web analytics
dinsdag, mei 28

Tag: gevleugeld paard

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 3
Actueel, Vertellingen

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 3

Een verhaal van Isabelle Plomteux in zeven delen. Als ik wakker word, lig ik met gespreide benen en armen vastgebonden op een ijskoude, stenen tafel. Ik ben zo goed als naakt. Mijn lange haar hangt los over mijn borstdoek en om mijn linkeronderbeen, daar waar het werd geschampt door mijn eigen pijl, zit een vuil verband. Mijn pas genezen rechterbeen hebben ze gelukkig met rust gelaten. Het grillige litteken steekt als een vuurslang af tegen mijn bleke huid, maar ziet er verder ongeschonden uit. Voor zover je natuurlijk van ongeschonden kan spreken in een situatie als deze. Elke spier, elke vezel van mijn gehavende lijf schreeuwt het uit. Van de kou, van de pijn. Het kan me niet schelen. Ik verdien niet beter. In mijn hoofd krijst Schim nog steeds. Mijn fout, denk ik steeds maar weer. M...
Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 2
Actueel, Vertellingen

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 2

Een verhaal van Isabelle Plomteux in zeven delen. Bij de eerste wachter! Er is hier iets helemaal mis. De grote, soepele dieren met hun van kleur veranderende vacht horen hier al evenmin thuis als het ei. Ze komen van Bar-Marvoon, twee poorten verderop. Op dit moment is hun dikke pels even wit als de wereld die hen heeft ingepalmd, een teken dat ze behoorlijk uitgeput zijn. In de met botten opgesierde ijsslee van de Aïshi staat een slanke, in sneeuwvossenbont gehulde gestalte. Ik ben te veraf om te zien of het een man of een vrouw is. Een grote kap hult het gezicht van de onbekende in diepe schaduwen. Wel zie ik de arm die wordt geheven, de hand die door de lucht priemt. Recht op Schim en mij af, vingers gestrekt, handpalm naar boven. Nee. Goden, nee. Dit kan niet waar zijn. Een bestje...
Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 1
Actueel, Vertellingen

Vertellingen: Dodendanserslicht – deel 1

Een verhaal van Isabelle Plomteux in zeven delen. Schims donderende hoeven werpen glinsterende banen de lucht in. De stuivende sneeuwkristallen raken ons niet, daarvoor gaan we te snel. De Daruviaanse ijsvlakte flitst onder ons voorbij. De manen van mijn hengst wapperen als aanvalsbanieren. Net als mijn eigen haar. Goden, wat heb ik dit gemist. Ik slinger een triomfantelijke kreet de messcherpe lucht in. Nu de wereld een witte waas is, er niets anders is dan snelheid en mijn hartslag één is met die van het voortrazende paard onder me, voel ik me voor het eerst sinds lange tijd weer leven. De zwaardwond aan mijn rechterbeen, de wond die me maar liefst twee roodmaancycli aan mijn bed in de ziekenzaal van de poortwachtersorde gekluisterd hield, steekt niet of nauwelijks. De ordeheelmeester...

You cannot copy content of this page