web analytics
donderdag, juli 25

Vierdelig interview met Frank van Dongen – deel 2

Door Isabelle Plomteux

Na het eerste deel, dat vorige week verscheen en dat je hier kunt teruglezen, boren we met dit tweede deel van het interviewkwartet met sciencefictionauteur Frank van Dongen een van de belangrijke thema’s, zo niet het hoofdthema aan van zijn vierdelige serie filosofische toekomstromans Ontdekking van de mens: het menselijk bestaan en de zin ervan. Ook de evolutie van de mens komt aan bod.

Klopt het dat je romans eigenlijk één grote verkenning zijn van mogelijke antwoorden op de vraag: waarom en waartoe zijn wij mensen hier?
Ja, nu je het zo vraagt, denk ik van wel. Maar dit was niet op voorhand een bewuste keuze. Beginnen aan een roman is ook een sprong in het onbekende. Dat maakt het schrijven voor mij zo spannend, onweerstaanbaar en soms ook dwangmatig. Ik ben een oeverloze waarom-vrager. In mijn boeken ben ik op zoek naar de ware aard, oorzaak en reden van het bestaan in het algemeen en die van de mens en mijzelf in het bijzonder. In die zoektocht ontkom ik er niet aan om ook te onderzoeken wat er misgaat of mis kan gaan in hoe wij leven naar onze ware aard, drijfveren en redenen van bestaan, en hoe wij ons verhouden tot andere levende wezens die ieder hun eigen aard, drijfveren en redenen van bestaan hebben.

Is jouw kijk op deze materie veranderd doorheen het schrijven van de reeks?
Ja. Ik heb een concreter idee gekregen over het mogelijke waarom en waartoe van ons bestaan als mens. Vroeger keek ik daar rationeel als een evolutiebioloog tegenaan: een mens is net als alle andere levende soorten op aarde ontstaan door natuurlijke selectie en heeft als enige reden van bestaan zijn eigen voortbestaan en door reproductie een zo groot mogelijke genetische bijdrage te leveren aan de volgende generaties. Na jarenlang lezen, nadenken, praten en schrijven over toekomstscenario’s van de mens, besef ik ten volle, juist omdat ik evolutiebioloog ben, hoe bijzonder het is dat de natuur de mens als eerste en enige soort op aarde de kans heeft gegeven om te ontsnappen aan de genetisch geprogrammeerde gedragspatronen die afdwingen dat levende wezens uitsluitend worden gedreven door overleven en het doorgeven van zo veel mogelijk eigen genen aan de volgende generaties.

Als enige soort kan de mens een grote mate van vrijheid verwerven in voelen, denken, willen en handelen. Geen enkele andere diersoort is dit gegeven. Als enige soort heeft de mens het vermogen gekregen om te ontsnappen aan deze planeet, om verre werelden te veroveren, om eeuwig op ontdekkingsreis te gaan in het eindeloze heelal. Het lijkt haast geen toeval dat ik juist in 1964 ben geboren en als kleuter op een kleine zwartwit televisie kon zien hoe de eerste mensen voet op de maan zetten. Ik ben met de droom opgegroeid dat de mensheid zich inderdaad zou richten op dit grootse en meeslepende gemeenschappelijke levensdoel: het verkennen van andere planeten en manen, het speuren naar buitenaards leven. Maar in 1974 werden de maanreizen gestaakt omdat consumeren en genieten belangrijker werd dan verkennen en leren. Sinds de komst van het internet heeft de mens zich definitief naar binnen gericht en laat hij zich leven door het gemak, verzorging en vermaak van de virtuele wereld die hij zelf heeft gemaakt. De ontwikkeling van AI zal de mens nog verder vervreemden van de echte wereld en zijn eigen natuur. We vergeten de uitdaging en verliezen het lef en de kracht om het universum dat ons aan alle kanten omringt, te verkennen.

Lezing van Frank op de HSFcon in Sneek, eigen foto

In de Ontdekking van de mens-serie komen dan ook verschillende mensensoorten en mensenklassen aan bod: zo hebben we de klassen “homo dependens”, “homo laborem” en “homo princeps”, en de soorten “IGD-mens” en de “homo amortalis”. Wat houden deze soorten en klassen in en op welk()e vlak(ken) verschillen zij van de hedendaagse homo sapiens?
Door maatregelen van de Amerikaanse president Michael Barr, met name het oprichten van het almachtige en alwetende SoNet in 2032, neemt de geschiedenis in mijn boeken een wending die niemand kon voorspellen. Er ontstaat een maatschappij met vier strikt gescheiden klassen die de mensheid de facto doet opsplitsen in vier soorten die onderling niet meer aan genenuitwisseling doen:
1. de klassieke liberaal humanistische offline homo sapiens, zij leven bewust zo veel mogelijk offline en in harmonie met de natuur, ze zijn zeldzaam en komen alleen voor in landen die zich isoleren van de wereldeconomie, zoals Noorwegen en Nieuw-Zeeland;
2. de post humanistisch sociaal dataïstische homo dependens: de werkloze, uitsluitend consumerende volksmassa van ruim 10 miljard zielen, volledig verslaafd aan en afhankelijk van de zorg, het gemak en het vermaak van SoNet;
3. de a-sterfelijke bestuurders homo princeps, ook wel homo amortalis genoemd, die volledige controle hebben over de AI-netwerken die de maatschappij, economie en industrie volledig beheersen, controleren en besturen, waaronder SoNet;
4. de producerende en militaire klasse homo laborem, een tijdelijk ras dat uiteindelijk volledig zal worden vervangen door AI, machines, robots en drones.

De IGD-mens bestaat uit 512 identieke tweelingen die in het jaar 2048 door SoNet worden opgekweekt in een intelligent genetic design laboratorium. Zij zijn buitengewoon intelligent, ambitieus en levenskrachtig en zijn voorbestemd tot hoge wetenschappelijke en bestuurlijke posities.

Een vraag voor de evolutiebioloog in jou: welke kenmerken eigen aan de mens komen niet voor bij andere zoogdieren? Waarin verschillen wij van andere zoogdieren? Wat maakt ons mens?
Een aantal kenmerkende die de mens onderscheidt van andere zoogdieren:
Dat wat wij ‘vrije wil’ noemen: het vermogen om met ratio en wilskracht in te gaan tegen aangeboren instincten, driften, reflexen en ‘dwingende’ emoties. Dit geeft ons een unieke vrijheid in denken en doen. Dit maakt ons onovertroffen meesters in leer- en aanpassingsvermogen, in creativiteit en vindingrijkheid, en onvoorspelbaarheid.
De combinatie van intelligentie, taal en handvaardigheid stelt ons als geen ander zoogdier in staat om effectief te communiceren, samen te werken, technologie te ontwikkelen en deze met grote precisie te gebruiken. Hiermee kunnen we onze omgeving manipuleren, kunnen we ons beschermen tegen de elementen en verdedigen tegen vijanden en concurrenten, en zijn we zelfs veel grotere en sterkere roofdieren de baas.
Wij zijn als enige zoogdieren in staat om op afstand te doden – dit maakt ons de meest dodelijke wezens op Aarde.

Wat zijn voor jou de grootste pluspunten van het menselijk denken, en wat de grootste minpunten?
Pluspunten: onze creativiteit, leervermogen, vindingrijkheid, voorstellingsvermogen, veelzijdigheid en weerbaarheid. Minpunten: onze hebzucht, heerszucht, agressie, arrogantie, wreedheid en bedrieglijkheid en onze collectieve dwalingen. Maar boven alles: onze dubbele, hypocriete moraal, niet alleen onderling maar vooral ook richting andere diersoorten. Mensen hebben het recht op leven, vrijheid, veiligheid, een eerlijk proces en bescherming van het privéleven. Mensen hebben het recht op vrijwaring van discriminatie, marteling en slavernij. Tegenwoordig claimen we zelfs het recht dat we ons altijd veilig moeten kunnen voelen. Als mensen hier allemaal recht op hebben, waarom andere levende wezens dan niet? Wie of wat geeft ons het recht om andere denkende dieren met gevoel, verstand en zelfbewustzijn, zoals varkens, levenslang als slaven te houden, te martelen en te slachten?

In de reeks komt de volgende stelling naar voren: de ware aard van de mens is verdrongen door onze cultuur. Kun je deze stelling even toelichten?
Hiermee bedoel ik het volgende. Duizenden generaties lang heeft de mens als nomadische jager-verzamelaars in (waarschijnlijk veelal matriarchale, niet hiërarchische) stammen van ongeveer honderd individuen geleefd. Binnen de stam leefde men in gelijkwaardigheid met elkaar en in relatieve harmonie met de natuur – onbewust waren de mensenstammen buiten Afrika door overbejaging ook in dit stadium al desastreus voor vele soorten grote planteneters en roofdieren die zich niet snel genoeg konden aanpassen aan de komst van de (wapens van de) moderne mens. Wat telde in het leven was het overleven en welvaren van de stam. Er waren geen van bovenaf opgelegde wetten, men leefde naar de ‘common sense’ van het stamgevoel en de overgedragen wijze lessen van de stamoudsten en voorouders. Men sprak eigen recht. Er was geen voedselproductie en geen ander bezit dan de eigen kleding en de wapens en werktuigen die men met eigen handen kon dragen. Geen mens kon heersen over grote groepen andere mensen.

Pas sinds 400 generaties zijn we op een totaal andere manier gaan leven en samenleven. Dit kwam door een radicale cultuurverandering: de mens begon met grootschalige voedselproductie, wat (kort door de bocht) leidde tot de mogelijkheid grote legers op de been te brengen en patriarchale hiërarchieën te stichten die in stand werden gehouden door dwingende wetten en religies. Niet meer de natuur en de stam waren leidend in hoe een mens zich gedroeg, maar een door mensen gemaakte nieuwe waarheid, die dingen mogelijk maakte als monopolistisch bezit van land, levensmiddelen en vee, dictatorschap, slavernij, dwangarbeid en vrouwenonderdrukking. Het is niet onze natuur die dit mogelijk maakt, het is onze cultuur.

cover van De machineplaag, eigen foto

En ook deze stelling: de mens is fundamenteel kwaadaardig?
Ik denk dat de meeste mensen van nature niet kwaadaardig zijn en dat ook nooit zijn geweest. Door de natuurlijke variatie in mensenpopulaties zal een klein deel van de mannen altijd al bovengemiddeld agressief en destructief zijn geweest. Als deze mannen vrij kunnen leven naar hun aard, zullen ze door geweld en verkrachting in verhouding veel nageslacht produceren, waardoor ze het genetisch bepaalde deel van hun ‘kwaadaardigheid’ doorgeven aan volgende generaties. In oorspronkelijke jager-verzamelaar samenlevingen zal deze kwaadaardigheid zich niet verder kunnen verspreiden dan de stam groot is, maximaal 150 mensen. Vaak zal de kwaadaardigheid binnen stam als snel worden ‘gecorrigeerd’.

In patriarchale, hiërarchische samenlevingen, organisaties en instituties kan de agressie, heerszucht en hebzucht van dominante mannen worden verheven tot een absolute waarheid en een heilig machtsmiddel uit wiens naam andere mensen (bijvoorbeeld vrouwen, ongehoorzamen, andersgelovigen en andere rassen) worden onderdruk, misbruikt en/of vermoord. Deze onderdrukkende mensgemaakte ‘hogere machten’ zijn mijns inziens fundamenteel kwaadaardig.

Tot slot: onze menselijke veroveringsdrang. Zit deze eigenschap volgens jou inherent in ons DNA ingebakken, of is het eerder een culturele toevoeging? Of is het zo dat de drang naar het onbekende in ons DNA zit en hebben we dat door de eeuwen heen gekoppeld aan het eerder cultureel getinte veroveren en bezitten van dat onbekende?
Eerlijk gezegd denk ik niet dat onze veroveringsdrang algemeen in het menselijke DNA zit en ook niet zomaar als een cultuur is ontstaan. Ik vermoed dat het een gevolg is van ons succes als uitzonderlijk intelligente en technologisch vindingrijke en handvaardige soort, waardoor onze aantallen sterk toenamen. Door lokale overbevolking gingen we op zoek naar nieuw leefgebied om hongersnood en onderlinge oorlog te voorkomen. Eerst zijn we gebieden en continenten gaan veroveren waar nog geen mensen of alleen andere mensensoorten leefden… totdat de beste gebieden overal ter wereld door de moderne mens waren (over)bevolkt en de mens met geweld leefgebied van eigen soortgenoten ging veroveren. Ik denk wel dat door de natuurlijke variatie in mensenpopulaties, een klein percentage individuen altijd al rusteloos is geweest en een sterk verlangen naar het verkennen van het onbekende of het veroveren van andere gebieden heeft gehad. Deze mensen zullen in expansieve, matriarchale hiërarchieën volop de kans hebben gekregen (of gegrepen) om hun driften en drijfveren te botvieren en ze zullen veel invloed en nageslacht hebben gehad, tot op de dag van vandaag.

Evolutie van de mens
Eerst een algemene vraag: hoe evolueert een natuurlijk evolutieproces? Kan zo’n proces vertragen, versnellen?
Een natuurlijk evolutieproces kan afhankelijk van veranderende omstandigheden en daarmee samenhangende veranderende natuurlijke selectiedruk sterk versnellen of vertragen. Een simpel voorbeeld: als in het leefgebied van een zoogdierpopulatie met een dunne vacht door klimaatverandering de temperatuur daalt, dan zullen de individuen met in verhouding de dikste vachten beter overleven en meer nageslacht produceren en op termijn zal deze zoogdierpopulatie evolueren tot een populatie met een dikkere vacht (als ze niet voortijdig worden verdreven door een concurrerende soort die van nature al beter bestand was tegen de kou).

Evolutie komt dus voort uit de noodzaak tot overleven van de soort? Het zich aanpassen aan wisselende levensomstandigheden?
Een biologische soort is eigenlijk iets dat door biologen is bedacht: het is de verzameling van alle op dat moment levende wezens die met elkaar zouden kunnen paren als ze elkaar tegen zouden komen en die vruchtbaar nageslacht kunnen produceren. Een luipaardmannetje in India en een luipaardvrouwtje in Namibië behoren tot dezelfde soort, maar zullen in de natuur nooit met elkaar paren. Soorten vormen geen natuurlijk eenheid en er bestaat in de evolutie geen noodzaak dat een soort moet overleven. Natuurlijke selectie grijpt niet aan op een soort als geheel, zeker niet als de soort bestaat uit vele min of meer van elkaar gescheiden populaties, wat bijna altijd het geval is. Natuurlijke selectie grijpt aan op genen, op individuele levende wezens en op populaties van levende wezens die hun genen onderling uitwisselen (lees: die met elkaar paren en gezamenlijk nageslacht produceren). Natuurlijke selectie zorgt ervoor dat genen in meer of mindere mate worden doorgegeven aan het nageslacht, dat individuen lang of kort leven en veel of weinig nageslacht produceren, en dat populaties zich aanpassen aan wisselende omstandigheden. Als een populatie van een soort zich in gebied A aanpast aan bijvoorbeeld een steeds droger klimaat en een populatie van dezelfde soort in gebied B zich aanpast aan een steeds natter klimaat, dan zullen op termijn waarschijnlijk twee nieuwe soorten ontstaan die geen vruchtbaar nageslacht meer kunnen produceren.

Alleen doen wij moderne mensen net het omgekeerde: om te kunnen overleven, zetten wij de omgeving/de levensomstandigheden naar onze hand?
Ja, dat doen wij inderdaad op alle mogelijke manieren. Door onze grootste natuurlijke vijanden, onze concurrenten en ongedierte en onkruid uit te roeien of te verjagen. Door in beschermende huizen en steden te gaan wonen, en door nog veel meer veranderingen aan onze omgeving en aanpassingen in onze voedselvoorziening, schakelen wij voor een groot deel de oorspronkelijke natuurlijke selectie uit.

Is dat altijd zo geweest, of zijn er momenten in onze evolutie waarop we dat (nog) niet deden?
Mensen die als jagers en verzamelaars leefden, of nog steeds zo leven, zijn nog steeds onderhevig aan natuurlijke selectie.

We lopen meer en meer tegen de negatieve gevolgen van onze moderne levenswijze aan, maar kunnen wij als soort wel anders leven? Kunnen wij evolueren tot een mensensoort die zichzelf aanpast aan zijn omgeving?
Op dit moment kunnen wij als soort niet zomaar terugkeren naar een bestaan in kleine samenlevingen die in harmonie met de natuur leven. We zijn met acht miljard en hebben de intensieve landbouw en industriële voedselproductie nodig om al die mensen te voeden.
Maar kleinere samenlevingen zijn weldegelijk in staat om terug te keren naar een meer natuurlijke en duurzame manier van leven, als de wil of noodzaak er is. In de recente geschiedenis van Amerika zijn hier verschillende voorbeelden van. Boerenvolken die besloten weer nomadische jager en verzamelaars te worden. Of door dictators bestuurde stadstaten waarvan de bewoners er opeens genoeg van hadden en terugkeerden naar een vrij bestaan in de bossen.

Tetralogie en Het bouwplan van Frank van Dongen, eigen foto

Het probleem van de huidige maatschappij is dat we er bijna niet meer aan kunnen ontsnappen, omdat de huidige manier van leven de enige is die we kennen en we geen idee meer hebben hoe we buiten de maatschappij zouden moeten (over)leven. Kijk maar eens wat er gebeurt met mensen die uit ‘het systeem’ stappen of vallen. Die moeten bedelen op straat. Vrij in de natuur leven kunnen en mogen we niet meer.

Hoe zit het momenteel met de natuurlijke evolutie van de mens? Bestaat die nog?
De natuurlijke evolutie bestaat denk ik bijna niet meer, behalve de natuurlijke selectie in extreem arme en gewelddadige landen. In uitzonderlijke gevallen is er mondiaal nog natuurlijke selectie veroorzaakt door micro-organismen (Spaanse griep, Corona). Onnatuurlijke evolutie, veroorzaakt door onze manier van leven in de door ons toedoen veranderende omgeving, bestaat des te meer. De mens houdt zich kunstmatig steeds langer in leven, maar dit heeft weinig invloed op de evolutie, want deze eigenschap wordt genetisch niet doorgegeven aan volgende generaties. Het steeds verder terugdringen van kindersterfte en sterfte op de vruchtbare leeftijd zorgt wel voor een nieuw soort evolutie, namelijk het uitschakelen van natuurlijke selectie, waardoor erfelijke ziektes en zwaktes steeds meer worden doorgegeven aan de volgende generaties. Dit is een soort anti-evolutie: de mens wordt biologisch gezien steeds minder ‘fit’. In plaats van dat natuurlijke levenskracht, weerbaarheid en aanpassingsvermogen toeneemt in de menselijke populatie, neemt deze steeds verder af. Anti-evolutie zou je het kunnen noemen. Voor zijn welzijn, gezondheid en overleving wordt de mens steeds afhankelijker van technologie en infrastructuur. Dit maakt de mensheid steeds kwetsbaarder voor bedreigingen van binnenuit en van buitenaf.

Waarom willen wij mensen steeds meer, steeds beter? Is daar vanuit evolutionair standpunt een verklaring voor? Of is het een cultureel opgelegd iets dat voortkomt uit onze hedendaagse consumptiemaatschappij?
Dat we bewust steeds meer en steeds beter willen, is denk ik vooral opgelegd door onze kapitalistische consumptiemaatschappij die alleen kan bestaan bij voortdurende economische en industriële groei en steeds toenemende ‘behoefte’ aan en ‘recht’ op bescherming, verzorging, vermaak, gemak, genot en luxe.
In de natuur streven populaties naar steeds meer nageslacht en een steeds beter overlevingsvermogen, maar dit is een onbewust fenomeen en dit geldt voor alle levensvormen, en daarom houdt de natuur de enorme biodiversiteit juist in evenwicht. Het probleem van de mens voor de natuur is dat wij de biodiversiteit op ongekende schaal vernietigen met onze ongeremde bevolkingsgroei en immer toenemende agrarische, industriële en infrastructurele activiteiten. De menselijke soort is een dodelijke plaag voor het andere leven op aarde, en daarmee ook voor zichzelf.

In het derde en voorlaatste deel van het interview, komen de buitenaardse levensvormen aan bod die in de boeken van Frank van Dongen hun opwachting maken. Hoe verschillen zij van de mens? En waarin verschillen ze niet? Ook bespreken we diverse maatschappijmodellen en leg ik Frank van Dongen een aantal zinnen uit zijn romans voor.

 

© 2020 – 2024 Fantasize & Isabelle Plomteux

You cannot copy content of this page