web analytics
maandag, mei 16

Fantasize Special – Rol van de vrouw: Wendy de hysterica en de reddende leeuwin

Door Zadok Samson

Van alle vrouwelijke personages die Stephen King heeft bedacht (en dat zijn er nogal wat) is er eentje die mij in het bijzonder intrigeert: Wendy Torrance uit The Shining. Toen regisseur Stanley Kubrick de roman in 1980 verfilmde liet hij haar spelen door de muizige actrice Shelley Duvall. Jaren later, in 1997, kwam regisseur Mick Garris met een nieuwe filmversie, en hij liet Wendy vertolken door actrice Rebecca De Mornay. Twee verschillende actrices betekent vanzelfsprekend twee interpretaties. Eén personage, twee invalshoeken. Hoe verschillend is Wendy gespeeld?

Shelley Duvall
Laat ik beginnen bij het bronmateriaal. King schreef The Shining in 1977 en baseerde zich op zijn alcoholisme en de verantwoordelijkheden van het vaderschap. Centraal staat een gezin – vader Jack, moeder Wendy en zoontje Danny – dat een winter lang in het geïsoleerde Overlook Hotel verblijft. Jack heeft daar via via een baantje als conciërge kunnen regelen. Hij is na een geweldsincident ontslagen als docent en ziet zijn kans om zijn huwelijk te redden, geld te verdienen en eindelijk zijn toneelstuk af te ronden. Helaas wordt het hotel bevolkt door spoken. Jack moet zijn best doen om van de fles af te blijven en heeft daarbovenop last van een kort lontje. Langzaamaan komt hij onder invloed van de geesten en raakt ervan overtuigd dat Danny en Wendy tegen hem samenspannen. The Shining is een prachtige combinatie van menselijk drama en bovennatuurlijke horror en werd door critici geprezen als modern griezelboek.

Kubrick was niet echt gecharmeerd van Kings boek. Hij was wel op zoek naar een hit. The Shining viel onder het genre dat het goed deed in de bioscopen: horror. Dus besloot Kubrick ermee aan de slag te gaan. Maar dan wel op zijn manier. Geen kinderachtig spookverhaal, maar een serieuze parabel over een man die de kans krijgt om slecht te doen. En die kans ook grijpt. King had zelf al geschikte ideeën over wie de personages zouden kunnen spelen en had voor Wendy Jessica Lange in gedachte. In Kings ogen was Wendy een voormalig cheerleader die nooit met echte problemen te maken had gehad en Lange paste perfect in dat plaatje. Kubrick vond dit onzin. Hij geloofde niet dat de Wendy, zoals beschreven door King, bij een “loser” als Jack zou blijven. In zijn ogen was zij een iel, breekbaar vrouwtje dat lijdzaam Jacks temperament onderging. Vandaar dat hij iemand anders wilde voor de rol: Shelley Duvall.

Deze actrice met grote ogen en lange zwarte haren had hiervoor samengewerkt met regisseur Robert Altman. Hij stond bekend om zijn minimale acteursregie en moedigde zijn spelers geregeld aan om te improviseren. Kubrick was totaal het tegenovergestelde. Hij regisseerde de cast met militaire precisie en filmde gerust honderd takes voor hij eindelijk tevreden was met de opname. Mocht iets niet gaan zoals hij het wilde, dan zou iedereen het horen. In de documentaire Making ‘The Shining van Vivian Kubrick (te zien op YouTube) is te zien hoe gereserveerd hij zich gedraagt tegenover de crew. Duvall worstelt al met stress door een stukgelopen relatie, maar de aanhoudende druk op de set en Kubricks koele, afstandelijke houding maken de situatie er niet beter op. Hij zegt dochter Vivian zelfs geen empathie voor Duvall te tonen. Als de actrice met grote ogen aan Kubrick vraagt waarom dat niet mag, antwoordt hij kalm: “Dat is niet goed voor je”. Ofwel: hoe ellendiger jij je voelt, des te beter dat is voor de rol. Als de twee een stuk tekst in het script bediscussiëren, zegt Kubrick op ijzige toon dat de tekst prima is. Duvall moet maar gewoon beter acteren. Jaren geleden haalde Alfred Hitchock ook narigheid uit met zijn actrices, in dit geval staat het ronduit botte gedrag ook op film. Ik heb het sterke vermoeden dat als dit soort beeldmateriaal tegenwoordig op internet zou circuleren, de regisseur overspoeld wordt met hatelijke reacties. Ook een heiligverklaarde filmmaker als Kubrick.

Gillen en huilen
Even de morele kwestie daargelaten, vind ik het bijzonder onaangenaam om bijna twee uur lang te kijken naar een personage dat hysterisch door het beeld rent. Ja, Duvall is duidelijk doodsbang. Doodmoe. Nerveus. Maar in plaats van medelijden met haar te krijgen, stoot Duvalls gegil en gesnik mij af. Kubrick maakte van haar een tenger, bibberig meisje dat gaandeweg op de zenuwen werkt. Hoe moet ik nu hopen dat het goed met deze zenuwlijer afloopt? Ik ga bijna wensen dat Jack haar in stukjes hakt, al is het maar om van dat huilerige gedrag af te zijn. Er is één scène waarin Duvall haar tanden mag laten zien, om dan weer terug te vallen in de rol van snotterende echtgenote. Kubrick had zijn eigen visie op Wendy en dat is prima. Het resulteert alleen wel in een stroeve kijkervaring.

De Mornay en Duvall als Wendy in The Shining

Ook King kon Duvalls krampachtig theatrale spel niet waarderen. Zodra de kans zich aandiende, besloot hij een eigen versie van The Shining te maken. Het werd een miniserie van drie afleveringen. Hij riep de hulp in van regisseur Mick Garris en schreef zelf het script. Ditmaal werd Rebecca De Mornay gekozen voor de rol van Wendy. Wat een wereld van verschil. In tegenstelling tot Duvall straalt De Mornay kracht uit. Dit is geen grootogige actrice die gillend door de gangen rent, maar een vrouw die bereid is om terug te vechten. In de eerste aflevering, als Jack per ongeluk Danny’s arm heeft gebroken, geeft Wendy een waarschuwing: flik dit nog een keer en wij gaan bij je weg. Er is een scène waarin zij proeft van Jacks drankje, om zeker te zijn dat hij niet is teruggevallen in slechte gewoontes.
De miniserie maakt ook duidelijk dat Wendy sterk heen en weer wordt geslingerd tussen verschillende emoties. Enerzijds wil zij scheiden van Jack, niets te maken hebben met zijn explosieve humeur en zucht naar drank. Aan de andere kant ziet zij ook dat Jack er alles aan doet zijn gezin bij elkaar te houden. Bovendien heeft haar temperamentvolle partner ook een zachte, lieve kant. Dat is toch iets anders dan een huisvrouw die gewillig bij een “loser” blijft.

Eenmaal in het Outlook Hotel is Wendy, net als in Kubricks versie, inderdaad bang voor Jacks toenemende psychotische gedrag. Maar als zij vermoedt dat hij Danny heeft geslagen, gaat zij vol in de leeuwinnenmodus. Dan is zij geen hulpeloze cheerleader, maar een sterke vrouw, de heldin die Danny met haar leven beschermt. De Mornay is niet het vrouwtje dat bibberend bij haar agressieve partner met losse handjes blijft. Zij is bang, maar niet de hele tijd.

In tegenstelling tot Kubricks cerebrale stijl van The Shining, is Garris’ verfilming dramatischer. De personages worden geïntroduceerd, we zien wat hen drijft en wat de onderlinge conflicten zijn. Garris presenteert ons een koppel dat uit alle macht hun huwelijk wil redden. De thema’s uit het boek komen veel duidelijker terug. Het gevolg is horror met warmte. Dat klinkt gek, maar toch krijg ik dat gevoel bij de miniserie. Er is echt wel een en ander op aan te merken (de speciale effecten…), maar omdat De Mornay een veel ronder personage speelt is het veel makkelijker om een emotionele band met haar te krijgen. Dit is een personage dat mij in het verhaal kan trekken, iemand van wie ik hoop dat zij Jacks bezeten moordlust overleeft.

De betere Wendy
Kubrick leverde met zijn versie van The Shining weliswaar een sfeervolle horrorfilm af, hij heeft de subtiliteiten van Kings boek echter duidelijk niet meegekregen. Ik betwijfel zelfs of hij het boek wel echt goed gelezen heeft. “Zijn” Wendy is plat, eendimensionaal en volstrekt hulpeloos. Garris’ Wendy is echt een personage, iemand met wie het publiek kan meeleven. Hoe de miniserie zich als geheel verhoudt tot Kubricks film is een ander verhaal. King wist Wendy met de miniserie in ere te herstellen, haar te laten zijn zoals zij was: een sterke vrouw. Duvall beweert in The Making of The Shining bij hoog en laag veel van Kubricks meedogenloze regie te hebben geleerd. Ik heb er moeite mee die uitspraak te geloven, wie weet gelooft Duvall echt dat de rigide filmervaring haar heeft geholpen. Het leverde haar een nominatie van de Raspberry Award op (prijs voor slechtste filmprestatie) en ze genoot nou niet bepaald van een florissante acteercarrière. Wat mij betreft blijft De Mornay de betere Wendy.

 

Uitgelichte afbeelding: © Sigrid Lensink-Damen

 

© 2020 – 2022 Fantasize, Zadok Samson & Sigrid Lensink-Damen