web analytics
donderdag, mei 19

Special Tweestrijd: Hoofdredactioneel

Mijn conclusies naar aanleiding van de discussie over literatuur versus sciencefiction en fantasy liegen er niet om.

Het creëren van een meesterwerk is voor veel mensen het hoogst haalbare doel. Ze willen hun naam in neonletters op gevels zien of in chocoladeletters in de krant. Ze willen op televisie, dat hun werk besproken dan wel bediscussieerd wordt in huiskamers, op scholen en door experts. Ik misgun hen dit niet; als je je ergens volledig op stort en je er volledig aan wijdt, dan mag dat resultaat opleveren.
Beoog je een nieuwe Stephen King, Clive Barker, Dean Koontz, J.K. Rowling, J.R.R. Tolkien of George Orwell te worden? Droom je van wereldwijde bestsellers in alle belangrijke talen vertaald en stapels van jouw boek in de boekwinkel? Wees dan origineel, blijf puur, authentiek en dicht bij jezelf. Verval niet in conformisme in de hoop dat je dan meer mensen bereikt of meer boeken verkoopt.
Sigrid en ik hadden laatst op de redactie een gesprek over boekcovers en we kwamen tot de conclusie dat het gros (van zowel literaire boeken als SFF-boeken) simpelweg lelijk is. Punt. Maar wat mij het meest opvalt, is dat de covers in het goedkope SFF-segment, bij selfpublishers en bij de kleine(re) uitgevers die daarboven zitten, met name afgrijselijk zijn en ook standaard, clichématig en gekunsteld ogen. Wat gaat daar mis?

Het antwoord is simpel: men heeft geen geld of heeft het er niet voor over. Daar zit het probleem met de Nederlandse en Belgische sciencefiction en fantasy: het is afgeraffeld en het is broddelwerk. Zo min mogelijk kosten en overhead willen maken, maar tegelijkertijd degelijk redactiewerk willens en wetens overslaan om snel te kunnen uitgeven om die anderhalve euro meer binnen te kunnen slepen. Voor elk woord dat ze erna schrijven, vinden deze schrijvers het als vanzelfsprekend dat zij een vergoeding voor publicatie in allerhande magazines mogen eisen, omdat “er in eigen beheer al x boeken zijn uitgebracht en dus ben ik een gepubliceerd schrijver.”
Iets dergelijks maakte ik mee in 2017 toen we al in gesprek waren met een schrijfster die bij ons eventueel zou willen publiceren. Op het moment dat ik voorrekende dat de redactie op 3000 euro uitkwam, kreeg ik als antwoord een oorverdovende stilte.

Misschien ben je in je eigen kring een gepubliceerd schrijver, maar op de algemene markt zeker niet en eigenlijk weet je dat donders goed. Veelal weigeren deze schrijvers werk van anderen te lezen omdat “ze authentiek willen blijven”, met het gevolg dat dit soort schrijver juist in de clichés blijft hangen van puntoortjes en pieuw-pieuw-pieuw-ruimtegevechten. Waarom zou de literaire wereld niet neerkijken op sciencefiction en fantasy? Ik snap dat dan wel.

De discussie rond literatuur versus sciencefiction en fantasy wordt gevoed door de wagenwijde verschillen tussen de twee stromingen en de arrogantie van beide. De literaire kant komt er bij mij dan ook niet zo makkelijk vanaf. Zo gauw wij het signaal van Johan Klein Haneveld oppikten, zijn wij aan de slag gegaan om genreschrijvers én literaire schrijvers bij elkaar te brengen voor dit onderwerp. Maar ó! wat viel dat tegen, ook al was ik niet echt verbaasd. Wát een slecht verhulde hooghartigheid in het veelgehoorde “ik heb geen tijd” en “ik heb geen inhoudelijke kennis”.

Ik wil even ingaan op het “gebrek aan kennis”. Wie van de literaire schrijvers heeft geen enkel exemplaar van Marten Toonder, Jules Verne, George Orwell, De Saint-Exupéry, J.R.R. Tolkien, A.C.Clarke, Edgar Allen Poe, John Milton of Dante in de kast staan? Leven zij echt onder een steen dat ze Star Wars en Star Trek niet kennen? Hebben zij nog nooit een Jurassic Park, superhelden- of animatiefilm gezien? Lezen zij hun kinderen geen Grimm of Andersen voor of adaptaties daarvan? Nou?
Geen of te weinig kennis is je reinste onzin. Dit soort mensen bestaat wel, maar dan moet je bij de streng religieuzen gaan kijken en die laat ik even buiten beschouwing.
Maar kom op, literairen! Jullie hebben immers de mond vol over de hoge kwaliteit van literatuur en boeken volgeschreven over het hoe en het wat, vaak ook over de criteria om literatuur te mogen of kunnen schrijven of over hoe men zich daartoe moet kwalificeren. Allemaal prima, maar haal niet zo overduidelijk je neus op voor sciencefiction en fantasy. Vind je de kwaliteit slecht? Dat mag, maar wees dan eerlijk en vertel waarom je het slecht vindt. Waar stoor je je precies aan? Vertel dat als je mening gevraagd wordt. Praat mee, zodat wij (bij Fantasize) meer handvaten krijgen om onze (beginnende) schrijvers verder te helpen.
Waar de literatuur sciencefiction en fantasy als dertien in een dozijn beschouwt, kijkt de genrewereld neer op literatuur. Literatuur vindt genre kinderlijk, 13 in een dozijn, pulpkwaliteit. Tegelijkertijd vindt genre literatuur stoffig, niet van deze tijd, oeverloos gezwets. Beide kampen rekenen elkaar daarop af. Ze verwijten elkaar dezelfde kwaliteits- en kwantiteitsissues. Een klassiek pot-verwijt-de-ketel-verhaal. Het ergste: daar liep onze waarheidsvinding en het voornemen van oprechte hoor en wederhoor dan volledig op spaak. Want men wil niet in gesprek.

© Johan Klein Haneveld

Eerlijk is eerlijk: ikzelf ben ook schuldig. Op mijn eigen achterliggende schrijfwerk krijg ik de feedback dat ik dit naar literair niveau zou kunnen tillen. Dank voor het vertrouwen, een groot compliment. Maar ik verdom het.
Mijn redenen? Eén: literatuur is stoffig. Ik heb nog nachtmerries van Max Havelaar. Twee: ik kan mij niet inleven in of vereenzelvigen met ‘literaire’ personages. Drie: literatuur is langdradig en hangt vooral van oeverloos gewauwel aan elkaar. Vier: ik wil lezers bereiken, niet ontmoedigen.
Daarom vind ik het hoog tijd om de bezem door de literaire schrijfstijl en -regels te halen en de boekenlijsten op scholen eens drastisch te vernieuwen. Het ‘moetje’ op scholen zorgt voor een nieuw probleem, dat ik grotendeels aan de literatuur ophang: de ontlezing van de jeugd. Mede hierdoor zal een jongere niet uit zichzelf naar sciencefiction of fantasy of van mijn part naar literatuur  grijpen en daar geef ik de oude, blanke mannen van de maatschappij de schuld van.

Toen Fantasize dus de koe bij de hoorns probeerde te vatten en ik verantwoordelijkheid wilde nemen voor mijn eigen vooroordelen, liep ik tegen muren aan die door beide partijen zijn opgetrokken. In de overschatting naar zichzelf en de onderschatting naar de ander hadden wij (slechts) een discussie in eigen kring. Steek je hand toch eens in eigen boezem, kijk verder dan je eigen ego en ga het gesprek aan, werk samen! Dit roep ik ook naar de genreschrijvers. We hebben een gezamenlijk probleem: de jeugd heeft geen zin meer in boeken en daarvoor moeten we allemaal de koppen bij elkaar steken.

Fantasize heeft het antwoord ook niet paraat, in zoverre dat, als wij een fatsoenlijke hoor en wederhoor in onze discussie hadden kunnen toepassen, wij een beter beeld van de hele situatie hadden gehad, beter oplossingsgericht hadden kunnen denken en eindelijk eens die eerste stappen hadden kunnen zetten naar het bouwen van een brug.
Dat gezegd hebbende, wij hebben wel degelijk ideeën om de ontlezing aan te pakken, wij zien wel degelijk kansen en mogelijkheden voor gezamenlijk optrekken.
In plaats van de leeslijst droog in iemands schoot te dumpen, zou je de lijst zó kunnen samenstellen dat het duidelijk wordt waarom je Max Havelaar moet lezen. Leg uit dat de schrijfstijl gortdroog is omdat het personage Droogstoppel een droogkloot is die niet anders kan schrijven of praten dan zó. Leg uit dat zijn kijk op de maatschappij uniek was in die tijd. Maak het een lesthema met uitstapjes naar de vakken geschiedenis, aardrijkskunde, kunstgeschiedenis en maatschappijleer. Laat de kinderen Max Havelaar naar straattaal vertalen, vergelijkingen trekken naar het nu. Laat ze de strips lezen, die worden niet voor niets gemaakt! Dit kan ook met boeken, films en series uit de sciencefiction en fantasy. Makkelijk. Neem een aflevering van Star Trek waarin de androïde Data voor het gerecht komt om te bepalen of hij eigendom is van Starfleet of rechten heeft als een individu. Koppel dit aan mensenrechten, identiteit, rechtspraak. Neem In de ban van de Ring en koppel dat aan inclusiviteit (elfen, orks, hobbits, mensen). Maar bij wie moeten we zijn om dit te bespreken of te realiseren? Moeten we dan het wiel weer opnieuw gaan uitvinden? In ieder geval denken betrokkenen bij Fantasize en ikzelf serieus na over een aantal voorstellen, dus het laatste woord is hier nog niet over gesproken.

“Be part of the solution, not the problem” wordt vaak gezegd. Neem dus contact met mij op en ga de dialoog aan, of sluit je aan om mee te denken! Ik ben altijd via mail bereikbaar: karen@fantasize.nl. Bel om te sparren: 06 2525 8717 of whatsapp.

Karen van den Andel, hoofdredacteur.