De Con-Artist – deel 2 

Wouter van Gorp –

De zaterdagavond van 4 mei 2002 was bijzonder potent.

“Met een dreun slaan de stenen deuren achter jullie dicht. De duisternis is totaal, en het besef zinkt bij jullie allen in: jullie zitten opgesloten in de Tombe van de Groene Geest.”

De reacties. Huiver. Anticipatie. Marzushan kon er vrijelijk van tappen. Slorpte de hooggespannen verwachtingen van de spelers op.

Na zeven jaar was de laag zout bovenop de doodskist verdund, verwaterd. Marzushan had al vaak overwogen of hij zich niet door het hout en de halve meter aarde heen moest beuken. De gedachte aan de nederlaag van zeven jaar terug had hem tegengehouden: hij moest zeker weten dat hij sterk genoeg was.

Zoals nu.

Marzushan riep de Vlam aan, voelde de donkere kracht in zijn bloed opborrelen. Het dun laagje zout gaf even weerstand, brak toen definitief onder de krachtpatserij van de ingegraven demon.

“Hnghr.”

Marzushan zoog het laatste restje geloof uit de verzameling mannen, zette zich af.

Kraak! Thof!

De doodskist versplinterde. Een lawine aarde spoot omhoog de lucht in, viel roffelend neer op de grond, om de herrezen figuur van Marzushan.

De vijf mannen stonden met hun neuzen tegen het raam gedrukt, het spel op de tafel achter hen geheel vergeten.

Marzushan spreidde zijn rode vleugels, keerde zich naar het raam met zijn klauwen tentoon gespreid. “IK BEN TERUG!”

“Oh,” zei een van de mannen zwakjes. “Verdorie.”

*

Ismodom lachte, terwijl hij nog een sigaret uit zijn binnenzak viste.

“Daar had ik maar wat graag bij willen zijn. Het is een tijd geleden dat ik stervelingen zo de stuipen op het lijf heb gejaagd. Vuurtje?”

Marzushan reikte met zijn linkerarm over de tafel, liet een vlam verschijnen op het topje van zijn duim. Ismodom sloot zijn handen eromheen, trok twee keer aan de sigaret, en knikte.

“Dank je. Dus,” hij blies rook uit, “dat was 2002. Vijftien jaar geleden. Waarom heb je sindsdien geen contact gezocht? Geen poging ondernomen om terug te keren? Had je het soms te druk met de clown uithangen op plaatsen zoals deze?”

“Luister,” zuchtte Marzushan, en hij leunde achterover, “dit was allemaal niet gepland. Denk je dat ik een bewuste strategie had? Me laten binden op Aarde? De gedaante van een scifi-karakter aannemen? Jaar in jaar uit op de conventies staan? Poseren voor de foto, voor een sprankje geloof?”

“Het lijkt je goed af te gaan.”

“Ik kom net rond, Mo! Ieder jaar vraag ik me af of dit m’n laatste zal zijn!”

“Waarom kom je niet terug dan?”

Marzushan schudde zijn hoofd.

“Zo eenvoudig is het niet. Toen ik op Aarde kwam… gebeurde er iets. Het was meer dan dat ik werd vastgezet, dat ik verhongerde. Toen ik me uit mijn gevangenschap wist los te maken, had ik niet genoeg kracht om de Oversteek te maken. Ik moest op een andere manier proberen om aan te sterken. Diemer bedacht een manier.”

“Deze… conventies?”

Marzushan knikte. “Vijftien jaar geleden was er een film – dat is een soort toneelstuk, Ismodom, maar dan op een groot doek geprojecteerd. Een film over demonen. The Cult of the Infernal. Bijna niemand kent het nu nog, maar het was een groot succes in de Verenigde Staten, en een half jaar later ook in Nederland. En ik leek bijna exact op de antagonist, Lord Brimstone. Er waren slechts wat kleine cosmetische aanpassingen voor nodig, die ik met mijn kleine reservoir kracht nog kon aanbrengen.

Diemer nam me mee naar een of ander afgehuurd zaaltje in Amsterdam, afgeladen met idioten die het hoofd vol hadden van die B-film. En die lui… geloofden, Mo. Wellicht niet op een manier die jij en ik gewend zijn van satanisten en sekteleden, maar ze geloofden wel degelijk. Met iedere hand die ik schudde, iedere handtekening die ik uitdeelde en iedere foto waar ik op poseerde voelde ik mezelf sterker worden.”

“En die menselijke parasiet rekende geld voor de foto’s en handtekeningen?”

Marzushan haalde zijn schouders op. “Hij regelde de optredens, hij wist waar we naartoe moesten. Na Amsterdam volgde Leiden, Rotterdam, Utrecht… iedere keer waren de fans er om me zinnen uit de film uit te laten spreken, om me met hun geloof te voeden. Dus Diemer kreeg het geld, nou en? Wat zou ik daaraan hebben gehad?”

“Goed, goed, rustig maar.” Ismodom wierp hem een schrandere blik toe. “Ik wilde alleen maar zeker weten dat je niet te gehecht aan je huisdier bent geraakt.”

Marzushan snoof. “Ik ben een demon, Mo, net als jij. Gehechtheid ken ik niet, evenmin als medelijden.”

“En… sindsdien treed je op? Als Lord Brimstone? Dat is een ander figuur dan Glaxis?”

“Andere films. Brimstone was de verloren zoon van Lucifer. Glaxis is een pandimensionaal wezen, gecreëerd tijdens de botsing van twee zwarte gaten.”

Ismodom keek hem met open mond aan.

“De verloren zoon van- wie verzint die meuk?”

“Mensen, Mo. Mensen. En dat is nog maar het topje van de ijsberg. Gedurende de afgelopen vijftien jaar heb ik, in Nederland en daarbuiten, tweehonderdzeventien verschillende personages gecosplayed. Soms, toegegeven, gecrossplayed.”

“Wil je zeggen dat er meer dan tweehonderd van die… films… met demonen erin zijn?”

“Demonen, monsters, duivels, aliens… er is altijd wel iets waar ik met een beetje moeite op kan lijken. De gemiddelde cosplayer komt ver met hard werken aan een outfit en make-up, maar wat fysieke verschijning betreft heb ik een duidelijk voordeel. Het even iets verlengen van de neus of puntiger maken van de oren is met protheses nog te doen, maar een kop groter worden? Twee keer zo breed? Klein als een kind? Het zal je niet verbazen dat ik de nodige faam heb verworven in de cosplay-scene. Ik heb zelfs een Instagram-account.”

“Fijn dat je je passie gevonden hebt.”

“Spaar me je schampere houding, Ismodom. Ik heb een manier gevonden om te overleven.”

“Om te overleven. Juist.”

Ismodom nam een laatste hijs voordat hij zijn sigaret op het plastic tafelblad uitdrukte.

“Vijftien jaar gestrand tussen deze… mensen. Ondervoed, net bij krachten om in leven te blijven. Wat zal jij graag terug naar huis willen. En wat een geluk dat ik je gevonden heb, nietwaar?”

Marzushan glimlachte koeltjes.

Ismodom plantte zijn ellebogen op tafel, leunde voorover terwijl hij de demon tegenover hem aankeek. “De baas wil je terug hebben, Marzushan. De oorlog heeft niet stilgezeten, enkel en alleen omdat jij dat hebt. De strijd gaat door en we hebben iedere soldaat nodig.”

“Ik vind het prima, als jij een manier hebt om me hier weg te krijgen?”

“Ik denk dat ik die inderdaad heb.”

“Oh?”

“Je zegt dat het ritueel is uitgevoerd door die vijf gamers? Per ongeluk? Dan is het antwoord simpel. Dan zijn zij ook degenen die je weer kunnen bevrijden.”

“Denk je dat ik dat niet al geprobeerd heb?”

“Misschien, misschien,” Ismodom maakte zijn lange gedaante los van het bankje tegen de muur. “Maar toen had je mij niet als aanmoediging. Kom, we gaan. En bel die vrienden van je. We gaan ze nog nodig hebben.”

*

Er was weinig veranderd in tweeëntwintig jaar.

Althans, als je de tuin van Ralf Haveling als maatstaf nam.

Dezelfde coniferen sierden de achterzijde van het perceel, dezelfde poort sloot scheef de schutting af, en hetzelfde onkruid domineerde het slecht onderhouden gazon.

Marzushan kon zelfs het gat nog zien waar hij in had gelegen, halfslachtig opgevuld met potgrond.

Ismodom keek met een zuur gezicht rond, richtte zich tenslotte tot de gastheer.

“Mooie… tuin.”

“Dank u wel,” zei Ralf, “we voeren eenmaal per jaar onderhoud uit.”

Ook de mannen waren niet veranderd. Niet wezenlijk. Ze waren wat zwaarder geworden, hadden meer rimpels en minder haar, hadden T-shirts met popcultuur referenties verwisseld voor overhemden. Maar toch, in de kern waren ze dezelfde gebleven.

“Dus… dit is waar het gebeurde?”

“Binnen,” antwoordde Diemer. “We waren bezig met een campagne uit het Alziend Oog, en toen bedacht Ralf ineens dat het leuk zou zijn om het ritueel dat in het boek omschreven stond echt uit te voeren.”

“Hebben jullie het boek nog?”

De anderen keken naar Ralf.

“Wacht hier,” zei die, en stapte zijn huis binnen.

In de stilte die volgde schraapte Ruward zijn keel. Hij keek naar de lange man met de zonnebril op.

“Dus ehm- jij bent ook een… demon?”

Ismodom draaide zijn hoofd langzaam naar de gedrongen, grijzende man. Hij deed zijn zonnebril af. Ruward snakte naar adem, en deed een stap achteruit.

“Blijkbaar,” zei Ismodom, voordat hij zijn bril weer opzette.

De anderen slaakten hoorbaar een zucht van opluchting toen Ralf weer naar buiten kwam.

“Hier,” zei hij, “De Mist op de Schelde.”

“Een klassieker,” knikte Jeroen.

“Luister,” Ismodom begon rond te benen. “Dit is wat we gaan doen: Marzushan neemt plaats in het midden van een cirkel, net als eerder. Jullie strooien zout rond hem uit, en nemen stelling rond de cirkel. Jij,” hij wees naar Ralf, “gaat het ritueel uitspreken, maar dan achterstevoren. Gaat je dat lukken?”

Ralfs kale kruin ging knikkend op en neer.

“Waar wachten we dan nog op?” zei de lange demon. “Aan het werk.”

*

Een kwartier later stond alles in gereedheid. Marzushan stond in het midden van het gazon, omringd door een dikke kring van de doorzichtige korrels. De vijf vrienden hadden posities gekozen om de kring heen, met Ralf recht tegenover de demon, het boek opengeslagen in zijn handen.

“Klaar?”

Marzushan trok één mondhoek omhoog.

“Klaar,” zei hij.

“Schiet op,” bromde Ismodom.

Ralf schraapte zijn keel.

“Az-venias I krozotu.”

Marzushan keek naar Diemer. Een klein knikje werd uitgewisseld. Bijna onmerkbaar.

Bijna.

“Kvelli Kvosto od Alptra!”

Ismodom keek naar de grond, naar de dikke baan van kleine kristallen.

“Tfaz’aran K’uvot oj ol Norom!”

“Dit klopt niet,” gromde de lange demon. Hij haalde een voet door de baan op de grond.

“Dat is suiker!”

“Diemer, nu!”

Ismodom keek precies op het juiste moment naar Diemer om vol in zijn gezicht geslagen te worden.

Thunk!

Marzushan greep de strompelende Ismodom bij zijn polsen, slingerde hem naar de met potgrond gevulde kuil in het gazon, die niets meer bleek dan een laagje grond op dekzeil.

Met daaronder een halve meter niets.

“Wah-”

En dan een open doodskist, gevuld met zout.

“GRAAAAH!”

“Tijmen, Ruward, nu!”

De twee mannen sprongen in actie, schudden zakken vol strooizout in een slordige cirkel om het graf uit. Ismodom sprong omhoog, probeerde uit het gat te klauteren, maar werd tegengehouden door de blokkade van zoutkorrels.

“Marzushan!” brulde hij, met zijn zonnebril bungelend op zijn kin, zodat de twee tongen uit zijn oogholtes wild in het rond likten. “Hiervoor zul je boeten!”

“Dacht het niet, broeder.” Marzushan nam het boek over van Ralf, plukte het stuk perkament eruit. “Dit is een van mijn favoriete rituelen. Kijk maar, ik zal hem afmaken.”

“Wat ga je-”

“Venniz i’Lo-htor Am.”

“Marzush- in duivelsnaam, wat- nee!”

Marzushan legde het boek met perkament neer, hurkte aan de buitenkant van de cirkel, zodat hij zijn broeder recht in diens gebrek aan ogen kon kijken. Ismodom had intussen alleen aandacht voor zijn vingertoppen, die in rap tempo kristalliseerden.

“Ismodom, luister goed. Ik-”

“Je verandert me in een zoutpilaar, jij schoft!”

Luister, zei ik. Je vermoeden was juist. Ik kan hier wel degelijk weg, en ik ben wel degelijk een heel stuk sterker dan de gemiddelde demon in Hel. Jij wil dat ik terugga, maar waarom zou ik?”

“Laat me gaan!”

“En bij de volgende conventie een leger gehoornde cosplayers zien, die gretig het geloof van mijn fans oplikken? Dacht het niet. Wij demonen zijn asociale wezens, als je dat nog niet door had.”

“De oorlog! Dit-”

“Donder op met die oorlog van je! Denk je dat ik geen oor had voor de geruchten, de afgelopen vijftien jaar? Jullie zijn de oorlog ontzettend hard aan het verliezen, dat tij is niet meer te keren.”

Marzushan stond op, klopte de aarde van broek.

“Bovendien: waarom zou ik mijn tijd verdoen aan iets waar ik alle interesse in verloren heb? Ik heb hier op aarde mijn ware identiteit,” hij keek om zich heen, naar de vijf mannen, knikte, “ja, mijn ware vrienden, gevonden.”

“Marzush… alsjeblieft.”

Ismodom keek smekend omhoog. Zijn beide armen waren in zout veranderd, zijn benen verankerd in de grond. De zilte sporen kropen al omhoog over zijn borst, zijn nek.

“Red me.”

Marzushan zuchtte. “Sorry, Mo. Je weet nog wat ik zei over medelijden? Dat ken ik niet.”

Ismodom schreeuwde, toen de zoute sporen zijn gezicht raakten. Daarna duurde het niet lang meer.

De vijf mannen en één demon keken in stilte naar de sculptuur.

“Hm…” zei Ruward. “Wat gebeurt er als het regent?”

“Dat zien we dan wel.” Marzushan haalde zijn schouders op. “Kom, we gaan naar binnen. Het wordt fris.”

“Nu we toch allemaal hier zijn…” Diemer keek hoopvol naar de anderen. “Wat zeggen jullie van een  kort avontuur?”

Allen keken naar Ralf.

“Ik heb wel iets,” zei hij. “Spanning, sensatie, vagevuur.”

Marzushan grijnsde. “Klinkt goed…”

Het duurde tot laat op de avond voordat de zoutsculptuur onder de snijdende wind begon af te brokkelen, en als kleine korrels uiteenstoof. Marzushan keek door het raam en zag het gebeuren.

De zwanenzang van een demon, ouder dan de Zondeval, overstemd door het rollen van de dobbelstenen.

Hij glimlachte. Precies zoals het hoort.

 

Voor het eerste deel ga je naar: De Con-Artist – deel 1.

De Con-Artist - deel 2Wouter van Gorp is docent klassieke talen en verwoed schrijver. De afgelopen jaren heeft hij zich fanatiek op het schrijven gestort, meegedaan aan vele schrijfwedstrijden en verscheidene hoge plaatsingen en prijzen verworven (2e prijs Harland Awards 2017, 4e prijs Trek Sagae 2017). Van zijn hand verscheen eerder al het Engelstalige fantasy-epos The Wanderers, part I: Spinner’s soldier. Deze week verschijnt zijn verhalenbundel Schemerwoorden, een collectie korte verhalen in de genres fantasy, scifi en historische fictie. De Con-Artist is een van de verhalen uit de bundel en won de 4e prijs Trek Sagae 2017.

Comments

comments

Redactie Fantasize

Redactie Fantasize

Fantasize is hét onafhankelijke online fantasy magazine voor de liefhebbers van fantasy, sciencefiction, horror en alles wat daarbij hoort. Op Fantasize vind je niet alleen recensies van boeken, films, televisieseries en games, maar ook (video)reportages van de leukste fantasy fairs en -evenementen. Fantasize brengt het verhaal achter de fantasy in de rubriek ‘Verdieping’ en publiceert spraakmakende interviews met (internationale) schrijvers, acteurs, muzikanten en andere interessante personen die hun leven aan het genre wijden. Ook vind je op Fantasize een handige agenda waarin fantasy-gerelateerde evenementen staan. Fantasize biedt in de rubriek ‘Vertellingen’ ruimte voor schrijvers die hun verhaal graag willen (voor)publiceren en wekelijks lees je in de ‘Fantasize Weekalmanak’ het leukste fantastische nieuws.

De Con-Artist - deel 1 uitsnede
Previous post

Vertellingen: De Con-Artist - deel 1 - Wouter van Gorp

Euro-5
Next post

Column Johan Klein Haneveld - Euro-5: de eerste sciencefiction die mijn verbeelding aanwakkerde