web analytics
dinsdag, mei 28

Boekrecensie: De visionair van Anja Sicking – het “roode hert” van de strijd tussen digitaal en analoog

Door Sigrid Lensink-Damen

Het is een vaker gebruikt thema in de letteren: een AI die zo ver gevorderd is dat het het denken van de mensen overneemt en mensen tot slaven reduceert. Het blijkt de ultieme angst van veel mensen te zijn om te worden overgenomen of gecontroleerd door kunstmatige intelligentie, terwijl hij zich tegelijkertijd in de luren laat leggen door algoritmes van de sociale media en deze formules voedt met stromen data. Alsof je deze data gewoon op internet kunt gooien zonder dat dat consequenties heeft. Al die gegevens komen ergens terecht. Al die gegevens kunnen en zullen worden gebruikt voor, zeg, gezichtsherkenningssoftware, waarmee men de mens wil doorgronden. De software ‘leest’ hoe iemand zich voelt en commerciële aanbiedingen volgen. Een poging in die richting is al gemaakt met Google Glass. Hoe dat werkt, geen idee, maar dat het er is, is een feit. Zijn we er al afhankelijk van?

Spagaat
Deze spagaat tussen de mens willen doorgronden en die (latente) angst voor controle is ook het uitgangspunt van het nieuwe boek van Anja Sicking, De visionair. Daarin probeert Roemer, beschreven in de derde persoon door zijn oudere, bijna-virtuele zelf, een digitale bril uit te vinden waarmee hij de emoties van zijn medemens kan lezen, vooral omdat hij dat zelf niet zo goed kan.
Na de dood van zijn moeder woont Roemer met zijn depressieve vader in een armetierig flatje. Pa geeft pianoles, maar als die piano een kapotte toets heeft, zakt pa steeds verder weg in een donker gat. Voor Roemer aanleiding om een baantje te gaan zoeken om de piano te kunnen laten repareren. Hij komt terecht als schoonmaker in het hotel Het Roode Hert en raakt op slag verliefd op de eigenaresse mevrouw Vroman.

Het Roode Hert vormt het kloppende (rode) hart van dit boek. Binnen de muren van dit familiebedrijf woedt de strijd tussen analoog en digitaal en we weten van tevoren al wat er gaat winnen en toch hopen we van niet. Mevrouw Vroman heeft een hang naar nostalgie en zweert bij houten linnenkasten, rode lopers op de trap en persoonlijke aandacht voor personeel en gast, lamsoor als extra, door haarzelf geserveerde groente bij het diner.
De aasgieren in haar familie willen alles zo snel mogelijk moderniseren en upgraden. Het ontgaat Roemer, hoewel hij wel iets van de spanning opvangt. Het gegeven gaat vooral in zijn onderbewuste zitten en draagt bij aan zijn wil om die emotieleesbril te ontwikkelen.

De visionair van Anja Sicking, foto © Sigrid Lensink-Damen

Sciencefictiongehalte
In de roboticaklas van meneer Breeveld werkt Roemer aan het prototype van zijn e-bril. Via Breeveld schotelt Sicking ons verschillende visies op de verregaande digitalisering voor. De ‘gaydar’ van Michal Kosinski komt langs, maar ook wat er eigenlijk voor nodig is om een zelfrijdende auto veilig door de stad te loodsen. Dat Big Data mensen tot slaaf maakt, is een veelgehoorde angst, evenals het idee dat het discriminatie in de hand werkt. Sicking weet die angst niet echt voelbaar te maken, sterker nog, over dat het hele toekomstgebeuren lijkt ze nogal nonchalant haar schouders op te halen, alsof het allemaal wel losloopt.

Dat scheldwoorden geregistreerd worden en eufemismen in de plaats komen van het eigenlijke begrip (‘overgaan’ in plaats van ‘sterven’, dat soort dingen) in de tijd van de oudere Roemer, geeft dan ook geen diepgravend inzicht in een samenleving die verregaand gedigitaliseerd is. Deze fragmenten maken het verhaal zwakker in plaats van sterker. Sicking is dan ook geen geroutineerde sciencefictionschrijver.
Misschien is dat ook niet nodig. Dat de mens vooral mens is – en blijft – beschrijft ze virtuoos in een sleutelscène van het boek. Roemer staat in kamer 127, verdekt opgesteld naast de antieke kledingkast, door het raam naar mevrouw Vromans rug te kijken. Er gaat van alles in zijn hoofd om, hij raakt opgewonden. Het geheel, het samenspel tussen daad en gedachte, welke context ze vormen en in welke omstandigheden, daar gaat het om. Hoe modern de middelen ook zijn, een AI zal niet zien dat een emotieleesbril even voyeuristisch is als door het raam naar het object van je liefde staren. Een AI kan wel een schuifje aan- of uitzetten en opmerken dat een boek “po tisch geschreven” of “betrekkelijk talig” is, maar om sommige nuances te doorgronden, moet je toch echt mens zijn. En doorhebben dat Sickings mening precies in díe scène versleuteld zit, kan een AI al helemaal niet.

Conclusie
Als je De visionair voor de eerste keer leest, laat het een wat matte en brave indruk na. Keurig proza met verplichte sciencefictionelementen. Pas bij tweede lezing, of als je een recensie over dit boek schrijft en er dus over moet nadenken, onthult het onderliggende verhaal zich. Dan trekt de sluier die over de subtiliteiten ligt, weg. Het onvertelde verhaal is namelijk precies wat een kunstmatige intelligentie nooit zou kunnen doorgronden en daarom is een nonchalantere houding naar de vermeend angstwekkende toekomst zo gek nog niet. Juist dit maakt Sickings boek waardevol en krachtig.

 

© 2020 – 2024 Fantasize & Sigrid Lensink-Damen

You cannot copy content of this page