web analytics
zaterdag, april 20

Interview met Ninja Paap-Luijten – Over werk en in eigen beheer uitgeven – deel 2

Door Isabelle Plomteux

Naar aanleiding van de recent verschenen nieuwe editie van haar boek Oragayn spraken we met auteur Ninja Paap-Luijten. In dit tweede deel van het interview hebben we het over haar schrijfproces, haar favoriete auteurs, de thema’s die in haar korte verhalen en standalone romans aan bod komen en de do’s en don’ts van uitgeven in eigen beheer. Het eerste deel van het interview kun je hier lezen.

Ninja schrijft, eigen foto

Schrijfproces
Waar sluit je werk bij aan? Met welke boeken of welk genre kan een lezer jouw werk het best vergelijken?
Mijn werk is een soort bizarre kruising tussen Tolkien en koning Arthur. Je komt – zeker in De Koninklijke Garde-reeks – terecht in een wereld vol magie, met vreemde wezens en legenden. Tegelijkertijd zijn de personages vaak ‘ridderlijk’ – ze beschermen onschuldigen, proberen het goede te doen en strijden tegen onrechtvaardigheid. Daardoor zijn het vaak bijna klassieke ‘helden’, maar deze helden staan wel met beide benen op de grond en hebben er soms echt wel moeite mee om hun trauma’s te verwerken.

Hoe verloopt je schrijfproces? Op Fictera.nl las ik dat je personages intuïtief ontstaan, vanuit een beeld? Kun je daar wat meer over vertellen?
Op het moment dat een van mijn hoofdpersonen een nieuw personage leert kennen, leer ik dat nieuwe personage ook pas kennen. Vaak begint die kennismaking met het daadwerkelijk voor het eerst zien van iemand. In Fyria loopt bijvoorbeeld een vrouw rond, Hanna. Ik wist meteen dat zij een opmerkelijke achternaam had: Schaepenkop. En ze heeft rood haar. Dat was het enige wat ik aanvankelijk over haar wist. Vanaf daar kom ik vanzelf meer over haar te weten, maar alleen al door aan Hanna te denken, weet ik ook wie zij is. Wat haar drijft. Wat haar problemen, uitdagingen en wensen zijn. Ze staat daar gewoon ineens en het enige wat ik hoef te doen, is opschrijven hoe zij in mijn verhaal past. Ik maak geen schema’s, ik werk niet van tevoren uit “in hoofdstuk 3 komt Pietje op, die ziet er zó uit en heeft dát gedaan”. Nee. Mijn verhaal zadelt mij stomweg op met een nieuw personage en dan moet ik maar uitzoeken hoe ik dat op papier krijg.

Gebruik je die intuïtieve benadering ook voor de uitwerking van het plot en voor je wereldbouw?
Tot op zekere hoogte wel. Ik begin met schrijven bij hoofdstuk 1 en werk door totdat het verhaal af is. Ik weet van tevoren niet hoe lang een verhaal wordt, wie er allemaal in rondlopen, waar ze heen gaan of hoe ze tot aan het einde komen. Ik weet vaak niet eens wie het verhaal overleeft.

MAAR – daar moest een “maar” achteraan komen, natuurlijk.

Maar… bij de langere verhalen komt er altijd een bepaald kantelpunt waarop ik moet gaan kijken: wat heb ik tot nu toe geschreven, welke lijntjes heb ik uitgegooid en waar kan ik al die lijntjes bij elkaar brengen? Het heeft heel wat jaren geduurd voordat ik een beetje doorkreeg om aan te voelen wat goed schrijfwerk was en wat te ver afdwaalde. Omdat ik die ervaring jaren geleden nog niet had opgedaan, moest ik de eerste versie van Oragayn schrappen en de ideeën letterlijk verdelen over drie boeken: ik klooide lekker wat aan, en had goede ideeën, maar dat paste niet in één verhaal. Inmiddels ben ik aardig wat jaren verder en merk ik veel sneller wanneer ik afstand moet nemen en mijn werk moet analyseren, zodat ik de plot kan ontrafelen en netjes op één lijn kan leggen. Van alle De Koninklijke Garde-boeken heb ik er maar één waarbij ik van tevoren een A4tje had geschreven met een globale indeling van het verhaal. De rest van de boeken is gaandeweg ontstaan.

Ik kwam ook het begrip ‘aardse’ schrijfstijl tegen, wat versta je daaronder?
Hoe fantastisch de magie ook wordt, er moet een fundament zijn. Dat fundament, dat zijn voor mij de personages, hun innerlijk, hun motivatie om door te gaan. Daarnaast schrijf ik wat de personages doen en als ze dus vloeken, dan vloeken ze. Als ze moeten plassen, dan doen ze dat. Ik schrijf dus redelijk praktisch, concreet en gericht op de personages.

Wat vind je het leukst aan schrijven?
Ik kan zelf een wereld verzinnen waar ik nieuwsgierig naar ben. En die kan ik zo leuk, eng, akelig, geweldig of spannend maken als ik zelf wil. Van helemaal niks, een blanco vel, naar een complete wereld vol personen, dieren, gebouwen, landen, vegetatie – ik vind dat geweldig. Het is voor mij altijd een verrassing wat er nu weer gaat gebeuren. Het schrijven van een boek is voor mij net zo spannend als het lezen ervan.

En wat het lastigst?
Ik ben een poosje mijn schrijf-vibe kwijt geweest. Writer’s block? Misschien. Niemand heeft dat gemerkt, want ik heb altijd wel een voorraad liggen, dus er bleven nieuwe dingen verschijnen. Maar dat moet het moeilijkste zijn geweest van het schrijversleven: niet kunnen schrijven. Ik heb in die periode ook wel wat verhalen geschreven, maar ik kan me niet herinneren hoe ik dat in vredesnaam voor elkaar heb gekregen. Het lastigst aan schrijven is dus het moment waarop je jezelf te veel op andere dingen richt en kwijtraakt waar het om gaat. Dat nooit meer. Ik werd er doodongelukkig van.

Cover van Marrah, e-book

Hoe ben je daar weer uitgeraakt?
Het klinkt heel simpel, maar ik heb mijn schrijfwerk weer op de eerste plaats gezet. Daarnaast neem ik pauze als ik merk dat iets me te veel wordt. Dat lijkt een open deur, maar hoe vaak zit je zelf niet “nog heel even dan” iets af te maken? Ik ben me er heel scherp van bewust dat “nog heel even dan” ook de volgende dag prima kan.
Mijn balans is nu weer terug hoe het lang is geweest: schrijven heeft prioriteit. Pas als ik daarmee klaar ben, kan ik de rest van de dag andere dingen doen.

Waren de andere dingen waar je je op richtte schrijfgerelateerd? Vond je daarom dat je er aandacht aan moest besteden?
Zeker, er was van alles te doen: schrijven, redigeren, vertalen en proberen alles op de socials in de spotlight te houden. Volgens mij vergat ik af en toe dat ik maar in mijn eentje ben. O, en daarnaast ook gewoon een huishouden draaiende houden. Want dat gaat ook door.
Natuurlijk heeft dat allemaal aandacht nodig. Maar ik ben maar één persoon en ik draai genoeg uren. Mijn hart ligt bij het schrijven, dus hoe belangrijk die andere dingen ook zijn (en dat zijn ze echt wel), ik moest even terugschakelen en kijken hoe ik mijn tijd indeelde. De ironie is dat het me nu beter lukt om die andere dingen meer uren te geven dan toen ik mijn schrijven er nog voor opzij legde.

Wie zijn je favoriete auteurs en waarom?
Stephen King: Ik heb zijn boeken altijd al verslonden, vanaf het moment dat ik op de middelbare school een vriendin met een van zijn boeken zag zitten was ik overstag. Dankzij Stephen King heb ik mijn man leren kennen (via de Nederlandse Stephen King Fanclub). Het boek van King, Over leven en schrijven, was het eerste boek over schrijven dat ik heb gelezen en toen ik dat las, kreeg ik het zelfvertrouwen om daadwerkelijk meer uren te gaan steken in het schrijfwerk. King schrijft zelf altijd personages die onmiddellijk bruisen van het leven. Met een lichte schets weet hij voor elkaar te krijgen dat je zo’n personage voor je ziet. Daarnaast zijn zijn boeken ook nog eens gewoon spannend, goed geschreven en verrassend.
Haruki Murakami: De eerste keer dat ik iets van deze auteur las, begreep ik er niets van. Later heb ik nog eens een boek van hem opgepakt en was ik verkocht. Murakami schrijft altijd iets ongewoons. Je weet nooit wat je bij hem kan verwachten. Ik geniet van zijn schrijfstijl, van zijn ongewone verhalen en van de prachtige manier waarop hij zijn verhalen vertelt.

Heb je bepaalde schrijfrituelen?
Nope. Niet echt. Ik ga gewoon zitten en ik schrijf. Of dat nu op de bank is, aan tafel, als ik ergens aan het wachten ben in een kantine of waar dan ook. Het enige wat je misschien als een soort ritueel zou kunnen zien, is dat ik de laatste jaren heel veel in eerste instantie met de hand schrijf. Meestal met vulpen. Fyria (een boek dat uiteindelijk meer dan 400 pagina’s zal tellen) is met de hand geschreven. Maar als het anders uitkomt, schrijf ik ook net zo gemakkelijk meteen op de laptop.

Thema’s
We hadden het in het eerste deel van het interview al over de thema’s in de Koninklijke Garde-serie, maar ook in je verhalen verwerk je thema’s. In het voorwoord van Westlandse Winterverhalen, de verhalenbundel die je met de Prozanikers schreef, lees ik: “haar verhalen gaan altijd over de meest menselijke thema’s die je kunt bedenken: over vriendschap en trouw, bescherming en bedrog, verlies en verdriet”. Klopt dit?
Ja. Als ik zoiets niet in een verhaal kan verwerken, heb ik geen verhaal. Dan heb ik een verzameling achter elkaar geplaatste gebeurtenissen waar toevallig een paar personages doorheen banjeren. Dus vanzelf komen er thema’s in mijn verhalen naar voren. Er zit altijd méér achter dan wat je in eerste instantie ziet.

En is het dan zo dat de echt zware thema’s vooral in je romans aan bod komen (of in je serie De Koninklijke Garde) en de wat lichtere eerder in je verhalen en losstaande boeken of bestaat dat onderscheid niet?
Niet noodzakelijk. In Stille muren, een van mijn verhalen uit Westlandse Winterverhalen, is het hoofdthema rouwverwerking. Dat is geen luchtig thema, maar het is ook niet zo dat het een heel zwaar verhaal is. Ik bedoel: in de eerste zin zet ik een draak op een stroopwafelkraam.
Het is wel zo dat ik in romans de tijd en ruimte heb om meerdere thema’s in één verhaal te verwerken, terwijl ik bij dunnere verhalen vaak één onderwerp kies om me op te richten.

Ontwikkelen je verhalen en romans zich eigenlijk vanuit die thema’s, of vanuit de personages? Wie of wat bepaalt (uiteindelijk) het verloop van het verhaal?
De verhalen ontwikkelen zich altijd vanuit de personages, maar die personages dragen die thema’s met zich mee. Ieder van ons heeft een emotionele bagage. Wat je hebt meegemaakt, wat je dromen zijn en wat je al hebt bereikt, dat allemaal samen (en nog veel meer) maakt je tot wie je bent. Iedereen heeft een verhaal. Zodra ik dus over een personage ga schrijven, heeft dat personage een thema bij zich.

De tweede vraag is voor mij ook een groot raadsel. Wie of wat bepaalt de verloop van het verhaal? Als ik dat toch eens zou weten! Ik heb vaak het gevoel dat ik alleen maar de verteller ben; ik schrijf op wat ik moet opschrijven. Alsof het verhaal al ergens aanwezig was en ik slechts degene ben die het in woorden kan vatten en aan de rest van de wereld kan vertellen. Bepaal ik de verloop van het verhaal? Tot op zekere hoogte. En soms zegt een redacteur tegen mij: er mag nog iemand doodgaan. En dan gaat er een personage dood. En soms baal ik als een stekker, omdat ik nog hele plannen had voor een bepaald personage, maar dat loopt dan ineens anders. Mijn verhalen gaan nogal eens met me op de loop. Het verhaal heeft zo zijn eigen streken en zorgt er zelf wel voor dat ik het goed opschrijf.

Uitgeven in eigen beheer
Met de herdruk van Oragayn heb je straks al je boeken (die tot nu toe verschenen zijn) in eigen beheer uitgegeven. Kun je het uitgeefproces even toelichten? Wat (en wie) komt er allemaal bij kijken? Hoeveel tijd gaat er ongeveer overheen?
Oh, help. Het uitgeefproces is in elk geval niet iets wat je ‘even’ doet. Niet als je het goed wilt doen, in elk geval. Je kan natuurlijk je Word-document zo uploaden en er een e-book en paperback van maken. Kaftje eromheen, klaar. Toch?
Nou, nee.
Ik ben een ontzéttende pietlut. Ik moet ook wel, want als ik het niet tig keer controleer, wie doet dat dan? Juist: niemand. Ik heb proeflezers, er komt altijd een redacteur bij kijken, er wordt gecorrigeerd, er wordt een cover ontworpen, het binnenwerk moet opgemaakt worden, het e-book moet opgemaakt worden, je moet nadenken over de marketing, want als niemand weet dat je boek bestaat, zullen ze het ook niet gaan lezen, en … en. Zo kan ik nog wel meer opnoemen.

Cover De elementen van Akiran

Het schrijven van je boek is natuurlijk een van de belangrijkste stappen op weg naar publicatie. Maar als je boek dan ‘af’ is, is het er nog niet. Ik zal enkele dingen toelichten.
– Redactieronde (verhaallijn). Het eerste wat je meestal aanpakt als de eerste versie er ligt, is de verhaallijn. Klopt de plot, loopt alles logisch, etc.
– Dat ga je dan weer corrigeren en daarna volgt er een tekstredactie. Lopen alle zinnen goed, staan de komma’s op de juiste plaats.
– Het binnenwerk. Als alles naar wens is, kan het binnenwerk worden opgemaakt. Dan weet je ook hoe dik je boek wordt, dat geef je door aan de coverdesigner.
– Correctie van het binnenwerk. Ik loop in dat geval het hele ding nog eens door. Elke keer kom ik weer verrassingen tegen.
– Cover. Die moet ontworpen worden. Het liefst laat ik dat door iemand doen.
– Samenvoegen van binnenwerk en cover en het maken van een drukproef. Wat ga je met die drukproef doen? JUIST: controleren! Ik zei al: ik ben een pietlut.
– Het e-book moet tussendoor ook nog worden opgemaakt. Niet vergeten, natuurlijk. Vervolgens zet je zo’n e-book klaar voor publicatie. Vaak kan het van tevoren al besteld worden, zodat lezers op de dag van publicatie het e-book gelijk kunnen downloaden en lezen.
– Je moet de prijs van je boek doorgeven bij het Commissariaat van de Media in verband met de Wet op de Vaste Boekenprijs. Dat is die wet die ervoor zorgt dat een nieuw boek altijd overal dezelfde prijs heeft.
– O, en vergeet niet om overal aan te kondigen dat je een boek publiceert. Anders weet niemand het en dat is erg onhandig.

Hoelang je daarover doet? Het publiceren zelf, als de cover er eenmaal is en alle correcties zijn doorgevoerd, duurt niet zo gek lang. Ik trek er meestal een á twee maanden voor uit, zodat ik genoeg tijd heb om de drukproef te controleren en boeken te laten drukken. Het meeste werk zit in het schrijven (jaren) en redigeren (maanden).

Wat is voor jou het grootste voordeel van uitgeven in eigen beheer?
De enige deadline die ik heb, is de deadline die ik mezelf opleg. Dat is echt heel erg fijn. Daarnaast kan ik zelf een team samenstellen. Ik werk met mensen die ik ken en die hart hebben voor het boek. Bij De Koninklijke Garde-reeks is het grootste voordeel dat ik nu de hele serie in één vorm kan gieten. Precies zoals ik het voor ogen heb.

Je voelt de vraag vast al aankomen: wat is het grootste nadeel?
Je moet alles zelf uitzoeken, zelf regelen en zelf voor elkaar krijgen. Ik vind persoonlijk vooral de marketing een ramp. Daar gaat zoveel tijd in zitten… terwijl ik eigenlijk gewoon aan mijn volgende boek wil schrijven.

Welk advies zou je auteurs willen meegeven die overwegen in eigen beheer uit te geven? Wat moeten ze zeker doen en wat kunnen ze beslist beter laten?
NEEM DE TIJD. Dat is echt een van de belangrijkste dingen die ik zou willen meegeven. Ik zie zó vaak mensen die ‘te snel’ publiceren en er enkele jaren later achter komen dat het boek toch niet helemaal het product is dat ze hadden willen hebben. Gevolg: een reeds gepubliceerd boek moet dan worden aangepast. (En dan heb ik het niet over tikfouten of verdwaalde komma’s.)
Neem de tijd. Gemiddeld doe je er echt heel wat jaren over (ik schat zeker tussen de 5 en de 10 jaar) om góéd te kunnen schrijven. Ben je dus pas een jaar echt aan het schrijven en publiceer je meteen een boek, dan zou ik toch willen aanraden om daar nog eens stevig over na te denken. Neem de tijd – ja, ik val in herhaling – niet alleen om te publiceren, maar ook om je eigen schrijfvaardigheid aan te scherpen. Niemand houdt je tegen als je boek nog wat beter had gekund, behalve jijzelf. En jij kan na een aantal jaren enorm balen als je terugkijkt en denkt: had ik niet zo moeten doen.
De kunst is niet om een boek te publiceren. Iedereen kan een boek publiceren, dat is niet knap. De kunst is om een GOED boek te publiceren. Dus dat is mijn tip nog maar een keer: neem er de tijd voor.

Toekomstplannen en contactgegevens
Wat zijn je toekomstplannen? Staan er nog boeken in De Koninklijke Garde-serie op stapel? Nog bundels met de Prozanikers?
De Koninklijke Garde-reeks zal dus, zoals eerder gezegd, uit zes boeken gaan bestaan. Verder is het wel de planning om ook met de Prozanikers nog een bundel uit te brengen. Daarnaast ben ik constant aan het schrijven. Soms rolt er een kort verhaal uit, maar je kunt er ook op rekenen dat er ná De Koninklijke Garde-reeks ook nog boeken aan zitten te komen… in diezelfde wereld.

Wil je deze ook in eigen beheer uitgeven?
Voorlopig geef ik mijn titels in eigen beheer uit. En misschien blijft dat ook wel zo. Hoe meer ervaring ik krijg, hoe makkelijker het gaat en hoe beter het me bevalt. Dus: ja.

Tot slot: waar ben je te vinden?
Facebook: https://www.facebook.com/DeVerhalenNinja
Instagram: https://www.instagram.com/ninjapaap/
Website: https://verhalenninja.com/
Nieuwsbrief: https://app.inboxify.nl/sign-up/v2/36364958746D70656765673D/6E78785857726E594963413D

En zeker zo belangrijk: Waar zijn je boeken te vinden? In welke vorm zijn ze verkrijgbaar?
Alle e-books zijn te vinden bij Kobo en Bol. Marrah is alleen verkrijgbaar via Kobo omdat die gratis te downloaden is. Daarnaast lees je alle e-books (inclusief Marrah) ook via Kobo Plus.
Alle paperbacks zijn overal verkrijgbaar. Vaak moet je ze wel even bij je boekhandel bestellen. Doe dat vooral; dan is de boekhandel blij, jij ook en ik ook, want als iedereen ernaar gaat vragen, gaat er vanzelf een belletje rinkelen.
De papieren uitgaven van mijn boeken kun je ook altijd rechtstreeks bij mij bestellen, bijvoorbeeld door mij een berichtje te sturen via de website.

Bedankt voor het interview!

 

© 2020 – 2024 Fantasize & Isabelle Plomteux

You cannot copy content of this page