web analytics
dinsdag, februari 27

Filmrecensie: Everything Everywhere All at Once

Door Zadok Samson

Ooit gehoord van Daniels? Dit regisseurskoppel bestaat uit Dan Kwan en Daniel Schneinert. Jarenlang regisseerden zij videoclips voor onder meer The Shins en Foster the People. In 2016 debuteerden de twee met het wel erg vreemde Swiss Army Man. Iets met Daniel Radcliffe als schetenlatend lijk. Dit jaar trakteert het eigenzinnige duo ons op het nog vreemdere en onbevattelijkere Everything Everywhere All at Once. Evelyn Wang (Michelle Yeoh) runt samen met haar partner Waymond (Ke Huy Quan) een noodlijdende wasserette. Het werk groeit haar al boven het hoofd, ze heeft ook nog te stellen met haar lesbische puberdochter Joy (Stephanie Hsu). Tijdens een bezoek van de belastingdienst krijgt Evelyn ineens instructies van Waymond om naar een ander universum te reizen. Of eigenlijk is “universum” het verkeerde woord. Wij mensen krijgen dagelijks te maken met keuzes en elke mogelijke keuze resulteert een parallelle wereld waarin die desbetreffende keuze is genomen. Dit gaat door tot de oertijd, waarin de mens worstvingers heeft ontwikkeld. Volgens de alternatieve Waymond is er een boze kracht actief, Jobu Tupaki, die als doel heeft om al die verschillende keuzewerelden te vernietigen. Evelyn is de enige die Jobu kan stoppen.

Still uit Everything Everywhere All at Once

In elke andere film zou dit concept een reden vormen voor puur bombastisch amusement (ik kijk naar jou, Doctor Strange in the Multiverse of Madness), Kwan en Schneinert hebben een heel ander plan. Waarom alleen vermaak bieden als je ook intrigerende vraagstukken kan onderzoeken? Als bijvoorbeeld iedere mogelijke keuze leidt tot een ander leven, hoe zou dat leven er dan uitzien? En als er de mogelijkheid is om iedere mogelijke keuze te leven, wat zou zoiets dan doen met een persoon? Wordt die niet horendol van het duizelingwekkende aantal mogelijkheden en uitkomsten? Is het daarom niet juist prettig om te kunnen kiezen? Of is het bevrijdend om te kunnen kiezen uit een oneindige mogelijkheid aan verschillende levens?

Kwan en Schneinert verwerken deze vragen in praatscènes, die weer zijn gemonteerd tussen superstrak gechoreografeerde vechtsegmenten. Het ene moment kan een hilarisch gevecht worden bewonderd, het andere moment vindt er een serieuze conversatie plaats tussen alternatieve versies van Evelyn en Waymond. Je moet maar mee willen gaan in deze snelheidswisselingen, die het tempo van Everything Everywhere All at Once in de weg liggen. Aan de andere kant heb ik bewondering voor de moed van het regisserende tweetal. Niet iedere filmmaker zou met zo’n attitude een film benaderen. Kwan en Schneinert gaan er vol voor.

Maar, er is meer. Want onder de laag geestverruimende en absurde sciencefiction en fantasy wordt het verhaal van een stroeve moeder-dochter relatie verteld. Door gebrek aan wederzijds begrip en communicatie staat deze relatie onder zware druk, met als gevolg twee karakters die lijnrecht tegenover elkaar staan. Waymond staat aarzelend aan de zijlijn, niet goed wetend wat hij het beste kan doen. Eigenlijk dat wat iedereen moet doen: kiezen.

Everything Everywhere All at Once is een unieke, maar ook vermoeiende ervaring. Omdat ieder personage zijn eigen “keuzewereld” krijgt, van Evelyn tot de belastingadviseur, en al die mogelijkheden netjes afgerond moeten worden, duurt het wel erg lang voor Kwan en Schneinert de conclusie bereiken. Het is bewonderenswaardig dat aan elk personage aandacht wordt geschonken; ik denk dat de twee regisseurs er goed aan hadden gedaan het thema van de film ook op zichzelf te betrekken. Ze hadden moeten kiezen uit de vele door hun bedachte grapjes en karakters. Het script is overvol, te veel van het goeie, met een hobbelige aanloop naar de wel degelijk ontroerende finale. Met een slanker script zou dit in mijn ogen de film van het jaar zijn geweest.

Ik kan Everything Everywhere All at Once het beste beschrijven als een combinatie van Cloud Atlas, David Lynch en Christopher Nolan. Surrealistisch, essayistisch en genre-overschrijdend. De tweede film van Kwan en Schneinert trekt zich weinig aan van subtiliteiten of beknopte speelduur. Alles kan. Alles mag. Het liefst allemaal tegelijkertijd. Gezien de fanatieke aanhang is hier op zijn minst sprake van cultpotentie.

Oh, en mocht je het gevoel hebben naar een doorgedraaid superheldenepos te kijken, Joe en Anthony Russo waren er als producers bij betrokken. Eerder regisseerden deze broers bijvoorbeeld nog Avengers: Endgame. Geen wonder dat Everything Everywhere All at Once zo lang is geworden.

 

© 2020 – 2024 Fantasize & Zadok Samson

You cannot copy content of this page