web analytics
maandag, mei 16

Vertelling: Op het juiste pad – Gonda Kapika

Door Gonda Kapika

Sinds het hele ecosysteem naar de pleuris was bleef de lucht altijd grijs. Clay liep vermoeid door de straten van de stad. Hij stopte even en keek omhoog. Vroeger was alles anders. Samen gingen hij en zijn vrienden altijd buiten voetballen. Onder de blauwe lucht en de hete zon schopten ze de hele middag tegen een bal aan.  Maar nadat alles was misgegaan… Clay schudde zijn hoofd, zuchtte diep en liep verder.
Op zijn rug droeg hij een rugtas. Die was volgepropt met spullen waardoor de banden strak om zijn huid zaten. Clay had wat geloosd, maar de tas werd niet veel lichter.

In de verte hoorde hij plotseling het geronk van een motor. Hij schrok en rende weg. Zijn ademhaling gierde door zijn longen. Een paar dagen geleden was hij overvallen door een motorbende. Ze hadden hem onder schot gehouden en gevraagd om geld. Hij wist te ontsnappen, maar door die gebeurtenis was hij nu erg op zijn hoede. Als het de politie was dan werd hij voor de zoveelste keer ondervraagd, maar als het een bende was, dan werd hij neergeschoten voordat hij om genade kon smeken. Het geluid van de motor verdween in de verte en Clay kon weer rustig ademhalen.

© Gert-Jan van den Bemd

In een donker steegje ging hij op de grond zitten. Zijn broek schuurde tegen de ruwe stenen. Hij nam een flesje met water uit zijn tas en dronk een paar slokken. Daarna haalde hij een kaart tevoorschijn. De weg naar zijn bestemming was ingewikkeld, maar toch voelde het voor hem beter om zo te reizen. Zijn vinger gleed over het ruwe papier van de kaart. Clay  knikte. Hij wist precies wat hij ging doen.
Aan het eind van de steeg viel er een prullenbak om. Hij stopte de kaart snel weer weg en krabbelde overeind. Zijn ogen scanden het steegje en hij haalde zijn hand door zijn haar.
“Wie is daar?” riep Clay. Hij hoorde iemand kuchen. Hij pakte zijn pistool en keek gespannen in het rond. Clay zag een klein stukje van een hoofd boven een van de prullenbakken uitsteken. “Ik heb een wapen! Laat jezelf zien!”
Het hoofd ging omhoog en een meisje met blauwgeverfd haar en vlekken op haar gezicht stond op. “Wie ben jij?” vroeg het meisje. Ze keek hem argwanend aan.
“Dat moet ik eerder aan jou vragen!” riep Clay.
Het meisje rolde met haar ogen. “Mijn naam is Ella. Aangenaam.”
Clay keek vluchtig in het rond. “Ik ben Clay. Zijn er anderen?”
Ella schudde met haar hoofd. “Nee. Doe je dat pistool nou eens weg? Ik doe je niks, ik ben alleen maar op zoek naar eten.”
“Dan moet je niet in kleine steegjes zoeken, hier is niks te vinden. Ga maar bij een van de vervallen restaurants kijken.”
“Ben je gek? Daar lopen allerlei gekken rond! En ik heb geen wapens op zak!”
Clay zag dat ze inderdaad niets bij zich droeg. Hij zuchtte en stopte zijn pistool weg.
“Goed,” zei het meisje, “nu kunnen we een normaal gesprek voeren.”
Clay ging weer op de grond zitten. “Wat doe je hier helemaal alleen?”
Ella ging naast hem zitten. “Ik zoek eten. Ik was eigenlijk eerst met een groep, maar ze vonden mij te zwak en lieten me achter. En jij? Waarom ben jij hier alleen?”
“Gewoon… overleven. Heb je niemand anders die je lastig kunt vallen? Ik ben liever op mezelf.”
“Aha, natuurlijk… maar heb jij iets te eten?”
Clay haalde een stuk oud brood uit zijn rugzak en overhandigde het aan haar.
“Lekker, brood! Waar heb je dat gekregen?” Ella pakte het vast en begon er gulzig aan te knagen.
“Gevonden. Laat je mij nu met rust?” vroeg Clay.
Ella schudde haar hoofd. “Waar ga je heen?”
“Dat gaat je niks aan.” Clay stond op en gooide zijn rugzak over zijn schouder.
Ella sprong omhoog. “Ik ga mee! Je hebt tenminste eten!”
Clay kreunde. “Nee, zoals ik zei; ik reis liever alleen… en jij bent veel te klein!”
“Ik ben zestien! Hoe oud ben jij eigenlijk, wijsneus?”
“Ouder dan zestien.”
“En dat moet ik zeker geloven?”
Clay begon zich steeds meer aan haar te ergeren. Hij kon haar natuurlijk zijn leeftijd vertellen, maar hij ging dat echt niet aan haar neus hangen. “Ik reis alleen, Ella.” Hij draaide zich om en liep weg. Maar Ella liep gewoon achter hem aan.
“Ik weet een kortere weg naar Amsterdam!” zei ze plotseling.
Clay stopte en draaide zich om. Hij greep Ella bij haar schouders vast.
“Hoe weet jij dat ik naar Amsterdam ga?”
“Oh, je dacht eraan, toch?” vroeg Ella. “Ik hoorde het.”
Clay’s ogen werden groot. “Je bent…”
“Een zieneres,” zei Ella, “dat weet ik. Zeg het nog harder.”
Clay voelde zich heel erg ongemakkelijk. “Maar… hoe komt het dat je nog leeft? De politie schiet op elke ziener of zieneres die ze vinden! En waarom sprak je mij aan? Ik had je kunnen doden!”
“Dat had je niet gedaan,” zei Ella, “want je bent niet zoals zij. Je bent een goed persoon, Clay.”
“Dat zal wel.”
“Echt waar!” zei Ella. “Tenzij je naar Amsterdam gaat om iets slechts te doen. Ik kan je gedachten lezen, maar alleen de recente, die je op dit moment in je hoofd hebt. Ik bedoel, je hoeft het mij niet te vertellen!”
Clay liet haar los en stapte naar achteren. “Ik ga naar Amsterdam om mijn vader te vinden.”
“Oh…”
Clay zuchtte. Misschien was het handiger als ze met hem meeging. Het was tenslotte best wel gevaarlijk in Amsterdam. Met een zieneres aan zijn zijde zou het allemaal een stuk veiliger zijn. En ze wist een kortere route; dat zou hem veel tijd schelen.
“Ik ga dus naar Amsterdam. Ben je daar weleens geweest?”
“Mag ik mee?” vroeg Ella enthousiast.
Clay knikte. “Ja. Als je maar niet de hele tijd mijn gedachten leest.”
Ella grinnikte. “Ik kan niks beloven.”
Clay schudde zijn hoofd en liep door. Ella liep hem vrolijk achterna.
Ze wisten nog niet wat er zou gebeuren, want dit was nog maar het begin voor ze.

 

Over de auteur:
Mijn naam is Gonda Kapika. Ik ben 25 jaar oud! Ik ben beginnend schrijfster en schrijf voornamelijk fantasyverhalen, omdat ik zelf heel erg creatief ben. Ik kan er mijn creativiteit en energie in steken. Maar fantasy is natuurlijk ook een heel brede tak van het schrijven en er kan heel veel mee worden gedaan!

Over de illustrator:
Gert-Jan van den Bemd (Breda, 1964) is schrijver, kunstenaar en wetenschapsjournalist. Hij publiceerde twee romans (De Verkeerde Vriend, 2018 en Na De Val, 2019) en verhalen en gedichten in onder andere Tirade, Extaze, Op Ruwe Planken en Ganymedes. Met zijn beeldend werk exposeerde hij in Nederland, België, Marokko, Hongarije, Litouwen, de Verenigde Staten van Amerika en Zuid-Afrika.

 

© 2020 – 2022 Fantasize, Gonda Kapika & Gert-Jan van den Bemd