web analytics
vrijdag, april 19

Interview met Tony P. Morgan

Door Isabelle Plomteux

Tony P. Morgan, eigen foto

Tony P. Morgan (pseudoniem, red.) debuteerde in 2022 bij uitgeverij Godijn Publishing met de roman VuurCirkel, het eerste deel van de fantasyserie VuurSaga. Daarnaast schreef hij diverse musicalscripts. We spraken met hem over zijn werk als auteur.

Dag Tony. Kun je jezelf even voorstellen? Wie is Tony P. Morgan?
Een enthousiaste, 55-jarige auteur en leerkracht Nederlands-Engels met Antwerpse roots, wonende in het Waasland, getrouwd en vader van twee volwassen kinderen.

Hoe lang schrijf je al?
In feite zolang ik me kan herinneren. Al sinds de lagere school schrijf ik kortverhalen of scripts voor toneel. Belangrijke gebeurtenissen in mijn leven hebben altijd wel iets met taal te maken gehad. Ik ben ook acht jaar journalist geweest. Je zou kunnen zeggen dat schrijven de rode draad is in mijn leven.

Wat was er het eerst: het schrijven van musicalscripts of van fantasyboeken? Of misschien nog wat anders?
Toen ik in 2009 van school veranderde, bood zich de kans aan om een musical op poten te zetten voor en door leerlingen. Samen met enkele collega’s zette ik enthousiast mijn schouders onder het project. Ik schreef meteen een eerste script omdat ik een verhaal wilde dat op maat was van een breed publiek: een familiemusical. Het boek kwam pas veel later, na het vijfde musicalscript, toen ik op een idee broedde voor een verhaal dat me te groots leek om het op de planken te brengen. Ik ging 4/5 werken en zette me aan de schrijftafel.

In welke genres en voor welke leeftijdscategorieën schrijf je momenteel?
De familiemusicals zijn zoals de naam het zegt voor alle leeftijden. De verhalen zijn bewust gelaagd zodat iedereen er iets uit haalt. Mijn boeken zijn ‘high fantasy’ van het zuiverste water. Ze zijn vooral gericht op jongvolwassenen. Tegelijk heb ik evenveel volwassen lezers en dat doet me veel plezier.

In 2022 debuteerde je als auteur bij Godijn Publishing. Hoe kwam je bij hen terecht?
Veeleer toevallig. Ik vernam dat de Nederlandse uitgeverij op zoek was naar Vlaams talent en er de wedstrijd ‘Vlaams Fruit’ voor uitschreef. Wat later kreeg ik een positieve mail dat mijn manuscript in aanmerking kwam voor publicatie. Een halfjaar later lanceerde ik samen met drie Vlaamse collega’s. Het is allemaal snel gegaan, een hele rollercoaster.

Kun je jouw YA-fantasyroman VuurCirkel kort voorstellen?
Graag. In de Republiek worden volwassenen niet democratisch verkozen, maar kunnen willekeurige jongeren doorgroeien tot de leiders van het land. Een vuurcirkel op hun onderrug geeft hen magische krachten. Aan hen om te bewijzen of ze die krachten kunnen controleren en inzetten voor het goede, niet het kwade. Moria is zo’n 16-jarige uitverkorene, een zogenaamde Aspirant, maar ze twijfelt heel erg aan zichzelf. Pas als haar eigen leven en dat van haar vrienden gevaar loopt, neemt ze de handschoen op: ze reist naar de hoofdstad Nova Alba om haar deelname te bevestigen. Een makkelijke tocht wordt het echter niet. Monsters kruisen haar pad en met zwarte magie probeert de tegenstand haar te beletten tijdig de eindmeet te halen.

Waar en in welke vorm is het boek te verkrijgen?
Bij eender welke boekhandel, ook online, in boekvorm en als e-book.

cover VuurCirkel

VuurCirkel is het eerste deel van een reeks. Hoeveel boeken mogen we verwachten?
De VuurSaga-reeks wordt een trilogie natuurlijk! Sowieso gaat er magie vanuit een verhaal in drie delen te mogen vertellen.

Wanneer verschijnt deel twee? Heb je daar al zicht op? Kun je al (een beetje) vertellen waarover het boek zal gaan?
Het manuscript is klaar en ligt bij proeflezers. Daarna gaat het naar de uitgeverij voor opmaak en redactie. We moeten nog samen bespreken wat een haalbare termijn is, maar voor mijn part zo snel mogelijk. Het tweede deel gaat vanzelfsprekend voort waar het eerste stopt, maar er is al wel een jaar verstreken. Moria en de andere Aspiranten staan aan de start van de Zevenslag, de ultieme proef die hun strijd, moed en vriendschap test. Wanneer een valse predikant de macht naar zich toetrekt en de proef een onverwachte wending neemt, kan niemand de afloop voorspellen.

Waar sluit(en) je boek(en) het best bij aan?
Epische fantasy in de trend van Tolkien: avonturen die zich afspelen in een buitengewone wereld met een laatmiddeleeuwse sfeer. Ik weet het, behoorlijk klassiek, maar dat is het steengoede subgenre waar ik zelf het meest van hou en met mij vele anderen. Ondanks nieuwe, interessante ontwikkelingen blijft dit soort ‘high fantasy’ overeind, volgens mij omdat er geen mooiere vorm van escapisme is, een middel om de huidige technologische maalstroom te ontvluchten.

Waarin verschilt YA-fantasy (en dus ook jouw boek) voor jou van fantasy voor volwassenen?
Om te beginnen door de personages en de thematiek. Het zijn tieners die met uitgesproken tienerproblemen worstelen. Dat gegeven boeit me mateloos. Jongvolwassenen staan op een keerpunt in hun leven: ze leren ontdekken wie ze zijn en welke ambities ze voor ogen hebben. In die zin zijn YA-boeken, in het bijzonder de mijne, ‘coming of age’-verhalen. De personages komen uit de strijd met meer inzicht over zichzelf en de wereld. Ja, ook de wereld. Ik vind niet dat YA te vrijblijvend moet zijn, juist wat diepgang mag bevatten. Zo gaat het in VuurCirkel om een nieuw soort democratie en de vraag of die vorm de test van jaloezie en hebzucht kan doorstaan.

Er wordt weleens beweerd dat het universum in YA simpeler is, maar daar huiver ik van. Integendeel, ook de jeugd haakt af als de wereld in het boek ongeloofwaardig is, niet ingenieus in elkaar zit. Daarom steek ik heel veel tijd in ‘worldbuilding’. Hoe meer zintuiglijke prikkels en details het plot als in een film tot leven doen komen, hoe beter. Je moet jezelf in het verhaal kunnen zien, jezelf erin kunnen verliezen.
Ten slotte mag de schrijfstijl best wat uitdagend zijn. Doen we er jongeren een plezier mee op taal te beknibbelen? Ze hebben evenveel recht op een mooi taalaanbod, zolang dat aanbod de leeservaring niet belemmert, maar verrijkt. Het ergste wat we kunnen doen, is jonge lezers betuttelen of onderschatten. Er wordt vaak gezegd dat mijn taal onverbloemd is, recht-voor-de-raap. Ik beschouw dat als een compliment.

Zijn er terugkerende thema’s in je schrijven?
Het zijn diverse thema’s die met een jeugdige leefwereld te maken hebben: vriendschap, verliefdheid, loyaliteit, onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid. De personages meten zich een moreel kompas aan. Bovendien spelen vaak ‘underdogs’ de hoofdrol, merk ik, jongeren die het niet makkelijk hebben, maar moeten opboksen tegen generatieconflicten, hoge verwachtingen of vooroordelen. Moria is bijvoorbeeld het eerste meisje dat een magische gave krijgt en meteen leidt dat tot seksisme.

Waarom liggen deze thema’s je nauw aan het hart?
Misschien heb ik wel het meeste sympathie voor wie moet vechten voor wat hij of zij wil.

Verschillen deze thema’s naargelang je een musical of een boek schrijft?
Niet echt. Het enige verschil zit hem in het fantasygehalte, al moet ik zeggen dat ook in mijn musicals telkens een element zit dat de werkelijkheid overstijgt. Dat maakt verhalen net interessant. Weet je, vaak wordt op fantasy neergekeken. Het is niet echt, die wereld bestaat niet, hoor je dan zeggen. Akkoord, maar leren we niet veel uit de verschillen en parallellen met de samenleving die wij wel kennen? Bovendien gaat het om diepmenselijke emoties, net als in andere genres.

Als je als auteur een script voor een musical schrijft, schrijf je dan ook de tekst van de liedjes? Of doet iemand anders dat? Of maak je gebruik van bestaande liedjes? Of bestaande muziek? Kortom, hoe werkt dat eigenlijk?
Het gaat om nieuwe liedjes. Ik schrijf de lyrics en geef aan de componist door welke stijl erbij past en welke emoties het lied moet uitdrukken. De context haalt de componist uit het script en waar in het verhaal het lied voorkomt. Het is een voortdurende wisselwerking tussen lyrics en partituur.

Een familiemusical van Tony P. Morgan

Hoe ‘publiceer’ en verkoop je een (jeugd)musical? Verloopt dat ook langs een uitgever?
Absoluut. De musicalscripts worden uitgegeven door Toneelfonds Janssens. Geïnteresseerde toneelgroepen kunnen daar in het grote aanbod een geschikt stuk zoeken.

Ben je als auteur ook bij de uitvoering van de musical betrokken?
De eerste keer wel. De eerste opvoeringen vinden altijd in Regina Pacis Hove plaats, de secundaire school waar ik lesgeef. Dat is de beste methode om te zien of het stuk ‘werkt’. We doen een beroep op een professionele regisseur, maar ik assisteer graag bij de regie. Niet dat ik mijn visie doordruk, net het omgekeerde, want een musicalscript hoort polyinterpretabel te zijn. Bij latere uitvoeringen is het natuurlijk steeds aan de regisseur om het verhaal te interpreteren.

Inspireren beide vormen van schrijven elkaar bij jou? Of zijn het twee gescheiden werelden?
Ik probeer de genres gescheiden te houden – de musicals schrijf ik bijvoorbeeld onder mijn eigen naam, de boeken onder een pseudoniem. Anderzijds is er natuurlijk een zekere kruisbestuiving. Je kan je schrijfstijl en eigenheid ook niet verloochenen. Ik hoor dikwijls dat een dialoog, een beschrijving, een taalgrapje heel herkenbaar is in beide vormen.

In hoeverre verschilt het schrijven van een (jeugd)musical voor jou van het schrijven van een YA fantasy-manuscript? En op welke vlakken stemmen beide verhaalvormen overeen?
Overeenkomst is er zeker door een sterke plot, personages van vlees en bloed en de opbouw van dramatische spanning. De verhalen moeten ook voldoende vaart hebben. Aan de andere kant zijn het totaal verschillende verhaalvormen. Met een boek laat je een hele wereld tot leven komen, veel meer dan een decor dat kan. Je kan inkijk geven in de emoties en gedachten van personages, waardoor de lezer zich meer kan identificeren. Op het podium moet alles via dialoog, handelingen en lichaamstaal duidelijk worden. Let op, die beperking is tegelijk een hele uitdaging. Toneel volgt zijn eigen logica en die moet je respecteren.

Waarom schrijf je? Deze vraag geldt voor zowel de musicals als de fantasyboeken.
Omdat ik mij geen bestaan kan indenken dat ik het niet zou doen … Natuurlijk om anderen lees-, kijk- of speelplezier te bezorgen, in het beste geval ze zelfs te inspireren of iets bij te brengen, maar er zit ook een egoïstisch kantje aan schrijven. Het streelt je ego dat een door jou gecreëerde wereld door anderen wordt verkend en beleefd, dat ze jouw personages beschouwen als echte vrienden, want dat zijn ze ook voor mij …

In het dagelijks leven ben je leerkracht Nederlands en Engels. Hoe kijk je vanuit die positie tegen de huidige leesvaardigheid en leesbereidheid van jongeren aan?
Met grote bezorgdheid. Er wordt heel wat van onze jongeren verwacht de dag van vandaag. Op allerlei gebied moeten ze scoren: op school, in familie, in hun vriendenkring, op sociale media, op het vlak van uiterlijk en gezondheid. Falen is nergens een optie. In die hele mallemolen is steeds minder tijd en plaats voor lezen. Dat is jammer, want door bewust niet voor lezen te kiezen, gooi je heel wat overboord. Allereerst is er de technische leesvaardigheid: het leestempo en tekstbegrip gaan achteruit, dat merken we allemaal. Daarnaast verruimt lezen je blik op de wereld, leidt het tot zelfinzicht, meer empathie en minder polariserend denken. Lezen activeert ook je verbeeldingskracht, veel beter dan wanneer je bijvoorbeeld onderuitzakt en naar een Netflixserie kijkt. Lezen is echte me-time, zelfzorg, maar helaas wordt dit alsmaar minder zo gezien.

Waar ben je als auteur te vinden?
Ik probeer zoveel mogelijk aanwezig te zijn in boekenhandels, op beurzen en fantasy-events. Ik hou ervan mijn lezers te leren kennen. Verder kan je mij altijd volgen op Facebook of Instagram.

Wat zijn je toekomstplannen als auteur? Wat zou je nog graag realiseren?
Prioritair is de trilogie af te werken. Het verhaal voor boek drie zit al in mijn hoofd, maar het vraagt natuurlijk tijd en moeite voor ik tevreden ben met wat op papier staat. Daarna zie ik wel. Misschien zoek ik meer het magisch-realisme op, maar evengoed een volledig ander genre. Ik daag mezelf graag uit.

Bedankt voor het interview!

 

© 2020 – 2024 Fantasize & Isabelle Plomteux

You cannot copy content of this page