web analytics
zondag, april 21

Vertelling: De drones

Door Guido Eekhaut

Ik ben een fietskoerier voor Bermazon. Met fietsen doen wij wat niet met drones lukt: dezelfde dag nog een pakket leveren op de meest onmogelijke plekken in Amsterdam. De drones vinden onze concurrentie niet leuk. Ze zijn intelligent en zich maar al te goed bewust (hoewel dat niet de juiste term is) van hun precaire positie, want ze kunnen ons niet zomaar vervangen. Camerawerk, surveillance en zo, ja, daar zijn ze voor geschikt. Cameradrones voor routineopdrachten doen het goed op de markt, net als drones die hoogspanningsleidingen, fabrieksinstallaties of booreilanden inspecteren. Deliverydrones zijn doorgaans werkloos, want mensen op fietsen doen dat efficiënter.
Mijn fiets is dan ook mijn voornaamste eigendom en bedrijfskapitaal. Ik eet en heb onderdak dankzij mijn fiets. Mensen zijn helemaal wég van technologische vooruitgang en gadgets, maar in het alledaagse leven worden we nog het best gediend door technologie van een eeuw oud. De fiets, de auto, de telefoon. Water komt uit een kraan, koffie uit een koffiezetapparaat. Waar zijn de rijdende voetpaden, de vliegende auto’s? Er is natuurlijk wel het internet. Niemand voorspelde het internet. Niemand voorspelde de supercomputer in de broekzak. Afgezien daarvan, leven we in een wereld die vorm kreeg aan het begin van de twintigste eeuw.
Behalve dan die drones.
4732, die altijd in de buurt van mijn flat rondhangt en blijkbaar al een tijdje werkloos is, is koppig en vasthoudend, altijd op zoek naar een opdracht. Hij trotseert regen en wind terwijl hij de ene keer tien meter boven de grond zweeft, en dan weer twee meter. Wat hij hier de hele tijd doet, in mijn buurt, is mij een raadsel. Het logo van de kabelmaatschappij waarvoor hij werkte, is vervaagd maar nog net te onderscheiden.
Hij is een wat ouder model en daarom wil niemand hem. Hij is op de dool, maar niet in nood. Energie is geen probleem, met zoveel publieke laadpunten in de buurt. Wel vraag ik me af of hij zich niet verveelt. Kunnen drones — en kunstmatige breinen in het algemeen — zich vervelen?
Soortgenoten die wel werk hebben, negeren hem. Wij kennen hen menselijke karakteristieken toe, die zij niet bezitten, hoewel niemand echt weet hoe intelligent en complex ze zijn. De specialisten weten het gewoon niet. Miljoenen drones die elk jaar door de fabrieken afgeleverd worden en niemand die weet wat er in al die breinen omgaat.

Wij fietskoeriers zijn niettemin bezorgd over onze toekomst. Er komen altijd bétere drones, beter aangepast aan het moeilijke leven in de stad. Slimmer, en misschien worden ze echt wel zelfbewust. Maar dat ligt nog in de toekomst. Tot dan denk ik dat mensen nog steeds een aantal voordelen hebben. We bezitten intuïtie, een eigenschap die een goed koerier voortdurend van pas komt.
Zie ik dat een klant een probleem heeft, bijvoorbeeld met het ontvangen van een pakket, dan begrijp ik dat ik moet helpen. Sommige mensen bewegen moeilijk of zijn blind of hebben speciale aandacht nodig. Verwacht dat maar van een drone! Daarenboven ken ik routes waar drones gewoon niet kunnen komen, door overdekte passerelles of te smalle steegjes.
Maar toch dreigen wij, de menselijke koeriers, uiteindelijk vervangen te worden. Het is onvermijdelijk. De menselijke factor verdwijnt helemaal uit het economische proces. Het menselijke contact ook. Aan beide einden van dat proces wordt geautomatiseerd: drones vervoeren pakjes en leveren die af aan andere drones. Het Internet of Things coördineert bewegingen en doelstellingen.
De realiteit is echter nog altijd kreupel en morsig, met slecht functionerende apparaten, falende software en heel veel entropie. Dankzij die entropie hebben mensen zoals ik een baan. Mijn werk is beter dan bloemschikken of origami, de favoriete activiteiten van de meeste veertigerplussers, die nooit meer een reguliere baan zullen hebben.

4732 heeft gezelschap. Het is late namiddag en de gevel van mijn flatgebouw baadt in een gefilterd rossig schijnsel. De lucht is zuiverder dan tien jaren geleden, maar helder is de hemel nooit echt. We moeten alleszins geen mondmasker meer aan, zoals vroeger. Dat scheelt wel wat.
De gezel van 4732 is een cameradrone zoals de politie enkele jaren geleden gebruikte om asociale elementen in de gaten te houden. Ook hij is een ouder model, niet meer in gebruik. Officieel worden verouderde drones uit elkaar gehaald en de onderdelen gerecycleerd, maar sommigen ontsnappen aan dat proces omdat ze op tijd in de gaten hebben wat hun lot wordt. Hun controle-eenheid gaat buiten dienst, misschien met hulp van andere drones die de nodige technische kennis bezitten. Zo ontsnappen ze doelbewust aan elke menselijke invloed. Ook op dat gebied weten de specialisten niet precies wat er aan de hand is. Evenmin weten de autoriteiten hoeveel van die drones er zijn.
In elk geval hangen er nu twee in de buurt van mijn flat rond. Ze praten met elkaar, neem ik aan. Ze bezitten een heel arsenaal aan communicatiemiddelen, dat eveneens aan menselijke controle ontsnapt. Maar deze drones zijn, sociaal gezien, slechter af dan ik. Ze zijn werkloos. Ik niet. Geven we ze menselijke trekken, dan hoort jaloezie daar misschien ook bij. Misschien moet ik opletten wanneer ik op straat kom.

4732 is er deze ochtend nog steeds. Zijn autonomie is beperkt, zijn uithoudingsvermogen niet. Verderop passeren drie drones in formatie, maar ze zijn te ver weg om hun logo te kunnen onderscheiden. Ik pik mijn pakketjes op en volg de route die mijn fiets mij suggereert. Soms wijk ik van die route af. De fiets weet veel, maar niet alles.
De beste route is afhankelijk van het verkeer, het gedrag van voetgangers (beide zeer wisselvallig en beïnvloed door het weer), de staat van het wegdek, aan de gang zijnde publieke werken, andere belemmeringen, mijn fysieke conditie en mijn humeur. Vooral die laatste twee factoren kan de fiets niet inschatten. Elk van ons, koeriers, probeert de beste te zijn, of bij de besten te behoren — en daar te blijven. De besten krijgen de meeste pakjes verdeeld. En verdienen dus het meest.
Ingewikkeld is het economische proces niet. Het blijft me verbazen dat mensen zo lang studeren om enkele eenvoudige principes onder de knie te krijgen en dan nog verkeerde voorspellingen maken.
Na een paar leveringen valt het me op de belangstelling van enkele drones gewekt te hebben. Eén daarvan is lichtblauw en rood en is dus eigendom van Googleplex. Ofwel: De Vijand. De beide andere zijn zwart of misschien donkergrijs. Hoe dan ook: veiligheidsdrones.
Ik negeer de toeschouwers en doe mijn werk. Er hangen altijd wel drones in de lucht, waar je ook gaat of staat in Amsterdam, of in eender welke grootstad. Dat hebben we aan onszelf te danken en aan onze obsessie met zowel veiligheid als dienstverlening. Er zijn politiedrones en militaire drones, die van bedrijven en service-leveranciers, en die van nieuwszenders en andere mediakanalen. Het is een hele aparte ecologie. Ze samen in de lucht houden en ongelukken voorkomen vraagt een bovenmenselijke inspanning. Vandaar dat het mensen niet meer toegelaten is drones te besturen, althans niet boven de stad. Niemand wil neerstortende drones.
Ik laat even mijn fiets achter en hol een overdekt trapsteegje op. Zo zijn er wel meer, en dat is wederom waarom ik een voordeel heb op drones. Boven wacht me een tevreden klant op. Mijn score stijgt en daar hangt mijn extra premie van af.
Het is middag en ik neem een pauze op een terrasje, met mijn fiets in veiligheidsmodus, terwijl hij stroom laadt en ik een burger eet. Mens en machine, geen van beide kunnen ze functioneren zonder energie.
Er hangen hier behoorlijk wat mensen rond, op dit plein en de terrasjes. De meesten zijn hier allicht de hele dag. Hun enige economische functie is die van consument. Consumeren ze niet genoeg, dan zakt hun sociale status en hun uitkering. Sparen is er niet bij. Het systeem zorgt voor je overleven en voor je oude dag, maar wil niet dat je een kleine kapitalist wordt. In dat opzicht ben ik beter af, omdat ik een baan heb en zelf beslis wat ik met mijn geld doe.

4732 heeft opeens een nieuwe gezel. Beide hangen ze op drie meter boven de grond, aan de overkant van de straat. De gezel is 79324, een verbazingwekkend hoog serienummer en dus een recent afdankertje. Het is daarenboven een voormalige militaire drone, aan kleur en insignes te zien. Maar hij draagt ook de stempel van veteraan, wat wil zeggen dat hij niet meer in dienst is. Dit is vreemd. Opnieuw een drone die ontsnapt aan menselijke controle. Ik moet het hoogdringend melden, maar dat is eigenlijk mijn taak niet.

De stad is nooit stil. Ik ben weer wakker. Slaap ergert mij. Ik weiger daar pillen voor te nemen en observeer dan maar de nabije straten en gebouwen vanuit mijn flat. Meestal is er, zo diep in de nacht, weinig te zien. 4732 rust op het dak van het flatgebouw tegenover mij. Dit is merkwaardig. Ik zag hem nooit eerder ’s nachts. Meer dan een silhouet is hij niet. Ik ben ervan overtuigd dat zijn sensoren en camera’s mij in de gaten houden.

© United in the Avalance

Mijn fiets is in de war. Halverwege de ochtend wil hij mij een steegje insturen dat ik niet ken. Ik weet zeker dat ik daar niet hoor te komen. Het is geen kortere route. Ik negeer dus de suggestie en volg mijn eigen weg. De fiets protesteert, maar doet toch wat ik wil.
Twee dagen later doet zich hetzelfde probleem voor, met een ander steegje. Ik moet de fiets naar de werkplaats brengen, er is duidelijk iets mis. We verschillen wel eens van mening, maar niet zo radicaal. Dit steegje loopt zelfs dood.
Ik neem contact op met mijn supervisor. Die knort zoals altijd. Ik heb hem nog nooit in een goed humeur gezien. Een probleem met de fiets? Hij bekijkt de diagnose op zijn scherm. Niets aan de hand, zegt hij. De fiets is perfect in orde. Een verkeerde route? Daar merkt hij niets van. Ik heb de hele tijd perfect de voorgeschreven route gevolgd. Dat is wat het systeem hem vertelt. Misschien moet ik stoppen met wiet of zo?
Hij is een dwaas. Ik gebruik geen wiet. De meeste koeriers wel, anders houden ze het niet vol. Ik train met gewichten en loop lange afstanden. Ik versterk mijn geest met meditatie. De andere koeriers vinden dat sullig. Sommigen willen hun brein rechtstreeks koppelen aan het systeem, of aan hun fiets, zodat ze geen interfaces meer nodig hebben. Alle informatie rechtstreeks van machine naar brein en omgekeerd. Wat mij betreft zijn ze dan niets anders dan drones van vlees en bloed. Maar het is hun keuze.
Sommigen fluisteren dat er al gekoppelde koeriers rondrijden in deze stad. De snelsten, de meest efficiënte. Het wordt dringen aan de top.
Maar tussen mij en mijn fiets is er iets anders aan de gang. Hij is van slag, daarvan ben ik overtuigd.

Het probleem met kunstmatige intelligentie is dat het makkelijk genoeg te simuleren en te suggereren is. Op die manier weten we niet echt in welke mate de machines die we bouwen, intelligent zijn. Bewustzijn, aan de andere kant, is een lang en moeizaam proces dat niet te simuleren of suggereren is en moeilijk te onderkennen. We weten zelfs niet eens of wij zelfbewust zijn. Hoe dan ook: bewustzijn ontstaat — we weten niet precies hoe, of we weten het helemaal niet, maar er is groeiende complexiteit en veel tijd voor nodig. Bij de mens enkele honderdduizenden jaren, op z’n minst.
Voor de machines is er geen probleem: tot heden beweert geen enkel algoritme zelfbewust te zijn. Ze doen niet aan enige vorm van introspectie. Ze doen gewoon de dingen die ze moeten doen. In dat opzicht zijn ze simpele organismen die complexe processen beheersen. Dat klinkt als een mooie tegenstelling — maar ik ben geen specialist. De algoritmen zijn niet slimmer dan wij, maar al wat ze doen, doen ze sneller en béter dan wij. In de wedloop naar de top van de overlevingspiramide, winnen zij. Makkelijk zelfs.
En toch hangen die drones hier rond, werkloos, uitgerangeerd. Ze zijn nutteloos, maar niet betekenisloos. Ik ben ervan overtuigd dat 4732 en zijn soortgenoten het een of andere plan hebben. Ik zag hem daarnet met twee militaire begeleiders. Hij heeft zijn kleine militie uitgebreid. Ik zal uitkijken voor doodlopende steegjes. Ik zal uitkijken tijdens nachtelijke opdrachten. En ik weet niet eens of ik mijn fiets nog kan vertrouwen. Fietsen en drones, allemaal verbonden in eenzelfde netwerk.
Maar wat kan een koerier anders doen, zonder fiets?

Over de auteur:
Guido Eekhaut publiceerde ruim vijftig boeken en meer dan dubbel zoveel verhalen in allerlei genres (misdaad, weird, speculatieve fictie, fantasy). Hij kreeg in 2009 de Hercule Poirot prijs voor ‘Absint’ en werd twee keer genomineerd voor de Gouden Strop. Zijn boeken en verhalen verschenen ook in vertaling, voornamelijk in het Engels, Duits, Spaans en Pools.

Over de illustrator:
Meer over deze illustrator kun je vinden op zijn instagramaccount.

 

© 2020 – 2024 Fantasize, Guido Eekhaut & United in the Avalance

You cannot copy content of this page