web analytics
maandag, juni 17

Vierdelig interview met Frank van Dongen – deel 1

Door Isabelle Plomteux

Met het verschijnen van Sporen voorbij de eindtijd rondde auteur Frank van Dongen recent zijn vierdelige filosofische sciencefictionserie Ontdekking van de mens af. Ik ging met hem in gesprek over de tetralogie en de ermee samenhangende standalone SF-roman Het Bouwplan.

In dit vierdelig interview, dat door deze indeling meteen zijn voornaamste bron weerspiegelt, bespreken we de talrijke thema’s en concepten die in de boeken van Frank van Dongen aan bod komen. Ook filosoferen we over het menselijk bestaan en de menselijke evolutie en bespreken we hoe de romans tot stand kwamen.

Frank van Dongen, eigen foto

Vandaag, in het eerste deel, maken we kennis met de auteur en ontsluiten we de talrijke thema’s die hij in zijn werk aanboort.
Dag Frank. Kun je jezelf even voorstellen?
Tja, wie ben ik? Vader van drie volwassen dochters op wie ik heel trots ben. Levensgezel van mijn Mexicaanse vrouw met wie ik alles deel en met wie ik na vele omzwervingen momenteel in de Achterhoek woon. Evolutiebioloog. Schrijver van toekomstromans.
Ik ben diep in het offline tijdperk geboren (1964) en opgegroeid. Altijd was ik al rusteloos en nieuwsgierig, met een hoge mate van bewijsdrang, op zoek naar allerlei soorten avontuur (zowel in mijn hoofd als in de echte wereld) en naar erkenning voor mijn creaties en prestaties. In mijn puberteit en studententijd was ik een fanatiek wedstrijdroeier.

In mijn hoofd is het nooit stil. Als tiener begon ik mijn fantastische hersenspinsels op te schrijven. Eindeloze verhalen over avonturiers op vreemde planeten in de verre toekomst. De geschiedenis van het leven heeft me ook altijd gefascineerd. Fossielen vertellen een verhaal dat even intrigerend en wonderlijk is als de beste sciencefictionboeken. Daarom ben ik biologie gaan studeren, met afstudeerrichting paleontologie.
Na mijn studie en militaire diensttijd heb ik mij in een driedubbelleven gestort. Als ouder bracht ik samen met mijn ex-vrouw drie dochters groot en hadden we een druk en leuk sociaal leven. Als manager en consultant in de biotechindustrie draag ik al 33 jaar bij aan het ontwikkelen en op de markt brengen van innovatieve therapieën. Als schrijver werk ik gedachtenexperimenten uit over de toekomst van de mens en over ontmoetingen met vreemde intelligenties.

In 2009 werd mijn eerste roman gepubliceerd, Het bouwplan. Daarna begon ik te werken aan de Ontdekking van de mens-tetralogie, waarvan de eerste drie delen in 2021 verschenen en het laatste deel in april van dit jaar. Aanleiding om dit verhaal te gaan schrijven, was het besef dat de steeds snellere ontwikkeling van online technologie, social media en artificial intelligence het menselijk bestaan fundamenteel zou gaan veranderen. Sinds het gebruik van het schrift leeft de mens al in een dubbele realiteit, namelijk aan de ene kant in de oorspronkelijke wereld en aan de andere kant in de door onszelf gemaakte, door woorden opgeroepen wereld. Sinds het massale gebruik van computers, internet en smartphones leven we nu in een driedubbele realiteit: de digitale, virtuele wereld is erbij gekomen. In een gedachte-experiment wilde ik onderzoeken hoe het in drieën gespleten individuele menselijke bestaan zich de komende tweehonderd jaar zou kunnen ontwikkelen als we blijven vasthouden aan het streven naar eeuwige technologische en economische groei, en dan ook nog eens aangejaagd door de ongekende kracht van informatietechnologie en artificial intelligence. Om het nog extra ingewikkeld te maken: ik laat de mens op zijn meest kwetsbare moment ook nog eens ‘ontdekt’ worden door vreemde intelligenties.

In de inleiding omschrijf ik je romans als filosofische sciencefiction. Kun je je daarin vinden?
Ja, dat is wat mij betreft een juiste benaming. Zelf noem ik mijn boeken filosofische toekomstromans of filosofische SF.

In de tetralogie Ontdekking van de mens wordt de mensheid zoals je net al aangaf op de proef gesteld door haar eigen creaties en door buitenaardse beschavingen. Aan de hand van het (lange!) leven van hoofdpersonage Jack Newman, maken we kennis met de nabije toekomst van de mens. En die toekomst (het verhaal start in 2048, red.) ziet er niet meteen rooskleurig uit?
De toekomst van de mens ziet er in mijn boeken inderdaad niet rooskleurig uit. Dit heeft drie redenen.
1. Ik wil mijn lezers meesleuren in een zo spannend en intrigerend mogelijk verhaal. Oorlog en ondergang lenen zich veel beter voor drama dan vrede en welvaart.
2. Als bioloog weet ik dat ongeremde groei en vermenigvuldiging leiden tot vernietiging. Uit de geschiedenis leren we dat tot nu toe geen enkele beschaving het eeuwige leven had. Ik vrees dat ook de huidige samenleving van ongeremde industriële en economische groei gaat instorten en vele slachtoffers gaat maken, zoals ieder piramidespel uiteindelijk instort. Dit inzicht leidde mij tot de derde reden om deze roman te schrijven.
3. Ik heb niet de illusie dat ik de wereld kan verbeteren. Daarvoor ben ik zelf te veel mens. Ik rijd ook in mijn benzineauto naar de supermarkt en koop daar in stukken gehakte en in plastic verpakte kippen, varkens en koeien. Waarom schrijf ik dan als medeplichtige zo kritisch over onze samenleving? Om mezelf en mijn medemensen een spiegel voor te houden. Om te (h)erkennen wat voor wezens wij eigenlijk zijn, hoe we ons ten opzichte van elkaar en andere wezens verhouden en gedragen. Om te laten zien hoe goed wij zijn in het goedpraten van ons denken, doen en laten. Om onze ethiek, wetgeving, logica, zelfbeeld, wereldbeeld en toekomstvisie ter discussie te stellen. Het collectieve zelfbedrog, de rechtvaardiging voor onze (mis)daden, waar ook ik me dagelijks achter verschuil, wil ik blootleggen, hoeveel pijn dat mijn tere, heilige, uitverkoren, verwende, overgevoelige, hypocriete zieltje ook doet. Als we ten onder gaan, laten we dan in ieder geval met een eerlijk en open bewustzijn ten onder gaan, in het volle besef dat we willens en wetens op weg zijn naar een toekomst met: aanhoudende bevolkingsgroei, milieuvervuiling en vernietiging van natuur en biodiversiteit; totale afhankelijkheid van en verslaving aan het gemak, het vermaak en de verzorging van online technologie en artificiële intelligentie (AI); eenzaamheid, ontheemding en leegheid in ons bestaan waardoor we steeds dieper vluchten in social media en virtual reality (VR); maatschappelijke ontwrichting en polarisering door nepnieuws en deepfakes; alleenheerschappij van de AI-producerende en beheersende bedrijven en overheden; verlies van weerbaarheid tegen interne en externe bedreigingen en vijanden.

Kun je iets meer vertellen over de eigen creaties die de mensheid in de boeken op de proef stellen? Op de buitenaardse beschavingen komen we verderop in het interview terug.
Voorbeelden van fysieke creaties die de mensheid op de proef stellen zijn: vuurwapens, kernwapens en de moderne geavanceerde wapensystemen, vanwege de pure vernietigingskracht en het vermogen om op afstand te doden; moderne voedselproductie en zware industrie, vanwege vervuiling en vernietiging van natuur en biodiversiteit; informatietechnologie en dan met name AI, vanwege de potentieel ondermijnende effecten op essentiële aspecten van het menszijn: leervermogen, creativiteit, weerbaarheid, zingeving, levensgeluk, ambitie, doorzettingsvermogen, zelfstandigheid, etc.

Dan zijn er de collectieve mentale creaties van de mens. Deze stellen de mensheid op een nog fundamenteler niveau op de proef. Hiermee bedoel ik de ‘verzonnen’ realiteiten die alleen bestaan in de gemeenschappelijke verbeelding van mensen, fictieve fenomenen die direct zouden ophouden te bestaan als mensen daartoe collectief zouden besluiten. Het schrift heeft het mogelijk gemaakt om deze fictieve fenomenen op papier (en in steen) vast te leggen en gedurende vele generaties tot gepercipieerde waarheden te verheffen. Voorbeelden zijn geld, God, het Woord, koning, de staat, de wet, de partij, het bedrijf. De overtuigingen, geloven en ideologieën die uit deze mentale creaties voortvloeien geven bepaalde mensen de rechtvaardiging en het vermogen om medemensen te onderdrukken, uit te buiten, te bezitten, misbruiken en vermoorden. Hierdoor kunnen mannen collectief over vrouwen heersen, de adel over het volk, vrije mensen over slaven, gelovigen over ongelovigen, hoge kasten over lage kasten, blanken over zwarten, de ‘captains of industry’ over de arbeiders, rijken over armen. De kracht en impact van deze collectief ingebeelde realiteiten worden versterkt door de moderne technologie. Dit maakt het mogelijk dat de zeggenschap over en het lot van miljoenen en tegenwoordig zelfs miljarden mensen in handen komt te liggen van één man (Adolf Hitler, Kim Jong-un, Vladimir Poetin, Xi Jinping); in de nabije toekomst mogelijk ook van één bedrijf of CEO (Google, Meta, OpenAI, Elon Musk, Bill Gates).

cover Het duizendeilandenexperiment, eigen foto

Thema’s en concepten
In jouw vierdelige serie (en de ermee samenhangende standalone Het bouwplan) komen enorm veel thema’s en concepten aan bod: censuur, kwantumverstrengeling, (collectief) bewustzijn en wat dat is, medische implantaten, religie en geloof, eenzaamheid en verbondenheid, nurture vs. nature, stamgevoel, depressie, AI en NI-AI, het recht van de sterkste, buitenaards leven, interstellaire ruimtevaart, intelligentie explosie, universele mensenrechten, kapitalisme, humanisme en posthumanisme, IGD-mensen, a-sterfelijkheid, de rol van taal, geheugenverlies, menselijke veroveringsdrang, overbevolking, SoNet, verslaving, Alfamannen en wormgaten, om er maar een aantal te noemen.
Ja, ik behandel veel thema’s in mijn boeken. Ik kan een beetje megalomaan zijn, zoals de hoofdpersoon Jack Newman in Ontdekking van de mens. In mijn eerste roman Het bouwplan zitten zoveel ideeën in 300 bladzijden geperst dat sommige lezers na 30 bladzijden de weg kwijtraken en afhaken. Rond 2010 heb ik een lijvig roman-manuscript met de titel De verboden taal opgestuurd aan een uitgever. Het werd afgewezen met het argument: ‘Het verhaal is te complex. Je hebt zes boeken in één boek gestopt. Maak er zes verschillende boeken van.’ Ik heb geluisterd naar dit advies en één van die zes verhalen is het begin geworden van Ontdekking van de mens. Ik hoop dat ik erin geslaagd ben om deze roman niet te ingewikkeld te maken.

Kun je een aantal thema’s en concepten verder toelichten? Bijvoorbeeld het concept a-sterfelijkheid?
In Ontdekking van de mens wordt een kleine groep mensen via het zogenaamde AMOR-programma a-sterfelijk gemaakt. Het betreft geen magische of goddelijke onkwetsbaarheid (onsterfelijkheid), waarbij iemands lichaam en/of geest door niets en niemand vernietigd kan worden. A-sterfelijke mensen kunnen nog steeds sterven, bijvoorbeeld door fysiek geweld, vergiftiging of gebrek aan zuurstof, voedsel of water. A-sterfelijke mensen verouderen echter niet, en hebben een immuun- en herstelsysteem dat beschermt tegen ziekten, slijtage en veroudering. Het concept a-sterfelijkheid spreekt mij als schrijver erg aan, omdat het me de mogelijkheid geeft om personages veel te laten beleven, extreem langetermijndoelen te hebben en een generatie-overspannende blik op de wereld te ontwikkelen. Ook persoonlijk vind ik het een intrigerende droom om potentieel eeuwig te kunnen leven, in het volle besef van alle praktische, emotionele en ethische bezwaren van menselijke a-sterfelijkheid.

Ik heb al meteen twee vragen die hiermee samenhangen: op het eerste zicht is het een prettig idee dat er geen einde aan het leven hoeft te zijn. Maar geeft dat einde net geen waarde aan de tijd van leven?
De meeste a-sterfelijke personages in mijn boek komen uiteindelijk inderdaad tot deze conclusie, en persoonlijk vind ik dit inmiddels ook, na 60 jaar levenservaring.

Personages in mijn boek hebben verschillende motieven om a-sterfelijk te (willen) worden. Bijvoorbeeld om interstellaire ruimtevaart mogelijk te maken en daarmee de toekomst van de mens zeker te stellen. Alleen a-sterfelijke astronauten kunnen de eeuwenlange reizen naar andere sterren overleven. Zonder a-sterfelijkheid zal de mensheid nooit aan bemande interstellaire ruimtevaart beginnen. De mens zal gevangen blijven zitten in het eigen zonnestelsel totdat de aarde wordt getroffen door een massaal uitstervingsevent van natuurlijke of artificiële aard. Einde mensheid.

Andere personages verlangen uit eigenbelang naar het eeuwige leven. Ze willen tot het einde der tijden in de kracht van hun leven blijven, steeds gelukkiger, sterker, slimmer en machtiger worden, als eeuwige verkenners van het oneindige heelal, of ze willen heersen en veroveren als supermensen of goden. In een bepaalde periode van zijn leven streeft de hoofdpersoon ernaar om ten koste van alle andere levensvormen over te steken naar een volgend universum.
De a-sterfelijken in het verhaal worden volop geconfronteerd met de bezwaarlijke gevolgen van a-sterfelijkheid, niet alleen voor zichzelf maar voor de hele mensheid.

Zoals alles went ook het eeuwige leven en al snel ontdekken de a-sterfelijken dat ze niet duurzaam gelukkiger zijn dan toen ze nog sterfelijk waren. En ze krijgen last van vervelende bijeffecten. Zo worden a-sterfelijken die niet beschikken over een artificieel extra geheugen geplaagd door geheugenverlies. Na het overschrijden van de natuurlijke levensduur raakt hun geheugen overvol, oude herinneringen worden overschreven door nieuwe herinneringen, waardoor ze na verloop van tijd hun eigen oorsprong en jeugd vergeten en ontheemd raken. Daarnaast leiden ze aan een verlammende angst om hun eeuwige levenskracht en verworven macht en bezit te verliezen en dat maakt hen egocentrisch, hebzuchtig, wantrouwend en risicomijdend. Het ideaal van eeuwige jeugd en supermenselijkheid is eindelijk bereikt, maar de angst om het te verliezen maakt het bijna onmogelijk om ervan te genieten.

Is a-sterfelijkheid geen egoïstische daad, want als ‘onsterfelijke’ ontzeg je anderen de tijd en de ruimte om te leven?
Als mens eeuwig (willen) blijven leven is een ultiem egoïstische daad. Het gaat in mijn verhaal maatschappelijk en politiek dan ook goed mis met a-sterfelijkheid. Het feit dat alleen extreem rijke mensen zich een AMOR-behandeling kunnen veroorloven, drijft vroegtijdig een wig in de collectieve ziel van de mensheid. Een a-sterfelijk mens (AMOR-mens) maakt een potentieel oneindige grote aanspraak op de eindige hoeveelheid van bronnen en middelen die het menselijk leven op aarde mogelijk maken. Deze fundamentele ongelijkheid is niet verenigbaar met de universele rechten van de mens. Het splijt de mensheid in twee soorten, de MOR-mensen (sterfelijke mensen) en de AMOR-mensen, die elkaar op leven en dood bestrijden.

Het volgende thema: de rol van taal in onze menselijke gedachtenvorming en onze denkpatronen?
Ik kan me geen leven voorstellen zonder taal. Hoe zou ik moeten denken en communiceren zonder taal? Taal maakt kennisoverdracht mogelijk, cultuur, literatuur en geschiedschrijving, administratie, beschaving, technologie en wetenschap. Maar in geschreven vorm maakt taal ook het ‘voor eeuwig’ vastleggen mogelijk van tot waarheid verheven verzinsels, misvattingen, leugens en dwalingen. Met alle gevolgen van dien, in het heden maar ook in de toekomst.
Taal heeft van mensen dualistische wezens gemaakt. Met onze zintuigen vormen we ons een wereldbeeld. Via taal ‘vertalen’ we dit wereldbeeld naar vereenvoudigde, abstracte modellen en een vervormde, subjectieve realiteit.
Met digitale taal programmeren we nu computers, machines en AI’s tot gecoördineerd, gestructureerd en doelgericht gedrag. Maar in tegenstelling tot mensen, staat het gedrag van AI’s volledig los van gevoel, bewustzijn en begrip. Binnenkort worden AI’s geprogrammeerd door AI’s. Het hoeft maar één keer te ontsporen en we hebben te maken met een virtuele kanker met uitzaaiingen naar de echte wereld. Een machineplaag.
In Ontdekking van de mens laat ik een buitenaardse levensvorm, de Alfabeschaving, met verbijstering kijken naar de aard, het bewustzijn en de ‘beschaving’ van de mens. Alfa’s denken en communiceren met elkaar via direct brein-breincontact zonder verlies of vervorming van de werkelijkheid die ze waarnemen. Alfa’s beschouwen taal als een mentale ziekte die de natuurlijke rijkdom van het genuanceerde en analoge bewustzijn met bruut geweld door een rooster van symbolen drukt en er een grofkorrelig, digitaal gedrocht van maakt. Deze verkrachting van de werkelijkheid is in de ogen van Alfa’s de bron van al het kwaad.

De rol van religie en/of geloof komt ook in je boeken aan bod?
Religie, spiritueel geloof en ook ideologie kan het levensgeluk, de wijsheid en het gedrag van mensen zeer positief beïnvloeden. Maar ook zeer negatief, zeker als het met dwang wordt opgelegd en kinderen met de paplepel wordt ingegoten en tot een absolute en heilige waarheid en hogere macht wordt verheven en als rechtvaardiging wordt gebruikt om macht, rijkdom en invloed te verwerven en andere mensen te overheersen, misbruiken en doden. In mijn roman spelen patriarchale, hiërarchische religies, ideologieën en overtuigingen een belangrijke rol. Ik onderzoek de verwoeste effecten ervan op de levenskracht en het levensgeluk van de mensheid, en dan met name dat van vrouwen.

Tetralogie van Frank met Frank, eigen foto

En tot slot: menselijk stamgevoel?
De stam is, voor zover bekend, de oorspronkelijke samenlevingsvorm van de mens. Uit antropologisch onderzoek en geschiedschrijving over mensen die in stammen leven (de San in Afrika bijvoorbeeld) of recent leefden (bijvoorbeeld de Noord-Amerikaanse indianen) kunnen we een aantal zaken concluderen die over het algemeen gelden over het (samen)leven binnen de meeste van deze stammen:
mannen en vrouwen zijn gelijkwaardig. Er is geen formele hiërarchie. Kennis, lief en leed worden gedeeld. Van wieg tot graf horen stamleden bij de stam. Stamleden worden verzorgd en beschermd door de stam en zij verzorgen en beschermen de stam. Het eigenbelang komt overeen met het stambelang. Mensen maken gebruik van elkaars sterktes en compenseert elkaars zwaktes. Het overleven van de stam is belangrijker dan het individuele overleven. Oorspronkelijke stammen leven in harmonie met de natuur. Mensen hebben de vrijheid om de bevelen van de stamleider(s) te negeren, de vrijheid om te gaan en staan waar zij willen en de vrijheid om een andere vorm van leiderschap en samenleven voor te stellen; deze drie fundamentele vrijheden hebben wij in onze samenlevingen opgegeven.

In een stam als hierboven beschreven, ervaren de stamleden een stamgevoel dat hen een vanzelfsprekend en gemeenschappelijk levensdoel, levensgeluk, zingeving, waardering en levenskracht geeft. Men leeft in zijn of haar natuurlijke kracht en leeft niet in een dualistische wereld. Mensen binnen een stam zien elkaar als volwaardig en gelijkwaardig. Er bestaat geen enkele rechtvaardiging om elkaar binnen de stam te overheersen, misbruiken of doden.
In de meeste andere samenlevingsvormen onderdrukken we ons stamgevoel in min of meerdere mate. Dit stamgevoel hebben we ‘overschreven’ door de wetten van een hogere macht: Koning, God, de Staat, Het Heilige Woord, het Bedrijf, de Partij. Deze wetten geven ons de rechtvaardiging om andere mensen (en andere levensvormen) als minderwaardig te zien en te overheersen, misbruiken of doden.
Ik denk dat het verlies van ons stamgevoel een fundamentele oorzaak is van veel van het menselijke en dierlijke onrecht en leed in de wereld.

Welke thema’s en concepten liggen jou het nauwst aan het hart en waarom? Je mag er maximaal drie kiezen.
Mijn top drie is:
1. Contact met buitenaards intelligent leven – omdat dit contact ons zelfbeeld en ons wereld totaal zou veranderen en ons zou kunnen verenigen tot één beschaving met een gemeenschappelijk groots, meeslepend en zingevend streven.
2. Het heiligverklaarde economische en politieke systeem van eeuwige groei – omdat ik vrees dat dit systeem ons samenleving nog deze eeuw naar de ondergang zal leiden.
3. De moraal van de mens die ons de overtuiging geeft dat we boven de natuur staan en die ons ‘het recht’ geeft om andere zelfbewuste, voelende en denkende levensvormen naar willekeur voor eigen belang, gebruik, genot of plezier op te sluiten, mishandelen, verminken, vermoorden en uit te roeien – omdat ik deze moraal zie als het ultieme collectieve zelfbedrog van de mensheid. Onze moraal is in strijd met de meest fundamentele wetten van het leven. Onze moraal zaait onnodig en onevenredig veel dood, verderf en leed over de aarde, en als we ooit in staat zijn tot bemande interstellaire ruimtevaart, potentieel over vele andere bewoonde werelden in het universum.

Hiermee ronden we het eerste deel van dit interview af. In deel twee, dat volgende week verschijnt, komt het menselijk bestaan en de zin ervan aan bod, en hoe dit onderwerp zich verhoudt tot het werk van Frank van Dongen. Ook hebben we het over de menselijke evolutie.

 

© 2020 – 2024 Fantasize & Isabelle Plomteux

You cannot copy content of this page