Starman
Killian McNeil

De sonore stem van Schip kondigt aan dat het de hyperruimte heeft verlaten en koers zet naar stamplaneet Aarde. Otis hoort het wel, maar luistert niet. Hij is verdrietig en zit diep weggedoken in de zero-gravitystoel. Met zijn armen om zijn benen geslagen maakt hij zich zo klein mogelijk.

Schip, een semi-automatisch pendelvaartuig, onderhoudt een geregelde dienst tussen Aarde en Betelgeuze. De vader van Otis is er coördinator op het onderste vrachtdek. Hij heeft vroege dienst, maar moeder, die halve dagen in de hydroponische tuinen werkt, is net wakker. Zij heeft slecht geslapen. Gapend loopt ze in haar nachtgewaad naar de voedselautomaat en geeft die opdracht om een ontbijt te maken: Pannenkoeken met stroop. Het is Otis zijn lievelingseten, maar vandaag niet. Vandaag heeft hij geen honger.

Moeder kijkt Otis bezorgd aan: ‘Maar je moet toch wat eten!’ zegt ze.

Otis knikt, maar denkt aan gisteren.

Gisteren ontvingen ze een hologram. Een zwart silhouet zonder gezicht. Otis vond het wel mooi, maar moeder niet. Zij plugde haar oortje in en activeerde de hololezer met trillende vingers.

Otis zag een traan in haar ooghoek toen de holo emotieloos zijn boodschap aan haar doorgaf. De traan groeide en rolde over haar wang. Ze sloeg haar handen voor haar gezicht en begon te huilen. Otis begreep er niets van.

Snikkend stelde moeder de transitodoorgang in op de fitnesscel waar vader zijn dagelijkse oefeningen deed. Het energiescherm veranderde van rood naar blauw toen ze erdoorheen liep. Even later waren ze samen de woonunit weer ingestapt. Moeder huilend en vader met betraande ogen.

Otis rende naar hen toe. ‘Mamma, pappa, wat is er? Waarom huilen jullie?’

Moeder ging op haar hurken voor hem zitten en trok hem tegen zich aan zonder iets te zeggen. Haar tranen drupten op zijn starmanshirt en haar natte zakdoek lag tegen zijn wang. Hij duwde zijn gezicht in haar armen en begon ook te huilen.

Vader vertelde met overslaande stem, dat tante Tilly was overleden. Zij was de lievelingstante van Otis. Hij logeerde vaak bij haar als vader en moeder op reis waren met Schip, maar de laatste tijd kon dat niet meer.

Otis wist wel dat ze ziek was, maar had er niet aan gedacht dat ze ook dood kon gaan. Hij tilde zijn hoofd op en keek moeder aan. Die knikte alleen maar. Otis rukte zich los uit haar omarming en rende schreeuwend naar het portaal. Hij sloeg met zijn knuisten tegen de afgesloten entree van hun woonunit, bonkte met zijn hoofd tegen het metaal en liet zich verslagen op de grond vallen. Nu zie ik tante Tilly nooit meer, dacht hij. Nooit meer. Hij kon niet stoppen met huilen. De tranen liepen langs zijn neus en drupten op de matglanzende vloer.

Vader tilde hem op en hield hem stevig vast. Otis kon aan het schokken van zijn schouders voelen dat ook hij verdrietig was. ‘Mannen huilen niet,’ zei vader altijd wanneer Otis weer eens met een kapotte knie thuiskwam na een partijtje tikkerbal op het ontspanningsdek. Nu wist Otis dat mannen toch ook wel eens huilden.

Otis was ontroostbaar. Vader zette hem daarom in de zero-gravitystoel, en daar had hij uren gezeten met zijn starmanknuffel dicht tegen zich aangetrokken.

Gisteravond mocht hij in de slaapcel van pappa en mamma, maar hij was te verdrietig geweest om te kunnen slapen.

Moeder roept: ‘Kom nu Otis, de pannenkoeken worden koud.’

Otis sloft naar de voedselautomaat en klimt op een hoge kruk voor het apparaat. Met zijn hoofd in zijn handen leunt hij op de serveerschuif en kijkt hij naar de stroopeilandjes op de woeste, bruine zee. ‘Ik heb echt geen honger mam,’ zegt hij en duwt het bord weg.

‘Zal ik dan een boterham met pindakaas en suiker voor je laten maken?’

‘Nee mam, dat hoeft ook niet,’ zegt Otis. Hij schuift de kruk achteruit en loopt naar de zero-gravitystoel. Tante zat daar altijd als ze meereisde. Hij pakt zijn starmanknuffel, klimt in de kussens en zet het comfort aan en het buitengeluid uit. Hij wil alleen zijn, alleen met zijn verdriet.

Otis ziet dat moeder de onaangeroerde maaltijd in de recycle gooit. ‘Otis, ik ga me verzorgen,’ zegt ze en verdwijnt door de transito doorgang naar de badcel. Als ze weer de centrale woonunit binnenstapt heeft ze haar bloemetjestenue aan. Otis zit dan nog steeds in de zero-gravitystoel. Moeder gaat voor hem zitten en pakt zijn handjes in de hare. ‘Zal ik jouw uniform ook pakken?’ vraagt ze. ‘Dan gaan we naar de holoscanner en je tekening laten inlezen en versturen.’

‘Waarom?’ vraagt Otis. ‘Ik wil nu niet naar buiten, ik ben te verdrietig.’

‘Het is goed voor je,’ zegt moeder. ‘Tante wil vast graag je tekening zien.’

Otis heeft gisteravond een mooie holotekening gemaakt voor zijn tante, en moeder schreef er een gedicht bij. ‘Het is een afscheidsholo,’ vertelde moeder.

‘Maar kan tante mijn tekening dan wel zien nu ze dood is?’ vroeg Otis. ‘Dat kan toch niet? Als je dood bent, ben je dood. Dan ga je toch naar de recycle in de hydrotuin?’

‘Tante is nu een sterretje,’ zei mamma.’ Ze kan alles zien wat jij ook ziet.’

‘Zelfs zonder een hololezer?’ vroeg Otis.

‘Ja jongen, zelfs zonder haar lezer.’

Later op de avond zaten ze samen op het panoramadek voor het nachtvenster. ‘Kijk, die heldere ster daar, dat is tante,’ zei mamma. ‘Iedere keer als je die ziet zwaai je maar even naar haar.’

 

Moeder ritst Otis zijn starman-uniform dicht, waarna ze samen naar de dichtstbijzijnde holoscanner lopen. Otis kijkt naar zijn voeten en schopt zijn roze magnetische schoenen extra ver naar voren net als Starman doet als deze de methaaneters te lijf gaat.

Otis weet nu hoe het zit. Tantes lichaam word hergebruikt, maar haar lichtje gaat naar de sterren. Wel mooi eigenlijk, denkt hij en blijft staan bij een patrijspoort. Hij kijkt door het ronde venster, maar het is nog te vroeg. Het toont nu alleen maar wolken tegen een hemelsblauwe achtergrond. Vanavond zijn de sterren pas weer zichtbaar. Schip regelt dat zo.

‘Kom Otis!’ zegt moeder. ‘We zijn er bijna.’

Naast de transportcabines staat een rode holoscanner. Moeder activeert de holo en tilt Otis op zodat hij het kan laten inlezen door de machine. De 3D-tekening verdwijnt nadat de scan is gemaakt. ‘Daaag tante,’ zegt Otis.

‘Tante vindt het vast een hele mooie holo,’ zegt moeder.

‘Gaan we nu een ijsje eten bij recreatie?’ vraagt Otis. ‘Tante vindt het goed.’ Hij glimlacht en zegt: ‘En mag ik dan zo’n grote, met chocolade en nootjes?’

‘Je mag het grootste ijsje dat ze hebben,’ zegt moeder en zet hem op de grond.

Blij rent Otis voor haar uit naar recreatie.

Hij kijkt om waar moeder blijft en ziet dat ze lacht, maar dat er ook een traan over haar wang loopt. Ze zwaait naar hem.

‘Kom nu mam,’ roept Otis, ‘voordat het ijs op is.’

‘Ja, ja, rustig maar,’ zegt moeder. ‘Ik kom al.’

‘Van tante mag ik ook haar ijsje,’ zegt Otis.

‘Je bent een rare jongen,’ zegt moeder en pakt hem bij de hand.

Die avond staat Otis voor de patrijspoort van zijn slaapcel en kijkt hij naar de sterren. Het is daar vast gezellig, denkt hij. Dood gaan is toch niet zo erg want je bent nooit meer alleen. Hij zwaait naar tante Tilly en bedankt haar voor het heerlijke ijsje.

 

Killian McNeil is het pseudoniem van Harrie Adema (1959). Hij woont in Zuid-Limburg, maar is geboren in het Drentse Schoonebeek. Hij is een autodidact die op latere leeftijd zijn talent heeft ontdekt.

Sciencefiction en magisch-realisme hebben zijn voorkeur, maar hij is ook een liefhebber van sprookjes en historische verhalen. Het verhaal dat je hier kunt lezen is het eerste verhaal van hem dat werd gepubliceerd. Na dat verhaal kreeg hij de smaak te pakken. Tegenwoordig worden er regelmatig verhalen van hem gepubliceerd, online, in bundels of in tijdschriften.

Comments

comments

The Berlin Wall. Photo by Rane Ahbijeet
Previous post

Vertellingen: Unter den Linden (deel I) - Mike Jansen

Next post

Harry Potter and the Chamber of Secrets live in concert

Redactie Fantasize

Redactie Fantasize