web analytics
zaterdag, april 20

Week van de Harland Award-winnaars: interview met Gerthein Boersma

Deze week zetten we de vier runner-ups en de winnaar van de Harland Awards-verhalenwedstrijd 2021 in het zonnetje. De HA is de grootste wedstrijd voor genreverhalen binnen het Nederlandse taalgebied. Vijf dagen lang kun je op Fantasize een interview, gehouden door Isabelle Plomteux, met een van de winnende auteurs lezen. Vandaag sluiten we de interviewreeks af met de winnaar: Gerthein Boersma.

Gerthein Boersma werd winnaar van de Harland Awards-verhalenwedstrijd 2021 met het verhaal Parterretrap.

Kun je jezelf even voorstellen? Wat doe je in het dagelijkse leven?
Mijn naam is Gertjan Boermans, of zoiets. 😉 En ik ben schrijver van van alles en nog wat, maar voornamelijk teksten voor televisieprogramma’s. Heb veel gewerkt voor talkshows als DWDD en M en satirische programma’s als Zondag met Lubach en Dit was het nieuws, maar ook voor quizzen en zelfs realityshows. Verder ben ik stand-up comedian, maar dat staat op een dermate laag pitje dat ik misschien beter ‘was’ kan gebruiken. Want ook al treed ik nog steeds wel eens op, de tijd dat ik vier keer per week in Toomler stond en daarnaast nog eens twee of drie keer ergens anders in het land, zijn voorbij.

Gerthein Boersma, © eigen foto

Heb je al eerder verhalen/romans geschreven? Zo ja, in welk genre?
-Het korte antwoord is nee. Wel heb ik meegewerkt aan scenario’s, onder meer voor comedyseries en sketchprogramma’s. Ook fictie, dus. Maar voor film en tv geldt dat er veel meer uiteindelijk niet gemaakt wordt dan wel en dat geldt ook voor die projecten. Eigenlijk is hetgeen wat het meest in de buurt komt én ook echt is verschenen, de videogame Lake. Die verscheen 1 september 2021 voor de pc en Xbox en verschijnt komende week (8 april 2022) voor PlayStation en ik ben één van de drie (hoofd)schrijvers die tekende voor het script.

Verschilt zo’n script schrijven veel van het schrijven van een verhaal of roman? Of het schrijven van een filmscript?
Het is natuurlijk een uniek proces, omdat dialogen zich – anders dan bij de meeste scenario’s – vertakken aan de hand van keuzes van de speler. Zo had het in de middleware die wij gebruikten iets weg van een flowchart. In zekere zin een goede voorbereiding op Parterretrap want daarvoor heb ik ook zo’n schema moeten maken, om de timeloops kloppend te krijgen.

Hoeveel vrijheid krijg je eigenlijk bij het schrijven van zo’n script?
De ‘narrative lead’, Jos Bouman, behield het overzicht en zorgde dat de losse scènes goed met elkaar in balans waren qua lengte, toon et cetera. Maar binnen de scènes was de vrijheid erg groot. Vooral mooi was altijd het moment dat de stemacteurs hun nieuwe ‘batch’ aan geluidsbestanden opstuurden en je je dialogen echt tot leven hoorde komen (en later, in combinatie met het werk van de zeer getalenteerde character designer en animatoren – ook zág komen).

Was het de eerste keer dat je met de Harland Awards verhalenwedstrijd mee deed? Wat deed je besluiten om mee te doen?
Ja, dit was de eerste keer. Het was een combinatie van factoren, waaronder uiteraard corona. Maar ook liep ik al heel lang met het idee voor dit verhaal in m’n hoofd. Ik was het een beetje vergeten. Totdat de serie Rick & Morty met een aflevering kwam die een opvallend gelijkenis vertoonde met mijn idee, tot in detail zelfs. Hoewel ik daar even van baalde, was het ook de aanleiding om het weer eens af te stoffen. En daarbij zo aan te passen dat ik hoop dat zelfs Rick & Morty-fans de aflevering in kwestie niet meer herkennen.
De laatste, misschien wel meest belangrijke factor: een vriend en oud-collega, Roderick Leeuwenhart, won de prijs al eens en ik zit met hem en andere oud-collega’s (we werkten allemaal voor het games-tijdschrift [N]Gamer) in een appgroep. In corona-tijd zijn we online spellen met en tegen elkaar gaan spelen via zoom en daardoor raakte de Harland Award wat meer top of mind. Eigenlijk deden ik en nog een andere vriend uit die groep daarom een beetje voor de grap mee – die vriend is trouwens ook in de top-30 geëindigd.

Wat bevalt je aan het ‘fantastische’ genre? Heb je een voorkeur voor bepaalde auteurs of sub-genres?
Ik ben een groot filmliefhebber en sciencefiction heeft mijn voorkeur. Ik ben een groot fan van Black Mirror en The Twilight Zone, waar fantastische elementen worden gebruikt om bepaalde maatschappelijke tendensen te bekritiseren of bloot te leggen. In Parterretrap heb ik dat ook een beetje geprobeerd met bepaalde corona-clichés, waaronder het algehele tijdsbesef waarvan veel mensen zeiden dat ze dat verloren waren. Ook het einde is hopelijk Twilight Zone-esque. Daarnaast zitten er nogal wat al dan niet subtiele verwijzingen naar Back To The Future in, ooit mijn eerste kennismaking met het tijdreis-subgenre (en ook weer een inspiratiebron voor Rick & Morty, toevalligerwijs).

Op je website las ik dat je teksten schrijft voor televisieprogramma’s en ook optreed als stand-up comedian. Wat zijn volgens jou de verschillen tussen het schrijven voor deze activiteiten en het schrijven van een verhaal of roman? Of zijn die er niet?
Ja, de verschillen zijn zo groot en uiteenlopend dat ik beter kan zeggen wat de overeenkomsten zijn. Een belangrijke is dat ik het bij stand-up erg leuk vindt om terug- en vooruitwijzingen te maken. Callbacks, running gags, dat soort dingen. Die kun je vrij gemakkelijk aan je materiaal toevoegen door vast wat zaadjes te planten in het eerste gedeelte die dan enigszins verrassend te laten ‘uitkomen’ in het tweede. En dat is precies wat ik bij Parterretrap ook gedaan heb. Dat geeft de indruk van een afgeronder geheel, van iets wat stevig in elkaar zit. Als je het schrijft voelt het soms een beetje als een trucje, maar het publiek – luisteraar of lezer – ervaart het toch altijd als behoorlijk bevredigend.
Een andere overeenkomst: ik had het net over inspiratie, maar één van de belangrijkste lessen die ik in mijn schrijvende leven geleerd heb is, dat wachten op inspiratie geen zin heeft en ook niet hoeft. Je zult er gewoon echt voor moeten gaan zitten en beginnen, ook al voel je je ongeïnspireerd. En dan blijkt dat je inspiratie kunt oproepen, of zelfs een beetje kunt forceren. Die les gebruik ik bij elke vorm van schrijven.

Welk van deze drie schrijfvormen (comedy, tekstschrijver voor televisie, auteur van een eigen verhaal) bevalt je het best en waarom?
Dit klinkt misschien als een ‘cop-out’ of een cliché, maar het is juist de combinatie die me erg bevalt. In alle drie kan ik creativiteit kwijt die ik elders niet kwijt kan. Soms heb ik ineens inspiratie – in de supermarkt, onder de douche, waar dan ook – en soms is zo’n idee dan vrij abstract. Hoe fijn is het dan om de luxe te hebben om te kunnen bepalen bij welk van mijn ‘creatieve uitspattingen’ zo’n idee het best zou passen: in de vorm van een grap, van een scène of van een verhaal?

Hoe beslis je dan wat waar thuishoort?
Het schrijven van een grap is natuurlijk de ultieme ‘short form’, vooral voor Dit was het nieuws waarbij oneliners met weinig ruis een pre zijn (hoewel het ook wel weer leuk is om dat te doorbreken met een absurd lange grap, een videograp of een grap met heel veel aankleding, gastrolacteurs et cetera, tussendoor). Bondigheid is ook voor presentatieteksten een vereiste, maar verder moeten die vooral helder en prikkelend zijn. Bij scenario’s en verhalen heb je te maken met meer ‘long form’: meer ruimte om echt iets neer te zetten – setting, personages, sfeer, thematiek et cetera. Toch zou ik ook hier de overeenkomst willen benadrukken: ook hier is bondigheid geen slechte richtlijn. Dat wil niet zeggen dat liederlijke volzinnen per definitie ruis zijn, in tegendeel: ze kunnen sterk bijdragen aan de sfeer of karakterisering. Maar van mooischrijverij om de mooischrijverij ben ik absoluut geen fan – en dat is misschien wel een ‘pet peeve’ die door mijn tv- en comedy-werk is versterkt.

De link tussen het schrijven van een grap en van Parterretrap is ook sterker dan je misschien zou denken. Jerry Seinfeld omschreef de spanningsboog van een grap ooit als een kloof tussen verwachting en verrassing, waar je als comedian het publiek als het ware overheen tilt. De set-up van een grap creëert een verwachting en de punchline lost die verwachting weliswaar in, maar wel nét op een onverwachte manier. Maar die kloof moet ook weer niet té groot zijn, want dan raak je je publiek kwijt – ze vallen als het ware in die kloof. Een collega omschreef dat ooit als: “Je moet het publiek op het verkeerde been zetten, maar wel op het goede verkeerde been.” Zoiets doe ik met Parterretrap eigenlijk ook: verwachting creëren en die op een onverwachte maar bevredigende manier inlossen met een soort grote punchline. Het is een beetje een mindfuck op dat moment – maar in feite dus ook één grote grap.

Wat wil je op schrijfvlak graag nog bereiken? Binnen het genre of net niet? Andere toekomstplannen?
Het schrijven van Parterretrap is me heel goed bevallen, dus ik wil er zeker meer mee doen. Maar zoals gezegd: het begon als grap, dus concrete plannen heb ik niet echt. Inmiddels is het gelezen door een aantal gerenommeerde figuren in de schrijverswereld (ik zal hun namen niet droppen :-)) en krijg ik verschillende suggesties. Parterretrap uitwerken tot een roman of novelle, bijvoorbeeld, of er meer korte verhalen bij verzinnen om er uiteindelijk misschien een bundel van te maken. Zelfs een filmscript is geopperd! Allemaal toekomstmuziek, vooralsnog heb ik het erg druk met tv-dingen. Maar ik speel zeker met al die gedachten. Je hoort nog van me. 😉

Op Hebban kun je gratis het e-book downloaden met het verhaal van Gerthein en dat van de vier runner-ups: https://www.hebban.nl/boek/harland-awards-parterretrap-en-andere-winnende-verhalen-diverse-auteurs

 

© 2020 – 2024 Fantasize & Isabelle Plomteux

You cannot copy content of this page