Column Sigrid Lensink: Schrijven over wat je kent

pexels-photo-1903072_suzie-hazelwood

Door Sigrid Lensink

Schrijven over wat je kent is een bekend schrijfadvies. Hoewel dit een goed advies is voor de beginnende schrijver, kleven er ook bezwaren aan; het kan doorslaan naar een te eenzijdige (speculatieve) literatuur.

Ik houd me niet aan die regel, want het is veel interessanter en uitdagender om een hoofdpersonage te nemen dat niet is zoals ik ben. De hoofdpersoon in mijn roman in wording is dan ook een man, kunstschilder en stiekem heel erg verliefd op zijn beste vriend. Mijn roman-to-be is geen Young Adult Fantasy en geen LHBT-boek, wat het wel is weet ik nog niet. Nu wordt er vanuit die kringen geroepen dat je alleen maar over homoseksualiteit mag schrijven als je zelf homoseksueel bent. Of dat je alleen een transgender op mag voeren als je zelf transgender bent. Of dat je als wit persoon geen zwart of gekleurd personage mag kiezen voor je verhaal, want je bent immers niet zwart of gekleurd.

Dat klinkt redelijk. Hoe zou je een ervaring kunnen beschrijven als je hem niet ervaren hebt? Hoe kun je je inleven in een zwart personage als je niet weet met welke discriminatoire maatregelen hij/zij wordt geconfronteerd? Bovendien is het een probaat middel tegen racisme en discriminatie, want nu krijgt de lezer ten minste de informatie uit eerste hand. Toch?

Een schrijver is meer dan alleen een doorgeefluik van zijn ervaringen. Hij transformeert deze ervaringen naar een leesbaar verhaal, maakt de ervaring universeler, waardoor er (o, magie!) een diepere betekenis ontstaat. Via die diepere betekenis kun je de wereld om je heen ordenen en interpreteren. Dat is de kern van literatuur: van gedachten verhalen maken en van de verhalen weer nieuwe gedachten. Het is pure alchemie. Om op de best mogelijke manier zijn oorspronkelijke idee over te brengen, is het de taak van de schrijver om zich in te leven in alle personages, of dit nu homo’s, hetero’s, transgenders, zwarte of witte mensen zijn.

Wat heeft dit met de fantasy- en scifi-wereld te maken? Daar is deze discussie grotendeels theoretisch, want per definitie kun je geen elf, kobold of dwerg zijn en is het hele argument zinloos.

Dat zou je denken, ja, maar er is groot tumult ontstaan rondom een scifi-verhaal van Isabel Fall: I Sexually Identify as an Attack Helicopter. Het verwijst ook naar een meme die genderidentiteit op de hak neemt. Fall wilde met haar verhaal de meme ombuigen en zo een parodie van een parodie maken, aldus Arjan van Veelen in zijn Kellendonk-lezing Kellendonk als Nobele Klootzak , die in De Groene Amsterdammer is gepubliceerd. Het mocht niet baten, Fall werd online gelyncht en trok haar verhaal terug. Ze was immers geen transgender en gebruikte deze kwetsende meme als uitgangspunt voor een verhaal (hoe durfde ze!).

De fantasy- en scifi-wereld zou juist een vrijplaats moeten zijn voor de verbeelding, voor allerhande geaardheden, verschijningsvormen en gedachte-experimenten. Dat de discussie over ‘schrijven over wat je kent’ of eerder ‘schrijven over wat je bent’ hier is doorgedrongen, vind ik zorgelijk. En verwerpelijk, omdat het leidt tot uitsluiting en meningenoorlogen. Omdat het niet meer gaat om het verhaal en de kern van de literatuur, maar om egootjes. Omdat onderbuikgevoelens voorrang krijgen op gelaagde en geslaagde verhalen. Het is het treurige lied van deze eeuw.

Maar de juiste papieren hebben blijkt ook geen garantie voor de emancipatie van bijvoorbeeld transgenders, zegt Thomas van der Meer: “Er zijn een heleboel boeken geschreven door transgenders die de transgenderemancipatie écht geen goed doen”. Soms is het juist beter als iemand met meer afstand het onderwerp behandelt, een frisse blik heeft en zich kan inleven via research, gesprekken en observaties. Deze redelijkheid lijkt alleen ver te zoeken te zijn.

De consequenties van deze meningenoorlog zijn al zichtbaar: mensen uit de verschillende minderheidsdoelgroepen worden aangetrokken als ‘sensitivity readers’. Zij checken de tekst op gevoeligheden over minderheden en moeten zo de schrijver, uitgever en lezer behoeden voor al te erge uitglijders.

Sigrid – Felicie Jehu
(via Sigrid Lensink – Damen)

Wat als de roep om ‘zuivere literatuur’, het schrijven over wat je kent/bent, de norm wordt? Dat zou betekenen dat ik over niets anders mag schrijven dan mijzelf: een witte, heteroseksuele, cisgender vrouw. Ik kan zelfs niet eens over mezelf schrijven, want er is al een romannetje dat Sigrid heet, in 1923 geschreven door Felicie Jehu. Het gaat over een meisje dat te maken krijgt met de nieuwe, jonge vrouw van haar vader en zo door “leelijke gedachten” wordt overweldigd, dat ze onaardige dingen zegt en doet.

Aan het einde van het boek heeft Sigrid haar lesje geleerd, gedraagt ze zich zoals een net opgevoed meisje zich dient te gedragen en vormen zijzelf, haar vader en zijn nieuwe vrouw én nieuwbakken broertje een keurig en gelukkig gezinnetje. Felicie Jehu zou van alle ‘gevoeligheidslezers’ groen licht krijgen, want zij is vrouw, haar hoofdpersonen veelal ook en ze weet de normen en waarden van haar tijd goed te vangen. Bravo!

Als deze roep om ‘zuivere literatuur’ de norm wordt, zou dat het einde van de (verbeeldings)literatuur betekenen. Het zou het einde van acceptatie en van diversiteit betekenen. Het zou het einde van de emancipatie betekenen. En daar zal ik mij uit alle macht tegen verzetten, want dat ben ik verplicht aan mijn kunstschilder die toevallig smoorverliefd is op zijn beste vriend.

c] 2020-2020 Fantasize & Sigrid Lensink – Damen