web analytics
dinsdag, februari 27

Boekrecensie: Zintuiglijke en vervreemdende sciencefiction in ‘Het personeel’ van Olga Ravn

Door Sigrid Lensink-Damen

Het valt me op dat er steeds vaker sciencefiction en fantasy uitkomt bij de grotere uitgeverijen. Van eigen bodem is er bijvoorbeeld de klimaat-sciencefiction Klifi van Adriaan van Dis, maar ook fantasyboeken zoals De meisjes van Annet Schaap en Hier komen wij vandaan van Leonieke Baerwaldt. Boeken die ongetwijfeld nog besproken zullen worden bij Fantasize.

Uitgeverij Das Mag heeft met Het personeel van Olga Ravn een Deense schrijfster een Nederlands podium gegeven, onder andere dankzij de vertaling van Michal van Zelm. Het is een klein en dun boekje, voor veel lezers in deze tijd een reden om het te lezen, maar vergis je niet, Het personeel is geen makkelijk boek.

Het zesduizendste schip
Op het zesduizendste schip dat rondcirkelt rond een verre planeet, zijn getuigenverklaringen opgenomen van het personeel. Het boek bestaat uitsluitend uit deze verklaringen, verder is er geen uitleg of context. Op het schip werken mensen, die geboren zijn en kunnen sterven, en mensachtigen, die gemaakt zijn en niet kunnen sterven. Elk hebben zij hun eigen taak, onder andere het verzorgen van ‘voorwerpen’. Dit is alles wat we concreet weten.
Uit de getuigenverklaringen leren we de gevoelens, gedachten, angsten en dromen van dit personeel kennen. Het is op zijn minst vervreemdend om te lezen over de dromen van mensachtigen, die, naar eigen zeggen, niet geprogrammeerd zijn om te dromen; het is ronduit verontrustend te merken dat de mensen hetzelfde robotachtige werk doen en even robotachtig leven als de mensachtigen. In elke getuigenverklaring kom je er namelijk pas geleidelijk achter of je met een mens of met een mensachtige te maken hebt.

Een tweede opvallend punt is dat deze sciencefiction allesbehalve steriel is. Daar waar andere sciencefictionverhalen vaak in het visuele en het cerebrale blijven hangen, lezen we hier over een personeelslid dat de ‘voorwerpen’ schoonmaakt: “Uit haar buik komt een lange roze… tja, hoe noem je dat, een vlezige uitloper? […] Eén keer had ze een ei gelegd. […] Het ei was kapot gevallen. De slijmerige massa lag op de vloer en het rafelige uiteinde van haar uitloper hing er nog in.”
En nu zijn we pas op bladzijde drie.

Door deze zintuiglijkheid ontstaat er een beeld van een heel eigen ecosysteem, met eigen rituelen, statussen, klassen of categorieën. Een miniwereld op een schip rond een vreemde, verre planeet. Wie nu plastische beschrijvingen verwacht, kan ik geruststellen. Ravn gaat deze zaken niet uit de weg, maar haar tekst is eerder poëtisch, raadselachtig en filosofisch dan grafisch. Neem een zin als deze: “Zijn boek ligt nog steeds opengeslagen naast zijn kooi, en ik laat het zo liggen, als een boekenlegger in ons verhaal.” Of deze: “Het is alsof het allemaal bij me naar binnenkomt en me van binnenuit laat barsten, maar het is een heel langzame explosie, alsof ik in een muziekstuk verander.”

‘Voorwerpen’
De fragmentarische opbouw en de poëtische stijl maken dat je op dit soort zinnen wilt kauwen en ze steeds opnieuw wilt lezen. Hoe gaat dat, in een muziekstuk veranderen? Wat bedoelt Ravn eigenlijk? Is de spreker een mens of een mensachtige? Hoe is het om een mensachtige te zijn en te weten dat je je makers overleeft? Hoe is het om als mens met ‘gemaakte’ mensen te moeten samenwerken en -leven?

© 2018 Lea Guldditte Hestelund – beeld uit de tentoonstelling “Consumed Future Spewed Up as Present”

De sfeer van de getuigenverklaringen wordt steeds grimmiger en onheilspellender, wat er uiteindelijk toe heeft geleid dat deze verklaringen überhaupt werden opgenomen. Iets wat aan die sfeer bijdraagt, zijn de ‘voorwerpen’. Het lijken stenen te zijn, verzameld van de planeet, maar door hun vorm en uitstraling komen ze over als sculpturen, of eieren. Levend of niet-levend is daarbij om het even, het gaat om de relatie van de mens of mensachtige met deze voorwerpen, wat deze dingen met hen doen op emotioneel vlak. Het is haast alsof je in een museum staat en naar kunstobjecten kijkt.

Deze gewaarwording lijkt te kloppen. Ravn heeft zich voor dit boek laten inspireren door de sculpturen van een Deense kunstenares, Lea Guldditte Hestelund. De opdracht aan het begin van het boek zet me op een zoektocht naar deze vrouw, die niet moeilijk te vinden is. Op haar website vind ik de installatie waar Ravn zich door heeft laten inspireren. Sterker nog, Hestelund heeft Ravn gevraagd om begeleidende teksten te schrijven bij haar werk. Tijdens dit proces ontstond er een vriendschap tussen de kunstenaressen en zijn de oorspronkelijke begeleidende teksten meer en meer uitgegroeid tot een zelfstandig werk, dat uiteindelijk Het personeel is geworden.

Parfum
Dit vertelt Ravn in een interview. Beiden zijn ze erg geïnteresseerd in het concept ‘leven’ en hoe en of je affectie kunt ontwikkelen voor niet-levende objecten, zoals een gladde steen. “Iets wat levend is, maar niet menselijk,” zegt ze in het interview met Lolli Editions. Hestelunds kracht is het maken van organische vormen uit harde materialen, die precies dat proberen te bewerkstelligen. De samenwerking werd een wisselwerking waarin de teksten de vorm van de sculpturen beïnvloedden en andersom.

Deze werkwijze is voelbaar in Het personeel, waarin je deelgenoot wordt gemaakt van het onderzoek naar wat het is om menselijk te zijn, wat het betekent om geen kunst om je heen te hebben en alleen te moeten produceren, slapen en weer produceren. Je wordt aangemoedigd om je eigen gedachten daarover te vormen. Het op deze manier betrokken worden bij de tekst en thema’s ervoer ik als een zeldzame gift.

Het wemelt van de thema’s en onderliggende gedachten in Het personeel, maar die wil ik je graag zelf laten ontdekken. Eén aspect zal ik hier nog bespreken: geur. Geur is overheersend in het boek, meer nog dan zicht en tast. Geur was ook de leidraad bij de tentoonstelling van Hestelund, die een parfumeur in de arm had genomen om elke ruimte zijn eigen parfum mee te geven. Wat dit met de bezoeker had gedaan in combinatie met de futuristisch aangeklede ruimten van de tentoonstelling, had ik graag zelf ervaren. Gelukkig is er nog dit boekje, dat op kunstzinnige wijze niet één, maar wel twee of zelfs drie werelden in zich herbergt.

 

© 2020 – 2024 Fantasize & Sigrid Lensink-Damen

You cannot copy content of this page