web analytics
dinsdag, juni 25

Thema 20 dagen JKH: Twintig jaar op expeditie in het fantastische genre

Door Johan Klein Haneveld

Twintig jaar geleden verscheen mijn eerste boek, de SF-thriller ‘Neptunus’. Een standaardvraag in interviews is hoe ik ooit met schrijven ben begonnen. Als ik die krijg, vertel ik dat ik als kind al schreef (zo heb ik een schrift in de kast staan met mijn eerste boek: ‘Fosielen en levende fosielen’) en hoe ik een bundel SF-verhalen die ik had geschreven mocht lezen voor de literatuurlijst bij het vak Nederlands. Die bundel had ik ‘De Sprinkhanen’ genoemd. Het titelverhaal heb ik later herschreven en dat is opgenomen in het boekje ‘De mens een sprinkhaan’ dat kort geleden verscheen bij St. Fantastische Vertellingen. Vervolgens ga ik door met mijn overspannenheid in het vierde jaar van mijn studie Biomedische Wetenschappen en hoe een docent me suggereerde niet te doen wat ik vond dat ik moest doen, maar me als ik ’s avonds van mijn stage thuiskwam af te vragen wat ik op dat moment wílde doen. Dat was schrijven en het resulteerde in mijn debuutroman ‘Neptunus’, die uitkwam in juni 2001.

Een tweede start

Dat was officieel het begin van mijn schrijfcarrière, maar die kwam eigenlijk in 2016 pas echt goed op gang. Mijn eerdere boeken waren verschenen bij christelijke uitgevers – ik groeide namelijk op in een religieuze omgeving – maar de wereld van de Nederlandstalige SF en fantasy ontdekte ik pas later. Nadat ik het schrijven van korte verhalen weer oppakte, ging ik zoeken naar publicatiemogelijkheden. Op Castlefest kwam ik de stand tegen van Pure Fantasy en ik nam een abonnement. Een fantastisch tijdschrift, maar ik had maar een of twee nummers gelezen en het hield op te bestaan. Ik had nooit de kans gekregen er een verhaal voor op te sturen. Zelf zou ik de moed misschien hebben opgegeven, maar mijn vrouw wist op internet te ontdekken dat er meer SF- en fantasytijdschriften waren. Er bestonden zelfs verhalenwedstrijden in die genres! In 2015 won ik Trek Sagae met mijn verhaal ‘Valstrik’ en mijn verhaal ‘Laatste klus’ kwam in ‘Ganymedes-15’ te staan. Ik weet nog goed hoe het was om in september 2015 in Amsterdam naar de terdoopbestelling van Ganymedes te gaan. Ik durfde bijna niet binnen te stappen. Al die onbekende mensen! Maar ik had er geen spijt van dat ik het uiteindelijk toch deed. Eindelijk ontdekte ik mensen die dezelfde kronkel los hadden als ik, en die net zo hielden van SF en fantasy als ik.

Op de Midwinterfair van december 2014 al gesproken met Theo Barkel van Uitgeverij Macc en was hem op Twitter gaan volgen. Daar deelde hij in het voorjaar van 2015 mee dat schrijvers hun manuscripten op Castlefest konden langsbrengen. Ik printte en kopieerde de eerste hoofdstukken van ‘De Krakenvorst, boek 1: Keruga’, met een synopsis, en nam die mee naar het festival. Wat een buikpijn had ik, voor ik naar de uitgever durfde toestappen. Omdat ik niet de hele dag met een zere buik wilde rondlopen heb ik het uiteindelijk maar gewoon gedaan. Ik had mezelf ten doel gesteld meer uitgevers te benaderen, maar omdat het aanspreken van Theo me al zoveel moeite had gekost, besloot ik dat achterwege te laten. Gelukkig bleek Theo heel enthousiast en hij wilde het hele boek lezen. Wel moest ik het boek nog herschrijven zodat er minder vaak van perspectief werd gewisseld.

Kleine uitgeverijen

Ik moest wel even wennen aan het idee dat ik zelf moest betalen om uitgegeven te worden. Dat was bij mijn eerdere uitgever, Kok, niet het geval. Het lijkt bovendien de omgekeerde wereld, vooral als je in ogenschouw neemt hoe weinig schrijvers meestal terugkrijgen voor elk verkocht boek. Bovendien begrijp ik dat bij sommigen het idee bestaat dat een uitgever minder kritisch zal zijn op aangeleverde manuscripten omdat niet de lezer de klant is, maar de schrijver. En de klant is koning. Dat sommige boeken van kleine uitgevers mankementen vertonen wat redactie betreft draagt nog eens bij aan de negatieve beeldvorming.

Maar de Nederlandstalige SF en fantasy kan het op dit moment niet stellen zonder kleine uitgevers, met of zonder bijbetaling door de schrijvers. Uit de overzichten die de website Vonk elk jaar publiceert van de genreboeken in Nederland blijkt dat er elk jaar maar een of twee boeken voor volwassenen verschijnen bij een grote uitgever die onder de SF of fantasy vallen. Horror wordt heel zelden regulier uitgegeven. Alleen dystopieën die gesitueerd zijn in de nabije toekomst maken een redelijke kans. Zonder een actieve groep lezers die ook boeken van Nederlandstalige schrijvers oppakt maken de boeken van grote uitgevers echter ook weinig kans op succes. Het model dat de kleine uitgevers hanteren, maakt het mogelijk dat er Nederlandstalige SF- en fantasy verschijnen en dat ook boeken die minder commercieel van aard zijn voor het publiek beschikbaar komen. Ik twijfel sterk of een grote uitgever ooit een SF-bundel als ‘Conquistador’ zou hebben uitgegeven of plek had kunnen maken voor een ziltpunknovelle als ‘Plastic vriend’. Ik ben daarom blij met de kans die een kleine uitgever als Godijn Publishing mij als schrijver biedt.

Ook als lezer ben ik blij met deze uitgevers, want zo kan ik tenminste SF- en fantasyboeken lezen van schrijvers uit mijn eigen taalgebied. Dat ik er niet lukraak op kan vertrouwen dat de boeken ook goed geschreven zijn, neem ik daarbij voor lief. De grote uitgevers brengen ook wel eens boeken uit waar van alles mee mis is. Ik vertrouw daarom liever op recensies. Deze kunnen in het huidige landschap van kleine uitgevers en ‘self publishing’ de lezers wijzen op kwalitatief hoogstaande boeken en verhalen. Boekenbloggers kunnen natuurlijk enorm helpen met het promoten van boeken. Met hun enthousiasme is niets mis, maar soms lijkt het alsof ze elk boek dat ze lezen geweldig vinden. Gelukkig zijn er een paar goede recensenten die ook boeken van kleine uitgevers voorzien van goed onderbouwde besprekingen. Een tijdschrift als Fantastische Vertellingen bijvoorbeeld, maar ook websites als Fantasywereld, Vonk en Modern-Myths.

Ikzelf heb hierin ook mijn verantwoordelijkheid genomen door elk boek dat ik lees te recenseren. Ik recenseer Nederlandstalige boeken voor Fantastische Vertellingen en plaats besprekingen op Goodreads en Hebban. Omdat ik zelf ook schrijver ben, geld ik misschien niet als de meest onbevooroordeelde recensent. Voor de Nederlandstalige SF- en fantasy zou het daarom een goede zaak zijn als er meer recensenten kwamen die probeerden nieuwe werken te analyseren op sterke en zwakke onderdelen, achterliggende thema’s te benoemen en te plaatsen binnen het genre.

Het zou sowieso een goede zaak zijn als er meer zou worden geschreven over het genre – wat zijn de ontwikkelingen daarin, binnen en buiten ons taalgebied, wie zijn de invloedrijke schrijvers, hoe kan typisch Nederlandse thematiek in de boeken uiting krijgen. Ook hieraan probeer ik bij te dragen met mijn artikelen. Ik begon met essays te schrijven voor Fantasize. Elke maand produceerde ik een stuk, over een onderdeel van het genre, of een top 5. Ik was blij met het podium dat me door Fantasize geboden werd en toen de site eind 2019 nieuw leven ingeblazen werd ben ik me opnieuw voor Fantasize gaan inzetten. Later verschenen er stukken van mij op Fantasy-schrijven.nl die werden samengevoegd tot een cursus. Ik schrijf ook twee keer per jaar een column voor HSF, het blad van de NCSF. Ik werk daarnaast graag mee aan ronde tafel-gesprekken over het genre. Zelfs als die leiden tot discussie, of als mijn eigen mening er niet helemaal uit komt. Discussie houdt ons allemaal scherp. Praten met andere schrijvers, uitgevers en critici heeft me meermalen geholpen mijn eigen schrijftechnieken aan te scherpen en me op nieuwe ideeën gebracht voor verhalen. Een cultuur van eilandjes brengt de genregemeenschap niet verder.

Een lange adem

‘De Krakenvorst, boek 1: Keruga’ verscheen december 2016 op de wintereditie van Castlefest. Ik had een enorme toeloop verwacht aan de kraam. Ik moest mijn verwachtingen behoorlijk bijstellen. Een paar boeken verkocht ik. Hetzelfde merkte ik op volgende festivals. Je moest als schrijver hard aan de bak om jezelf bij de lezer voor het voetlicht te brengen. Ik ontdekte boekengroepen op Facebook en speciale groepen om je boeken te promoten. Ik werd actief op Twitter, waar ik mijn account eerder dat jaar had opgezegd omdat de social media wel heel stressvol was. Ik werkte mee aan elk interview waarvoor ik gevraagd werd en melde me aan als ‘schrijver van de maand’ zodra een blog daar de gelegenheid voor bood.

Los van elkaar hadden al die activiteiten nauwelijks waarneembaar effect. Ik realiseerde me echter dat succes hebben als schrijver een kwestie was van een lange adem. Want door de jaren heen kwamen er steeds enkele volgers bij, en zag ik steeds nieuwe mensen die mijn boeken lazen. Natuurlijk was ik geneigd me te vergelijken met andere schrijvers. Er waren er van wie ik wist dat ze meer boeken verkochten dan ik. Maar meestal bevonden ze zich al langer in het vak, of schreven ze boeken die beter in de markt lagen. Ik had me al voorgenomen niet te letten op mijn verkoopcijfers. Zolang mijn uitgevers een volgend boek van me wilden uitgeven, was ik tevreden.

Schrijven voor jezelf

Als ik mijn keuzes van de commerciële overwegingen had laten afhangen zou ik bovendien weer in een ‘writers block’ terecht zijn gekomen. Dat was namelijk wat er in 2002 gebeurde, kort na het verschijnen van mijn tweede boek, de novelle ‘Het wrak’. Mijn debuutroman ‘Neptunus’ had ‘thriller’ op de cover staan, maar speelde zich af in een ruimteschip dat was gestrand aan de grens van het zonnestelsel. De uitgever vroeg mij voor de christelijke uitgevers het actieboek voor de maand van het spannende boek te schrijven. Dat werd ‘Het Wrak’. De duikervaring die ik de jaren daarvoor had opgedaan kon ik hier mooi voor gebruiken. ‘Het Wrak’ was een succes en haalde een oplage van meer dan 5000 exemplaren – meer dan er later ooit van een boek van mij verkocht is.

Dus vroeg de uitgever mij of ik geen ‘contemporaine thriller’ kon schrijven. Dat was namelijk wat verkocht werd. SF was veel minder populair. Mijn roman ‘De derde macht’ – een vervolg op ‘Neptunus’ – wilden ze niet uitgeven en ook in mijn fantasyroman ‘De Krakenvorst’ waar ik drie hoofdstukken van had geschreven, hadden ze geen interesse. Ik deed mijn best een thriller te verzinnen en werkte zelfs aan een proloog. Maar verder dan dat kwam ik niet. En omdat ik geloofde dat niemand interesse had in mijn fantasyverhaal, lukte het me ook niet daaraan verder te werken.

Ik deed de jaren daarna een paar halfslachtige pogingen aan een boek te beginnen, maar het leek alsof de inspiratie me totaal in de steek had gelaten. Wel lukte het me non-fictie te schrijven en ik produceerde twee boeken waarin ik mijn christelijke wereldbeeld onder de loep nam en hoe sommige leerstellingen mijn persoonlijkheid en mijn creativiteit hadden belemmerd in plaats van ze tot bloei te brengen. Dit waren ‘Indrukwekkende vrijheid’ (gepubliceerd in 2010) en ‘De loser die wint’ (2015).

In interviews heb ik vaak verteld over deze periode waarin ik stress had en last had van slapeloosheid. Ik ontwikkelde eczeem en van uit de aangedane plekken liep ik een ernstige infectie op: wondroos. Ik was er heel ziek van. Niet een keer, maar twee keer. Die tweede keer realiseerde ik me dat deze ziekte in het verleden dodelijk was. Ik vroeg me af waar ik spijt van zou hebben gehad als ik zou zijn overleden. Het antwoord kwam meteen: ik zou er spijt van hebben dat ik niet meer had geschreven. Rond die tijd las ik ook een quote van Neil Gaiman, die iets zei als: ‘Er zijn momenten dat ik als schrijver in de flow zit en de woorden uit mijn pen vloeien. Er zijn momenten dat het schrijven een strijd is en dat het nauwelijks lijkt te lukken. Als ik later teruglees wat ik heb geschreven zie ik echter geen verschil in wat ik schreef in de ‘flow’ en op de momenten dat het moeilijk ging.’ De les die ik daaruit trok was dat ik gewoon moest schrijven zonder op inspiratie te wachten. De inspiratie zou wel volgen. Dat bleek ook. Ik schreef eerst enkele korte verhalen en opende daarna opnieuw het document voor ‘De Krakenvorst’. Waar ik eerst een barrière had gevoeld, lukte het me nu meteen om verder te gaan en in 2013 voltooide ik zelfs het tweede boek, ‘De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon’, dat verscheen in 2017.

Niet laten tegenhouden

Na het voltooien van het ‘Krakenvorst’-tweeluik had ik vooral ideeën voor korte verhalen. Een aantal daarvan pasten thematisch heel mooi bij elkaar. Uitgeverij Macc publiceerde geen verhalenbundels. Bovendien hoorde ik van schrijvers in mijn omgeving dat SF in Nederland niet veel gelezen werd en dat verhalenbundels nooit goede verkoopcijfers hadden. Ik liet me daardoor niet tegenhouden. Ik hou nu eenmaal wel van SF en ik lees graag korte verhalen, en ik zal daarin heus niet de enige zijn. Uitgeverij Godijn Publishing zocht schrijvers voor de tweede ronde van ‘Boek 10’ die zou plaatsvinden in mei 2017 en ik stuurde daarvoor mijn bundel ‘Conquistador’ in. Die werd geaccepteerd en daarmee had ik een tweede uitgever. Bij Godijn Publishing verschenen in 2018 mijn tweede bundel ‘Het teken in de lucht’, gevolgd door ‘Plastic vriend’ in 2019 en ‘Ruisreizigers’ in 2020.

Dat ik er goed aan had gedaan mijn medeschrijvers te negeren, bleek uit het feit dat ‘Conquistador’ goed verkocht werd en dat er een tweede druk nodig werd. Dit werd een uitgebreide editie in 2020 met twee extra verhalen en achtergronden bij elk verhaal: ‘Conquistador extended’. Dat SF populairder is dan gedacht blijkt ook wel uit de inzendingen voor de verhalenwedstrijden van Godijn Publishing. Elk jaar valt meer dan de helft onder het SF-genre. De eerste roman die ik schreef na mijn fantasytweeluik was ‘De afvallige ster’. Deze werd eind 2018 uitgebracht door Uitgeverij Macc. Ik verzorgde voor Macc het vijfde deel van de Castlefest Kronieken in 2019 en schreef met Theo Barkel ‘De Quantumdetectives’ (ook 2019).

Ondertussen benaderden andere uitgevers mij voor speciale projecten. Je zou denken dat ik aan twee uitgevers wel genoeg had, maar het bleek dat ik sneller schreef dan zij konden bijbenen. Dus had ik ruimte voor een paar bijzondere schrijfopdrachten. Zo vroeg Patrick Berkhof mij als eerste andere schrijver bij te dragen aan het Dizary-project. Ik schreef de novelle ‘Acmala’ voor hem, die hij publiceerde in 2018. Ondertussen werkte ik met enkele andere schrijvers voor Quasis aan een reeks SF-romans die op elkaar zouden aansluiten, ‘De zwijgende aarde’. Mijn roman ‘IJsbrekers’ was de vijfde in de serie en verscheen in 2019. Ikzelf benaderde anderen voor een schrijfproject, de bundel ‘Voorbij de storm’ met 25 SF-verhalen over klimaatverandering van Nederlandse en Vlaamse auteurs. Intussen verschijnen er elk jaar drie of vier boeken van mijn hand. De komende jaren zal het ook niet minder worden, want ik heb nog genoeg ideeën!

Steeds een nieuwe uitdaging

Als schrijver heb ik het nodig mezelf met elk nieuwe verhaal uit te dagen om nieuwe genres te verkennen of nieuwe vormen te exploreren. Zo schreef ik ‘Hoeder van de vulkaan’ (Godijn Publishing 2020) in de tweede persoon, en was ‘Scherven vol ogen’ mijn eerste horroroman (Uitgeverij Macc 2021). Ik wilde verder graag een dystopische roman schrijven (‘De groene toren’, komt uit bij Uitgeverij Macc), een YA SF-roman (‘Het denkende woud’, verschijnt 9 oktober 2021 bij Godijn Publishing) en een space opera (‘De zwarte schim’, op de planning voor 2022 bij Godijn Publishing). Verder werk ik met horrorschrijver Anthonie Holslag samen aan een inspirerend project.

Mijn uitgevers vragen me soms een vervolg op een roman te schrijven. En kan ik niet eens een serie voor ze produceren? Maar ik weet dat als ik dat doe ik opnieuw in een ‘writers block’ terecht kan komen. Mezelf herhalen wil ik eigenlijk niet. Ik kan het ook niet, wil ik het plezier in het schrijven houden. In mijn ‘Krakenvorst’-tweeluik hield ik voor mezelf een paar lijntjes open voor een mogelijk vervolg. Het is er echter nooit gekomen. Ik had immers al bewezen een episch fantasyverhaal te schrijven en waarom zou ik iets doen waar geen uitdaging meer in zat? Als ik een doel heb voor mijn schrijfcarrière, is dat alle subgenres van de SF en fantasy een keer beoefend te hebben. Vooral wil ik laten zien dat de Nederlandstalige SF en fantasy niet beperkt hoeven te blijven tot de standaardvariaties.

Gelukkig heb ik daarin medestanders. Zo publiceerde Roderick Leeuwenhart onlangs de eerste Nederlandstalige roman die onder de ‘militaire SF’ valt, getiteld ‘De Heren XVII’ en komt Tais Teng met een bundel 1001 nacht-verhalen uit een alternatief universum, ‘Welkom, mijn prooi en andere verhalen van de Cirkelzee’. Ik heb het nieuwe boek van Vince Penders, ‘Een beer en een boerka’, al mogen lezen en was onder de indruk van een goed geschreven en volslagen originele vertellen, met bovendien een laagje van absurde humor. Vince werkt ook aan een interactieve roman gesitueerd in een bizar Italiaans pretpark in de jaren ’60. Dat Nederlandse schrijvers dit soort vernieuwende boeken schrijven stemt me hoopvol voor de toekomst van het genre.

Mijn eigen verbeelding bruist ook nog van ideeën en onderwerpen. Zo wil ik een keer een ‘alternatieve geschiedenis’ schrijven en een roman met een niet chronologisch tijdsverloop. Wat te denken van een dierenroman a la ‘Watership Down’ van Douglas Adams, of een verhaal in een verre toekomst wanneer het leven op Aarde tot bizarre vormen is geëvolueerd? Een ‘choose your own adventure’-roman lijkt me ook een mooie uitdaging! En ik heb een idee voor een horrorroman die zich in twee tijdsperioden afspeelt die met elkaar verstrikt raken … Genoeg om nog eens twintig jaar als schrijver te vullen!

Kader:

20 boeken in 20 jaar

Neptunus (2001)

Toen ik in 1998 tijdens mijn overspannenheid besloot weer te gaan schrijven, was mijn doel een boek te schrijven dat goed genoeg was om uitgegeven te worden. Dat betekende goed nadenken over plot, karakters en de wereld. Jaren eerder had ik een kort verhaal geschreven over een ruimteschip dat gestrand was bij de planeet Neptunus, dat nogal veel flashbacks bevatte om uit te leggen hoe het daar gekomen was. Om er een roman van te maken hoefde ik er alleen een sabotageplot aan toe te voegen …

Het wrak (2002)

Mijn uitgever vroeg me het actieboek te schrijven van de christelijke uitgeverijen voor de maand van het spannende boek in 2002. Het mocht natuurlijk niet te lang zijn. Ik had als lid van de Leidse Studenten Duikvereniging ervaring opgedaan met duiken, onder andere in de Middellandse Zee. Bovendien had ik ooit een kort verhaal geschreven over een Queensland reuzenzeebaars in een wrak. Dit was tot nu toe mijn enige contemporaine thriller. Toen mijn uitgever me na het succes van ‘Het Wrak’ vroeg een thriller te schrijven raakte ik mijn inspiratie helemaal kwijt. De ‘writer’s block’ waar ik in terechtkwam duurde tot 2012.

Indrukwekkende vrijheid (2010)

Mijn overspannenheid in 1998 was onder andere terug te voeren op mijn christelijke opvoeding. Mijn ouders hoorden tot de Vergadering van Gelovigen, een behoorlijk gesloten gemeenschap met strenge regels. Ik nam alles wat ik daar leerde erg serieus. Dat zorgde voor een sterk plichtsbesef en een diep schuldgevoel, waardoor ik mezelf onder druk zette. Nadat ik die geloofsgemeenschap verliet kwam ik dezelfde theologie ook echter tegen in andere kerken, zij het soms verborgen achter vrolijkere muziek met een drumstel. Ik schreef artikelen over een andere geloofsbeleving in het tijdschrift Bode en op basis daarvan schreef ik dit boek dat betoogde dat God ons juist vrij wilde maken, in plaats van ons een juk op te leggen.

De derde macht (2013)

Dit vervolg op mijn debuut had ik al in 2000 geschreven, voordat ‘Neptunus’ uitkwam. In dit boek probeerde ik het verhaal niet langer tot één locatie te beperken en bovendien probeerde ik meerdere verhaallijnen met elkaar te verweven. Ook vond ik het leuk een Sherlock Holmes-hommage toe te voegen en meer te kunnen doen met natuurbeschrijvingen – het boek speelt zich af op Mars halverwege terraformatie, dus daarvoor was er genoeg gelegenheid. Nadat ik in 2012 weer was begonnen met schrijven raakte ik weer in contact met de uitgever van ‘Neptunus’. Ditmaal waren ze wel geïnteresseerd in het manuscript. Ze gaven eerst ‘Neptunus’ nog een keer uit, met een nieuwe cover, gevolgd door ‘De derde macht’.

De loser die wint (2015)

In de kerk waarin ik opgroeide draaide het vooral om verstandelijke kennis. Kunst werd gewantrouwd, en verhalen dienden hooguit ter ontspanning of als illustratie tijdens de preek. Als christen moest je bezig zijn met bidden, bijbelstudie en evangelisatie, dat was in elk geval wat ik oppikte. Maar ik kende al van jongs af aan een diepe passie voor verhalen – het lezen ervan en vrijwel meteen ook het schrijven ervan. Hoe kon ik die verzoenen met het geloof? Mijn gevoel zei me namelijk dat verhalen wel degelijk belangrijk waren, ook voor God. Dit boek schreef ik om te betogen dat juist verhalen betekenis kunnen geven aan het leven, waar kennis dat niet kan. Ik gebruikte voor mijn betoog onder andere mijn belevenissen op een reis naar India en verwijzingen naar de Matrix-films.

De Krakenvorst, boek 1: Keruga (2016)

Rond 2001 las ik veel fantasy. Ik verslond de boeken van Tad Williams, Stephen Donaldson en Robin Hobb. Tolkien kende ik natuurlijk ook en de films van ‘The Lord of the Rings’ zag ik allemaal meerdere malen in de bioscoop. Ik wilde me dus ook wagen aan het schrijven van fantasy. Jaren eerder had ik een reeks gelezen van Stephen Lawhead, waarin oudere mensenrassen voorkwamen met bijzondere gaven. Ze speelden echter geen rol in de ontknoping. Ik vond dat een gemiste kans. Ik verzon daarom een verhaal met dergelijke oude volkeren waarbij ze wel een rol van betekenis hadden in de wereld en in het plot. Verder wilde ik een zo middeleeuws mogelijke wereld schetsen. Ik had drie hoofdstukken voltooid toen ik in een writer’s block terechtkwam. Pas in 2012 kreeg ik mijn inspiratie terug. Toen bleek het idee van ‘De Krakenvorst’ zich nog steeds vooraan in de rij te bevinden en voor ik aan andere projecten kon beginnen, moest ik eerst dit tweeluik afschrijven.

Conquistador (2017)

Ik ben altijd liefhebber geweest van korte SF-verhalen. Mijn vader had verschillende bundels in de kast staan en ik nam ook veel verhalenbundels mee uit de bibliotheek. Eenmaal uit mijn ‘writer’s block’ begon ik daarom in hoog tempo korte verhalen te produceren. Ik had ondertussen de SF-romans van Stephen Baxter gelezen over extreem verre toekomsten, wanneer de sterren gedoofd zijn en de zwarte gaten verdampen, en vroeg me af of er over die extreme wereld nog steeds verhalen te vertellen zouden zijn. De boeken van Hannu Rajaniemi stimuleerden me bovendien om te schrijven over de versmelting van mens en machine en het ontstaan van groepsintelligenties. Ik hou van het gevoel van verwondering en vervreemding dat goede SF-verhalen opwekken en ik hoop dat ik dat zelf ook bij lezers heb opgewekt.

De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon (2017)

‘De Krakenvorst’ was altijd bedacht als tweeluik. In dit tweede deel wilde ik alle verhaallijnen opeen originele manier bij elkaar laten komen. Een belangrijk onderdeel, de confrontatie van een jongen met een reuzeninktvis, had ik al verzonnen tijdens mijn studie … Het was erg bevredigend eindelijk aan het schrijven ervan toe te komen. Ook het schrijven van een epische veldslag was een uitdaging die ik naar mijn eigen mening tot tevredenheid heb volbracht.

Acmala (2018)

Patrick Berkhof vroeg mij bij te dragen aan zijn Dizary-project. Hij zette de door hem verzonnen verhaalwereld open voor bijdragen van andere auteurs. Niet alleen vond ik dat een heel sympathiek idee, maar ook had ik zijn roman het jaar ervoor gelezen en was ervan onder de indruk, vooral door de levendig geschetste labyrintwereld, met elementen die me aan de boeken van China Mieville deden denken. Het subgenre van de New Weird spreekt erg tot de verbeelding en dit gaf mij de kans me daarin uit te leven. Bovendien las ik vroeger veel avonturenverhalen waarbij ontdekkingsreizigers doordrongen in de jungle en te maken kregen met wilde dieren, stroomversnellingen en ziektes. Het schrijven van een dergelijk avonturenverhaal stond ook op mijn verlanglijstje. Ik kon ook nog eens een hele ecologie verzinnen rond de reuzenmot die voorkomt in de eerste Dizary-roman.

Het teken in de lucht (2018)

Wat ik schrijf wordt niet altijd chronologisch uitgegeven. De verhalen uit ‘Conquistador’ schreef ik namelijk allemaal na de verhalen uit ‘Het teken in de lucht’. Het eerste verhaal voor deze bundel schreef ik in 2008, maar het idee voor de bundel had ik al eerder. In de kerk waar ik opgroeide was veel aandacht voor de eindtijd, maar op zo’n manier dat ik eerder bang werd voor de toekomst dan dat ik ernaar uitkeek. In een reeks korte verhalen wilde ik een toekomstbeeld schetsen dat hoopvoller was, een 1000-jarig rijk waarin mensen zich konden blijven ontwikkelen, waar ontdekkingsreizen plaatsvonden en vriendschappen groeiden. Direct nadat ik in 2012 besloot weer te schrijven, voltooide ik de laatste twee verhalen. Het duurde daarna dus nog zes jaar voordat anderen ze konden lezen.

De afvallige ster (2018)

Na het voltooien van het tweeluik ‘De Krakenvorst’ had ik vooral veel ideeen voor korter werk. Drie jaar lang schreef ik alleen maar korte verhalen, meer dan zeventig in totaal. Een hele voorraad. in 2017 borrelde er echter een idee op dat alleen in een langer verhaal kon worden uitgewerkt. Ik wilde graag een SF-roman schrijven die het type verbeelding bevatte van Peter F. Hamilton, Hannu Rajaniemi en Stephen Baxter, maar dat tegelijk een persoonlijk onderwerp behandelde. Het commentaar op SF is vaak dat de verhalen gaan om techniek en wetenschap en niet over de karakters. Dat vooroordeel wilde ik ontkrachten. Als tiener op school was ik gepest en ik had nog nooit eerder over mijn ervaringen met pesten geschreven. Dit verhaalidee gaf me daartoe de mogelijkheid. Verder liet ik het verhaal afspelen in twee tijdsperioden, waarbij ik moest zorgen dat de twee lijnen aan het eind wel bij elkaar kwamen. Ik ben nog steeds trots op het eindresultaat.

De gevonden wereld (2019)

Uitgeverij Macc gaf elk jaar op Castlefest een nieuw deel uit in de Castlefest Kronieken. Ik had de eerste delen gelezen en wilde me ook graag wagen aan een verhaal dat zich afspeelde op het fantasyfestival. Het idee gebruik te kunnen maken van de verschillende karakters en verhaalwerelden die daar samenkomen sprak me aan. Ook de schrijvers van Macc en andere uitgevers laten voorkomen in het verhaal vond ik een leuk vooruitzicht. Ik heb samen met Theo Barkel nagedacht over het idee voor de nieuwe trilogie en mocht het tweede deel schrijven. Het gaf mij de gelegenheid te schrijven over een van mijn favoriete karakters, Sherlock Holmes, en over dinosauriërs.

Plastic vriend (2019)

In 2018 publiceerden Tais Teng en Jaap Boekestein hun verhalenbundel ‘Orkaanhoeders en Dijkenfluisteraars’. De verhalen daarin noemden ze Ziltpunk. In de woorden van Tais Teng: “Ziltpunkverhalen zijn grootse sciencefictionideeën gemengd met onvervalste Hollands Glorie. De zee, dijken, windmolens, handelsgeest en bombastische megatechnologie … Het gaat erom in de toekomstige wereld te overleven, maar wel met verve.” Omdat uitgeverij Godijn Publishing me in de gelegenheid stelde een godijntje te schrijven, een novelle van 15.000 woorden, daagde ik mezelf uit een Ziltpunknovelle te schrijven. Daarin wilde ik ook iets doen met de plasticvervuiling in de oceanen, die een steeds groter probleem wordt. Het was ook mijn kans een aseksuele hoofdpersoon te introduceren. De royalty’s van ‘Plastic vriend’ gaan naar de Plastic Soup Foundation.

IJsbrekers (2019)

Al voor het uitkomen van ‘Conquistador’ in 2017 benaderde Jasper Polane mij en een aantal andere SF-schrijvers om mee te werken aan een bijzonder project: korte romans gesitueerd in dezelfde wereld, die los te lezen zouden zijn maar bij elkaar wel een groter verhaal zouden vertellen. De eerste bijeenkomst waarbij we de wereld verzonnen en de rode draad van de verhalen vaststelden was heel inspirerend. Ik had al een tijd het idee dat ik wilde schrijven over cyborgzeemeerminnen onder het ijs van Jupitermaan Europa. Waarschijnlijk had ik dat concept opgepikt uit een roman van Alastair Reynolds in de ‘Poseidon’s Children’-serie. Het was ook leuk een keer iemand als hoofdpersoon te hebben die geen goederik was, maar door velen als schurk werd gezien. De reeks ‘De zwijgende aarde’ werd goed ontvangen en in 2021 verscheen zelfs een zesde deel!

De Quantumdetectives (2019)

Ooit als tiener begon ik met het schrijven van boeken doordat een schoolvriendje me uitdaagde. We zouden om de beurt een hoofdstuk schrijven (een half getypt A4tje). Hij hield het echter maar drie hoofdstukken voor. Ik zat tegen die tijd echter al zo in het verhaal dat ik in mijn eentje verder schreef. Met dezelfde karakters schreef ik een hele reeks avonturenboeken waardoor ik mijn schrijfvaardigheden ontwikkelde. Ik had de boeken gelezen van Theo Barkel en merkte dat hij ook een voorliefde had voor actiescènes. Bovendien wist hij altijd een knipoog aan zijn verhalen toe te voegen. Het leek me leuk een keer samen een roman te schrijven. Gelukkig vond hij dat ook. De samenwerking beviel ons zelfs zo goed dat we werken aan een vervolg op ‘De Quantumdetectives’ dat waarschijnlijk in 2022 zal uitkomen.

Conquistador extended (2020)

Mijn verhalenbundel ‘Conquistador’ was bijna uitverkocht en er moest een nieuwe druk van komen. Nu wilde de uitgever wat wijzigingen aanbrengen aan de cover, zodat het boek meer de stijl zou hebben van de nieuwe uitgaven van de uitgeverij. Ze vroeg of ik nog meer wijzigingen wilde aanbrengen. Ik had in de tussentijd twee korte verhalen geschreven die zich afspeelden in de wereld die in ‘Conquistador’ beschreven wordt. In een daarvan kwam Jonas Janquill voor, de hoofdpersoon van de novelle ‘Conquistador’. Het idee ontstond die aan de bundel toe te voegen, samen met de achtergronden bij alle verhalen, en zo een ‘extended edition’ te produceren. De uitgave van het boek zou geheim blijven tot de Boek 10-editie van 2020, waar ik de ‘mystery guest’ was. Volgens mij is er niet eerder een ‘extended edition’ uitgekomen van een SF-boek uit het Nederlandse taalgebied.

Ruisreizigers (2020)

Tot de korte verhalen die ik schreef behoorden ook veel horrorverhalen. In 2018 had ik bijvoorbeeld drie korte verhalen geschreven voor de bundel ‘Lovecraft in de polder’. Ik schreef ook SF-verhalen met een duistere sfeer of een grimmige plottwist. Die verhalen bracht ik bij elkaar in een bundel ‘verontrustende verhalen’. Een recensent had het jaar ervoor over mij geschreven dat al mijn verhalen zo’n positieve insteek hadden en dat er altijd een element van hoop in te vinden was. Met deze bundel probeerde ik het tegendeel te bewijzen. Ik schrijf nog steeds veel verhalen die tot het horrorgenre behoren en het zal niet heel lang duren of er komt weer een bundel verontrustende verhalen van mijn hand …

Hoeder van de vulkaan (2020)

Na het afronden van het tweeluik ‘De Krakenvorst’ had ik geen inspiratie meer voor fantasyverhalen. Ik had aan mezelf al bewezen dat ik een fantasyroman kon schrijven. Terugkeren naar dezelfde wereld voelde niet als een uitdaging. Maar wel wilde ik ooit een ‘Sword & Sorcery’-roman schrijven, in de stijl van Conan de Barbaar. Verder liep ik al jaren rond met het idee van een postapocalyptische wereld in de greep van een ijstijd, waar menselijk leven alleen nog voorkwam rond vulkanen. Pas toen ik bedacht dat deze omgeving prima kon dienen als setting voor een ‘Sword & Sorcery’-roman ontstond de kern van een verhaalidee. Als extra uitdaging voor mezelf besloot ik het te schrijven in de tweede persoon. Ik had namelijk de ‘Broken Earth’-trilogie van N.K. Jemision gelezen en vond dat perspectief daar heel goed in werken. Bij mijn weten was het nog niet geprobeerd door een Nederlandstalige schrijver. Het is altijd leuk ergens de eerste in te zijn.

Scherven vol ogen (2021)

Na het schrijven van korte horrorverhalen vond ik dat ik me ook eens aan een horrorroman moest wagen. De verhalen rond de mythologie van Lovecraft vind ik altijd fascinerend. Mensen worden daarbij geconfronteerd met eerder niet waarneembare werkelijkheden. Hun eigen wereld blijkt niet de enige te zijn en rationaliteit blijkt maar een dun vernis te zijn op de waanzin. Maar wat ik nog veel enger vind dan alle monster van Lovecraft zijn de bedrijven en hun directeuren die niet alleen zichzelf verrijken over de rug van arbeiders heen (hoe het er bij bedrijven als Amazon aan toegaat is werkelijk afschuwelijk), maar ook nog eens de natuur zien als product dat uitgebuit kan worden … Ik combineerde deze angsten in een futuristisch horrorverhaal. Natuurlijk putte ik ook inspiratie uit verschillende SF-films, zoals ‘Life’ uit 2017.

De mens een sprinkhaan (2021)

De St. Fantastische Vertellingen brengt het kwartaalblad ‘Fantastische Vertellingen’ uit en publiceert elk jaar ‘Ganymedes’, een fantastische bundel. Daarnaast brengt de stichting boeken uit in de ‘rare boekjes’-reeks. Ik publiceerde al recensies en verhalen in ‘Fantastische Vertellingen’ en stond een paar keer in ‘Ganymedes’, maar het leek me ook een grote eer een boekje te publiceren in de ‘rare boekjes’-reeks. Ik stuurde daarvoor twee verhalen in, waaronder een nieuwe versie van het eerste serieuze SF-verhaal dat ik als tiener schreef, ‘De sprinkhanen’. Het was puur toeval dat dit het twintigste boek was dat van mijn hand verscheen, twintig jaar na mijn debuut, maar ik ben er heel blij mee. Een mooie manier om mijn jubileum als schrijver te vieren!

 

© 2021-2024 Johan Klein Haneveld & Fantasize

You cannot copy content of this page