web analytics
zondag, mei 22

Filmbespreking: The Kingsmen: The Golden Circle

Door Zadok Samson

Met Kingsman: The Secret Service klopte regisseur Matthew Vaughn het stof van de spionagefilm en maakte er een hip actieavontuur van vol zwarte humor en uitzinnig geweld. Vervolg Kingsman: The Golden Circle biedt hetzelfde. In een hogere versnelling. Eggsy (Taron Egerton) is inmiddels een gerespecteerd lid van Kingsman en dolgelukkig samen met Tilde (Hanna Alström). Er is echter een storm op komst. Diep in de jungle woont de ongekroonde drugskoningin Poppy (Julianne Moore), die het de hoogste tijd vindt dat de wereld over haar hoort.

Eerst bestookt zij het agentschap met raketten, waarna Eggsy en Merlin (Mark Strong) versuft tussen het puin overeind krabbelen. Merlin gebiedt Eggsy om het hoofd koel te houden, er is een noodpotrocol voor dit soort situaties. De twee komen via dit protocol terecht bij partnerorganisatie Statesman, met aan het hoofd de pruimtabak kauwende Champ (Jeff Bridges) en de whiskyliefhebber Tequila (Channing Tatum).

De Statesman en Kingsman moeten de handen ineenslaan om Poppy te stoppen. Het blijft namelijk niet bij de raketaanval, zij heeft haar waren versneden met een virus dat zich razendsnel verspreidt. Als de president, gespeeld door Bruce Greenford, niet doet wat zij wilt, zullen de gevolgen verstrekkend zijn. Eggsy zal dus weer aan de slag moeten. Tegelijkertijd staat zijn relatie met Tilde onder druk. Het redden van de wereld vraagt om de nodige offers, zoals het verleiden van vrouwen. Dat botst met Tildes verwachtingen, die geduldig op hem wacht om samen een leven op te bouwen. Een ring om haar vinger zou daar best bij passen.

Die scènes staan in schril contrast met Vaughns ADHD-wereld, toch vormen zij aangename adempauzes in de denderende vaart van de spionageavonturen. De vaart staat garant voor een goeie adrenalinekick, ik merk ook dat ik de wervelende stijl als een trucje zie. Alsof Vaughn te veel zijn best doet om van Kingsman: The Golden Circle een hippe actiefilm te maken. Soms vraag ik mij af of een tot in de details bedachte vechtscène nog cool is of onnodig wordt gerekt.

Ook op verhaalgebied tast Vaughn de grenzen van de geloofwaardigheid af. Doodgewaande personage keren terug, agenten hebben een dubbele agenda of komen met wel erg idiote foefjes om hun tegenstanders in de maling te nemen. Volgens mij wordt er zelfs leentjebuur gespeeld uit Desperado, als Eggsy met een mitrailleurkoffer de vijanden neermaait. Het is geen film die het moet hebben van realisme, Vaughn vraagt iets te veel suspense of disbelieve van zijn publiek.

Om die reden ben ik ook blij met twee figuren die geen gedoe nodig hebben. Moore is fantastisch als machtshongerige drugsbarones die haar tegenstanders glimlachend in de vleesvermaler stopt. Ze heeft ook twee robothonden die, op haar commando, het gewenste doelwit aan stukken scheuren. Dat is weer een beetje veel van het goede, Moore kan zonder toeters en bellen prima dreigend overkomen. Al is het maar door die ongemakkelijk bedaarde houding. Ach, vergeleken met de rest van de film zijn die robothonden best normaal.

Daarnaast heeft Vaugn muzikant Elton John gecast. Geen idee waarom. Hij is door Poppy ontvoerd en moet haar voorzien van privé-optredens. Johns raadselachtige aanwezigheid is meer dan zomaar een cameo, Vaughn geeft hem ruimte om te schitteren. Hij mag zelfs soepele karateschoppen uitdelen. De muzikant is van zichzelf al een kleurrijk stripfiguur en past daarom perfect in de op hol geslagen wereld van deze spionagefilm. Ook als hij met bedrukt gezicht achter de piano een liedje speelt, spat het charisma van hem af.
In zijn enthousiasme om de energie van zijn voorganger te evenaren, vliegt Kingsman: The Golden Circle bijna uit de bocht. Ik kon het, net als bij deel één, nog wel appreciëren. Maar Vaughn moet dat hyperkinetische echt niet meer doorzetten. Een beetje meer van Eggsy en Tilde en een beetje minder actie zou fijn zijn.

Dit artikel verscheen eerder op Filmbekeken.com.

 

© 2020 – 2022 Fantasize & Zadok Samson