dinsdag, februari 10

Schrijversportretten

Door Naomi ter Borg

Velen van jullie zullen de Waterloper Verhalenwedstrijd wel kennen en ook dit jaar hebben er weer prachtige verhalen gewonnen. Ook heeft een aantal schrijvers gekozen door het door Fantasize ingestuurde thema: “Hoe ziet ons leven zonder tijd eruit”. Aan deze schrijvers hebben wij gevraagd om ons een kijkje te geven achter de schermen: wie zijn ze, waarom kozen ze voor ons thema en hoe zag hun schrijfproces eruit?

Mike Jansen, eigen foto

Mike Jansen
Voorstellen: wie ben je, waarom schrijf je, wat moeten we écht over jou weten?
Ik ben Mike Jansen, schrijver van sciencefiction, fantasy en horror. Ik schrijf omdat verhalen mij de ruimte geven om ideeën uit te werken die in een realistische setting snel vastlopen. Genre biedt afstand, en juist die afstand maakt het mogelijk om scherp te kijken naar macht, technologie, verlies en de manier waarop mensen omgaan met systemen die groter zijn dan zijzelf.
Mijn werk draait vaak om werelden waarin iets fundamenteels is misgegaan. Dat kan een god zijn die faalt, een samenleving die te ver is geoptimaliseerd of een technologie die haar eigen logica belangrijker is gaan vinden dan de mens. Ik ben minder geïnteresseerd in heldenverhalen en duidelijke oplossingen, en meer in de gevolgen van keuzes. Personages moeten het meestal doen met beperkte informatie en onvolledige opties. Wat zij doen heeft impact, ook als die impact niet meteen zichtbaar is.
Wat lezers over mij moeten weten, is dat ik mijn verhalen sterk structureer. Ik schrijf geen losse scènes, maar werk vanuit een wereld die klopt. Als de regels van die wereld eenmaal vaststaan, volgen de gebeurtenissen daar logisch uit. Dat maakt mijn werk soms sober, maar ook consistent. Emotie ontstaat niet door uitleg, maar doordat de lezer ziet wat er op het spel staat en wat er verloren gaat. (Tenzij ik in een gekke bui ben, dan gaan alle regels het raam uit en doe ik een jan hanlo …)
Naast het schrijven ben ik actief als redacteur en organisator binnen het Nederlandstalige SF/F/H-veld, onder andere via EdgeZero. Dat doe ik omdat ik geloof in een genreveld waarin kwaliteit en ambitie centraal staan. Goede verhalen ontstaan niet alleen door talent, maar ook door een omgeving die scherp leest en kritisch durft te zijn.

Schrijfproces: hoe ziet jouw schrijfproces eruit, welke tips kun je beginnende schrijvers meegeven?
Mijn schrijfproces is vrij direct. Ik herschrijf nauwelijks. Dat betekent niet dat een verhaal in één opwelling ontstaat, maar wel dat het meeste denkwerk al gedaan is voordat ik begin te schrijven. Tegen de tijd dat ik de eerste zin noteer, weet ik waar het verhaal naartoe gaat en welke regels de wereld bepalen.
Ik besteed veel tijd aan nadenken over de setting en de interne logica. Wat kan hier wel en niet? Wat gebeurt er als iemand een grens overschrijdt? Welke gevolgen zijn onvermijdelijk? Als die vragen helder zijn, schrijft het verhaal zichzelf grotendeels. Tijdens het schrijven let ik vooral op tempo en helderheid. Zinnen moeten precies genoeg zijn, niet mooier dan nodig.
Voor beginnende schrijvers zou ik vooral willen zeggen: vertrouw niet blind op herschrijven als oplossing. Veel problemen ontstaan doordat een verhaal te vroeg op papier is gezet. Denk eerst na over wat je eigenlijk wilt vertellen. Zorg dat je wereld en uitgangspunt stevig zijn. Als dat klopt, hoef je veel minder te corrigeren.
Daarnaast: lees breed, ook buiten je eigen genre. Veel technische schrijfproblemen zijn geen genreproblemen, maar kwesties van stijl, structuur of perspectief. En misschien wel het belangrijkste: maak af. Een afgerond verhaal leert je meer dan tien ideeën die blijven liggen.
Als laatste: werk samen met andere schrijvers en wees niet bang kritiek te geven en te ontvangen. Daar word je schrijven echt beter van.

Wedstrijd: waarom heb je voor het Fantasize-thema gekozen, hoe heb je dit in je verhaal verwerkt?
Het Fantasize-thema “Hoe ziet ons leven zonder tijd eruit?” trok mij aan omdat het concreet en tegelijk open is. Tijd is zo’n vanzelfsprekend onderdeel van ons dagelijks leven dat we zelden stilstaan bij wat er zou verdwijnen als je het weghaalt. Dat leek me een goed uitgangspunt voor een verhaal.
In Ontijdig heb ik dat thema uitgewerkt door verschillende werelden te laten zien waarin tijd op een andere manier ontbreekt of is vervormd. In sommige staat alles letterlijk stil, in andere is alles zo strak geregeld dat tijd geen rol meer speelt in hoe mensen hun leven ervaren. Later valt juist alle volgorde weg en bestaat er geen duidelijk voor of na meer.
Ik heb ervoor gekozen om dat niet te benaderen als één groot idee, maar als een reeks ervaringen. De hoofdpersoon reist door deze werelden omdat hij iets wil herstellen wat hij is kwijtgeraakt. Gaandeweg wordt duidelijk dat het ontbreken van tijd niet leidt tot rust of verbetering, maar tot verlies van richting. Zonder tijd verdwijnen oorzaak en gevolg, en daarmee ook verantwoordelijkheid en betrokkenheid.
Belangrijk voor mij was dat het verhaal niet alleen over tijd gaat, maar dat de vorm meebeweegt met het thema. Naarmate tijd minder grip heeft op de wereld, wordt ook het verhaal losser en fragmentarischer. Dat is een gevolg van de gekozen uitgangspunten.
Het Fantasize-thema gaf me genoeg houvast om gericht te schrijven, zonder het verhaal dicht te timmeren. Het dwong me om consequent te blijven en het idee serieus door te voeren. Ontijdig is uiteindelijk geen verhaal over een oplossing, maar over wat er verloren gaat wanneer we proberen een fundamenteel onderdeel van ons bestaan weg te nemen.
Het verhaal dat je hebt geschreven zet me aan het denken over de gevoelens die we kunnen hebben als mens en hoe integraal tijd daarbij is, heb je in je schrijfproces veel tijd en aandacht aan geschonken aan hoe je stuk de lezer kan beïnvloeden? Waarom wel/niet?
Ja, daar heb ik bewust aandacht aan besteed, maar niet op de manier van: welk gevoel wil ik oproepen bij de lezer? Tijdens het schrijven denk ik zelden in termen van emotionele sturing. Ik probeer geen specifieke reactie af te dwingen. Wat ik wél doe, is zorgen dat de uitgangspunten van het verhaal consequent zijn doorgevoerd, omdat dat uiteindelijk bepaalt hoe een lezer het ervaart.
In Ontijdig was het uitgangspunt dat tijd niet alleen een meeteenheid is, maar iets wat gevoelens mogelijk maakt: herinnering, spijt, verlangen, hoop. Als je tijd weghaalt of vervormt, veranderen die gevoelens automatisch. Daar heb ik tijdens het denken over het verhaal veel aandacht aan besteed. Niet zozeer om de lezer te raken, maar om te begrijpen wat er logisch zou verdwijnen of verschuiven in zo’n wereld.
Ik geloof dat invloed op de lezer het sterkst ontstaat wanneer een verhaal intern klopt. Als een wereld geloofwaardig is en de gevolgen van een idee serieus worden genomen, gaat de lezer vanzelf mee in de ervaring. Emotie volgt dan uit herkenning en frictie, niet uit expliciete aanwijzingen.
Tijdens het schrijven zelf denk ik vooral aan helderheid en tempo. De beïnvloeding zit voor mij niet in het sturen van gevoel, maar in het tonen van consequenties. Als de lezer daardoor gaat nadenken over de rol van tijd in het eigen leven, dan is dat een bijproduct van een zorgvuldig doorgevoerd idee.

Jentl de Waal, eigen foto

Jentl de Waal (pseudoniem van Tessa de Waal)
Voorstellen: wie ben je, waarom schrijf je, wat moeten we écht over jou weten?
Als kind droomde ik ervan om schrijfster te worden. Ik schreef daarom vaak verhalen voor Moederdag of naar vriendinnen. Meestal over paarden, aangezien ik echt een paardenmeisje was. Na mijn studies aan de universiteit in Nijmegen begon het werkende leven: ik kreeg een drukke baan en schrijven bleef een vaag verlangen op de achtergrond. Kortgeleden kwam ik terecht in de ziektewet waardoor ik ineens meer tijd over had en ik raakte bekend met de Waterloper-wedstrijd. Ik kan het altijd eens proberen, dacht ik. Niet om te winnen, maar om te kijken of ik verhalen zou kunnen schrijven. En van de juryrapporten kan ik veel leren. Daarom heb ik dit jaar als debutant meegedaan aan de Waterloper-wedstrijd.

Schrijfproces: hoe ziet jouw schrijfproces eruit, welke tips kun je beginnende schrijvers meegeven?
Laatst vroeg iemand me of ik een planner ben of het verhaal al schrijvende laat ontvouwen. Ik kwam tot de conclusie dat ik eigenlijk geen van beide ben. Ik schrijf lagen over elkaar heen. Meestal begin ik met de plot, het “kale” verhaal. Vervolgens voeg ik daar lagen aan toe: karakterontwikkeling, omgeving, spanning etc. Elke keer dat ik een nieuwe laag toevoeg, kan dat ook weer invloed hebben op de plot. Het eindproduct lijkt vaak dus niet meer op de kale verhaallijn zoals die ooit op papier stond. Ik kijk dus eigenlijk heel schematisch naar mijn verhaal. Op welke plekken past aankleding, karakterdiepgang enzovoorts, en op welke plekken juist niet?
Mijn verhaal heeft door die verschillende lagen ook veel literaire of symbolische verwijzingen gekregen. Sommigen zijn opgemerkt door de juryleden, maar sommigen ook niet. De namen van de katten zijn bijvoorbeeld niet expliciet genoemd door de juryleden. Zowel hun naam als karakter zijn gebaseerd op twee tragikomische helden uit de literatuur: Estragon uit Wachten op Godot en Oblomov uit Oblomov.
Het verhaal dat ik voor het thema van Fantasize heb geschreven was eigenlijk meer een experiment. Ik had een idee in mijn hoofd en wilde kijken of ik het tot uiting kon brengen. Ik hield zelfs rekening met flinke kritiek of diskwalificatie omdat het niet binnen de standaard genreverhalen past. Maar ik merkte dat ik het graag wilde schrijven, als uitdaging voor mezelf. Sommige juryleden konden er inderdaad minder mee, maar twee waren erg enthousiast. Eentje noemde het zelfs meer kunst dan literatuur. Daar ben ik erg trots op, want zo heb ik het ook ingestoken. Dit is een verhaal dat je moet voelen en ervaren. Dat is ook wat ik wil meegeven als tip aan andere schrijvers: schrijf wat je wil vertellen, niet wat je denkt dat anderen willen lezen. Want zelfs als je daarmee maar één iemand raakt, dan geeft dat al een enorm gevoel van verbinding.

Wedstrijd: waarom heb je voor het thema van Fantasize gekozen voor de wedstrijd, hoe heb je dit in je verhaal verwerkt?
Mijn eerste reactie bij het lezen van dit thema was dat het veel te moeilijk was. Maar in de dagen daarna bleef het vraagstuk maar door mijn hoofd spelen. Hoe zou een leven zonder tijd eruitzien? Tijd is toch een perceptie, of een illusie zoals Einstein zou zeggen? Dan zou je kunnen stellen dat ons leven zonder tijd er precies zo uitziet als nu, omdat tijd nu al niet bestaat, behalve dat onze ervaring van de wereld wel verandert als we geen ervaring van tijd meer hebben.
Daarom wilde ik schrijven vanuit een hoofdpersoon voor wie de tijd gevoelsmatig stilstond. Dit is Annie Vink geworden, zij verliest plotseling haar ouders en zusje in een auto-ongeluk en het verdriet is voor haar te groot om te verwerken. Ze blijft zich wanhopig vastklampen aan de tijd waarin ze er nog wel waren. Een leven zonder de ervaring van tijd is denk ik ook een leven zonder richting, en een leven zonder richting in de schaduw van trauma is denk ik een recept voor depressie. Die gevoelens heeft Annie dus ook. Trauma, rouw en depressie lopen daarom als een rode draad door dit verhaal.
Maar ook dat gaf mij een grote uitdaging. Hoe schrijf je vanuit iemand die in een depressie zit? Als je het radeloze gevoel uitlegt ben je zo klaar, en voldoe je ook niet aan het “show, don’t tell”-principe. Daarom heb ik haar gevoelens proberen te spiegelen in haar omgeving: door kunst, muziek, beelden op straat en de personificatie van de tijd (Chronos) en de dood (Thanatos). Met de omgeving heb ik haar gevoel proberen te weerspiegelen.
Was ik daarmee tevreden? Zeker niet, want niemand wil een verhaal dat alleen maar somber is. Wat ik daarom ook een essentieel element vond was om het naast de zware thema’s ook af en toe lichtvoetig te maken, door er luchtige scènes tussen te zetten. Toen kwam eigenlijk het idee op van de twee katten Estragon en Oblomov die hopelijk voor luchtige intermezzo’s hebben gezorgd waardoor het geheel wat meer tragikomisch aanvoelt.

Django Mathijsen, eigen foto

Django Matthijssen
Voorstellen: wie ben je, waarom schrijf je, wat moeten we écht over jou weten?
Ik ben Django Mathijsen, geboren in Brabant, woonachtig in Limburg. En ik ben schrijver, wetenschapsjournalist, musicus, ingenieur, Robot Wars-consultant en minnaar van Anaïd Haen, met wie ik al verschillende verhalen en boeken samen heb geschreven: van de fantasy-trilogie Decadentia tot de kinderboeken Avonturium en Koen en de hersenhack, en van de SF-verhalenbundels Er zal eens… tot de romans S.A.H.R.-a en Codenaam Hadsadah, enzovoort…

Schrijfproces: hoe ziet jouw schrijfproces eruit, welke tips kun je beginnende schrijvers meegeven?
Meestal heb ik mijn laptop op schoot en zit te typen. Soms loop ik rond met mijn dictafoon en spreek verhalen in. En vaak bedenken Anaïd en ik al pratend verhalen, bijvoorbeeld als we eten maken of als we met onze boeken naar een fantasy-festival rijden.
Een tip voor beginnende schrijvers? Volg de vijf schrijfregels van Heinlein.

Wedstrijd: waarom heb je voor het thema van Fantasize gekozen voor de wedstrijd, hoe heb je dit in je verhaal verwerkt?
“Hoe ziet ons leven zonder tijd eruit?” was duidelijk het interessantste thema. Intuïtief weten we allemaal wat tijd is: in alles wat we doen, laten en beleven speelt de tijd een rol. Maar snappen wat tijd precies is… dat doet niemand.
Tijd is verandering, tijd is een rivier, tijd is een dimensie… de analogieën en theorieën zijn eindeloos. Maar de kans is groot dat geen enkele ervan in de buurt komt van de waarheid. Daarom blijft het interessant om te speculeren over de tijd, over “spelen” met tijd, over het hoe, waarom en de gevolgen ervan.
Zo heb ik eerder al een verhaal geschreven in een wereld waarin de tijd achteruitloopt. Dat staat in Er zal eens…. Daarin staat ook een verhaal dat Anaïd en ik samen hebben geschreven over iemands tijd stilzetten als straf voor een zware misdaad. En dan hebben we nog verschillende verhalen geschreven over reizen in de tijd.
Het hoeft dus niet te verbazen dat we voor deze editie van de Waterloper-verhalenwedstrijd maar liefst twee verhalen hebben geschreven binnen het thema van Fantasize: Wachttijd overbrugd, over een wetenschapper die de tijd voor zijn doodzieke vrouw stilzet, heb ik samen met Anaïd geschreven. En De geluksverlener was van mij alleen.
In dat verhaal wilde ik het thema heel letterlijk nemen: ik wilde een personage laten lopen door een wereld waarin de tijd stilstond. Dát was het uitgangspunt: wat ziet, hoort en voelt die persoon? En in eerste instantie wilde ik het keiharde sciencefiction laten zijn.
Maar dat idee liep al snel tegen een onoverkomelijke muur aan. Ja, dat ik een beetje zou moeten foezelen, was meteen al duidelijk. Want die persoon zou alleen door die wereld kunnen lopen als voor hemzélf de tijd nog zou verstrijken. Nou was dat nog tot daaraantoe.
Maar wanneer je het zuiver wetenschappelijk gaat bekijken: in een wereld zonder tijd kun je niets zien (want er is geen licht) en niets horen (want geluid is een trilling en die heeft ook al tijd nodig). En wat je voelt? Alle moleculen om je heen staan stil, dus als jouw moleculen nog zouden bewegen (omdat voor jou nog wel de tijd verstrijkt) dan zouden die hun energie in hoog tempo willen afstaan aan die moleculen om je heen. Je zou dus sneller bevriezen dan een kroket op de Zuidpool. En dan negeren we nog kwantummechanische effecten zoals het bose-einsteincondensaat. https://nl.wikipedia.org/wiki/Bose-einsteincondensaat
Oké, dan stappen we gewoon over op een andere theorie over tijd en we zeggen: omdat de tijd ontbreekt voor je omgeving, kun je de moleculen om je heen niet in beweging brengen. Dus kun je je temperatuur ook niet verliezen aan je omgeving. Dan is het gevaar afgewend om in een absolute ijslolly te veranderen.
Maar ook dát gaat niet tot een verhaal leiden, want als je de moleculen om je heen niet kunt laten bewegen omdat hun tijd ontbreekt, dan kunnen ze ook niet voor je wijken als je door de lucht heen loopt. Ze vormen een ondoordringbare muur: rondlopen gaat hem niet worden.
Daarom ben ik voor dit verhaal overgestapt op fantasy. Dan hoef je niet zo rigoureus te zijn met de wetenschappelijke geloofwaardigheid. Magie, niet wetenschap zet de wereld stil en je kunt er naar hartenlust in rondlopen. Wel heb ik het verhaal nog zo wetenschappelijk hard mogelijk gehouden: ik heb alleen “gefoezeld” op de plaatsen waar het echt nodig is. Bijvoorbeeld door de hoofdpersoon een magische knijpkat te geven, zodat je toch kunt zien hoe die tijdloze wereld eruitziet. Die buitenwetenschappelijke zaklantaarn kan natuurlijk niet zomaar bestaan: voor het gebruik ervan moet je een prijs betalen.
De magie om de tijd stil te zetten, is niet van een lagere orde: die grenst aan almacht. Dus kon die niet afkomstig zijn van zomaar een tovenaar of heks. Slechts twee partijen kwamen in aanmerking en uiteraard koos ik voor de kwaadaardige. Daarna was het niet meer moeilijk om de plot en de hoofdpersonen die erbij hoorden te bedenken. Alleen het einde: dat diende zich pas aan toen ik het verhaal al voor de helft had geschreven.

 

© 2020 – 2026 Fantasize & Naomi ter Borg

You cannot copy content of this page