web analytics
zondag, december 10

Interview met hoofdredacteur Marcel Ozymantra van Sintel

Door Isabelle Plomteux

Kan je jezelf even kort voorstellen?
Ik ben Marcel Ozymantra, kunstenaar/schrijver/vormgever en hoofdredacteur van het kleine cultureel-literaire tijdschrift Sintel.

Wat is jouw functie bij Sintel en wie maakt er nog deel uit van de redactie?
Naast dat ik hoofdredacteur van Sintel ben, verzorg ik ook de vormgeving en productie. Andere leden van de redactie zijn Henk Looijesteijn, Elle Lepoutre, Jenny van den Berg en Marten Hoekstra.

Sintels, foto: © Ellen Lapoutre

Hoe en wanneer is Sintel ontstaan?
Sintel werd in 2015 in Amsterdam op mijn initiatief opgericht, samen met Daniel Bras en Arjan Post. Ik wilde een stevige papieren publicatie waarin meer ruimte was voor grotere artikelen en langere verhalen. We wilden afstand scheppen tot de online twittercultuur en waan-van-de-dagschrijfsels. Daarom is het gemiddeld iets van 240 pagina’s dik op A5 formaat. Verder had ieder van ons een eigen agenda met het tijdschrift, net als de huidige redacteuren. Wat in ieder geval vaststaat, is dat we vanaf het begin aandacht voor beeld, proza, poëzie, essays en vreemde kruisbestuivingen hadden.

Hoe vaak verschijnt het?
Vanaf het begin verscheen Sintel jaarlijks, maar we proberen nu een halfjaarlijks schema te krijgen. Dat gaat vooralsnog niet makkelijk.

Sintel is een tijdschrift voor literatuur, beeld en muziek lees ik op de omslag. Kun je dat toelichten? Hoe komen deze verschillende kunstvormen aan bod in het tijdschrift? Elk afzonderlijk of brengen jullie ze samen in multidisciplinaire projecten?
We hebben sowieso een kleurenbijlage waarin meestal fotografie en schilderkunst aanwezig is. Verder is er veel ruimte voor zwart-wit beeld. Tot nu waren alle strips in zwart-wit, maar in principe kunnen die natuurlijk in de plaats van iets anders in de kleurenbijlage. Verder ontwikkelen wij geen initiatief om disciplines te laten samenwerken. We vertrouwen en luisteren naar de participanten en wat zij willen.

Werken jullie met een gelijkaardige, steeds in dezelfde vorm terugkerende mix van bijdragen, of verschilt deze mix per nummer?
In principe wel. De verhouding tussen de delen kan verschillen. Soms meer proza, soms meer poëzie of meer essays, of iets anders dat wat meer aanwezig is.

Hebben jullie ook een of meerdere terugkerende/vaste rubrieken?
Nee, daarvoor verschijnen we eigenlijk te weinig. Bovendien proberen we de waan van de dag een beetje uit de weg te gaan, iets wat bij dat soort formats snel om de hoek kijkt. Wel hebben we een concept als ‘boeken die moeten blijven’, maar nog niemand heeft daar echt werk van gemaakt. Ook hebben we eenmalig een fictief interview met een dode kunstenaar over de huidige tijd gedaan, waarvan we eigenlijk vinden dat zoiets vaker moet gebeuren. Kan ook met wetenschappers, politiek leiders of noem maar op. Maar dat is vrij lastig op te zetten. Dat vereist veel kennis van de interviewer om het authenthiek te laten zijn.

Sintel begon als een offline tijdschrift, is dat nog steeds zo? Vanwaar deze keuze?
Offline was het uitgangspunt omdat we ons tegen de online cultuur van snelheid en waan van de dag wilden afzetten. Zeker tegen online tijdschriften. Nog steeds publiceren we niets van de inhoud op internet, maar we zorgen wel voor aandacht via onze site, Facebook, Instagram, LinkedIn en de nieuwsbrief (schrijft u maar in via sinteltijdschrift@gmail.com, hoor).

Cover nieuwste Sintel, ontwerp: © Debora van der Vliet

Er wordt ook veel aandacht besteed aan de cover en de opmaak. Die verschilt per nummer, maar draagt toch steeds iets herkenbaar ‘Sintels’ uit. Hoe zou je deze uiterlijke herkenbaarheid definiëren? Wat maakt Sintel tot Sintel?
Wat dat betreft ondergaan we wel een ontwikkeling. Sowieso mag er een fijn vuurtje of iets des vurigs op de voorkant, maar de wraparound cover van de laatste twee edities is een nieuwe insteek waar we zeer content mee zijn. Het is natuurlijk een typisch papieren tijdschriftding om te doen, niet te vergelijken met online mogelijkheden. Ook willen we toch wat ruimte tussen ons en de … eh … wat meer bescheiden ogende Nederlandse literaire tijdschriften die hun omslagen liever wat stijfjes en formeel houden of foto’s gebruiken. Hierin zoeken we toch wel enige aansluiting bij de populaire cultuur. Dat we zo een iets meer stripachtig of muziektijdschrift uitstraling krijgen is een fijne bijvangst.

En de inhoudelijke herkenbaarheid? Aan wat voor definitie voldoet die? Is deze ‘inhoudelijke eigenheid’ gewijzigd doorheen de intussen verschenen nummers?
Inhoudelijk is er het een en ander gewijzigd doordat andere redacteuren het roer hebben overgenomen. Over het algemeen streef ik als hoofdredacteur naar een uitgebalanceerde publicatie, waarin ruimte is voor moeilijk en makkelijk en de gradaties daar tussenin. De vormgeving probeert thematische samenhang te geven en de plaatsing van stukken zou een fijn leesritme mogen veroorzaken. Niettemin kan je er als lezer ook hap-slik doorheen grazen. Soms noem ik het wel voor de grap ‘het internet op papier’. Het is aan ons om er toch voldoende vorm aan te geven dat de lezer het als een geheel kan ervaren.

Sintel heeft ook belangstelling voor ‘het fantastische’ in beeld en woord (en muziek?). Vanwaar deze belangstelling en hoe komt deze tot uiting in het tijdschrift?
Het fantastische (met name de sciencefiction) is een van de belangrijkste literaire stromingen van de vorige eeuw, alleen maar vergelijkbaar met het modernisme van meesters als James Joyce en Samuel Beckett. Waar deze zich op de stijl concentreerden, richtte de sciencefiction zich op ideeën. Helaas is veel van de sf in veel landen veroordeeld tot een pulpstatus (uitvloeisel van het Amerikaanse model, denk ik). Ook hier in Nederland. Wij hopen dat door ruimte te geven aan het fantastische genre, naast het ‘realistische’ proza, meer begrip en wederzijds respect ontstaat.
De muziek komt erin omdat ik het tijdschrift een beetje als een muziekalbum samenstel, met snelle nummers en ballades en instrumentale stukken. Dat komt ook terug in de vormgeving. Dan zou het toch misplaatst zijn om niet af en toe echt originele muziekteksten te plaatsen, toch? Vooral ook omdat soms muziekteksten heel goed los van de muziek kunnen staan (en soms niet). Zo laten we hopelijk ook de literaire kant van dat werk zien.

Staan jullie open voor inzendingen? Zo ja, in welke disciplines/kunstvormen? Waar kunnen geïnteresseerden hier meer informatie over vinden?
Ja, wij staan open voor inzendingen, op eigenlijk elk gebied – al is er iets minder ruimte in de kleurenbijlage, daar speelt vooral mijn smaak heel sterk mee. Mensen kunnen insturen via de website www.sinteltijdschrift.nl. Probeer het wel in een duidelijk en overzichtelijk formaat te doen. Liefst .docx, anderhalve regelafstand, geen eindeloze spaties, maar tabs, geen gekke onderwatercodes die mijn simpele Indesign niet aankan. Plaatjes in jpeg-formaat, liefst iets van 300 dpi, als dat mogelijk is. Verwacht niet dat je iedere editie erin komt. Wij houden van afwisseling en trekken onszelf zo nu en dan wel voor.

Feestelijke presentatie met muziek, foto: © Ellen Lepoutre

Wat is voor jullie het belang van literaire tijdschriften in het Nederlandse literaire landschap?
Helaas van weinig tot geen belang, al denk ik dat de kweekvijverfunctie zeer wordt gemist. Wij willen daarom ook echt wat meer aandacht aan redactie besteden dan menig ander literair tijdschrift. Begeleiding kan best intensief worden gevoerd.

Waar is Sintel te vinden?
Bij enkele boekhandelaren in Amsterdam & Haarlem. Distributie is een bitch. Bestellen via de website gaat vrij makkelijk, maar helaas wel verzendingskosten. Abonnement (België of Nederland) ook via de website.

Bedankt voor het interview!
Jij ook bedankt! Hartstikke leuk zo.

 

 

 

© 2020 – 2023 Fantasize & Isabelle Plomteux

You cannot copy content of this page