Een nieuw genre waar je niet omheen kunt: ’Cli-Fi’ – Johan Klein Haneveld

Als ik net een boek uit heb, lees ik graag wat anderen erover hebben geschreven op sites als Goodreads en Hebban. Een van de laatste boeken die ik las, was een verzamelbundel met de beste SF-verhalen uit 2016, samengesteld door Gardner Dozois. De meeste recensies bleken lovend, maar er was er een bij die mijn wenkbrauwen deed optrekken. Iemand schreef namelijk: ‘The stories are fine with one caveat. Enough with the global warming trope; it’s cliched, it’s tired, and it’s oh so contemporary.’ Ik keek wat er over andere bundels in deze serie was geschreven en bij die van vorig jaar vond ik een vergelijkbaar commentaar: ‘Too many of these stories use global warming as a backdrop. I feel I’m being lectured to.’ 

Een wetenschappelijke basis

Wat ik zo raar vond aan deze opmerkingen was dat ze werden geplaatst bij een bundel met verhalen uit het genre ‘science fiction’. Het woord ‘science’ is niet voor niets een onderdeel van die naam. Wat SF onderscheidt van fantasy of magisch realisme is juist dat verhalen zijn gebaseerd op wat in onze werkelijke wereld mogelijk is. Soms wordt dat wel ruim genomen, met ruimteschepen die sneller dan het licht reizen, tijdmachines of buitenaardse intelligenties, maar in principe gaat science fiction uit van goed onderbouwde wetenschappelijke principes (of het nu natuurkunde of sterrenkunde is of psychologie of sociologie). De schrijvers laten vervolgens interessante of verrassende consequenties zien van wetenschappelijke ontdekkingen, bijvoorbeeld hoe de toekomst er uitziet als bepaalde theorieën waar blijken.

Om dit soort verhalen te kunnen vertellen, moeten schrijvers op de hoogte blijven van de stand van zaken in wetenschap en techniek. Juist de klimaatwetenschap krijgt tegenwoordig flink wat aandacht. De bewijzen voor door de mensheid veroorzaakte klimaatverandering zijn solide, zozeer zelfs dat de wetenschappelijke gemeenschap er eigenlijk niet aan twijfelt. Er zijn meerdere onderzoeken geweest naar de overtuigingen van klimaatwetenschappers. Een zogenoemde ‘meta-analyse’ concludeerde dat er onder klimaatwetenschappers op dit gebied een consensus is van 90 tot 100 procent. Ook blijkt dat de mate van overeenstemming stijgt naarmate de expertise in klimaatwetenschap toeneemt.

Logisch dus dat schrijvers daarmee aan de slag gaan. Vooral omdat het niet een ‘ver van mijn bed’-show blijft, zoals bijvoorbeeld bij wetenschappelijk onderzoek aan de dwergplaneet Pluto. De gevolgen van klimaatverandering zullen waarschijnlijk dramatisch zijn; daarvoor hoeven we niet eens naar de toekomst te kijken. Jaar op jaar gebroken temperatuurrecords in Nederland en elders op de wereld orkanen, overstromingen en mislukte oogsten. Als ik me bedenk dat ik onder de zeespiegel woon en dat de Nederlandse dijken misschien niet tegen de voorspelde stijging daarvan opgewassen zullen zijn, voel ik me ook ongerust.

Meeleven met de slachtoffers

Wat volgens mij meespeelt is dat behoorlijk wat sociaal bewogen schrijvers zich zorgen maken dat er zo weinig gebeurt om catastrofale klimaatverandering te voorkomen. Het lijkt alsof de massa het totaal niet belangrijk vindt. Het is nu eenmaal zo dat mensen uit zichzelf geneigd zijn alleen te geven om problemen die spelen op de korte termijn. Ik heb nu trek, dus ik smeer een boterham. Als een probleem verder dan een paar maanden in de toekomst ligt denken we: ‘dat zal mijn tijd wel duren’, ‘wie dan leeft, wie dan zorgt’ of ‘na ons de zondvloed’. Dan speelt ook nog dat de eerste mensen die door de ellende getroffen zullen worden in ontwikkelingslanden leven. Hun problematiek ervaren wij overwegend als minder belangrijk. Echter, de enige manier om de voorspelde gevolgen van klimaatverandering te verminderen, is als wij hier nu al actie ondernemen. Om mensen daarvoor te motiveren brengen schrijvers de realiteit van klimaatverandering voor hun lezers tot leven. Voor hun verhalen heeft ene Dan Bloom de mooie term ‘cli-fi’ bedacht, kort voor ‘climate fiction’.

Het betreft hier trouwens niet per se science fiction. Het kan ook gaan om verhalen die zich in het heden afspelen, in gebieden getroffen door klimaatrampen, of in de heel nabije toekomst. Wat deze verhalen gemeen hebben, is dat ze de lezer intens laten beleven wat het betekent te leven in een wereld met een veranderd klimaat. Ze laten de lezer voelen wat de gevolgen zijn van de overmatige uitstoot van broeikasgassen en de vernietiging van ecosystemen. Ook zij inspireren de lezer actie te willen ondernemen, om zich te identificeren met het probleem en de uitdaging aan te gaan. Ik denk dat dit activistische element prima past bij science fiction en recensenten die daar een probleem mee hebben, kunnen beter kiezen voor een genre dat meer geschikt is voor escapisme, zoals ‘high fantasy’.

Boeken om koude rillingen van te krijgen

Ikzelf ben al lang en breed overtuigd dat er klimaatverandering gaande is. Ik ben ook nog eens geneigd tot piekeren en had als kind al nachtmerries over milieuvervuiling en het uitsterven van diersoorten. Dat maakt dat ik me wel twee keer bedenk voor ik een boek uit het ‘cli-fi’-genre oppak. Net als met horrorfilms geldt dat ik ervoor in de stemming moet zijn.

Toch heb ik een heel aantal van deze boeken in mijn kast staan. De klassiekers ‘The Drowning World’ en ‘The Burning World’ van J.G. Ballard natuurlijk, maar ook de boeken van Kim Stanley Robinson, een van mijn favoriete auteurs. Hij heeft een trilogie over klimaatverandering geschreven die begint met ‘Forty Signs of Rain’, maar hoe wij omgaan met onze planeet speelt ook op de achtergrond mee in zijn Marstrilogie (‘Red Mars’, ‘Green Mars’ en ‘Blue Mars’), een fantastische harde SF-trilogie die mij sterk heeft beïnvloed bij het schrijven van ‘De derde macht’. Ook in zijn romans ‘2312’ en ‘Aurora’ draait het (in)direct om het herstel van het Aardse ecosysteem. Zijn nieuwste boek ‘New York 2140’ speelt zich zelfs helemaal af in de stad uit de titel, die ondertussen overstroomd is en waar nieuwe gemeenschappen het hoofd –letterlijk – boven water proberen te houden.

Nieuwe gemeenschapsvormen figureren ook in ‘Walkaway’ van Cory Doctorow. Door klimaatverandering en vervuiling zijn delen van de Aarde onbewoonbaar verklaard. Daarheen trekken de uittreders, en met behulp van informatietechnologie, groene energie en 3D-printers bouwen ze een nieuwe samenleving op. Dit was een van de meer hoopvolle boeken die ik over dit onderwerp heb gelezen. Meer realistisch was ‘Clade’ van James Bradley, die verschillende generaties van een Australische familie volgt als ze te maken krijgen met de gevolgen van klimaatverandering: uitstervende dieren, reuzenstormen, vluchtelingenstromen en epidemieën. Indringend vanuit verschillende perspectieven geschreven toont dit dunne boek een slingerend pad door een grimmige toekomst. Iets minder literair, wat meer speculatief is ‘The Windup Girl’ van Paolo Bacigalupi, die genetisch gemodificeerd graan en het opraken van fossiele brandstoffen meeneemt in zijn verhaal.

Nederland heeft minder SF-schrijvers, dus kent ook minder ‘cli-fi’. Het is er echter wel. Zo schreef Chris Polanen bijvoorbeeld de roman ‘Waterjager’. Dat boek speelt zich af in Paramaribo wanneer dat door de zeespiegelstijging onder water is komen te staan. De meeste bewoners zijn er weggetrokken, de overlevenden moeten er het beste van zien te maken. Het schijnt een menselijk verhaal te zijn, met de nadruk op de onderlinge relaties, maar dat is ook de beste manier om dit soort verhalen te vertellen! Ik heb zijn boek zelf nog niet gelezen, maar dit staat hoog op mijn lijstje. Ik denk alleen dat ik nog even moet wachten tot ik ervoor in de stemming ben.

 

Johan Klein Haneveld schreef de verhalenbundel ‘Conquistador’. Zijn korte verhalen verschenen onder andere op Fantasize, in de tijdschriften Fantastische Vertellingen en SF Terra en in de bundels Ganymedes 17 en Edge.Zero 2016. November 2017 komt zijn volgende boek uit: ‘De Krakenvorst, boek 2: Kartaalmon’, in 2018 gevolgd door een nieuwe verhalenbundel en de SF-roman ‘De afvallige ster’.

Comments

comments

Johan Klein Haneveld

Johan Klein Haneveld

Johan Klein Haneveld (1976) houdt van schrijven. Van zijn hand verschenen tot nu toe zeven boeken, waaronder de verhalenbundel ‘Conquistador’. Hij draagt regelmatig bij aan tijdschriften en verzamelbundels zoals ‘Ganymedes 17’ en schrijft ook korte verhalen voor Fantasize, zoals ‘Lobbes‘. In december 2017 komt het tweede deel uit van De Krakenvorst (‘Boek 2: Kartaalmon’), en in 2018 volgen een tweede verhalenbundel (‘Het teken in de lucht’) en de SF-roman ‘De afvallige ster’. Hij werkt als redacteur bij het Tijdschrift voor Diergeneeskunde en geniet naast het schrijven, van boeken, films en stripverhalen, het zorgen voor zijn vier aquariums en het bezoeken van dierentuinen en fantasyfestivals.

Drakenspoor cover
Previous post

BOEKRECENSIE: DRAKENSPOOR – Van het gewone leven naar het fantastische

Next post

Recensie: Conquistador lijkt soms voorspelbaar maar leest lekker weg