web analytics
dinsdag, mei 28

Interview winnaars Harland Prijs – Susanne Lotstra – eerste prijs

Door Isabelle Plomteux

Door de bomen, het bos van Susanne Lotstra werd 1e in de Harland Prijs 2023. Ik sprak met haar over haar verhaal en tal van andere zaken.

Susanne Lotstra, eigen foto

Dag Susanne, van harte gefeliciteerd met je eerste plaats. Fijn je te ontmoeten. Kun je jezelf even voorstellen?
Ik ben Susanne, 34 jaar! Ik ben geboren in Nijmegen en woon in Velp met mijn vriend. In het dagelijks leven ben ik biochemisch analist aan de Wageningen Universiteit. Ik houd van schrijven (verrassend), tekenen, lezen en buiten zijn. Het liefst ben ik in een bos op een berg. Ik schrijf nog niet zo lang. Verhalen bedenken doe ik echter al sinds ik klein was. Ik zat het liefst de hele dag in mijn fantasiewereld met alle personages en figuurtjes die ik verzon. Als ik mezelf een talent toe zou mogen kennen, zou het het zien van humor in humorloze situaties zijn. Dat, en het vermogen in m’n eentje de slappe lach te krijgen om iets dat maanden daarvoor gebeurde.

Was het de eerste keer dat je met de Harland verhalenwedstrijd mee deed?
De tweede keer! In 2022 heb ik voor het eerst meegedaan, toen werd ik 77e van de 150. Het was een waardevolle ervaring om mee te doen aan een wedstrijd. Het verhaal dat ik toen heb ingestuurd was een hoofdstuk uit het boek dat ik aan het schrijven ben. Het was daardoor verwarrend en functioneerde dus niet goed als kort verhaal. Ik heb de feedback ter harte genomen en besloot het toen over een andere boeg te gooien. Ik denk altijd dat wat ik schrijf niet boeiend genoeg is, en heb daardoor de neiging het verhaal te complex te maken. Dit keer heb ik heel bewust geschrapt. Ik schrijf doorgaans fantasy, Door de bomen, het bos is het eerste sciencefictionverhaal dat ik schreef (hoewel de lijn tussen fantasy en sci-fi natuurlijk vrij dun is).

Wat deed je (ooit) besluiten om mee te doen?
Vroeger vond ik het heel eng om mijn verhalen aan iemand te laten lezen, alsof je iets heel intiems prijsgeeft. Als je echter wilt groeien als schrijver, is het wel noodzakelijk dat iemand het leest natuurlijk. Zodoende heb ik me over mijn gêne heen gezet en dacht, wie niet waagt, die niet wint. Als je wilt opvallen, moet je naar buiten treden. Iedereen die meedoet krijgt ook feedback op het ingezonden verhaal, dus ik dacht: ik kan er alleen maar beter door worden. Uiteindelijk was de droom natuurlijk om een keer te winnen, dus echt ontzettend gaaf dat me dat gelukt is.

Deed je ook al aan andere schrijfwedstrijden mee? In het fantastische genre of daarbuiten?
Ik heb dit jaar ook meegedaan aan een manuscriptenwedstrijd van uitgeverij Moon, waarbij je een hoofdstuk of deel van je (fantasy/young adult) manuscript mag insturen en de hoofdprijs een publicatie mogelijkheid is. De uitslag volgt later dit jaar. Ik verwacht er weinig van, het aantal inzendingen zal enorm zijn, maar stel je toch eens voor! Buiten de Harland wedstrijd en die van Moon heb ik nog niet eerder aan schrijfwedstrijden meegedaan. Ik heb wel ooit een gastcolumn van driehonderd woorden in de Gelderlander weten te krijgen, dat was wel cool! Ik vind het iedere keer weer intimiderend om aan een schrijfwedstrijd mee te doen, maar de feedback die je krijgt is zo waardevol.

Kun je kort (en zonder al te veel spoilers) vertellen waarover Door de bomen, het bos gaat?
Het verhaal gaat over een botanicus en een huurling die op expeditie zijn op planeet Aarde. De Aarde is overgenomen door woeste, moordlustige wouden als tegenreactie op jarenlange verwaarlozing van de planeet door de mens. Echter hebben zowel de personages als de bossen conflicterende opvattingen over hoe de toekomst eruit zal gaan zien.

Hoe kwam je op het idee voor het verhaal?
Ik ben ooit op een backpackvakantie in Canada samen met een vriend 26 kilometer het bos in gelopen om daar te wildkamperen. Dan ben je samen moederziel alleen, omringd door wildernis. Regelmatig hoorden we een vreemd geluid, een soort diep gekreun. Het kwam van alle richtingen. Later beseften we dat dat de bomen waren die bogen in de wind. Dat was zo’n onwerkelijk moment. Ook vroeg ik me ooit af hoe zwaar een boom kan worden, toen een enorme esdoorn die destijds bij mij voor de deur groeide, dreigde om te vallen in een storm. Een van de grootste bomen ter wereld is General Sherman, een sequoia in Californië, die naar schatting een massa van twee miljoen kilo heeft. Twee miljoen! Dat zijn ruwweg zeven treinstellen! Dat soort weetjes en ervaringen kunnen me eindeloos prikkelen. Daar komen de wildste ideeën vandaan. Ik krijg die ideeën ook op de meest onhandige momenten, als ik op de snelweg rijd, bijvoorbeeld.

Susanne in een Canadees woud, eigen foto

Welke elementen moet een goed ‘fantastisch’ verhaal voor jou zeker bevatten?
Personages met diepgang. Mijn favoriete auteur is Robin Hobb, o.a. omdat zij zó ontzettend goed is in dynamische en complexe personages neerzetten. Allen hebben ze sterke en minder sterke kanten, maken menselijke fouten en groeien ondanks hun tekortkomingen. Het personage Malta uit The Liveship Traders is er zo een: de ontwikkeling die zij doormaakt is steengoed uitgewerkt. Ik vind het ontzettend knap hoe Hobb dat doet. Vice versa knap ik direct af op verhalen waarin de hoofdpersoon van de ene situatie de andere in tuimelt, met als enige motivatie ‘ik weet niet waarom ik het deed, maar iets dreef me ertoe’. Ik houd ook heel erg van verhalen die zich afspelen in een middeleeuwse of VOC-achtige setting, dus dan zit je met Hobb helemaal goed. Ik houd ook van Joe Abercrombie, omdat hij qua personages ongegeneerde hufters creëert. Heerlijk vind ik dat. Hufter-personages schrijven kan ikzelf niet zo goed, die van mij zijn allemaal te lief. En humor! Kings of the Wyld van Nicholas Eames bijvoorbeeld. Ik heb strak gelegen.

Schrijf je ook in andere fantastische genres?
Min of meer? Ik heb ooit eens een gooi gedaan naar een speculatief horrorverhaal. Verder houd ik me niet echt bezig met subgenres; ik schrijf fantasy en/of sciencefiction. In welk subgenre het thuishoort weet ik naderhand meestal pas. Ik schrijf vanuit een idee, niet per se vanuit een genre. Dat idee probeer ik dan zo solide mogelijk te krijgen en daarop bouw ik verder. Ik wil dat een verhaal me bij de strot grijpt, dat ik lezend de trein uitloop omdat ik het niet kan neerleggen (om vervolgens bijna van de trap te vallen, echt gebeurd) en de daaropvolgende weken mentaal in het universum van dat verhaal zit omdat het me niet loslaat. Als ik het zo zeg, klinkt het vast een beetje gestoord, maar ik zweer dat ik verder heel normaal ben. Fantasy is zo leuk omdat het je echt in het hoofd van de schrijver laat kijken en meemaakt wat iemand dan allemaal kan verzinnen. Dat is zo gaaf.

Ook langer werk of voornamelijk korte verhalen?
Als ik iets anders schrijf dan wat bij mijn manuscript hoort, zijn het korte verhalen die ineens in me opkomen en eruit móeten. Als ik bijvoorbeeld een gave serie heb gekeken of een game heb gespeeld die echt indruk heeft gemaakt, kan ik daar wekenlang op teren qua inspiratie. Soms schrijf ik dan fanfiction alsof ik weer op de middelbare school zit, of gewoon een heel nieuw (kort) verhaal dat erdoor geïnspireerd is. Als een idee me pakt ga ik er helemaal in op, het laat me niet los tot ik het ergens opgeschreven heb of wat getekend heb. Lang niet alles hiervan laat ik ook aan anderen lezen, soms is het gewoon een kladversie voor mezelf. Dan is het in ieder geval mijn hoofd uit en kan ik me weer concentreren op niet van de trap vallen. Mijn manuscript zelf dreigt een dikke pil te gaan worden en is daardoor een uitdagend project.

Welk advies zou je deelnemers aan de volgende editie(s) van de Harland Prijs graag willen meegeven?
Schrijf iets wat je gaaf vindt, waar je hart in zit, los van thema’s, genres of actualiteiten. Maak het niet te ingewikkeld. Laat je personages het werk voor je doen. De állerbelangrijkste tip, tevens een open deur intrappen: maak het ‘show, don’t tell’ je eigen. Voor mij was dat heel lang een abstract concept, ik begin het nu pas een beetje in de vingers te krijgen. De kern van je verhaal suggereren aan je lezer door de omstandigheden te schetsen waarin het gebeurt. Het is de grens bewandelen tussen niet overduidelijk, maar wel duidelijk genoeg zijn. Mateloos frustrerend, maar heel belangrijk.

Wat wil je op schrijfvlak nog graag bereiken?
Ik zou graag boeken schrijven die zich in een gemeenschappelijke wereld afspelen. Een universum bouwen waarin die verhalen zich afspelen, dat lijkt me echt geweldig. De ultieme meisjesdroom is dat andere mensen het dan ook geweldig vinden en ik iets gepubliceerd krijg. Ik probeer dat uiteraard niet te erg de motivatie te laten zijn, aangezien die kans echt heel klein is dat zoiets mij, een nobody, gaat lukken. Ik heb er echter een sport van gemaakt om over te komen alsof ik weet wat ik doe, dus misschien trapt er ooit een uitgever in. Ik schrijf vooral omdat ik het leuk vind om te doen, daaruit put ik eindeloze motivatie.

Waar ben je als auteur te vinden?
Je kunt me vinden op Facebook en op instagram als suuzinator. Ik heb tevens een tweede instagram account als hetschipvansmaragd, een project waarbij ik het verhaal van mijn manuscript vertel vanuit het perspectief van de hoofdpersoon, met tekeningen door mijzelf gemaakt. Ik ben geen professionele illustrator, volledig autodidact en nogal een boomer als het op social media aankomt, maar ik hoop zo toch lezers te prikkelen voor het verhaal.

Bedankt voor het interview!

Hier kan je op Hebban het gratis e-book downloaden met het verhaal van Susanne Lotstra en de vier anderen in de top vijf.

 

© 2020 – 2024 Fantasize & Isabelle Plomteux

You cannot copy content of this page