige ingrediënten. Thuisgekomen ging hij meteen aan de slag, nauwkeurig de volgorde van het recept volgend. Af en toe proefde hij de bereiding eens die zoet, lekker, maar niet speciaal smaakte. Maar wat zou die vreemde Latijnse tekst beduiden vroeg hij zich af. Zou dat nog een extra smaak zijn? Hij probeerde de tekst hardop uit te spreken. Uit de bonbons kwam een damp die op wierook leek en die zich in de keuken verspreidde. Felice staarde naar de rokende bonbons. Zou dit de bedoeling zijn? Er waren wel meer van die experimentele gerechten. Voorzichtig stak hij er een van in zijn mond. De bonbon smaakte hemels zoet en toen hij hem doorslikte voelde hij een weldadige gloed die niet alleen zijn lichaam maar ook zijn gemoed met warmte en een geluksgevoel vervulde. Voor het eerste in jaren voelde hij zich GELUKKIG.
Zou dat van die bonbons zijn? Dat kan toch niet, of toch? Zou dat perkament een bericht uit de hemel zijn, zoals Mozes indertijd op de berg Sinaï van de God die twee stenen tafelen ontving, een recept van de Almachtige, die de droefenis van de mensheid niet langer kon aanzien? Had God hém, Felice, uitverkoren om de mensheid gelukkig te maken door de moedeloosheid en de ontevredenheid uit hun hart te bannen en de droefheid van hun gezicht te wissen? Felice nam een oude schoendoos, vulde die met de hemelse zoeternij en trok de straat op.

‘Geluksbonbons!’ riep hij de voorbijgangers toe en bood hun de geluksbrengers aan. Maar de mensen liepen onverschillig aan hem voorbij, duwden hem opzij, schreeuwden dat hij ze met rust moest laten, scholden hem uit voor demagoog, bedrieger, politieker en nog meer vieze dingen. Felice begreep het niet. Hoe was dat in godsnaam mogelijk. De menigte die zich anders zo makkelijk door lege slogans en leugens liet verleiden liep aan hem voorbij. Het geluk lag zo voor het grijpen en de mensen vertikten het om er hun hand naar uit te steken.
Teleurgesteld, maar niet bereid zijn verheven taak op te geven, ging Felice op de markt staan, maar ook wilde niemand zijn gelukbrengers hebben. De mensen geloofden al lang niet meer in het geluk! De enkelen die gratis een geluksbonbonnetje ter proef aannamen voelden zich op dat moment wel lekker, maar ze geloofden er toch maar niet in. Ze schreven hun verbeterde gemoedstoestand toe aan het zonnige weer, aan een goede bui of aan of ander geintje. Zum verzweiflen! Maar Felice gaf het niet op, hij probeerde alles, maar dan ook alles wat in zijn mogelijkheid lag om het geluk aan de mens te brengen.
Twee maanden later zat hij helemaal aan de grond. Hij had al zijn spaarcenten in de bonbons gestoken. Wat moest er met hem en met die honderden kilo’s zoet geluk gebeuren? Felice had zelfs de pastoor om raad gevraagd, maar zelfs die geloofde de goddelijke boodschap niet. Ten einde raad ging Felice praten een politicus die bekend stond om zijn redevoeringen, waarmee hij menig kiezer had verleid. En ja, tot grote opluchting van de onfortuinlijke geluksbrenger, was die bereid een poging te ondernemen om met het zoete product de mensen, uiteraard in de allereerste plaats voor zijn eigen welzijn, te verleiden. Hij verspreidde meteen een bericht op wat men social media noemt en zie, de verleidelijke woorden van de politicus geloofde men.

© Yvonne Vetjens

De snoep zou heerlijk smaken en de gebruiker een onomstreden geluksgevoel verschaffen. Dezelfde dag nog vielen er voor Felices woning vijftig doden en honderdzesentwintig gewonden, zo wild was de menigte om het genot verschaffende product te bemachtigen. De voorraad was dan ook in geen tijd als sneeuw voor de zon verdwenen. Het kostte Felice de grootste moeite om de opgehitste genotzoekers tot bedaren te brengen. Jawel, morgen zouden ze er weer zijn, de geluksbonbons, voor iedereen, beloofde hij.
Was de Heer ermee gemoeid of wou de Heilige Stoel haar gelovigen na al die eeuwen dodelijke ernst ook eens een verzetje gunnen? Felices bonbons werden zelfs door de heilige stoel tot de Bonbon van het Jaar uitgeroepen en zie, niet alleen de gelovigen, ook de ongelovigen geloofden nu in de wonderbare werking van het zoete product, zodat er weldra geen levend schepsel meer was, dat de gelukbrengende snoep niet tot zich wou nemen. Geloof het, of geloof het niet, de droefheid viel van het aangezicht der mensen. Meer nog, de aarde die sedert haar ontstaan een schoolvoorbeeld was geweest van egoïsme, materialisme, afgunst en nijd, was weer een aards paradijs geworden.
Nadat de pers, de radio en de televisie zich partijloos achter Felices snoepgoed hadden geschaard, dat zij, de “Felicebonbons” noemden, kwam ook de overheid tot actie. Per ministerieel order werd besloten het gehele land met posters vol te pleisteren: MET FELICE WORDT ALLES ANDERS!
Er werd ook aan de kinderen gedacht natuurlijk. De vrije scholen, tot grote ergernis van de onvrije, hadden de exclusieve distributie van de hemelse bonbons in de wacht gesleept. Een handig middeltje om leerlingen bij de concurrentie weg te ronselen.

Iedere morgen werden er door de leraar gratis geluksbonbonnetjes uitgedeeld en waar men bij de concurrentie de les met een onze vader of een wees gegroet inzette, begon het lesprogramma daar met een door de leraar in de wereldtaal uitgeroepen “EVERYBODY HAPPY?” Waarop de levenslustig geworden jeugd jubelend “YEAH” antwoordde.
Felice kon de vraag naar zijn weldoende product nauwelijks aan. De omzet steeg zoals de inflatie in Zuid-Amerika. Had hij het geluk aanvankelijk ambachtelijk vervaardigd, zo gebeurde het nu met computers en robots. Felice had weldra een fabriek met duizenden medewerkers, maar het geheim verklapte hij aan geen mens en het recept, ooit op een stuk perkament gevonden, had hij vernietigd, opdat het nooit in handen zou vallen van een of andere arglistige multinational die het geheim enkel en alleen zou misbruiken om de massa te misleiden en zijn miljarden te vermenigvuldigen.
Er was geen mens die het geluk van Guiseppe Felice kon beschrijven: dag na dag verlieten twintig- en dertigtonners, tjokvol geluksbrengers zijn fabriek. Ook in het buitenland liep de verkoop als een trein. De slogan “FELICE IS GOOD FOR YOU!” deed het goed, waar ook ter wereld.
Felice werd nu door iedereen gesteund. Zelfs de anders zo triest kijkende vorst had dankzij het wondere snoepgoed van Felice het geluk gevonden en het in zijn nieuwjaarswensen aanbevolen. De geluksbonbons waren ondertussen in diverse uitvoeringen verkrijgbaar. Zo had men naast de ordinaire soort, genoemd “de volkspralien”, luxe uitvoeringen, individueel in gouden papiertjes verpakt met merknamen als “senator” en zelfs “corps diplomatique” vrij van rechten en taksen, speciaal voor die uitverkoren mensensoort. Maar waar er geluk heerst, heerst er ook afgunst, zo is het in het mensdom altijd geweest. De fabrikanten en de trafficanten van zoethoudertjes allerhande, konden het geluk van de mensen niet lijden en zinden op wraak. Via tussenpersonen hadden ze enkele dozen van de geluksbrengende snoep gekocht. Niet om hem te gebruiken natuurlijk, maar om zijn consistentie te onderzoeken en het geheim ervan te ontcijferen. Maar veel wijzer werden ze echter niet. Zelfs de vergrijsde en bestofte professor doctor Weissall, had in de bonbonnetjes niets anders dan traditionele ingrediënten gevonden, zodat zijn opdrachtgevers hem voor zwakzinnig uitscholden. De wijsgeren wisten er wel een en ander over te vertellen en debiteerden geleerde theorieën waaraan evenwel geen mens een touw kon vastknopen. De zielenzoekers vonden echter nog méér. Volgens hen vertoonde het zoete subject ontegensprekelijk paranormale afwijkingen en zat het met de psyche van de patiënt duidelijk fout. Ze bleek namelijk totaal onvindbaar. Ze hadden het over een “verstoppingssyndroom” en “verschijnselstoornissen”, die men echter niet concreet kon waarnemen. Belangrijk én waardevol waren de opzoekingen in ieder geval wel geweest. De nieuwe theorieën zouden de eminente specialisten en de universiteitsprofessoren beslist een kwarteeuw studiemateriaal en bestaanszekerheid bezorgen.
Ondertussen werd Felice almaar ouder. Steeds weer werd hem naar het Grote Geheim gevraagd en voorzichtig liet men hem verstaan, dat hij niet eeuwig zou leven, alleszins niet op deze aarde. Maar hij liet zich door zachtheid noch door gramschap vermurwen. “De mens gelooft niet in het geluk der kleine dingen” beweerde hij. Het geheime recept is zo eenvoudig dat, als ik het bekend zou maken, er geen mens nog in zou geloven.”

Wel bleef hij onvermoeid geluksbonbons produceren en er was nauwelijks nog een aardbewoner te vinden, die niet dagelijks zijn geluksbonbonnetje nam. Het snoepgoed was nog verslavender dan wat Felice “de wrijfphone” noemde en wie het een dag eens vergat voelde het geluk zó uit zijn lichaam wegvloeien.
Uiteindelijk was het zover. De Goede God, die zijn vrome helper uitermate waardeerde, had naast zijn lievelingszoon voor Felice een bevoorrecht plaatsje voorzien en dacht er ernstig over na, om de stokoud geworden man tot zich te roepen. Maar toen de mensheid daar weet van kreeg, ontstond er grote beroering. Wat zou er met hun geluk gebeuren, als Felice er niet meer was? En zo dacht niet alleen de gewone man, maar ook minister, koning en president.
Toen Felice op zijn sterfbed lag, stuurden de Groten der Aarde niet hun hond of kat, maar ze kwamen zelf horen, of er geen receptje te rapen viel. En inderdaad, nadat hij zeven dagen en zeven nachten zijn mond enkel om te eten of te drinken geopend had, was het grote moment blijkbaar aangebroken.
‘Het geluk …’ begon Felice, maar zijn stem bleef ergens haperen en zijn piepende longen zogen als kapotte blaasbalgen naar lucht.
‘Het geluk … is …. in de … mmmms…’
‘Qu’est-ce qu’il dit? Qu’est-ce qu’il dit?’ deed er een nerveuze ministeriële dame.
‘Het recept …’ prevelde hij uiterst moeizaam, ‘is …’
Iedereen hield zijn adem in. Zo ook Felice, maar voor hem was het de laatste.

Over de auteur:
Germain Droogenbroodt is Belg, maar woont reeds 36 jaar in Spanje. Hij schreef een dozijn kortverhalen en essays, maar is vooral een internationaal bekend dichter. Zijn poëziebundels werden in 31 landen gepubliceerd, zelfs in China en Japan waar zijn filosofische poëzie als Taoïstisch en ZEN wordt beschouwd. Zijn gedichten werden met meer dan een dozijn internationale poëzieprijzen bekroond. Hij werd in 2017 zelfs aanbevolen voor de Nobelprijs literatuur. Jaarlijks wordt hij op de belangrijkste internationale poëziefestivals geïnviteerd. Hij is ook vertaler, uitgever en promotor van moderne internationale poëzie, onder andere van het internationaal gewaardeerd project Poëzie zonder Grenzen, moderne poëzie uit alle werelddelen, gepubliceerd in meer dan 30 talen.

Over de illustrator:
Yvonne Vetjens tekent en schildert al zolang ze zich kan herinneren. Ze combineert (magisch) realisme met fantasy en folklore. Ook kunsthistorische stromingen zoals het pre-Rafaëlitisme, de art nouveau en de noordelijke renaissance hebben een grote invloed. Haar favoriete gereedschappen zijn potlood, inkt, aquarel en papier. Zie meer van Yvonnes werk op haar website.

 

© 2020 – 2023 Fantasize, Germain Droogenbroodt & Yvonne Vetjens

You cannot copy content of this page