web analytics
woensdag, februari 1

Interview met Frank Roger – deel 2

Door Isabelle Plomteux

Deze week hebben we het met Frank Roger over dat andere onderdeel van zijn kunstenaarschap: zijn collages en grafisch werk. Ook besteden we aandacht aan genreconventies, bespreken we de huidige staat van de Belgische fantastiek en geeft Frank schrijf- en publicatietips voor beginnende verhalenschrijver. Tot slot zal de lezer een link naar een uitgebreide bibliografie terugvinden.

“Visuele poëzie” van Frank Roger

Naast je verhalen creëer je ook collages en grafisch werk. Wanneer ben je met die kunstvormen begonnen?
Ik denk dat ik in de jaren ’90 of zo ernstig begonnen ben. Ik voelde de noodzaak om mijn creatieve activiteiten wat uit te breiden.

Inspireert de ene kunstvorm soms de andere? Dat je door het werken aan een collage inspiratie krijgt voor een verhaal of andersom?
Literair en grafisch werk staan los van elkaar. Maar bij het grafisch werk zit er ook materiaal dat ‘visuele poëzie’ genoemd wordt, op het snijvlak van woord en beeld. Er is met andere woorden geen duidelijke grens tussen de twee kunstvormen: ze lopen mooi in elkaar over.

Bevatten deze kunstwerken dezelfde thema’s als je verhalen? Of zijn er thema’s die net meer of minder aan bod komen?
Ook hier zijn de sleutelwoorden satire, surrealistische humor, dada. De collages krijgen hun betekenis door hun titel: tekst en beeld vormen een onverbreekbare eenheid. Er zijn geen titelloze werkjes.

Een collage of een grafisch werk vertelt naar mijn mening ook een verhaal, alleen op een andere manier. Zie jij dat ook zo?
Grafisch werk belicht een idee, eventueel zelfs een vorm van verhaal, getriggerd door de titel van het werk. Haal de titel weg van de werkjes en ze worden betekenisloos.

Gevaarlijke vraag misschien, maar wat doe je het liefst: een visueel werk maken of een literair?
Ik doe het allebei graag, het is gewoon anders.

Je schrijft en publiceert ondertussen al sinds 1975. Hoe heb je in die tijd de markt voor verhalen in het fantastische genre zien evolueren? Zowel hier bij ons als in het buitenland?
Alles is commerciëler geworden, en dat is geen goede zaak. Het kort verhaal is geen lucratieve markt meer, de collage al evenmin. Als schrijver/kunstenaar moet je keuzes maken: je conformeren aan de markt en doen wat die vraagt (wat hopelijk tot commercieel succes leidt), of koppig je eigen ding doen, wars van commerciële beslommeringen (artistieke vrijheid in plaats van commercieel succes). Ik denk dat het duidelijk is welke keuze ik gemaakt heb.

Voor mensen die vandaag in het Nederlands ‘fantastische’ verhalen schrijven, welke tijdschriften of andere opties raad je aan voor mogelijke publicaties?
Het hangt er allemaal vanaf wat je schrijft: genre, lengte. En dan is er nog de persoonlijke smaak van de redactie. Je moet altijd proberen aan te bieden waar je het meest kans maakt, maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan.

En voor auteurs die in het Engels schrijven?
Het is een grote markt met loodzware concurrentie. De juiste redacteur vinden voor je verhaal is hier nog moeilijker. Voordeel is dat je ook verhalen kunt aanbieden in landen waar redacties Engels lezen als tweede of derde taal.

Wat is voor jou eigenlijk de basis van een goed fantastisch verhaal?
Bij mij draait het allemaal om ideeën. Enkele voorbeelden: Flowers for Algernon van Daniel Keyes; Second variety van Philip K. Dick; To see the invisible man van Robert Silverberg. Ook Ballard en Borges verdienen hier vermelding.

Grafisch werk van Frank Roger

Verschilt deze basis van de basis van een goed niet-fantastisch verhaal? In welk opzicht?
In realistische literatuur is uiteraard geen sprake van het “idee” zoals in een fantastisch verhaal. Het draait om andere criteria, van taalgebruik tot sociale relevantie en diepgang (elementen die in fantastische literatuur uiteraard ook meespelen). En humoristische verhalen moeten uiteraard grappig zijn.

Hiermee samenhangend, heb je tips voor beginnende verhalenschrijvers? Wat moeten ze doen en wat kunnen ze beter laten als ze een goed fantastisch verhaal willen neerzetten?
Ga je eigen weg, vind je eigen stem, probeer clichés en tradities te vermijden, streef naar originaliteit.

Kan je nog wat meer vertellen over jouw werkwijze om succesvol verhalen te publiceren, waar we het verleden week al even over hadden?
In de eerste plaats: veel aanbieden, en niet ontmoedigd raken door afwijzingen, die zeker in het begin talrijk zullen zijn. Wordt een verhaal ergens afgewezen, bied het dan ergens anders aan, tot het bij de juiste redacteur terechtkomt.

Hoe weet je bijvoorbeeld welke tijdschriften welke soort verhalen opnemen en wanneer ze openstaan voor nieuwe inzendingen?
De meeste tijdschriften hebben een website met ‘submission guidelines’. In het Engels taalgebied heb je bronnen als www.duotrope.com en www.ralan.com.

En, eens je eenmaal wereldwijd begint te publiceren, zoals jij, hoe houd je bij waar welk verhaal verschenen is?
Ik houd een gedetailleerde bibliografie bij. Gewoon in Word.

Hiermee samenhangend: merk je verschil in het soort verhalen dat in een bepaald land/taal/tijdschrift wordt geaccepteerd?
Neen, niet echt. Elke redacteur heeft zijn eigen smaak natuurlijk. Het komt vaak voor dat een verhaal nergens aanvaard wordt in Vlaanderen of Nederland, maar wel in professionele bladen in Griekenland, Polen of China.

Dan, conventies. Je bent een trouwe bezoeker weet ik. De enige conventie die ik al bezocht heb (shame on me) is de HSF-con in Sneek verleden jaar. Ik heb dus nog wat in te halen. Welke conventies zijn volgens jou zeker de moeite waard om te bezoeken?
Conventies zijn ideale plekken om te netwerken, maar ook hier moet je wat geluk hebben. Eurocons vallen op dit punt best mee, Worldcons zijn dan weer wat te groot, maar ook op kleinere cons kun je succes boeken. Het komt erop neer op het juiste moment de juiste persoon tegen het lijf te lopen.

Hadden we hier in Vlaanderen vroeger eigenlijk ook conventies?
In de jaren ’70 was er zelfs een bloeiende scene, die helaas is doodgebloed na het wegvallen van enkele sleutelfiguren. Mijn eerste conventie was in Brugge in 1975.

Daarnaast ben je al verschillende keren eregast geweest op een conventie. In november 2019 was je bijvoorbeeld eregast op de Fifth China Chengdu International SF Conference in Chengdu, Sichuan. Hoe beviel dat?
De uitgever van SF World, dat mijn verhalen in China publiceert, was mede-organisator van de conventie, vandaar de uitnodiging. Voor een weekendje naar Chengdu vliegen was overigens erg vermoeiend. Het was wel leuk de toenmalige redactrice van SFW en enkele vertaalsters van het blad te ontmoeten, naast vele vrienden uit alle windstreken.

Grafisch werk van Frank Roger

Kunnen we het daarnaast ook even over de Belgische fantastiek hebben? Bestaat die naar jouw mening nog vandaag? Aan Franstalige kant hoor ik bemoedigende geluiden, maar hoe zit het aan Vlaamse kant? Dankzij het SF-café in Leuven ken ik inmiddels een paar ‘fantastische’ auteurs, maar ze lijken me erg dun gezaaid. Klopt dat of zie ik het verkeerd? En was dat vroeger anders?
Aan Vlaamse kant gebeurt er niet zo veel. Er zijn enkele mensen actief (Guido Eekhaut, Pen Stewart), maar je kunt niet van een Vlaamse school spreken. Het draagvlak is te klein, er is te weinig belangstelling van de professionele sector .

Leven de fantastische genres elders in de wereld meer dan hier, naar jouw ervaring? Hoe komt dat, denk je?
De situatie verschilt van land tot land. Het oudste en nog lopende professionele blad voor sf en fantasy in Europa is Galaktika, uit Hongarije. Ook Polen (Nowa Fantastyka) en Griekenland (het helaas ter ziele gegane Ennea) kennen of kenden professionele bladen, terwijl grotere landen enkel semipro- of amateur-bladen hebben. Ennea (een Grieks prozine/weekblad voor strips en sf) plaatste een twintigtal verhalen van me.

Tot slot: wat zijn je toekomstplannen?
Doorgaan, meer publicaties halen in meer talen. Er wordt aan gewerkt!

Bedankt voor dit interview.

 

© 2020 – 2023 Fantasize & Isabelle Plomteux

You cannot copy content of this page