web analytics
dinsdag, februari 27

Interview met Jasper Polane – deel 1

Door Isabelle Plomteux

Naar aanleiding van het recente verschijnen van zijn nieuwe sciencefictionroman Zwartruimte sprak Fantasize met de Nederlandse auteur Jasper Polane. Naast schrijver is Jasper ook uitgever. Dat aspect van zijn boekenbestaan komt volgende week aan bod, in het tweede deel van dit interview.

Jasper Polane, eigen foto

Dag Jasper. Voor de lezers die je nog niet kennen: wie ben je?
Hallo allemaal! Ik ben Jasper Polane, auteur en uitgever bij Quasis uitgevers. Ik heb in totaal zeven boeken geschreven: ik schreef de vierdelige serie De onzichtbare maalstroom, waarvan mijn debuut Lege steden werd genomineerd voor een Hebban Award. Ik ben de bedenker en curator van de SF-serie De Zwijgende Aarde, waarvoor ik de roman Roest schreef.
Verder schreef ik voor project Dizary de YA-novelle Panda en het zwarte Dat.
En nu is mijn nieuwe roman Zwartruimte dus uit. Die speelt zich af in hetzelfde universum als mijn korte verhaal Witruimte, dat de Edge Zero Award won (en te lezen is op Fantasize).

Hoe lang schrijf je al?
Ik ben begonnen met het schrijven van sciencefiction en fantasy toen ik in 2006 voor het eerst meedeed aan Nanowrimo. Dat is nu dus zestien jaar geleden. Daarvoor schreef ik zo’n tien jaar tekenfilms.

Heb je altijd SF geschreven of schrijf/schreef je ook wel andere dingen?
Toen ik als animatieregisseur werkte, heb ik verschillende tekenfilms en bedrijfsfilms geschreven. De tekenfilmserie Dip & Dap is daarvan het bekendste. Op een gegeven moment werd ik gevraagd om mijn scenario’s om te zetten naar voorleesboekjes. Toen ik daaraan werkte kwam ik erachter dat ik proza schrijven superleuk vond en toen ben ik aan mijn eerste fantasyverhaal begonnen (dat overigens nooit is gepubliceerd).

Zijn er terugkerende thema’s in je schrijven?
Absoluut! De meeste van mijn romans gaan over verschillende werelden of werkelijkheden en spelen met het idee dat de realiteit iets mentaals is, in plaats van iets fysieks. Verder speelt metamorfose vaak een rol, waarbij de hoofdpersoon transformeert in iets of iemand anders. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij Heike in De onzichtbare maalstroom en met Sam in Roest. En Panda’s moeder in Panda en het zwarte Dat. Ik probeer er niet zo over na te denken, maar die thema’s sluipen er automatisch in.

Komen deze thema’s ook aan bod in Zwartruimte?
Ja, de Witgangers in het boek kunnen nieuwe tijdlijnen configureren en daarmee dus nieuwe werkelijkheden creëren. Ook de metamorfose van ‘gewoon mens’ (drone genoemd) naar Witganger wordt beschreven.

Zonder al te veel te spoilen, waar gaat Zwartruimte over?
Het verhaal speelt zich af in de Witruimte, een superomgeving waarin Witgangers kunnen reizen door ruimte en tijd. We volgen twee hoofdpersonen: Zahra, een priesteres die we kennen uit mijn korte verhaal Witruimte, die haar geliefde heeft verloren en door de tijd op zoek gaat naar een manier hem weer tot leven te wekken. De tweede hoofdpersoon is Tobias, een fabrieksarbeider die wordt uitgekozen om tot Witganger te evolueren. Hij krijgt opeens ontzettend veel macht en het verhaal vertelt hoe hij daar mee omgaat (kleine spoiler: niet goed.)

Is het een standalone of heb je plannen voor een vervolg?
Voorlopig is het een standalone. Ik heb wel ideeën voor een eventueel vervolg, maar ik ga eerst een ander boek schrijven. Daarna zie ik wel of ik weer zin heb om over de Witruimte te schrijven of niet. Ik probeer mezelf niet vast te pinnen.

Eerder schreef je het fantasy-vierluik De onzichtbare maalstroom. Ook Panda en het zwarte Dat, het boek dat je voor het Dizary-project van Patrick Berkhof schreef, is fantasy. Vanwaar nu de keuze voor SF?
Mijn fantasyboeken hebben altijd wel een SF-randje: zowel in de Maalstroom als in Panda zitten steampunkachtige machines en parallelle werelden. Het voelt voor mij dus niet als een ‘overstap’, maar als een grotere nadruk op elementen die er al waren.

Is die keuze definitief of blijf je in beide genres schrijven?
Ik denk dat ik nog even bij SF blijf.

Wat is voor jou het verschil tussen SF en fantasy?
SF kijkt naar het heden en de toekomst, en fantasy kijkt naar het verleden.

En wat zijn de voornaamste gelijkenissen?
Beide genres spelen met dezelfde elementen: vreemde wezens of monsters, onbekende plaatsen, oorlogen, mensen met speciale krachten, enz. en gebruiken deze fantastische elementen als metaforen voor situaties waarin personages of de wereld zich in bevinden.

Cover van Zwartruimte

Kan je wat meer vertellen over je schrijfproces? Pak je het schrijven van een fantasy-boek bijvoorbeeld anders aan dan het schrijven van een SF-roman?
Ik begin meestal met losse ideeën op te schrijven. Daarna probeer ik daaruit een aanzet tot een verhaallijn te distilleren of bedenk ik wat meer details over de wereld. Elk boek is anders en elk verhaal heeft een andere aanpak nodig. Dan begin ik en dan groeit het tijdens het schrijven zelf. Ik verzin veel tijdens het schrijven.

Je hebt ook boeken uitgebracht die spelen in een gedeelde wereld, zoals het eerder vermelde boek in de wereld van Dizary en de SF-roman Roest die tot de Zwijgende Aarde-reeks behoort. Hoe makkelijk of moeilijk is het om zo’n boek-binnen-andermans-krijtlijnen te schrijven?
Ik vond het makkelijk, omdat zo’n samenwerking me de kans gaf met mensen te overleggen. Het universum van de Zwijgende Aarde had ik natuurlijk meeverzonnen, dat maakte het makkelijk om tussen de krijtlijnen te blijven. Dizary is echt Patricks wereld. Voordat ik Panda schreef heb ik zijn boeken gelezen en meer een afweging gemaakt wat ik wel en niet wilde gebruiken. Maar Patrick en ik vinden dezelfde soort fantasy leuk, dus ik had daarbij geen probleem. Het voelde alsof ik in de zandbak van iemand anders mocht spelen.

Zoals vermeld in de inleiding ben je naast auteur ook uitgever. Zitten beide functies elkaar niet af en toe in de weg of versterken ze elkaar net?
Euh … allebei? Soms heb ik veel inspiratie om te schrijven, maar heb ik uitgeverstaken te doen. Dat is dan vervelend. Aan de andere kant groei ik door de redactie van andere auteurs ook als schrijver, méér dan wanneer ik alleen mijn eigen dingetje zou doen. Ik voel wel meer druk om me als auteur te bewijzen. Met een project als De Zwijgende Aarde, bijvoorbeeld, geef ik mezelf een plaatsje in de line-up. Ik voel dan altijd wel dat mijn boek niet de slechtste in de serie mag zijn, alsof ik alleen maar mee mag doen omdat ik toevallig de uitgever ben. Onzin natuurlijk, maar zo werkt het imposter syndrome.

Wat zijn je schrijfplannen voor de toekomst? Wordt het volgende boek opnieuw een fantasyboek?
Mijn volgende boek wordt een alternatieve geschiedenis en speelt zich af in de tijd van de walvisvaart. Dit is weer een project met twee andere auteurs. Daarna weet ik nog niet. Waarschijnlijk meer SF, maar ik hou mijn opties open.

Tot slot: Waar kunnen lezers meer over jou en over Zwartruimte te weten komen?
Meer informatie is te vinden op de Quasis-website. Quasis is ook te volgen op Facebook en je mag mij ook altijd een vriendschapsverzoek sturen.

Dank je wel. Volgende keer gaan we dieper in op jouw activiteiten als uitgever.

You cannot copy content of this page