‘Einde van de Mensheid’- Special: Verdieping ‘Zwarte Humor’

yersinia-pestis_42308362705_a1a69cd6bb_b_flickr

Door Sigrid Lensink – Damen

Steeds als er ergens een artikel over corona verschijnt of als er vergelijkingen worden getrokken met de pest, de Zwarte Dood, moet ik denken aan een scène uit The Holy Grail van Monty Python. Daarin verzamelt Eric Idle de doden van een of andere niet nader benoemde ziekte (maar de associatie met de pest is snel gelegd) op een kar die door een krom en kaal mannetje wordt getrokken. Dan komt John Cleese met een dode over zijn schouder naar de kar. Hij wil wat bijverdienen.

John: ‘Ik heb een dode.’

Eric: ‘Leg hem op de kar.’

Man over de schouder van John: ‘Ik ben nog niet dood.’

‘Hou je mond.’

‘Hij is niet dood, zegt-ie.’

‘Hij kan nauwelijks lopen.’

‘Ik voel me prima.’

‘Ik kan hem niet meenemen. Hij is niet dood.’

‘Zo goed als.’

‘Ik ben niet dood.’

‘Het is bijna gebeurd.’

‘Dit is tegen de regels.’

‘Ik voel me kiplekker.’

‘Wanneer kom je weer?’

‘Donderdag.’

‘Donderdag?’

‘Donderdag loop ik weer.’

‘Niet waar. Kun je niet iets regelen?’

Eric Idle kijkt steels om zich heen en slaat de man over de schouder van John Cleese met een knuppel buiten bewustzijn.

Yersinia pestis, de bacterie die de builenpest veroorzaakt, was alles behalve grappig. De pest woedde grofweg van 430 vóór Christus (de Pest van Athene) tot diep in de 18e eeuw over de wereld. Kreeg je de ziekte, dan kon je rekenen op koorts, hoofdpijn, zwelling van lymfeklieren (de beruchte builen), zwarte vlekken over het hele lichaam en droge gangreen (afsterving van ledematen). Een zeer akelige manier om dood te gaan. Waarom moet ik dan steeds denken aan Monty Python?

Het gaat me niet om de scène zelf, maar om de schrijnende werkelijkheid achter deze scène.

De pest had een ontwrichtende invloed op de samenleving. Al bij de Pest van Athene, die door de Griekse historicus Thucydides is opgetekend, was dat duidelijk: door de vele slachtoffers die de ziekte eiste, verloor Athene de oorlog tegen Sparta. In 541 na Christus hield de pest huis in Constantinopel, met als gevolg dat de maatschappij volledig instortte. De toenmalige keizer Justinianus probeerde zijn rijk te redden door meteen na de ramp grote bouwprojecten te organiseren, waardoor de lonen flink stegen, maar hij kondigde ook belastingverhogingen aan. Die deden de eventuele positieve effecten op de samenleving weer teniet. Toch herstelde het Romeinse Rijk vrij snel van de epidemieën en kon vrij ongestoord (lees: onveranderd) de draad weer oppakken. Van 1346 tot 1351 stierven er in Europa 20 tot 25 miljoen (wereldwijd 75 tot 100 miljoen) mensen aan de Zwarte Dood, maar ook aan de gevolgen: misoogsten, hongersnood en de Honderdjarige Oorlog. Men dacht toen dat de ziekte een straf van God was of met buitenlanders meekwam naar hun streek. De gevolgen voor ‘de vreemdeling’ laten zich raden.

De Italiaanse schrijver Giovanni Boccaccio beschrijft in zijn Decamerone hoe de ziekte verliep en hoe het er in de straten van Florence aan toe ging. Men probeerde de pandemie te mijden door zich strikt af te zonderen en een speciaal dieet te volgen. Anderen leefden erop los, want morgen zouden ze wel eens dood kunnen zijn. Boccaccio vertelt hoe de doden bij duizenden tegelijk vielen, dat er geen ervaren artsen of verpleegkundigen meer waren, dat de doden even snel werden gezegend en dan in een massagraf werden gedumpt. Hij zag vooral hoe oude gebruiken sneuvelden en dat wat hij beschaving vond daardoor het eerste slachtoffer van de omstandigheden werd. Grappen bleven uit. Ook Simon Vestdijk schetst een dergelijk beeld in zijn novelle De dood betrapt. Eén stukje valt op. Ik citeer van Wikipedia: “… een stad plotseling ontvolkt door een uit de lucht gegrepen gerucht, of door een grappenmaker; men vierendeelt de grappenmaker…” Een samenleving in verval tolereert blijkbaar geen humor.

Tegenwoordig is de pest goed te behandelen met antibiotica en hoeft niet meer levensbedreigend te zijn. Een dokter in een witte jas is geen angstaanjagend symbool voor de dood. Het pestmasker was dat wel. Het beeld van een ‘gesnavelde dokter’ dook tijdens de pestepidemieën van de zeventiende en achttiende eeuw op. In de lange snuit van het masker zaten kruiden om de stank van de ziekte en de doden te maskeren en de pestmeester (een functionaris belast met het scheiden van de pestlijders van de gezonde mensen) droeg het masker om zich enigszins te beschermen tegen besmetting.

Een masker van dezelfde vorm, maar heel wat kleurrijker, komt ook voor in het Venetiaans carnaval en in de comedia dell’arte, een vorm van Italiaanse improvisatietheater. Daar werd het masker gedragen door, jawel, Il Dottore, het typetje dat stond voor een onkundige, laffe en ijdele arts. In de loop van de tijd heeft zich een montypythoneske ironie voorgedaan: van een dodelijke angst voor de dood bij het zien van het masker (pest) naar het letterlijk een lange neus trekken naar diezelfde dood (carnaval). Iets, wat je – net als de Spaanse inquisitie – niet verwacht.

Humor vereist een bepaalde afstandelijke houding. Een situatie moet te overzien zijn, de humor ligt, zoals bij Monty Python, vaak in de onderliggende structuren, in het falen van het menselijk handelen en in pijnlijke, maar toch ironische gebeurtenissen. Die zie je pas als het leed al geleden is. Na de grote epidemie van de veertiende eeuw verschoof in Frankrijk de macht naar de koning en in Nederland ontstond er een handelsmiddenklasse. Over dit soort verschijnselen is het veel eenvoudiger de draak te steken dan over duizenden mensen met zwarte zweren op hun lichaam.

Hoe zit het met de coronacrisis nu? Vóór en in het begin van de lockdown probeerden enkele cabaretiers nog (harde) grappen uit, maar al snel verstomden hun bijdragen of gingen op in het grotere geheel van flauwigheden op social media. Grappen moeten het langer dan een dag kunnen uithouden en meestal komt dat soort grappen niet over op Twitter, zegt Rayen Panday in een artikel hierover in het NRC. Wie weet hoe de toekomstige mens tegen corona aankijkt. Vast iets met anderhalve meter afstand, mondkapjes en wc-papier. Maar vergeleken met de Zwarte Dood is corona vooralsnog een lachertje.

Wil je meer artikelen uit deze Special lezen? Klik hier voor het overzicht.

Bronnen:

YouTube – Bring out your dead – Monty Python

De Zwarte Dood

Fordham University – The Decameron – Introduction

Decamerone in het Nederlands – Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren

Pestmeester – Wikipedia

NRC – De geschiedenis leert: revoluties blijven uit na een pandemie

NRC – Actuele parallellen met de Zwarte Dood

NRC – Grappen maken over corona, hoe doe je dat als cabaretier?

Pestmaskers – door Erwin Kompanje

Een historicus is een illusie-verwoester – Henk ‘t Jong

© 2020-2020 Fantasize