web analytics
maandag, februari 6

Verdieping: Subgenres van fantasy

Door René van Dijk

Fantasy is een breed begrip. Definities reiken van de ene naar de andere kant van het menselijke voorstellingsvermogen. In dit artikel kijken we naar de divisies die hierin te maken zijn. Er zijn veel ideeën over categorieën en subgenres binnen de fantasy. Subgenres kunnen ons helpen duidelijkheid te krijgen over wat we lezen of zien als we met fantasy bezig zijn, maar omdat het er zoveel zijn, kunnen subgenres net zo goed voor verwarring zorgen.

© Pexels

De algemene consensus
Fantasy is een genre met een grote schare aan toegewijde en actieve liefhebbers. Dit is in de literatuur zeldzamer dan we ons soms realiseren. Vergelijk het aantal mensen dat zich verkleedt als Aragorn, Harry Potter of Peter Pan met het aantal mensen dat zich verkleedt als Humbert Humbert uit Lolita, Holden Caulfield of kapitein Ahab.
Als genre kent fantasy heel veel eigen conventies die bij de achterban goed bekend zijn. Fantasy heeft een grote impact op het leven van de fans en veel mensen willen hun eigen fantasieverhalen ook op papier zetten. Er zijn veel fantasyschrijvers met allemaal eigen ideeën over fantasy. Dit is misschien wel eigen aan het genre. Het zorgt er echter wel voor dat je soms door de bomen het bos niet meer ziet. Er zijn namelijk heel veel bomen, heel veel verschillende soorten bomen, en we missen een botanist.
De meest gehanteerde definities voor subgenres binnen de fantasy zijn dan ook ontstaan en gegroeid uit een soort algemene consensus. Ik zal deze subgenres kort behandelen en daarbij ook aangeven wat volgens mij de problemen met de definities zijn. Het is door de aard van de totstandkoming van deze definities vaak lastig om een eenduidige bron aan te wijzen. Het is een oneindig web van naar elkaar verwijzende artikelen en weblogs. Ik zal bij elk subgenre vier grote titels noemen die volgens de meeste mensen onder dit genre zouden vallen.

High fantasy/Epic fantasy
The Lord of the Rings, Alice in Wonderland, The Chronicles of Narnia, Harry Potter

High fantasy is een van de meest bekende vormen van fantasy. Het is de fantasy die zich afspeelt in een fictieve wereld met vreemde wezens en magie. Dit is fantasy zoals de meeste mensen het in eerste instantie zouden definiëren. De vraag is alleen: wat is een fictieve wereld? The Lord of the Rings speelt zich volgens Tolkien zelf af in een ver verleden van onze eigen wereld. Alice in Wonderland en The Chronicles of Narnia gebruiken onze eigen wereld als referentiekader. De protagonist komt in een andere wereld terecht vanuit de onze. In het geval van Narnia ogenschijnlijk fysiek, in Alice in Wonderland door een droom. Harry Potter voert dan weer een fictieve wereld binnen onze wereld op.
Het verschil in thema en stijl tussen deze boeken is reusachtig en laat zien dat high fantasy een verzamelterm is voor compleet verschillende werken. Het enige wat ze delen, is een vorm van escapisme veroorzaakt door het principe van een ‘andere wereld.’

Low fantasy
The Borrowers, The Spiderwick Chronicles, The Law of Nines, A Song of Ice and Fire

Low fantasy is al helemaal lastig te definiëren en overlapt met allerlei andere subgenres. Low fantasy speelt zich af in een herkenbare, rationele wereld met lichte magische of fantastische elementen. Hoeveel fantasy precies te veel is, is echter onduidelijk. Volgens sommigen is het werk van George R.R. Martin low fantasy, omdat hij een realistische wereld met relatief weinig magische elementen creëert. Volgens anderen is het high fantasy omdat het een op zichzelf staande fictieve wereld opvoert met draken en ondoden.

Historical fantasy
Tigana, Jonathan Strange & Mr Norrel, Earth’s Children, The Mists of Avalon

Historical fantasy is waar we officieel de mist ingaan. Dit is een subgenre dat zelf nog weer zeker 10 subgenres heeft, te weten: Arabian fantasy, Celtic fantasy, Classical fantasy, Steampunk, Gunpowder fantasy, Wuxia, Medieval fantasy, Prehistoric fantasy, Sword and Sourcery en Swords and Sandals. Sommige van deze subgenres zijn misschien nogal overbodig. Dat prehistorische en middeleeuwse verhalen onder de noemer historisch vallen, lijkt mij logisch. Sword and Sourcery echter, het genre van de pulpverhalen over grote gespierde kerels met zwaarden die vrouwen in nood komen redden (zie Conan the barbarian), valt moeilijk te rijmen met fantasy gebaseerd op Arabische legendes of Keltische volksverhalen. Steampunk lijkt dan weer een gelukkig dubbelleven te leiden in verschillende fantasy- en sciencefictiongenres. De enige definitie die dan ook te vinden is van historical fantasy is dat het gebaseerd is op verhalen, legendes of gebeurtenissen uit onze eigen geschiedenis. De meeste verhalen maken natuurlijk gebruik van deze elementen en dat verklaart waarschijnlijk ook waarom historical fantasy een beetje een restcategorie lijkt te zijn.

Urban fantasy
Neverwhere, Perdido Street Station, Night Watch, The Dresden Files

Urban fantasy wordt simpelweg gedefinieerd als fantasy die zich in een stadse omgeving afspeelt. Het speelt zich vaak af in de moderne tijd en overlapt daarom met contemporary fantasy. Een aantal populaire werken van Neil Gaiman is een goed voorbeeld van urban fantasy. Door de setting leunt het ook sterk tegen sciencefiction aan. Urban fantasy is een populair subgenre en doet het goed op televisie (zie Highlander, Buffy the Vampire Slayer en Grimm). De locatie van een verhaal heeft natuurlijk zijn weerslag op het plot en de stijl, maar je kan op basis daarvan geen duidelijk subgenre creëren.

De subgenres die ik hier niet behandel zijn onder andere:
Military fantasy
Dark fantasy
Hard fantasy
Romantic fantasy
Fantastic Romance
Erotic fantasy
Paranormal fantasy
New Weird
Science fantasy
Alternate History
Superhero fantasy
Sword and Planet fantasy

Ik geloof dat mijn punt duidelijk is. We zijn nu net zo verdwaald in een vreemde wereld als de meeste personages in fantasyverhalen. De definities die algemeen gehanteerd worden voor het indelen van fantasy in subgenres schieten wat mij betreft ernstig tekort. Veel ervan zijn te vaag en in een poging om dat recht te zetten zijn anderen weer te specifiek. Maar wat dan?

Strategies of Fantasy
Er is een aantal academici dat hier een mening over heeft. Twee die interessant zijn om te belichten zijn Brian Atteberry en Farah Mendlesohn. Beiden hebben een interessante kijk op fantasy, waar die van Atteberry wat klassieker is dan die van Mendlesohn.

In zijn boek Strategies of Fantasy stelt Atteberry dat er bij fantasy als genre kan worden uitgegaan van een bron of centrum. Een definitief fantasywerk waar hij de anderen toe kan verhouden. Na een klein en onwetenschappelijk onderzoek komt hij tot de conclusie dat de meeste mensen The Lord of the Rings als meest standaard voorbeeld voor fantasy zien:

“Is fantasy a fuzzy set? From what center do we perceive it radiating?
(…) I arranged an unscientific experiment (…) Calling on acquaintances who have written scholarship on fantastic literature, I produced a list of forty titles and asked them to rate those titles on a scale of one to seven. A score of one described the work as quintessentially fantasy and a score of seven, by no means fantasy. (…) The lower the score, the more central. Dracula came in with a 1.76; Roger Zelazny’s Amber series and E.R.R. Eddison’s The worm Ouroboros tied at 1.5; Alice in Wonderland was even closer to the quintessential fantasy at 1.42; Le Guin’s Earthsea trilogy scored 1.3 and with a 1.07 representing near unanimity, The lord of the Rings stands in the bullseye.” (Citaat uit Strategies of Fantasy, Brian Atteberry)

Atteberry verhoudt andere werken tot dit centrum, waarbij werken die verder afliggen van het centrum de minste kenmerken van fantasy vertonen. Dit schiet als definitie niet erg op, omdat de twijfelgevallen simpelweg twijfelgevallen blijven. Op welk punt houdt iets op met fantasy zijn? Atteberry stelt dan ook dat dit model het beste is om te identificeren wat nu eigenlijk de kenmerken van fantasy zijn.

Hij geeft op deze manier een aantal interessante inzichten, maar we schieten er niet veel mee op als we de subgenres van fantasy duidelijker willen definiëren. Daarvoor kunnen we beter kijken naar het boek Rhetorics of Fantasy van Farah Mendlesohn, waarin ze een heel interessante taxonomie van het genre voorstelt.

Rhetorics of Fantasy
Het boek van Farah Mendlesohn begint met een waarschuwing die misschien wel goed is om hier te noemen:

“HEALTH WARNING:
This book is not intended to create rules.
Its categories are not intended to fix anything in stone.
This book is merely a portal into fantasy, a tour around the skeletons and exoskeletons of genre.” (Citaat uit Rhetorics of Fantasy van Farah Mendlesohn)

Wat Mendlesohn naar eigen zeggen in dit boek probeert, is niet om fantasy te definiëren, maar om hulpmiddelen te bieden om de opbouw van het genre te onderzoeken. Ze begint al met een andere manier van kijken. Ze maakt een indeling langs de lijnen van retorische en thematische structuur. Ze onderscheidt in principe vier verschillende categorieën. Te weten: the portal-quest fantasy, the immersive fantasy, the intrusion fantasy, the liminal fantasy. Weer zal ik de categorieën behandelen en vier titels als voorbeelden geven.

The portal-quest fantasy
The Chronicles of Narnia, Lord of the Rings, Neverwhere, The Chronicles of Thomas Covenant

Een portal fantasy, of in het Nederlands, een poort-fantasy is simpelweg een fantastische wereld die men binnengaat door een poort of portaal. Dit hoeft natuurlijk geen letterlijke poort te zijn, maar dat kan wel, zie The Chronicles of Narnia. Het gaat om de overgang van het normale naar het fantastische waarbij het fantastische zich afspeelt los van of weg bij de normale wereld. Een van de belangrijkste kenmerken van de portal fantasy is dat de protagonist in een voor hem of haar onbekende wereld terechtkomt. Wij kijken mee met de protagonist en worden op die manier samen met de protagonist ingeleid in een nieuwe wereld. De standaard quest fantasy, waarin de protagonist op een queeste wordt gestuurd, hoort hieronder omdat zij gebruikmaakt van hetzelfde principe. In The Lord of the Rings komt Frodo niet letterlijk in een nieuwe wereld terecht, maar wel in een hem onbekende buitenwereld. Zijn kennis van de wereld is marginaal en wij leren samen met hem hoe deze nieuwe wereld in elkaar steekt. Met zijn vertrek uit the Shire kruipt hij zelfs door een heg (de poort) waarna hij meteen in een onbekend en fantastisch gebied terechtkomt.

Dat wij meekijken met iemand die de wereld niet kent en samen met ons ontdekkingen doet is een handig en veelgebruikt middel van de schrijver om beschrijvingen van de wereld te maken en expositie in te bouwen. Een nadeel hiervan is dat wij de protagonist niet ‘zien’. Omdat wij de wereld bekijken door de ogen van het personage, hebben wij weinig zicht op het personage zelf. Een veelgebruikte oplossing hiervoor is het personage te laten reflecteren op zichzelf en wat hij heeft meegemaakt. Wanneer dit slecht gedaan wordt, breekt de schrijver echter te veel in in het verhaal en krijgen wij een houterige monoloog voorgeschoteld. Belangrijk voor de portal-quest fantasy is het gevoel van verwondering bij de lezer. Dit is ook meteen een gevaar. Als de schrijver constant nieuwe elementen introduceert om dit gevoel van verwondering vast te houden, worden de regels van de wereld onduidelijk en vallen er plotgaten.

Immersive fantasy
Night Watch, Perdido Street Station, A Song of Ice and Fire, Shadowmarch

Immersive fantasy vraagt ons niet alleen mee te gaan in een andere wereld, maar ook om een set aannames te delen. In immersive fantasy is de fantastische wereld normaal. De personages weten niet beter of hun wereld is net zo gewoon als de onze. Het fantastische is alledaags. Farah Mendelsohn zegt: “In effect, we must sit in the heads of the protagonists, accepting what they know as the world, interpreting it through what they notice, and through what they do not.”

Essentieel is dat immersive fantasy een complete en geloofwaardige wereld opvoert. Er moeten duidelijke wetten en regels zijn waaraan de wereld is gebonden. Dat is de enige manier waarop de lezer kan aftasten hoe de wereld werkt en wat wel en niet mogelijk is. Immersive fantasy gedraagt zich dus als een mimetisch boek, maar is dat niet. In de Harry Potterboeken gaat dit op een gegeven moment schuren. De wetten van de magie en de mogelijkheden en onmogelijkheden ervan worden onduidelijk. Waarom kunnen ze in het ene boek tijdreizen en in het andere niet? Waarom heb je voor de ene spreuk een drankje nodig en voor de andere een toverstaf? In de eerste Harry Potterboeken is dit nog niet zo’n probleem, omdat het dan meer een portal-quest fantasy betreft. In de latere boeken, als de magische wereld meer alledaags geworden is en de boeken meer trekken van immersive fantasy beginnen te vertonen, ontstaan er inconsistenties.
Deze vorm van fantasy lijkt dan ook sterk op sciencefiction. De interne logica moet kloppen waardoor de magie vaak een haast wetenschappelijke kant krijgt. De futuristische technologie in veel sciencefiction zou voor ons net zo goed magie kunnen zijn, ware het niet dat het zich aan de ons bekende natuurwetten gebonden ziet.

Het probleem bij de immersive fantasy ligt in hoe de schrijver het beste de expositie kan brengen. In Doctor Who, om maar een sciencefictionvoorbeeld te noemen, doen ze dit door de Doctor een minder slimme assistent te geven aan wie hij dingen moet uitleggen. In andere boeken gebeurt het weer door nieuwsberichten of rapportages. Een alwetende verteller die constant informatie geeft zou hier heel erg het mimetische karakter van het verhaal doorbreken. Wij moeten geloven dat de wereld die wij zien echt is. We schorten ons ongeloof op.

Intrusion fantasy
The Law of Nines, Soul Music, It, Dracula

Intrusion fantasy gaat over het fantastische wat de ‘normale’ wereld binnendringt. Waar bij een portal fantasy het fantastische gescheiden is van de wereld en bij de immersive fantasy het een deel van de wereld uitmaakt, is het bij intrusion fantasy een binnendringer. Het leven van de protagonist komt op zijn kop te staan als het fantastische de normale orde van dingen in de war schopt. Een van de belangrijkste elementen van de intrusion fantasy is de spanning. De spanning van het onbekende en de opbouw naar de verklaring is belangrijker dan de ontdekking zelf. Intrusion fantasy heeft een structuur van ontkenning naar acceptatie.
Op een of andere manier moet er iets met het fantastische gedaan worden. Het moet verslagen worden of er moet mee onderhandeld worden. Het fantastische heeft hier uit zichzelf een sterke antagonistische functie.

De meeste horror valt te classificeren als intrusion fantasy. Er wordt een wereld neergezet die vervolgens door het fantastische wordt doorbroken (een bovennatuurlijke moordenaar of een monster bijvoorbeeld) en de situatie escaleert totdat er een manier gevonden wordt om met het fantastische om te gaan. Het monster wordt gedood of weggejaagd. Opvallend is dat de intrusion fantasy altijd gevoelsmatig afgerond eindigt. Hoe mysterieus of hoe open het einde ook is, er is altijd het gevoel dat een vervolg of verdergaan van het verhaal afbreuk zou doen aan het geheel. Natuurlijk is er vaak wel een vervolg en dat vertrouwt op een van twee technieken: het opnieuw opzoeken van de naïviteit, met een andere protagonist bijvoorbeeld, of het nog verder laten escaleren (deze keer zijn er wel honderd vampiers). Het voelen van het fantastische is erg belangrijk bij intrusion fantasy. Ons gevoel wordt aangesproken en niet ons intellect.
Veel portal-quest-fantasyverhalen beginnen met sterke intrusion-fantasyelementen om onze nieuwsgierigheid op te wekken en ons mee te nemen door de poort. Een wezenlijk verschil is dat de intrusion fantasy draait om de spanningsopbouw van het onbekende en bij een portal-quest fantasy is de verwondering van de ontdekking belangrijker.

The liminal fantasy
The domain of Arnheim, Little Big, Lud-in-the-mist, Chivalry

Liminal fantasy (liminal betekent grensoverschrijdend) is een lastige categorie. Het is relatief zeldzaam, maar wel bijzonder interessant. Liminal fantasy bestaat zogezegd op de drempel van de deur naar het fantastische. “This seemingly ordinary story feels like fantasy. We somehow know that it is the fantastic. (…) The anxiety and the continued maintenance and irresolution of the fantastic becomes the locus of the fantasy. The liminal moment that maintains the anxiety assists the creation of the tone and mode that we associate with the fantastic: its presence is represented as unnerving, and it is the sense of the unnerving that lies at the heart of the category,” aldus Mendlesohn.

In de liminal fantasy pikken we door hints van het alledaagse op dat dit onze wereld is. Als het fantastische verschijnt, zou het een verstoring moeten veroorzaken. In plaats daarvan, terwijl de gebeurtenissen zelf wel opmerkelijk of verstorend kunnen zijn, wekt de fantastische oorsprong van de gebeurtenissen geen verbazing. We raken in de war. De gesloten omgeving van de immersive fantasy ontbreekt. We krijgen geen hints over een fantastische wereld. Toch is de protagonist niet verbaasd. Terwijl de liminal fantasy de ontmoeting met het fantastische heel gewoon maakt voor de protagonist, vervreemdt het de lezer. De situatie is vreemd en onze reactie daarop wordt uitgebuit. Waar we in de portal fantasy meekijken over de schouder van de protagonist, zitten we hier in zijn onderbewustzijn te schreeuwen dat er iets niet klopt. Alsof je niet helemaal wakker wil worden uit een droom. Een goed voorbeeld is het korte verhaal Chivalry van Neil Gaiman, waarin een oudere dame de heilige graal koopt in een kringloopwinkel en vervolgens meerdere keren bezoek krijgt van de ridder Galaad, die haar meerdere legendarische objecten biedt waar ze geen behoefte aan heeft in ruil voor de graal. Het verhaal wisselt de bezoeken van Galaad af met de meest normale dingen, zoals een bezoekje aan het postkantoor of de kledingwinkel en de hoofdpersoon is op geen enkel moment verbaasd door de mythologische figuur aan haar keukentafel.

Intrusion fantasy is gefascineerd met het fantastische en gaat de confrontatie aan. Liminal fantasy is passief en zoekt geen verklaring of confrontatie. De confrontatie maakt het fantastische namelijk juist minder fantastisch. We staan op de drempel, maar gaan hem niet over.

Conclusie
De categorieën van fantasy die Farah Mendlesohn beschrijft zijn veel beter te hanteren dan de subgenres waar de meeste fantasy in verdeeld wordt. Haar ideeën geven een eenduidiger beeld van waar het in fantasy om draait en door haar gebruik van de retorische elementen om verschillende werken bij elkaar te scharen, krijgen we veel meer grip op de verschillende typen fantasy die we in grote lijnen kunnen onderscheiden.

Is het nu zo belangrijk om altijd binnen de lijntjes te kleuren en van tevoren in te plannen binnen welk subgenre je wilt blijven als schrijver? Nee, absoluut niet. Maar weten wat de lijntjes zijn, wat ze doen en wat hun nut is, kan wel belangrijk zijn. Om, vrij vertaald, Terry Pratchett te citeren: “Ik zou enthousiaster zijn over buiten de hokjes denken als ik eerst bewijs zou zien dat er ook weleens in de hokjes werd gedacht.”

Bronnen
Mendlesohn, F. The Rhetorics of fantasy. 2008. Wesleyan University Press.
Atteberry, B. The Strategies of fantasy. 1992. Indiana University Press

 

Over de auteur:
René van Dijk studeerde Writing for Performance aan de HKU waar hij afstudeerde met een prijswinnende scriptie over wereldbouw. Sindsdien schrijft hij voornamelijk korte verhalen, artikelen en essays. Bij de Harland Awards van 2021 behaalde hij de vierde en 183ste plaats. Een literaire spagaat waar hij stiekem best trots op is. Hij schrijft van alles, maar altijd fantasy of sciencefiction en is in het wild aan te treffen al schrijvend in cafeetjes in Arnhem.

 

© 2020 – 2023 Fantasize & René van Dijk

You cannot copy content of this page