web analytics
zondag, mei 19

Verdieping: Koos Verkaik, de onsterfelijke schrijver die zichzelf liet verdwijnen

Door Paul van Leeuwenkamp

Dit essay is een voorproefje uit de essaybundel Fantastisch. De verschijningsdatum staat gepland voor begin 2024.

 

Koos Verkaik, eigen foto

Koos Verkaik debuteerde in 1972 met de korte SF-roman Adolar (Uitgeverij Civo) en in 2021 verscheen bij Pharo Books de roman Legio over een dreiging die al stamt uit 10.000 v. Chr. In die 50 jaar zijn er volgens zijn eigen website: “over 50 different titles […] published, both for children and adults, countless scripts, several recordings etc. etc.”
Het is echter niet makkelijk een goed overzicht te krijgen van zijn oeuvre. De verschillende bibliografische registers als De Boekenplank, de site ‘voor de liefhebber van het spannende boek’, de Koninklijke bibliotheek en Fandata noemen maar een beperkt aantal titels, terwijl de site van Verkaik een overvloed aan alfabetisch opgesomde titels geeft, met oud en nieuw, jeugd en volwassen, Nederlands en Engels, alles door elkaar. Zelfs een korte mailwisseling met hem in 2020 gaf mij geen duidelijkheid. Vragen als ‘wat is nu precies de lijst met publicaties’, ‘waar heb je de afgelopen 50 jaar je brood mee verdiend’, ‘waar woon en woonde je’, werden niet beantwoord. Toch toonde Verkaik zich in die mails een vriendelijk en enthousiast mens, die snel reageerde met een toon van openhartigheid:
“In Nederland heeft niemand zich ooit echt voor mijn werk geïnteresseerd en dat heb ik eigenlijk nooit erg gevonden. Ik ga graag mijn eigen weg. […] Een interview of publicatie over mijn werk is wat mij betreft niet nodig, hoor, het heeft voor mij niet zo veel zin. Er staan meer dan 20 interviews op mijn website, allemaal gedaan door mensen in de USA. En er komen er nog veel meer – daar heb ik meer dan voldoende aan.”
Hij vond het blijkbaar niet zo belangrijk, was met andere dingen bezig, of misschien was de ongestructureerde overvloed op zijn website juist wenselijk. Het blaast het feitelijke oeuvre immers op tot meer en dat is commercieel wellicht verantwoord.

Misschien is het voor de schrijverswerkelijkheid van Verkaik wat raar om de jeugdboeken en boeken in het Engels aan de kant te schuiven en een beeld te geven van alleen zijn Nederlandstalige werk. Toch ga ik dat proberen, want hij is een Nederlandse schrijver die al vijftig jaar in de fantastische genres schrijft en publiceert, voor een groot deel buiten de bekende kanalen in Nederland en Vlaanderen om, geheel op eigen kracht. Dat is indrukwekkend en het maakt nieuwsgierig.

De talloze kinderboeken, Alex en de wolpertinger, Saladin, Slimmetje en nog wat losse boeken als De toverfluit en andere verhalen en Er was eens… laat ik dus buiten beschouwing. Op de titels die alleen in het Engels zijn verschenen, zal ik maar in beperkte mate ingaan. Uiteraard baseer ik mij zoveel mogelijk op wat Verkaik zelf heeft gezegd of geschreven – zijn website, interviews waarnaar hij verwijst zoals die op New York Parrot, maar ook een oudere website over de Wolpertinger. De enthousiaste, chaotische Verkaik heeft blijkbaar geen behoefte aan geneuzel over precieze titels en namen en jaren, en daarom heb ik, daar waar vragen niet beantwoord werden, van andere plaatsen bijeen gesprokkeld, met name sites met tweedehands boeken als Boekwinkeltjes en Stormybooks.
Als vertrekpunt voor mijn overzicht neem ik de lijst met titels die Verkaik zelf gaf in zijn laatste Nederlandstalige roman Neanderthaler dromen uit 2013, zoals deze in de bijlage wordt gegeven.

if.Sex.Fiction uit de jaren 70

De jaren zeventig, het begin
Koos Verkaik is de schrijversnaam van Jacobus Jan Verkaik, die op 6 november 1951 in Bolnes werd geboren. In het merendeel van de interviews en websites wordt het volgende gesteld:
“Op zijn zevende begon Koos Verkaik met het schrijven van verhalen. Eerst nog korte stukjes in schriften, maar later werden het met de hand geschreven manuscripten van honderden pagina’s. Een reeks over een jonge astronaut die zijn avonturen beleefde op een verre, bewoonde planeet, werd in stripvorm in het weekblad Sjors gepubliceerd toen hij zestien jaar was; op zijn achttiende schreef hij zijn eerste roman, die werd uitgebracht onder de titel Adolar.”
De strip in Sjors, Scotty Clay, besloeg drie pagina’s per week en werd getekend door zijn broer Marien Verkaik (1947-2006), met wie hij voor zijn jeugdboeken altijd bleef samenwerken. Het begin lag dus in de jaren vijftig, op zijn zevende, of in de jaren zestig, toen hij zestien en achttien was, maar het eerste boek, Adolar, werd in de jaren zeventig gepubliceerd.
Over die periode schreef hij me: “Ik heb ooit, toen ik 18 was, voor een baas gewerkt. Een groot reclamebureau in Rotterdam, waarvan een zwaargewicht ex-bokser de directeur was. Je kreeg er letterlijk en figuurlijk van langs, maar ik leerde er wel exact de dingen kort en bondig en duidelijk op te schrijven.”
Dat was reclamebureau Grijsseels, waar hij als copywriter werkte. Dat beviel hem niet en sindsdien heeft hij zich geheel op zijn eigen schrijven gericht. Hij zal van alles aangepakt hebben om daarmee de kost te verdienen. En dat lukte hem ook. De strips en jeugdboeken met zijn broer Marien. Maar ook verhalen in een obscure boekenreeks als If.Sex en Science Fiction, al snel omgedoopt in if.Sex Fiction, verzamelbundels die werden uitgegeven door Uitgeverij Aquarius, waarschijnlijk de uitgever uit Groenekan waar Lennaert Nijgh in 1971 zijn roman Tobia publiceerde. Van die verzamelbundels verschenen in 1971 en 1972 zes delen en Verkaik was vanaf nummer 4 aanwezig met de verhalen De giganten, Love S.D. en De hersenhel.

Debuut van Verkaik

De jaren zeventig van de vorige eeuw waren de hoogtijdagen van de sciencefiction in het Nederlandse taalgebied, waarin iedere uitgeverij een ‘SF-reeks’ begon. Uitgeverij Civo uit Den Haag, waar begin jaren zeventig een zeer beperkt aantal boeken verscheen, met titels als Liefdesexperiment in Parijs en Pim en de vrouwtjes; Liefde, wilde daar blijkbaar ook aan meedoen. Die ‘SF-hype’ betrof vooral vertalingen en elke boekuitgave van een oorspronkelijk Nederlandstalige schrijver was een prestatie die de aandacht trok. Dus ook het debuut van Verkaik in 1972.
Adolar vertelt het verhaal van twee ruimtevaarders – Adolar en Jit – die op een toekomstige, geheel met staal volgebouwde aarde voor de keuze worden gesteld hun hersenen in een ruimteschip te laten inbouwen. Jit doet het en Adolar niet, maar Adolar gaat wel mee in dat ruimteschip, om in een wedloop met een andere planeet een zeldzaam metaal te bemachtigen. Adolar gelooft niet in de steeds verder voortschrijdende mechanisering van de aarde, mist de inmiddels uitgestorven planten en dieren. Op het eind komt ook Jit tot de conclusie dat hij een verkeerde keuze heeft gemaakt. Adolar gaat mee naar de planeet van de concurrent, waar ze nog wel planten en dieren hebben.
Verkaik heeft de roman op achttienjarige leeftijd in een lang weekend geschreven en dat is te lezen. De personen blijven vlak, hun gedachten en handelingen clichématig. De mechanische aarde is vaag gehouden maar desondanks al volkomen gedateerd. Een puberaal boekje, dat eindigt met Adolars al even puberale conclusie: “Ik hoor niet in deze tijd… ik ben er te gevoelig voor.” Een pulpboekje dat in de vergetelheid is weggezakt; wellicht terecht, ware het niet dat je je nu, in 2022, kunt afvragen of we hier te maken hebben met de eerste oorspronkelijk Nederlandstalige klimaatfictie.

In 1975 verschijnt bij Uitgeverij Sari de verhalenbundel Grapstad. Deze bundel werd niet als sciencefiction gelabeld, maar als ‘absurd’, volgens de flaptekst een “nieuwe naam in Nederland. Om verhalen mee aan te duiden die verwant zijn aan science-fiction, maar toch geen sf zijn. Verhalen die alleen maar in onze fantasie bestaan en met de werkelijkheid, in verleden, heden of toekomst, niets van doen hebben.” Waarschijnlijk was dat label slechts een bij reclamebureau Grijsseels geleerde marketingtruck om de aandacht te trekken, maar dat lukte niet en het heeft geen verdere navolging gekregen. Misschien omdat de term niets toevoegde aan de toen gangbare begrippen, misschien omdat de verhalen in de bundel daarvoor niet sterk genoeg waren.

Verhalenbundel Grapstad

Het eerste verhaal in de bundel, Een absurde vraag, beschrijft in hoog tempo Verkaiks leven in het begin van de jaren zeventig en zijn inspanningen om van de pen en de muziek te gaan leven. Mijn eigen band op de zolder van een vriend. Vervolgverhaal in de schoolkrant. Eerste detectiveroman. Afgekeurd. Tekstschrijver op ‘n Rotterdams reklameburo. Optredens van mijn eigen band. Voor je brood sexverhalen schrijven voor veertig gulden in de week. Streekroman op bestelling. Nooit uitgegeven. Tweehonderd gulden per week voor stripalbums. Mijn eerste boek, science fiction. Trouwen. Wonen in Zeeland. Je eerste kind. Hij eindigde met zijn motivatie voor de verhalen: ‘Op je 23ste, het idee krijgen om een absurd boek te maken, met verhalen die alleen maar geschreven zijn om jezelf en anderen te vermaken, zonder er verder literaire waarde aan te hechten.’
De volgende zeven verhalen zijn sciencefiction/fantasy à la Robert Sheckley of Frederic Brown, verhalen waarin mensen met hun geest de werkelijkheid beïnvloeden. Het titelverhaal Grapstad lijkt geïnspireerd door de bekende eerste Westworld-films met Yul Brynner uit 1973.
Verkaik was een vakman geworden en al volgden de verhalen bekende Amerikaanse paden, ze waren vlot leesbaar.

De bundel was succesvol genoeg om Verkaik te inspireren tot een roman, en in 1977 verschijnt bij Uitgeverij Sari Psychopark, een korte sciencefictionroman, aangevuld met twee verhalen uit de bundel Grapstad, die wellicht herschreven waren: het verhaal Grapstad was nog steeds Grapstad, maar Helden onder elkaar was Heldenfeest geworden.
De hoofdpersoon ontwaakt in een heelal waarin mensen naar parallelwerelden kunnen reizen. Hij gaat op zoek naar zichzelf, krijgt de Veiligheidsdienst achter zich aan, maar weet deze met de hulp van een aantal geavanceerde namaakmensen te ontlopen. Het einde toont de onveranderlijkheid van het persoonlijke verleden en de onvermijdelijkheid waarmee iedereen zich maar naar de omstandigheden moet richten, zelfs als er van alles mogelijk lijkt.
Vlot leesbare ontspanningsliteratuur met veel vaart en humor. Verkaik maakte waar wat hij in Grapstad als zijn doelstel¬ling formuleerde: “verhalen die alleen maar zijn geschreven om jezelf te vermaken, zonder er verder literaire waarde aan te hechten”.

Verkaik heeft bij Uitgeverij Sari zijn plek gevonden, en in hetzelfde jaar als Psychopark, 1977, verschijnen bij die uitgeverij twee romans die hij eerder schreef. Allebei “Gebonden in kapitaalband”, voor een bedrag van fl. 12,90 (bron: Psychopark, 1977), allebei onder pseudoniem.
Terug naar het dorp onder het pseudoniem Helena Smits-den Braber zal de “streekroman op bestelling. Nooit uitgegeven” zijn die Verkaik noemde in het openingsverhaal van de bundel Grapstad. Een streekroman gebaseerd op de geboorteplaats van Verkaik, Bolnes aan de Nieuwe Maas. “Het valt soms niet mee om in dat kleine dorpje aan de Maas te wonen. […] Een moord en twee diefstallen zijn genoeg om de rust in het dorpje te verstoren.”

Sciencefictionroman Konflikt Afrika

Konflikt Afrika verscheen het onder het pseudoniem John F. Sager. In dit boek “heeft John F. Sager zijn belevenissen over de situatie in Afrika op papier gezet. […] Dictator Cato lokt een oorlog uit […] Europese geronselde soldaten worden ingezet om Cato”s imperialistische ekspansiedrift in toom te houden. Cato moet gelikwideerd worden.”

Eind jaren zeventig lijkt ook Uitgeverij Sari ten einde te komen. Er verschenen nog een paar boeken over popmuziek, in 1980 nog een paar kookboeken en het door Koos Verkaik samen met zijn broer Marien gemaakte. Er was eens… Alle wereldberoemde sprookjes opnieuw verteld, en dat was het dan. Misschien had Verkaik een aandeel in die boeken over popmuziek, want hij was zelf in de popmuziek actief en baseerde zijn roman De Meesterparasiet ongetwijfeld op zijn persoonlijke ervaringen.
Met deze roman, die hij vóór 1975 schreef en nog op de plank had liggen, maakte Verkaik in 1978 de overstap naar Uitgeverij Gradivus B.V. Bij deze uitgeverij, waar vanaf 1977 een heel acceptabele SF-reeks zou verschijnen, verscheen meer van Verkaik. Hij herschreef klassiekers als Ivanhoe van Walter Scott (Gradivus, 1979), die door zijn broer Marien van tekeningen werden voorzien, en gaf kinderboeken uit als De grote-avonturen-omnibus (1980). Uitgeverij Gradivus was net als Uitgeverij Sari gevestigd in Ridderkerk, dus wellicht was het dezelfde uitgeverij onder een andere naam, een doorstart, een zuster of dochter.

In tegenstelling tot wat de titel doet vermoeden, heeft De Meesterparasiet niets met sciencefiction of fantasy te maken. Verkaik speelt in op de wensdromen van jongeren, waarin zij uiteindelijk rijk en beroemd worden. Misschien was dat ook wel zijn eigen droom. En waarom ook niet?
Het verhaal wordt verteld vanuit de hoofdpersoon Paul Sager – hé, dat lijkt erg op de John F. Sager van Konflikt Afrika! – die in zijn jeugd te weinig aandacht kreeg van zijn vaak ruziënde ouders. Hij is die werkelijkheid ontvlucht door met volle overgave op zijn drumstel te spelen. Het verhaal begint op het moment dat Sager zich heeft ontwikkeld tot een geniale psychiater, die echter zelf niet aangepast is en regelmatig wegvlucht in overdadig drankgebruik. Iemand die tot de uiterste grenzen van zijn eigen mogelijkheden wil gaan en zo snel mogelijk rijk wil worden. Wanneer hij een geniale maar gestoorde gitarist als patiënt krijgt, ziet hij daartoe de mogelijkheid. Hij wordt de drummer en zakelijk manager van de band die rond de gitarist wordt geformeerd. Ze worden beroemd en het geld stroomt binnen, waarvan Sager het merendeel naar zijn eigen rekening doorsluist. Daarmee wordt Sager de ‘meesterparasiet’, die zich verrijkt ten koste van het talent van de gitarist.
Wanneer eerst de maffia zich met de zaken van Sager gaat bemoeien en vervolgens de gitarist helemaal doordraait en in een inrichting terechtkomt, komt er een einde aan het succes, maar op dat moment is Sager al binnen.
Het verhaal is wat voorspelbaar en het ontbeert werkelijke spanning. De aanloop naar het parasitisme van Sager duurt iets te lang en de dynamische succesperiode wordt juist weer afgeraffeld. Ook het beeld dat van de “pop-bisnis” wordt gegeven lijkt oppervlakkig en clichématig. Het is best vlot leesbaar, maar dat compenseert de zwakke punten niet in voldoende mate en uiteindelijk lag De meesterparasiet voor fl 1,95 bij De Slegte.

“Discoboek”, voorloper van het luisterboek

De jaren tachtig, geen vervolg
Verkaik had zich in de jaren 70 ontwikkeld tot een vakman, die op vele fronten actief was om met de pen zijn brood te verdienen. Maar de jaren 80 lijken daar geen vervolg aan te geven, want het aantal titels dat hij aan zijn oeuvre toevoegde, was beperkt. Voor Gradivus herschreef hij nog een klassieker (Robinson Crusoë, 1981), maar verder was hij daar in 1981 en 1982 alleen actief als vertaler van Perry Rhodan-boeken (Clark Darlton, William Voltz, H.G. Ewers, Kurt Mahr). Uit het Engels vertaalde hij later Cassidy in gevaar van Josephine Pullein-Thompson, voor meisjes vanaf 9 jaar, dat in 1987 verscheen bij Penny Holco Publications. In 1981 verschenen er drie ‘discoboeken’: Prins Maurits: het turfschip van Breda, met Verkaik als auteur, zijn broer Marien als illustrator en John Leddy, Henk van Ulsen en Jean Retèl als vertellers, Michiel de Ruyter, De Tocht Naar Chattam, waarvoor Koos Verkaik de tekst en Clous van Mechelen de muziek schreef, Karel de Grote, Het Roelantslied met Rein van den Broek en Rik van de Linden. Er verschenen nog wat kinderboeken over Saladin (De Hobbit bv, 1983) en De avonturen van Rob en Els (De Denker, 1987).

Voor volwassenen verscheen in 1986 nog wel Mana, en toen brak de hel los bij Uitgeverij Thieme. De “eerste detectiveroman. Afgekeurd.” waar Verkaik het in de bundel Grapstad uit 1975 over had; werk dat hij nog op de plank had liggen en dat meer dan tien jaar later alsnog wordt gepubliceerd, zij het onder het pseudoniem David Wolf. Op de niet meer bestaande site deboekensalon.nl oordeelde een recensent ooit: “Meer een detective dan een horrorverhaal […] Voor de echte horrorfan teleurstellend.”
Ongetwijfeld is Koos Verkaik ook in deze periode actief geweest met schrijven. Wellicht met die “honderden strip scripts voor de Europese markt (Scandinavïe, Duitsland, Nederland, Frankrijk, Engeland etc.), getekend door voornamelijk Spaanse tekenaars.” En met “al de verhalen en strips voor maandelijkse uitgaven van Tam-Tam, De Fabeltjeskrant, de Rakkerclub etc.”, zoals hij dat op de Wolpertinger-site vermeldt. Wellicht als commercieel tekstschrijver en reclameman. Voor de liefhebber van sciencefiction, fantasy en horror is Verkaik echter van het toneel verdwenen en in de vergetelheid geraakt.

De jaren negentig, een tweede doorbraak
In 1993 verschijnt bij Uitgeverij De Arbeiderspers Alvader. Zomaar uit het niets. De Arbeiderspers was in die tijd een van de meest vooraanstaande uitgeverijen, succesvol met auteurs als Joost Zwagerman, Jeroen Brouwers en Maarten ’t Hart, en met de indrukwekkende reeks Privé-Domein. In de laatste jaren van de sciencefictionhype in Nederland (1980/1981) was deze uitgeverij begonnen met de opmerkelijke SFem-reeks, voor literaire SF van vrouwelijke auteurs als Kate Wilhelm en Joanna Russ, maar die reeks kwam niet verder dan acht delen. En toen, in 1993, leek die prestigieuze uitgeverij met een afzonderlijke reeks voor “Magie, mysterie, avontuur” te komen, compleet met een afzonderlijk embleempje op de voorkant en de rug, een monnikskap waaruit de duisternis je met oplichtende ogen aankijkt. Dit bandje liet De Arbeiderspers speciaal voor het boek van Verkaik maken en wellicht speelde de uitgever met de gedachte er een reeks van te maken, maar dat is er niet van gekomen. De aanduiding beperkte zich tot de twee boeken die Verkaik bij De Arbeiderspers zou uitgeven. Op de eerste plaats dus Alvader, volgens de subtitel op de voorkant “een godsgruwelijk verhaal”. Op de achterflap meldt De Arbeiderspers: “Koos Verkaik heeft onder diverse pseudoniemen al heel wat geschreven. Hij verstaat het vak volledig, dat blijkt uit de vaart, de bondigheid en de verrassende wendingen die zijn proza kenmerken.”

Fantasyroman Alvader

Alvader vertelt tegen de achtergrond van de Scandinavische mythologie – de Berserkers, Wodan ofwel Alvader met zijn dodenleger – hoe Peter Jonker bij een aantal misdaden betrokken raakt. Jonker is, net als Paul Sager uit De meesterparasiet, opgegroeid met ouders die een slecht huwelijk hebben. Ook hij vindt een verdediging tegen de problematische werkelijkheid als hij ontdekt dat hij die werkelijkheid kan beïnvloeden, een thema dat al nadrukkelijk in Grapstad was terug te vinden. Bij Peter Jonker is het een occult talent, waardoor de dingen die hij op een briefje schrijft, ook daadwerkelijk gebeuren. Net als Paul Sager in De Meesterparasiet en als Koos Verkaik zelf, is Jonker een tijd als gitarist actief. Later komt hij, weer als Verkaik zelf, in de reclamewereld terecht en wordt hij een van de succesvolste tekstschrijvers van Nederland. Als zijn talent bekend wordt, raakt hij onvermijdelijk betrokken bij een aantal moorden. Alvader is dus een occulte thriller, waarin Verkaik aan het einde twijfel zaait over het occulte talent van Jonkers.
De uitwerking toont de gebreken van De Meesterparasiet en het ontbeert de humor die Grapstad en Psychopark kenmerkte. De gebeurtenissen ontwikkelen zich net iets te traag doordat er te veel wordt herhaald, en de personages komen niet helemaal tot leven omdat niet duidelijk wordt wat ze nu eigenlijk voelen. Ook de structuur van het boek is niet overal even gelukkig. Zo is bijvoorbeeld het hele boek in de derde persoon geschreven, maar worden tegen het eind opeens stukken vanuit Peter Jonker zelf geschreven, in de eerste persoon.
Het verhaal heeft alles in zich om spannend te zijn, en met vlagen is het dat ook, maar toch komt er niet helemaal uit wat het verhaal zelf belooft. Het zou een mooie film worden. En het slaat voldoende aan om Verkaik te bestempelen als de Nederlandse Stephen King (Aktueel) en de “reeks” voor ‘magie, mysterie en avontuur’ in 1996 te vervolgen met een tweede boek van Verkaik, Wolfstranen.

Wolfstranen is directer dan Alvader en dat maakt het verhaal veel sterker. Een soort van Highlander-verhaal over drie onsterfelijken die elkaar bestrijden. De bron van de onsterfelijkheid is terug te voeren op alchemie uit de middeleeuwen, in welke periode het middelste deel zich afspeelt. Het is trouwens niet werkelijk onsterfelijkheid, maar het verlengen van het leven met honderden jaren. Deze onsterfelijken kunnen alle verwondingen overleven, behalve een verwonding aan het hoofd. De oorzaak van de strijd: de onsterfelijke die het alchemistisch brouwsel wist te maken, is de formule vergeten en wil nu het bloed van zijn twee oude vrienden gebruiken om zijn jeugd terug te krijgen. Door hun lange leven ontwikkelen ze paranormale krachten die doen denken aan die uit Het eindeloze concert van Greg Bear. Dit geeft Wolfstranen in vergelijking met de Highlander-films een extra dimensie, die het verhaal ten goede komt.
Misschien is Wolfstranen in de uitwerking van de onsterfelijkheid en de paranormale, magische krachten een beetje “sjablonenhaft” (Highlander + Het eindeloze concert + wat Middeleeuwse mystiek = Wolfstranen), maar Verkaik heeft er toch een vlot verhaal met een eigen toon van weten te maken.

Het zijn vooral Alvader en Wolfstranen die Max Moragie (pseudoniem van Jeroen Kuypers) bijna dertig jaar later inspireren tot het enthousiaste essay over Koos Verkaik, Je kunt niet jezelf blijven tot in het oneindige (Fantastische Vertellingen 54, 2020). Over het werk uit de jaren zeventig en negentig stelt hij: “De romans uit die periode hebben de tand des tijd verrassend goed doorstaan.” En hij besluit zijn essay met: “Wie een roman van Koos Verkaik heeft gelezen of herlezen (ik herlas ze nu voor de tweede maal) heeft genoten van een verhaal dat blijft boeien en verrassen, zelfs al ken je de afloop, maar is er ook toe aangezet te gaan mijmeren over de essentie van het bestaan. Een pulpschrijver zet je zo niet aan het denken, een literair auteur soms, maar een Verkaik blijkbaar altijd.”
Desondanks verdween Verkaik opnieuw van het podium en raakte hij opnieuw in de vergetelheid.

De nieuwe eeuw, stilte en alweer een doorbraak
De derde keer dat Koos Verkaik doorbrak, was in 2014…
Of misschien was het 2012…
Of misschien was het helemaal geen doorbraak…
In 2012 wist Verkaik volop publiciteit te genereren over zijn nieuwe kinderboekenreeks Alex en de Wolpertinger, een reeks die in 1996 met De monsterherberg; Wolpertinger bij uitgever Mainport Entertainment uit Capelle a/d IJssel was begonnen, maar daar stokte. De reeks leek pas op stoom te komen in 2012, toen Verkaik hem onderbracht bij uitgeverij De Eekhoorn. De uitgeverij waar de Pietje Bell-boeken verschenen! Hij kondigde aan dat de reeks dertig delen zou gaan bevatten en hij wist landelijk aandacht te trekken met artikelen in onder andere De Telegraaf, Meppeler Courant, De Combinatie Ridderkerk, Het Streekblad en Boekblad. Wat hier allemaal van terecht is gekomen, is onduidelijk. De Koninklijke Bibliotheek geeft in 2012 twee titels bij uitgeverij De Eekhoorn en daar blijft het bij.

Roman uit 2013, Neanderthaler dromen

Het is een andere tijd en internet, vol kleine uitgeverijen en Printing on Demand, biedt iedereen de mogelijkheid om boeken te publiceren en ze via een eigen website tentoon te stellen. Het is mij niet duidelijk wie die boeken dan leest, en wie die websites vinden en bezoeken, maar Verkaik zag voldoende mogelijkheden om zoveel mogelijk (alles?) in eigen hand te nemen. In 2012 begon hij een eigen website (“Copyright © 2012-2022”) en vanaf 2013 verschenen zijn Nederlandstalige boeken bij Uitgeverij Literoza uit Zoetermeer.
Literoza was vanaf 2010 tot 2016 een imprint van uitgeverij Free Musketeers, die eveneens in Zoetermeer was gevestigd. Free Musketeers, die vanaf 2016 verder ging als Lecturium Uitgeverij, was het bekendste uitgeefkanaal voor zelf gefinancierde publicaties, een uitgever die alle technische aspecten van een eigenbeheeruitgave verzorgde. Opvallend is ook dat deze uitgeverij was gevestigd in Zoetermeer, de plaats waar Koos Verkaik al vele jaren woont. Je vraagt je af of Verkaik persoonlijk betrokken was bij deze uitgeverijen. De naam Literoza deed in 2010 sommigen denken aan een samenvoeging van literatuur en proza, maar mij heeft het altijd een verwijzing naar het begrip penoze geleken, waarmee het literaire boekenbedrijf tot een wereld van dieven en andere boeven wordt gemaakt. Een kwinkslag die wel past bij Verkaik.
Maar waar het om gaat, is dat vanaf 2013 de boeken van Verkaik verschenen bij Literoza, waaronder in 2013 de laatste twee Nederlandstalige boeken, Neanderthaler dromen en De dans van de nar. Het label “magie, mysterie en avontuur” dat De Arbeiderspers in de jaren 90 samen met een monnikskap aan de romans van Verkaik meegaf, had Verkaik omgezet naar een middeleeuws lakmoeszegel met de tekst ‘mysterie avontuur magie’, waarmee hij aangaf nog steeds het soort fantastische literatuur te schrijven als hij deed met Alvader en Wolfstranen.

De hoofdpersoon in Neanderthaler dromen is de muzikant die Verkaik misschien wilde zijn en die we al kennen uit De Meesterparasiet, nu Vic Emmett geheten; een tekstschrijver die piano speelt en albums maakt en optreedt met een band en wereldberoemd is. Hij wordt door zijn schatrijke opa Jacques Poiron, die hij nog nooit heeft ontmoet, uitgenodigd om naar Frankrijk te komen, naar het gebied van de beroemde grotten waarin de Cro Magnons schilderingen maakten en ook de Neanderthalers leefden. “Hij krijgt te horen hoe Jacques letterlijk in zijn eigen droomwereld leeft en daar een complete stad voor zichzelf heeft gebouwd; lopend door imaginaire straten, huizen en paleizen, kan hij de toekomst zien – zo kan hij zelfs de beursnoteringen voorspellen!” Aldus de flaptekst. En inderdaad, het is een roman waarin oeroude mysterieuze zaken samenkomen met de interactie tussen de zakelijk succesvolle opa en de artistiek succesvolle kleinzoon, en dat in een vlot leesbaar verhaal, met personages die aanspreken en allerlei spanningsbogen die de spanning erin houden.
Misschien is Neanderthaler dromen wel de meest geslaagde roman van Koos Verkaik. Of is dat De dans van de nar?

Cover van De dans van de nar

Het begin van De dans van de nar is wellicht net iets te langzaam om het briljant te noemen, maar het is in ieder geval kleurrijk en het idee van een tweede Renaissance, zoals in het begin van het boek gepresenteerd, is geweldig. Als je de hedendaagse roddelpers bekijkt, de beelden van dure nachtclubs en feesten ziet, dan weet je dat rijkdom een glamourrijke presentatie zoekt. Een wereld waarin de rijke industriële tycoons en aandeelhouders een soort van tweede Renaissance veroorzaken, waarin ze allemaal hun eigen rijkjes hebben, waar ze paleizen laten bouwen en zich als koningen laten kronen, vind ik een leuke en niet onmogelijke extrapolatie.
De nar is een bastaard uit een van de machtigste families, Oscar Man, de zoon van een van een tycoon en een mignonne. Die alom aanwezige ‘mignons’ spelen een belangrijke rol. Aan het eind van de middeleeuwen dook deze op als een soort van navolgende, bewonderende vriend, en is dus op historische feiten gebaseerd. Maar Verkaik transformeert ze, geheel volgens zijn zegel ‘mysterie avontuur magie’, tot een afzonderlijke macht.
Oscar Man positioneert zich als een rijke feestvierder die voor niemand een bedreiging vormt, maar uiteindelijk blijkt hij daar andere bedoelingen mee te hebben. Hij raakt betrokken bij een moordaanslag, verliest het merendeel van zijn voorrechten, maar komt dan terug als een tegenstrever van de mignons. In dit opzicht heeft dit boek een klassiek fantasygehalte: de onbetekenende jongeling die uiteindelijk grote krachten blijkt te bezitten en daarmee alle boze machten verslaat en de wereld redt. Maar Verkaik zorgt voor een ontknoping die je niet aan ziet komen, maar die wel helemaal klopt.

Met Neanderthaler dromen en De dans van de nar leverde Verkaik in 2013 zijn beste romans, maar toch is het daarna gedaan met romans in het Nederlands. De jeugdboeken gaan nog even door, tot in 2016, het einde van Free Musketeers en Literoza, maar daarna hield Verkaik het voor wat betreft de publicaties in het Nederlands helemaal voor gezien. Begin 2017 waren Neanderthaler dromen en De dans van de nar nog te bestellen bij bol.com, maar de levering duurde veel langer dan de drie weken die waren toegezegd. Blijkbaar was de productie en distributie van de boeken moeilijk; te moeilijk want inmiddels zijn ze ook bij bol.com niet meer te krijgen. Zoals hij me in 2020 mailde: “In Nederland heeft niemand zich ooit echt voor mijn werk geïnteresseerd en dat heb ik eigenlijk nooit erg gevonden. Ik ga graag mijn eigen weg.”
Dat heeft hij vanaf dat moment gedaan, zoals de nieuwsberichten op zijn website aangeven.

Een stortvloed aan zich herhalende titels, die met steeds recentere datums opnieuw worden aangeboden.En inmiddels is daar ook nog Facebook bij gekomen, waarop Verkaik nu, in februari 2022, 3.308 vrienden heeft en 851 volgers. En ook hier is er een stroom aan zich herhalende berichten. Op 13 februari 2022 vind ik een post van 4 uur geleden, die meldt dat hij auteur is van inmiddels al meer dan 70 “different novels and series of children’s books”. Dat er “many new books published” zijn, en dat er “many new books to come” zijn. Met links naar Amazon en Barnes & Noble, en “The Big Apple Interview”.
En 7 uur geleden is er een post “Thank you so much, New York Parrot; they invited me and asked the right questions!”
En 10 uur geleden is er een post “5 Stars Rewiew”, over The Sandman Stories, een verzameling jeugdverhalen.
En die post is er voor 10 uur geleden nog eens.
En dan is er van 10 uur geleden ook nog de post “The Sandman Stories by Koos Verkaik is an exciting collection of stories for the Young ones.”
En 10 uur geleden is er ook nog “Special Offer, only $ 6,99 for the paperback!!! Please leave a review. THE NEW KOOS VERKAIK NOVEL IS OUT NOW: NICKEL DIME BOULEVARD!” Een gebeurtenis die pas in februari 2022 op de officiële website was terug te vinden. De roman Nickel Dime Boulevard werd in oktober 2021 al aangekondigd in No Myth-understanding here: An Interview with Koos Verkaik, samen met de romans Merlin and Mephiso en Mortals & Gods. We mogen dus nog meer verwachten.
En er wordt vermeld dat er contracten zijn getekend voor vertalingen naar het Grieks, Spaans, Frans, Hindi, Japans en Russisch. Twee dagen eerder is er ook een post naar een YouTube-filmpje van twee jaar geleden waarin Verkaik op gitaar een geweldige Heavenly Vision Blues ten gehore brengt. Ja, je begrijpt waarom al die gitaristen in de romans van Verkaik opduiken. Verkaik is een gitarist en je gelooft meteen dat hij zijn eigen band had. Het filmpje begint met een korte introductie, waarin hij zegt: “don’t forget to buy the book”. Geweldig! Op Soundcloud  zijn er meer muziekstukken van Verkaik terug te vinden, maar de Heavenly Vision Blues is mijn favoriet.

In de virtuele wereld van het internet is moeilijk te bepalen in welke mate de gepresenteerde feiten het niveau van de fictie overstijgen. Ook zonder te liegen kan makkelijk een onjuist beeld worden gegeven. Verkaik zal die filmcontracten best wel hebben getekend, maar wat stelde het voor, waar heeft het toe geleid? De vertalingen naar al die talen zullen wel in gang zijn gezet. Ondanks de overvloed aan artikelen en interviews en posts blijft de schrijver Koos Verkaik zelf toch een beetje vaag en in de chaotische overvloed aan zich herhalende verwijzingen is niet terug te vinden wat je gisteren las. In de overvloed gaan leuke dingen verloren, zoals de filmpjes van de gitarist Verkaik. Hij lijkt om de twintig jaar een uitbarsting van schrijf- en publicatielust te hebben, maar op een of andere manier lijkt het steeds niet echt door te zetten.

Nowadays we don’t speak Dutch
Dit artikel beoogde de bijdrage van Koos Verkaik aan de Nederlandstalige fantastische literatuur te bekijken, en daar vallen de kinderboeken en de anderstalige boeken buiten, maar omdat ik toch een indruk wilde krijgen van het werk van de schrijver Koos Verkaik in de jaren 2014 tot 2022, heb ik Heavenly Vision en Nicolaes Nimbus gelezen. Ik heb zelfs geprobeerd zijn laatste boek Legio aan te schaffen.

Engelstalig werk van Verkaik: Heavenly Vision

In Heavenly Vision brengt een allesvernietigende machine in 1745 een schip tot zinken. Van 1885 tot 1895 verkondigt in Amerika een prediker hoe hij in een Hemels Visioen heeft gezien dat de Olmeken de god Tacendo oproepen en dat die god over een paar honderd jaar de aarde zal vernietigen. Het is het begin van een sekte zoals we die uit Amerika kennen.
In het Florida van zo’n veertig jaar geleden gebeurt er het een en ander in het dorpje waar de sekte zich heeft gevestigd. In het Florida van vijf jaar geleden krijgt de zwerver Don ruzie met een groepje dronken mannen. Hij wordt gered en meegenomen door Shrimp, de bijnaam van Arnold McKay, een geniaal wetenschapper en zakenman, die miljardair is.
Tussen deze gebeurtenissen loopt de verhaallijn van het heden, waarin de Amsterdamse publicist Jan Glas een tekst vindt die de gebeurtenissen uit het jaar 1745 beschrijft. Hij publiceert er een artikel over, wordt uitgenodigd voor een congres van het tijdschrift ParaPsycho in Harwich en raakt daar betrokken bij de speurtocht naar die machine uit 1745, wat hem brengt naar de sekte Heavenly Vision in Florida en de activiteiten van McKay.
Verkaik weet de ver uit elkaar liggende gebeurtenissen handig met elkaar te verbinden en daardoor roept het verhaal nieuwsgierigheid op die laat doorlezen. De compositie is in grote lijn geslaagd, ondanks een paar puntjes die niet helemaal geloofwaardig zijn. De geniale wetenschapper/zakenman Arnold McKay heeft iets te veel van de gekke wetenschapper uit de oude sciencefictionverhalen. En als je vanuit de optiek van de alleswetende schrijver in het begin iets vertelt, dan mag je later vanuit diezelfde optiek niet opeens wat anders vertellen. Maar desondanks: een vlot leesbaar verhaal.

Recenter is Nicolaes Nimbus uit mei 2020, “High Tech Science vs. Ancient Magic”.
Een groepje rijke, invloedrijke Duitse ondernemers, eigenaren van tal van innoverende technologiebedrijven, werken in het geheim aan onsterfelijkheid. Via een helderziende die ze in hun groep hebben opgenomen, worden ze geconfronteerd met een mysterieuze kracht, een persoon die niet door technologie de onsterfelijkheid heeft bereikt, maar op een andere, magische manier. Nicolaes Nimbus. Ze gaan op zoek naar hem, een speurtocht die een jacht wordt, waarbij ze Nimbus in de val proberen te lokken. De in Rotterdam woonachtige Rein Vulpus, een Tijl Uilenspiel-achtige oplichter die zich presenteert als de slimme vos Reinaert, raakt betrokken bij deze speurtocht. Rein is vooral ook een schilder, een meestervervalser à la Geert Jan Jansen.
Verkaik weet het verhaal in veel vaart te vertellen, de strijd tussen de “high tech” van de Duitse technocratische ondernemers en de “ancient magic” van Nicolaes Nimbus, die uit het zicht blijft, zelfs wanneer hij voelbaar aanwezig is. De thematiek van Verkaik, zoals Jeroen Kuypers die in Fantastische Vertellingen benoemde, komt ook in Nicolaes Nimbus volop aan bod. “A long healthy life, that is what we are striving for, but at what price?” (blz. 54) “Time was a murderer…” (blz. 95) “Men like Nicolaes Nimbus are still around. As long as they don’t fall from a balcony or get stabbed or shot, they will remain among us.” (blz. 133) “These scientists were searching for eternal life; they had discovered something they simply didn’t understand” (blz. 268) “It is said by learned individuals there are immortal alchimists.” (blz. 286)
Opnieuw dus het najagen van onsterfelijkheid, waarbij de oude magische kennis weer machtiger blijkt dan alles wat we met de moderne wetenschap en technologie hebben bereikt. De ontknoping van Nicolaes Nimbus toont het heel nadrukkelijk.
Aardig is dat in de meesteroplichter een knipogende verwijzing naar de schrijver zelf kan worden gezien. Koos Verkaik die als Rein Vulpus tussen de twee strijdende partijen door laveert en er uiteindelijk als enige beter van wordt. Het schilderen staat duidelijk voor het schrijven, een schrijven dat beeldend tot films moet leiden. Een metafoor die door een foutje in de uitwerking nog expliciet wordt verwoord wanneer Vulpus terugdenkt aan het onder hypnose schilderen van het portret van Nicolaes Nimbus: “But there had to be more. It always took him more effort to get grip on it and put it into words.” (blz. 319) Woorden! Niet beelden of kleuren.
Opmerkelijk is ook dat deze alleen in het Engels verkrijgbare roman van een Nederlandse schrijver zich geheel afspeelt in Nederland en Duitsland. Historisch in “Leiden, Republic of the Seven United Netherlands”, “North Holland, The Netherlands”, “Gelre, the present Dutch province Gelderland”, maar ook het feitelijke verhaal van Rein Vulpus, dat op blz. 23 begint in “the Witte de Withstraat in Rotterdam” en daar op bladzijde 323 ook zo”n beetje eindigt. Opmerkelijk omdat Nederlandse schrijvers van fantastische literatuur zich meestal helemaal richten op een Amerikaanse of Engelse omgeving; zelfs wanneer hun verhaal uitsluitend in het Nederlands bestaat, lopen de personages rond in New York of Londen.

Conclusie?
Jeroen Kuypers noemde Koos Verkaik een natuurtalent (Fantastische Vertellingen 54, 2020); ik ben geneigd te stellen dat je Verkaik ook een natuurkracht kunt noemen, een vulkaan die blijft uitbarsten, een storm die voortraast.
Na Nicolaes Nimbus (2020) verschenen in 2021 alweer twee romans, Legio (386 pagina’s) en Nickle Dime Boulevard (242 pagina’s), beide Engelstalig, beide bij Pharos Books uit India.
De boeken zijn verkrijgbaar bij Amazon en zelfs bij bol.com, maar bij de Duitse en Nederlandse Amazon zijn de boeken aanvankelijk “Tijdelijk niet op voorraad”. De prijzen variëren nogal; voor Legio betaal je $23.99 plus $9.53 verzendkosten, of € 22,75, of € 28,71. Bij bol.com is het zelfs € 36,99, met een levertijd van 2 tot 3 weken. Wanneer je dan kiest voor de e-bookversie, die bij bol.com slechts € 2,75 is (bij Amazon € 2,26 of $2.54), blijk je een heel ander boek te krijgen en kost het weken voor de uitgever dat gecorrigeerd heeft. Het is vanuit Nederland niet zo eenvoudig om het recente werk van Verkaik te bemachtigen.

Ach, alle natuurkrachten leiden ook tot chaos en slordigheden.

Dat zie je ook bij Nicolaes Nimbus. Het naar het Engels vertalen en drukklaar maken is wat afgeraffeld en daardoor zit de Engelse tekst vol met slordige foutjes. Twee punten achter elkaar, verkeerde aanhalingstekens, Nicolas in plaats van Nicolaes. Zo is op blz. 40 vergeten om het woord “geld” te vertalen, waardoor er nu staat: “Feeling richer with new geld in his pocket”. Het is wel zo dat deze foutjes mij niet echt gehinderd hebben.
Ik kan de kwaliteit van Verkaiks Engels niet beoordelen. Het lijkt mij simpel en direct, maar ik vraag mij af wat Engelstaligen ervan vinden. Over Legio schreef Verkaik me: “Ik heb het voor de Amerikaanse markt geschreven.” Misschien is het voor die markt wel goed dat het zo rechttoe rechtaan is. Misschien vindt Verkaik de boekuitgaven van zijn romans minder belangrijk en richt hij zich meer op mogelijke verfilmingen. Het zal niet voor niets zijn dat hij me nadrukkelijk schreef bij een uitgever te zitten, “die alleen boeken uitkiest die verfilmd kunnen worden”.

Nieuwste boek van Verkaik

Maar ook in die chaotische overvloed blijft het duidelijk dat Koos Verkaik, nog steeds met het vermogen een verhaal met vaart te vertellen en daarbij uiteenlopende zaken met elkaar te verbinden, nog steeds schrijft over dat boeiende thema van onze sterfelijkheid. Je kunt dat ook zien als een strijd tegen de eigen sterfelijkheid, het najagen van de (bibliotheek)onsterfelijkheid van een schrijver.
Opmerkelijk is dat Verkaik in dat streven naar literaire onsterfelijkheid, dat eerder met steeds meer dan met minder energie lijkt te worden nagestreefd, zichzelf in het Nederlandse taalgebied onzichtbaar heeft gemaakt. Hij is vanaf 1972 in het fantastische genre aanwezig, heeft een aantal uitstekende romans geschreven en wanneer we ooit nog eens een eregalerij voor Nederlandse en Vlaamse schrijvers van fantastische literatuur tot stand brengen, zou hij, net als bijvoorbeeld Thomas Olde Heuvelt, Wim Gijsen, John Vermeulen, Tais Teng, Guido Eekhaut en Peter Schaap daarin thuishoren. Dat er van een gerenommeerde, nog altijd actieve Nederlandse schrijver alleen maar boeken in het Engels verschijnen en vanuit Nederland moeilijker te verkrijgen zijn, dat is toch eigenlijk een beetje triest.
In interviews vertelde Verkaik dat hij eerst in het Nederlands schrijft en het daarna naar het Engels vertaalt. Die Nederlandse tekst zal niet zomaar publicabel zijn, maar de stap van die tekst naar een Nederlandstalige boekuitgave, lijkt mij relatief klein. Ik denk dat we die stap zouden moeten nemen. Desnoods bij een kleinere uitgeverij als Quasis, Zilverspoor, Macc of Stichting Fantastische Vertellingen. Maar toen ik hem dit voorstelde, gaf hij aan ook voor publicaties in het Nederlands contractuele goedkeuring te moeten krijgen van zijn Amerikaanse uitgever, en dat daardoor niet betalende fan-uitgaven niet interessant zijn.

Toen ik voorgaand essay ter beoordeling aan Koos Verkaik voorlegde, reageerde hij als de Verkaik die ik had leren kennen: snel en openhartig.
“Alles staat er zo’n beetje in en ’t klopt ook wel. Alleen graag een toevoeging: ik heb met Pharos in New Delhi 20 contracten getekend, vaak verschillende titels per contract. Al mijn boeken, ook de kinderseries, worden door hen vertaald in het Frans, Spaans en Hindi en een aantal zelfs in het Japans en Russisch. Twee weken geleden werd ik benaderd door uitgeverij Anima Publications in Athene, Griekenland. Ze hebben me een contract geboden voor 31 titels in het Grieks en dat heb ik getekend – ze zijn inmiddels al aan het vertalen.”
En een paar dagen later:
“De lijst is nooit compleet. Ik schreef verschillende series kinderboeken onder pseudoniem. De serie Slimmetje telt 12 delen en is uitgegeven door Sari en later ook door Rebo; totale oplage meer dan 450.000 exemplaren. Verder herschreef ik zo’n beetje alle klassiekers, die voornamelijk uitkwamen als hardcover: Heidi (100.000 ex.!) en Pinokkio (ook 100.000 exemplaren, plus 10 verschillende kleinere uitgaven), Sindbad de Zeeman, Robinson Crusoe, Ivanhoe, Robin Hood, Prikkebeen, etc., etc.

Binnenkort veel nieuwe romans, eerst in het Engels, later verschillende vertalingen:
Mortals and Gods (1) – The Divine Battleground
Mortals and Gods (2) – Heavenly Kingdoms
Merlin and Mephisto
The Lost Art
Hellequin (net voltooid)
en nog meer.”

Een tsunami, een levende vulkaan, een storm die maar niet uitgeraasd raakt. Een Nederlandse schrijver waarvan we niets in het Nederlands gaan zien?

 

Over de auteur:
Paul van Leeuwenkamp is geboren in Den Haag (1955), groeide op in Tilburg en woont sinds 1973 in Utrecht. Sinds juli 2021 is hij met pensioen.
In 1979 debuteerde hij in Holland SF met het toekomstverhaal De kaping. Daarna volgde verhalen in diverse tijdschriften en verzamelbundels. In 2014 verscheen bij Stichting Fantastische Vertellingen Voor de geboorte, een roman in verhalen en andere teksten. Hij eindigde 8 keer in de top 10 van de King Kong Award/Millennium Prijs/Paul Harland Prijs, met als hoogste notering een 2de en een 3de plaats. Hij zat 4 of 5 keer in de jury/voorselectie. Van 1998 tot 2008 schreef hij recensies en korte essays over SF en fantasy voor VLABIN voor de Vlaamse bibliotheken, die voor een deel werden gepubliceerd in de tijdschriften Leesidee en De Leeswolf. Van 2001 tot 2015 deed hij dat voor Holland SF. En vanaf 2016 voor Fantastische Vertellingen. Vanaf 2013 is hij voor de Stichting Fantastische Vertellingen samen met Remco Meisner samensteller van de jaarbundel Ganymedes voor de Fantastische Genres.

 

© 2020 – 2024 Fantasize & Paul van Leeuwenkamp

You cannot copy content of this page