‘Einde van de Mensheid’- Special: Bespreking ‘2012: ramp zonder impact’

53803

Door Sigrid Lensink-Damen

Voor de special “Einde van de mensheid” van Fantasize keek ik de rampenfilm 2012 opnieuw. Hoewel de film een zekere entertainmentwaarde heeft, weet ik niet zo goed wat ik met rampenfilms, en dus ook niet met 2012, aan moet.

Binnen het genre is 2012 geen uitzondering. Het verhaal stoelt op een vaag wetenschappelijk iets dat uitmondt in een wereldwijde ramp met een zekere uitroeiing van alle leven op aarde, tenzij… – en hier gaat het om, natuurlijk, tenzij! – tenzij we op tijd ingrijpen en naar de juiste mensen luisteren. Meestal loopt de wetenschap achter op de feiten en is de tijd om de mensheid te redden gehalveerd, zo niet driedubbel gehalveerd. Intussen volgt de kijker de levens van de helden (mannen, nooit vrouwen) en de leiders, laat een traantje als er een kind kwijt is en zucht opgelucht als de zon na de doorstane ellende doorbreekt. Eind goed, al goed.

Gezien mijn antwoorden in het Redactioneel zou je verwachten dat ik rampenfilms geweldig vind, omdat ze vrijwel altijd goed aflopen voor de (gedecimeerde) mensheid. Dat zou mij als rasoptimist toch moeten aanspreken: de mensheid is niet klein te krijgen. Toch schud ik nu mijn hoofd.

De schoen wringt op verhaalniveau. Bij fantasy- en sciencefictionverhalen ben je als lezer of als kijker bereid om je ongeloof opzij te zetten en mee te gaan in de wereld die de makers je voorschotelen. In de vakliteratuur heet dat ‘suspension of disbelieve’. Zo ben je bij Star Trek bereid om te geloven dat warptechnologie bestaat en bij Lord of The Rings dat er een kwaadaardige ring is. Geloof je dat niet, dan kun je het hele verhaal niet serieus nemen. Dan zie je alleen puntige oren of rare uniforms. Dan mis je het verhaal.

Iets dergelijks gebeurt er bij mij bij 2012. Er wordt mij een realistische wereld voorgeschoteld, waarin er een extra grote zonnevlam is geweest. Dat kan. Alle apparaten op aarde slaan uit. Ook dat kan. Een wetenschapper gaat op bezoek bij zijn wetenschapper-vriend in India, die hem laat zien dat er daar, op 5 km diepte, water aan de kook is geraakt. Verklaring: de neutrino’s, ongrijpbare en ondetecteerbare deeltjes die door alles heen zoeven, zijn door de zonnevlam in twee keer zo hoge mate aanwezig en hebben zich geclusterd en – nu komt het – zijn veranderd in magnetrongolven. Dus warmen ze de aardkern op en kunnen wij het als mensheid wel schudden. Dit. Kan. Helemaal. Niet. Zelfs ik met mijn Klokhuiskennis van neutrino’s weet dat. Het kost me vervolgens moeite om na deze inleidende tien minuten de rest van de anderhalf uur mee te gaan in de zogenaamde paniek en angst die dit gegeven met zich mee zou moeten brengen. Vooral als de Hollywoodproductie het obligate stappenplan van zo’n film keurig netjes afvinkt. 2012 is een aardige film in zijn genre, maar gaat zich in mijn hoofd mengen met Deep Impact, die hetzelfde scenario volgt, maar dan met een allesvernietigende komeet uit de ruimte. Een veel geloofwaardiger fictie.

Toch begrijp ik heel goed waarom mensen dit soort films graag kijken. Het is een ‘wat als’-scenario. Een veilige manier om gebeurtenissen tot in hun extreme uit te denken en te visualiseren. Wat als er een komeet op aarde afkomt? Wat doe je dan? Hoe kan dat eruit zien? Wat als de aardkern opwarmt? Wat gebeurt er dan op het oppervlak? Hoe ziet een uitbarsting van een supervulkaan eruit? En natuurlijk: kun je het als mensheid overleven? Kun je je voorbereiden op zulke voorvallen? Legitieme vragen. En een zeker ramptoerisme, een sensatiezucht is ook mij niet vreemd: gaaf hoe Yellowstone ontploft. Vuurballen! Hele steden die als de Titanic in zee verdwijnen! Tsunami’s! We bouwen gewoon supergrote arken en brengen schilderijen, dieren en mensen over. Wij kunnen dat. Yesss! Het is dat superioriteitsgevoel wat het genre aantrekkelijk maakt: de mensheid is niet klein te krijgen.

De schoen wringt bij hoe de hoofdpersonen reageren op de ramp. Daarin kan ik moeilijk mee en ook dat zit op verhaalniveau. Dat mensen in paniek raken en alles doen om te overleven, geloof ik wel. Dat het in deze paniekmodus ieder voor zich is, geloof ik ook nog wel, maar zoals we bij corona hebben gezien: alles went. Nu is corona een langzame ramp en een event zoals in 2012 wordt voorgeschoteld een snelle. Je moet weg en wel nu! Ga je dan je koffer rustig pakken? Nee. Toeter je dan naar de buren om ze in je limousine mee te laten rijden? Nee. Dan scheur je weg.

Het punt is dat ik me stoor aan de messiasachtige rol van de hoofdpersoon. Hij zal zijn gezin wel even redden door op onwaarschijnlijke wijze over diepe kloven in het wegdek te scheuren. Hij zal wel even een vliegtuig regelen en hij zal wel even precies de juiste conclusies trekken uit een verdwenen meer in Yellowstone, overvliegende militaire helikopters en het warrige verhaal van een complottheoriedenker. Hij zal wel even het vastzittende mechanisme repareren door (met een stropdas om!) een onder water gelopen ruimte in te zwemmen en aan megagrote tandwielen te gaan rukken. Tel daar de clichématige benadering van diverse bevolkingsgroepen en rollenpatronen bij op (Russen zijn altijd exorbitant rijk en wat moraal betreft shady, Tibetanen zijn altijd Boeddhist en dus altijd aardig, de Europeanen volgen altijd het Amerikaans leiderschap en de vrouwen troosten altijd de kinderen en werpen zich weer in de armen van hun ex) en je hoort mij verontwaardigd zuchten. Spannender of geloofwaardiger wordt het verhaal er voor mij niet door.

In de films Melancholia (zie ook de bespreking van Zadok) en Seeking a friend for the end of the world worden de menselijke verhoudingen veel grondiger en realistischer uitgewerkt. In Melancholia voel je de strop steeds strakker om je strot gesnoerd worden en blijf je met een onvervuld gevoel achter. Wat je vooral bijblijft, is het onvermogen van de hoofdpersonen om nader tot elkaar te komen, zelfs als de wereld letterlijk vergaat. In Seeking a friend for the end of the World vergaat de wereld ook, maar daarin verlaat je hem met een glimlach. In de tragi-komedie helpen Dodge (Steven Carrell) en zijn buurmeisje Penny (Keira Knightley) elkaar om bij hun familie te komen om daar het einde af te wachten. Tijdens de roadtrip die volgt, ontstaat een vriendschap, liefde zelfs. De film eindigt met dat Penny net op tijd bij Dodge is om hem haar liefde te verklaren. Lichtflits, einde film.

Die verhalen gaan over menselijke verhoudingen, vriendschap, liefde, verlies; kortom, alle grote thema’s. De verkenningstocht naar de gevoelens en beweegredenen van individuen, van mensen van vlees en bloed, is vele malen interessanter dan het visuele geweld van ontploffende supervulkanen, tsunami’s en instortende steden. Naast dat ik de oorzaak van de wereldvernietigende ramp niet geloof, slaagt 2012 er ook niet in mij deelgenoot te maken van de worstelingen of beweegredenen van de hoofdpersonen; ik kan me niet identificeren met hen. Daarom laat het me koud dat zij op dag 27 van maand 01 van het jaar 0001 de zon weer zien opkomen. Rampenfilms beklijven niet, niet bij mij in ieder geval.

Aanvulling redactie:

‘2012’ (release 2009) ; regie: Ronald Emmerich (The Day after Tomorrow, Stargate, Independence Day, Eight Legged Freaks), cast: John Cusack (Sixteen Candles, 1408, Being John Malkovich), Amanda Peet (Something’s gotta give, X-Files: I want to Believe), Danny Glover (The Color Purple, Lethal Weapon, Predator 2), Thandie Newton (Interview with the Vampire, Mission: Impossible II, The Chronicles of Riddick), Oliver Platt (Flatliners, The Three Musketeers, Executive Decision), Woody Harrelson (Cheers, Indecent Proposal, Money Train)

Fantasize Service: koop de film bij Bol.com

Wil je meer artikelen uit deze Special lezen? Klik hier voor het overzicht.

c] 2020-2020 Fantasize